Ilja Reiman is een lieve wervelwind vol anekdotes
Foto door Jordi Wallenburg

Ilja Reiman is een lieve wervelwind vol anekdotes

Ik sprak de oprichter van Multigroove over het boek dat vorige week over hem verscheen.
6.4.18

Wat mij betreft mogen ze vandaag nog een standbeeld oprichten voor Ilja Reiman. Ik denk dat je, als je het boek leest dat Arne van Terphoven over hem schreef, ook tot die conclusie komt. Reiman werd op z’n vijftiende het huis uitgezet, na een akkefietje met een gejat dienstwapen van een politieagent. Hij moet naar een internaat, waar hij na één weekend wordt weggestuurd. Daarna belandt hij op straat. Hij woont in kraakpanden, raakt verslaafd aan cocaïne, neemt voor het eerst xtc tijdens een uitje met mensen van de Baghwancommune, komt in aanraking met house en begint in 1991, uit onvrede met de houseparty’s uit die tijd, zelf feesten te organiseren onder de naam Multigroove.

Wat volgt is een wervelwind aan anekdotes vol drank en drugs. Tegelijkertijd is het een mooie geschiedenisles over Amsterdam en de opkomst van gabber (die term ontstond zelfs op de Multigroove-feesten), maar ook een soort sprookje over vriendschap, liefde en doorzettingsvermogen. Mét happy end.

Ik ontmoet Reiman in het Volkshotel voor een interview. Het is een uit de kluiten gewassen kerel met een plat Amsterdamse tongval. Hij is bijna vijftig, maar in zijn ogen flikkert een jeugdig licht.

Noisey: Vind je het goed als ik het gesprek opneem?
Ilja Reiman: Oh god, zo’n opnameding. In het begin, als Arne dat ding onder mijn neus legde, klapte ik helemaal dicht. Maar daar wen je wel aan, na drie jaar.

Drie jaar?
Ja, drie jaar zijn we bezig geweest met dat boek.

Hoe is het eigenlijk gekomen dat Arne van Terphoven een boek over je is gaan schrijven? Kwam dat door het boek dat hij over Dano schreef? Daar zit jij ook in, toch?
Ja, toen het begon, was hij nog bezig met Dano. Toen hebben we een paar interviews gedaan, een beginnetje gemaakt. Daar kwam een lekkere flow in, maar telkens gebeurde er iets dat we zeiden: laten we het later doen. Toen kwam dat boek over ID&T. Eigenlijk is dat wel… nou, het had zo moeten wezen. Want het laatste jaar was ik ineens clean en gebeurde er heel veel in mijn leven.

Dat was voor het boek denk ik geweldig, dat je toen clean was. Nu heeft het een mooi einde. Het lijkt bijna een sprookje.
Haha, dat zei Arne ook. Zo’n verhaal zoomt dan gewoon een beetje uit.

Toen jullie begonnen aan het boek was je dus nog niet clean, begrijp ik?
Nee, toen zat ik in een periode dat het een paar keer per jaar helemaal uit de hand liep, en dan weer een paar maanden stopte.

Hoe was het voor jou om je hele levensverhaal uit de doeken te doen?
Ik vond het wel cleansing, of hoe noem je dat? Opluchtend. Sowieso zijn er zoveel leuke dingen gebeurd. Ik mag graag anekdotes vertellen. Met een biertje aan de bar komt het ene leuke verhaal na het andere eruit. Want het is nooit saai geweest.

Soms merkte ik wel dat ik na zo’n interview met Arne heel gewichtig werd. Als het over dingen uit mijn jeugd ging die ik niet graag bespreek. Ik heb een hele leuke jeugd gehad, hoor, daar niet van. Maar het is wel misgegaan op een gegeven moment. Ik raakte tussen wal en schip. Ik leefde op straat. Als je als vijftienjarige jongen niet meer thuis mag wonen, en naar een internaat moet, dan is dat niet leuk. Dus die interviews met Arne, die zijn wel therapeutisch geweest.

