Advertentie
Film

De mannen van Jackass blikken terug op 'Jackass: the Movie'

We spraken onder meer met Johnny Knoxville, Bam Margera en Wee man over de legendarische film, die 15 jaar geleden uitkwam.

door Marianne Eloise
05 oktober 2017, 10:02am

Als je een zekere leeftijd en een bepaalde persoonlijkheid hebt, is er waarschijnlijk geen zin die meer gevoelens oproept dan: "Hi, I'm Johnny Knoxville. Welcome to Jackass"

De show was enorm succesvol en inspireerde kinderen over de hele wereld om tegen muren aan te fietsen of hun scheten in brand te steken. Maar na een aantal gevallen van kopieergedrag met een slechte afloop, startte een Amerikaanse senator een oorlog tegen Jackass, waardoor MTV de show strenge veiligheidsvoorschriften moest opleggen. De cast kon op die manier niet meer doen wat zij het liefste wilden en besloten uiteindelijk te stoppen met de show.

Een film – waarbij advocaten een minder groot probleem zouden zijn – was het antwoord. Die film kwam er in 2002 en werd een ongelofelijk succes, net als de show. De film had een budget van 5 miljoen dollar, leverde uiteindelijk 75 miljoen dollar op, en kreeg twee vervolgfilms in 2006 en 2010. In 2003 begonnen Chris Pontius en Steve-O met een nieuwe show: Wildboyz. Jackass inspireerde een hoop vergelijkbare shows en later ook meerdere youtubekanalen.

Toch bereikte geen enkele andere show de charme en de populariteit van het originele Jackass-serie, ook al gingen sommigen verder wat betreft pijn en grofheid. Jackass, ontstaan uit de skatecultuur in de jaren negentig en tweeduizend, was voor het grootste deel authentiek, vriendelijk en zat vol zelfspot. Je zou zeggen dat een stuntshow vooral gaat over stoer doen, maar Jackass deed dat nooit. Het ging niet over stoer kijken of anderen pijn doen; het ging over plezier en vriendschap en het was niet bang om mislukkingen of de zwaktes van de cast te laten zien. De imiterende shows na Jackass verloren dat, wat waarschijnlijk de reden is dat ze niet de levensduur en impact hadden van Jackass.

Na de tragische dood van Ryan Dunn in 2011, kreeg de nostalgie van Jackass een andere vorm; de films en shows hebben een tijd vastgelegd die nooit meer terugkeert. Een tijd van voor het internet, toen we nog naar buiten gingen en kattekwaad uithaalden om plezier te hebben.
Aangezien Jackass: The Movie nu vijftien jaar geleden is uitgekomen, willen we de bijdrage van het Jackass-team aan de populaire cultuur, en onze jeugd, gedenken door te spreken met Jeff Tremaine, Johnny Knoxville, Spike Jonze, Steve-O, Chris Pontius, Bam Margera, Wee Man, Dave England, Ehren McGhehey en Bam's moeder, April Margera, over hoe de film precies tot stand kwam.