Ja, was het zwaar?
Soms wel. Als we het over dingen hadden in mijn leven die zwaar waren. Dat was gek: als we het over moeilijke dingen hadden gehad, kon ik daar echt moe van zijn de volgende dag. Maar als we het over leuke dingen hadden, de cowboytijd van vroeger, dan werd ik helemaal euforisch en voelde ik me weer jong. En Arne vertelde me precies hetzelfde: de passages waar jij vastzit, schrijft heel zwaar en vermoeiend. En als het lekker gaat met jou, dan schiet het eruit.

Heb je het zelf al helemaal teruggelezen?
Ja, ik heb het net uit. Heel aparte gewaarwording.

Arne is ook met een boel andere mensen gaan praten. Was je nooit bang dat daar nare verhalen uit zouden komen?
Nee, dat wist ik wel, dat daar nare verhalen uit zouden komen. Maar dan moet je geen boek schrijven. We hadden afgesproken: open en eerlijk. Als er dingen waren die mij of mijn gezin zouden kunnen schaden, dan zouden we dat bespreken en dan zou het eruit worden gehaald. Kijk, ik had ook niet over mijn verslaving kunnen vertellen. In eerste instantie ging het echt over Multigroove. Gaandeweg leerde Arne me beter kennen door die interviews en zei hij: “Nee, het moet toch over jou gaan.”

Ik denk eigenlijk dat je Multigroove en jou niet los van elkaar kunt zien.
Precies, tot die conclusie kwam Arne ook. Eerst ging het echt over Multigroove: wat is daar gebeurd? Met verschillende karakters erin. Maar gaandeweg bleek dat alles onlosmakelijk verbonden was.

Is alles wat erin staat waar?
Bij mijn weten wel. Haha, nee, alles is waar.

Geen spijt van dingen die je hebt gezegd?
Nou, nee, ik heb geen spijt. Wel dat het later ineens binnenkomt: had ik dat wel moeten vertellen? Had ik het anders moeten vertellen? Ben ik iemand of een anekdote vergeten?

Multigroove in de Elementenstraat (foto door Kamiel Lindhout)

Wat is je favoriete passage uit het boek?
Nou kijk: ik heb in een soort achtbaan geleefd. Op mijn vijftiende ben ik in dat achtbaantje gestapt, en op m’n veertigste ben ik eruit gekomen. Dus het is lastig om daar één ding uit te kiezen. Maar de inval, dat hele kat-en-muisspel met de politie; toen ik dat teruglas, voelde ik me weer helemaal jong. Joh! Loodsen kraken, afgeluisterd worden door de politie, dat je bij zo’n locatie voor een feest aankomt en ziet: shit, locatie gecanceld. Maar die avond staat er drieduizend man op CS. Ga jij maar een nieuwe locatie vinden. Dat was zo spannend. En we flikten het gewoon.

Gaat het dan kriebelen? Dat je denkt: fuck, ik ga weer een loods kraken?
Ja. Dan word ik euforisch, dan voel ik me weer jong.

Hoe is het om zo’n groot illegaal feest te geven? Kan je dat ergens mee vergelijken?
Het is een rush. Daar ben ik mijn hele leven wel naar op zoek geweest. Ik heb nooit een bank beroofd, maar ik denk dat het lijkt op een kluis kraken.

Dacht je toen al weleens: hier moet een boek over worden geschreven?
Nee, maar later wel. Vooral ook omdat mensen zeiden dat ik dat moest doen. Er is weleens eerder een journalist mee bezig geweest, die heeft het hele dossier opgehaald, maar dat ging toen niet door. Dat was eind jaren negentig. Duncan Stutterheim was eigenlijk de eerste die tegen me zei: “Goh, je zou dat hele verhaal eens moeten vertellen.”

In welk decennium was Amsterdam volgens jou het leukst?
Tussen 1985 en 1995. Joh, toen hing er nog niet op elke straathoek een camera. Dus als we met z’n allen aan een trammetje gingen hangen, stond er niet meteen bij de volgende halte iemand in een uniform. Je zag sowieso veel minder politie op straat. Je voelde je toen veel meer een straatboefje. Alles was makkelijker en vrijer, er waren kraakpandjes waar bandjes speelden.

Zijn er nog plekken die die rauwheid van vroeger hebben?
Ik zie ze niet. Ik kan het gevoel nog weleens krijgen, hoor. Dan zie ik een straatje, of een bar die dat nog heeft. Ruigoord heeft die uitstraling ook nog, al is het daar nu ook allemaal netjes aangeharkt. Ik mis dat wel: mensen die anders willen leven.

Wat is het langste dat je ooit wakker bent geweest?
Vijf nachten. De laatste nacht is dan niet leuk meer, dan vallen er dingen uit. Het leek toen wel alsof de boel in brand stond, alsof er een dichte mist hing. Ik begon echt te trippen.

In het boek lees je dat je vaker afkickt, maar dan toch weer terugvalt. Ben je nu voor goed clean?
Dat weet ik niet. Ik zeg altijd: just for today. Vandaag effe niet. Eén dag tegelijk. Anders maak ik het ook te groot voor mezelf. Kijk, iets in mij wil natuurlijk best wel weer een keer effe, hè. De laatste keer dat ik gebruikte was ik drie dagen bezig. De eerste dag is dan fantastisch, te gek: seks, verkleedpartijtjes en doen. Maar daarna wordt het treurig.

Stel dat je je leven over zou mogen doen, maar dan zonder drugs. Zou je dat willen?
Zonder drugs? Ja hoor. Misschien was ik dan naar Thailand verhuisd. Nee, ik had wel gewoon Multigroove opgezet, en veel dingen hetzelfde gedaan. Misschien had ik wat meer vooruit gekeken. Ik had waarschijnlijk wat meer geld gehad.

Het boek gaat erg diep in op je cokeverslaving. Wat maakt coke zo gevaarlijk voor jou?
Voor mij? Dat ik niet meer kan stoppen. Dat ik blijf gebruiken. Ik hoef maar zo’n klein microkorreltje te doen en het hek is van de dam. Coke doet dat, maar niet iedereen heeft die gevoeligheid om verslaafd te raken. Misschien dat jij een snuif kan nemen en daarna denkt: ik ga naar bed. Ik kan dat niet. Kijk, bier is schoon, dat komt altijd van dezelfde fabriek. Met coke weet je niet wat voor bagger je in huis haalt. Drie nachten wakker! En het ergste is als je daarna wakker wordt en je leven en je werk weer moet oppakken. Het is destructief en je wordt er heel eenzaam van.

Dat staat ook in het boek. Dat je in je eentje in de kelder zit en zelfs je dealer niet meer kan aanspreken. Dat je zegt: gooi het maar door de brievenbus, ik betaal van de week wel.
Treurig is het. Daar is niets romantisch meer aan.

Laten we het nog even over Multigroove hebben. Kun je iets noemen dat de mensen die naar die feesten komen met elkaar verbindt?
Sowieso de muziek natuurlijk, maar er is iets, en daar kan ik ook niet precies de vinger op leggen. Er hangt iets magisch omheen. Dat was vroeger ook al, dus dat heeft niet per se met nostalgie te maken.

Misschien ben jij dat wel, die magische factor.
Dat zou ik heel mooi vinden, om dat te denken. Maar daar ben ik te bescheiden voor. Het is saamhorigheid, maar ook het ongepolijste. Alle lagen van de bevolking komen naar die feesten. Ga naar zo’n zelfde oldschool-feest dat niet van Multigroove is: de muziek is er wel, maar de sfeer is niet hetzelfde. Je zou het kunnen vergelijken met de Rolling Stones: als Keith Richards en Mick Jagger samen wat doen, dan heb je die chemie. Op het moment dat ze zelf losse projecten gaan doen, wát een drama. Verschrikkelijk! Maar zet ze bij elkaar en er gebeurt iets. Dat heb je bij Multigroove en de hele crew eromheen ook.

En dat allemaal met een organisatie die voor de helft vernoemd is naar de Multivlaai.
Ja, haha!

Tot slot: hoe is het eigenlijk met je gehoor?
Niet zo goed, hèhè. Nee, ik heb een behoorlijke gehoorbeschadiging. Ik heb hyperacusis [overgevoeligheid voor externe geluiden, red.]. Als ik veel snuif, hoor ik een brommer zes straten verderop. Alle geluiden hier op de achtergrond hoor ik keihard. En ik heb tinnitus. Dat is vervelend. Laatst was ik naar Metallica, dan hoor ik een week lang ‘grgrggowowwowowggrg’.

Het boek 'Multigroove' is geschreven door Arne van Terphoven en hier verkrijgbaar.