Alle foto's door Sean Cliver en Benzo

STOPPEN MET DE SHOW

Spike Jonze: Toen de show startte, verwachtte niemand dat-ie langer zou lopen dan de eerste acht aflevering waarvoor MTV ons betaalde. Iemand betaalde ons geld om een half uur lang, op landelijke televisie, te doen wat we maar wilden. We hadden het gevoel dat we overal mee weg konden komen.
Wee Man: Ik dacht serieus dat er maar een of twee afleveringen uitgezonden zouden worden, en dat de omroep het dan zou afkappen. Maar voordat we het in de gaten hadden was het fucking groot geworden. In het begin werd het elke zondagavond uitgezonden. Er was een moment waarop mensen zeiden: "Jackass maakt Amerika elke zondag kapot!"
Steve-O: Het was echt ontzettend populair. Kinderen belandden ineens in het ziekenhuis. Er waren een hoop incidenten met mensen die ons nadeden. Het was een gekkenhuis. Er waren toen geen specifieke rechtszaken, maar er heerste zeker een vorm van angst binnen MTV. En hoe groot was onze verantwoordelijkheid?
Johnny Knoxville: Het was het jaar van de verkiezingen, en Joseph Lieberman, een senator, besloot om Hollywood hard aan te pakken in zijn campagne. Hij koos onder andere voor onze show en MTV, en daarna kwam er van alles op ons af. We hadden voortaan een beveiliger bij ons tijdens de show en we mochten bijvoorbeeld niet meer van hoger dan een halve meter naar beneden springen. Het werd op een gegeven moment zo belachelijk dat we de show niet meer konden maken op de manier waarop we dat het liefste deden.
Chris Pontius: Als je tijdens het filmen niet zag dat de straat was afgezet, als we van de stoep af moesten, mochten we het shot niet gebruiken. Het leek in de show alsof we ineens heel soft waren geworden.
Dave England: Ik overdrijf niet: na elke aflevering kregen we een lijst met tenminste 12 tot 15 aantekeningen van wat advocaten zouden kunnen gaan zeggen. "Je kan dit niet meer doen, dat niet meer doen.."
Bam Margera: We konden, door de beperkingen van MTV, zoveel dingen niet meer doen of laten zien, maar ik brak mijn stuitje een keer tijdens een stunt met een kruiwagen, waardoor ik een röntgenfoto moest maken waarop je de contouren van mijn pik zag. Daar kwamen we dan wel weer mee weg. Dat was-ie, frontaal op de televisie. Ze keurden weinig goed, maar ze lieten mijn fucking röntgenpik wel op nationale televisie verschijnen.
Jeff Tremaine: Het heeft de tv-show wel verpest – in ieder geval het karakter en het plezier – dus we besloten te stoppen op ons hoogtepunt, nadat we klaar waren met het derde seizoen.
Spike Jonze: MTV was heel erg verrast. We hadden vooraf afgesproken dat wij de show, wanneer we maar wilden, konden cancelen. Ik denk niet dat ze dat nog wisten toen wij een jaar later ineens zeiden: "We gaan stoppen met de show." Ze dachten: "Wat?" Ik denk niet dat er veel tv-shows zijn waar producers de show zelf stoppen – maar wij deden dat wel.
Johnny Knoxville: We konden op een gegeven moment niet meer doen wat we het liefste deden. Jackass betekende veel te veel voor mij en de jongens om het te laten verwateren en er een vreemde, kinderachtige versie van te maken. Dus we stopten.

HOE NU VERDER?

Jeff Tremaine: Op dat moment zei Spike: "Wat als we er een film van maken?" dat vonden we een goed idee, want we hadden het idee dat het vrij snel over zou zijn met de pret. We wilden een waardig afscheid. De film gaf ons daar de vrijheid toe. Het zou namelijk een film worden voor achttien jaar en ouder. We konden dus meer doen, zonder rekening te houden met kleine kinderen, die er eventueel beïnvloed door zouden kunnen worden. Bovendien hadden we een groter budget om idiote dingen te doen.
Steve-O: Achteraf is het best logisch. De film van Beavis and Butthead ging ons voor, net zoals de film van South Park – niet veel later kwamen wij. Een vergelijking met animatie is misschien gek, maar het is wel vanzelfsprekend. Neem namelijk iets dat schopt tegen de norm, een standaard kabeltelevisieprogramma, en maak er een film van. Dat lijkt éigenlijk tegennatuurlijk. Er waren voorgangers, maar ik heb er nooit echt over nagedacht dat het een optie was.
Johnny Knoxville: We probeerden allemaal nog steeds alles een beetje te leren, en nu moeten we opeens een film maken, en hadden we geld om dat te doen. Maar gelukkig kon Spike ons tips geven. Echt: godzijdank was Spike er. Voordat we begonnen met de televisieshow maakten we een pitchvideo met materiaal van de Big Brother-video en CKY. Het was origineel. Het was misschien een beetje debiel, maar als Spike Jonze zijn naam eraan verbindt, dan denkt iedereen opeens: wow, deze jongens snappen het! Maar we snapten helemaal niks.
Steve-O: Ook al waren de ideeën nieuw en fantastisch, we hadden alsnog geen idee wat we nou precies aan het doen waren. Een aantal van ons wisten niet eens wat een quitclaim inhield. Pas toen we de film gingen draaien, begonnen we dingen te begrijpen. We hadden voor het eerst een geluidsman. Ik vond het heel ongemakkelijk om tegen de camera te praten.
Spike Jonze: In de eerste film hebben we de hoofdkarakters centraal gesteld. In de serie filmden we gewoon wie er op dat moment bij was. We schreven soms wel kleine scripts en dan hadden we een bepaald persoon in gedachten, maar de cast bestond meestal gewoon uit degenen die kwamen opdagen, en waarmee iedereen wilde hangen of reizen. Een soort skateteam, eigenlijk.
Steve-O: Jackass was gewoon een grote strijd om op televisie te komen. Er was geen hiërarchie. Ze zetten ons in een bepaalde volgorde, maar het ging uiteindelijk gewoon om goed materiaal. Niemand had last van een ego. Niemand kwam er meer in voor dan een ander. De kwaliteit van het materiaal telde. Met kwaliteit bedoel ik hoe sick het was.
Jeff Tremaine: Toen we onze deal met Paramount en MTV sloten, was Sherry Lansing de baas van Paramount. Voordat we gingen draaien zei ze tegen ons: "Zorg ervoor dat het groter en idioter wordt dan het ooit is geweest." Het was te gek om dat steuntje in de rug te krijgen van de grote baas. Ze begreep het gewoon.

HET MAAKPROCES

Steve-o: Ik was echt klaar om te vlammen. Ik kan me het eerste gesprek met Tremaine nog wel herinneren. Ik was op kantoor, het was waarschijnlijk mijn eerste dag. Hij zei: "Dit is geen televisie meer. Dit is een film en het is achttien plus, dus alles moet groter, gekker. Kom niet aanzetten met saaie ideeën." Toen was ik wel een beetje beledigd. Hoe kan hij nou denken dat ik ooit een saai idee zou inleveren? "Oh, ja, wat denk je ervan als ik een enorme versie van mezelf op mezelf tatoeeër?" Dat was mijn eerste idee.
Jeff Tremaine: Op onze eerste reis gingen we naar Portland. Daar hing een andere energie. Dynamisch. Die jongens waren heel competitief.
Dave England: Het voelde een beetje alsof we een nieuwe vrijheid hadden gevonden, omdat we ons voorheen zo strak aan de regels van televisie moesten houden. We mochten weer alles doen, en dat werkt het beste – als niemand ons tegenhoudt.
Ehren Mcghehey: Het verschil tussen de film en de televisieshow was heel groot. Bij de televisieshow renden we gewoon wat rond met kleine camera's en hadden we niet eens artsen bij ons. Tijdens het maken van de film werd alles voor ons geregeld, en dat was te gek. Maar daar hoort ook een grotere verantwoordelijkheid bij. We moesten dus nog sickere dingen doen.
Johnny Knoxville: Je zou het liefst met ons mee willen doen. Maar geloof me, dat wil je echt niet. De set sloopt je. In het begin had iedereen er zin in, maar de laatste twee maanden ging iedereen fysiek en mentaal kapot. Je kon iemand op zijn schouder tikken, en hij ging ervoor. Het was een fanatieke set.
Ehren Mcghehey: Mijn geestelijke gesteldheid is eigenlijk altijd wel in een staat van PTSS, want elke keer als ik een hoek omga denk ik dat er een reuzenhand me in mijn gezicht gaat slaan. We zijn een soort peloton. Ik kan thuiszitten in Portland, en me zorgen maken, en me nerveus voelen over het feit dat ik over twee weken in een situatie ga zitten waarin ik dood zou kunnen gaan.

DE STUNTS

Johnny Knoxville: Ik hou van de kleine dingetjes. Bijvoorbeeld toen Bams moeder eindelijk een keer 'fuck' zei. Soms zijn de kleinigheden het leukst.
April Margera: Oh god. Dat was zo gek. Ik wist dat ze aan het filmen waren in Pennsylvania. Ik was onderweg naar huis en ik belde mijn man om te vragen of er iemand was, zodat ik gewoon naar bed zou kunnen. Hij zei dat er niemand was. Dus ik kom thuis en alle lichten zijn aan. Ligt er een alligator op de grond. Het eerste wat ik dacht was: mijn god, ze doen eindelijk een film met Paramount, ze hebben een enorm budget en dit is wat ze ermee doen? Een nep-alligator kopen? Hoe duur is dit ding? Moet ik hier bang voor zijn? Ik weet nog dat ik schreeuwde: "Is dit echt?" Jeff vertelde later dat ik dat 56 keer heb geroepen. Ik wilde hem aanraken, maar sloot mezelf op in het washok. Ik wilde gewoon horen of-ie echt was of niet. Toen ze het uiteindelijk vertelden, was ik helemaal over de rooie.
Spike Jonze: Bams ouders waren zo cool. Elke keer gingen we daar filmen en ze zeiden nooit zoiets van: nu is het genoeg. Ik denk dat het komt omdat Bam al van kleins af aan dit soort shit deed. Maar elke keer dat we er waren maakte April eten voor ons en we hingen rond, we filmden in de tuin en keken tv. Ze was overduidelijk de moeder van ons allemaal.
April Margera: Dat was ik denk ik altijd al, ook met de vriendjes van mijn zoon. Bam belde dan om te zeggen dat-ie naar huis kwam en om te vragen wat we aten. Ik maakte dan iets van wat we in huis hadden en probeerde al zijn vrienden te eten te geven. Toen de Jackass-gasten langskwamen, deed ik hetzelfde. Ik vond het niet zo gek.
Wee Man: Ik ging laatst naar een bar en daar was de film op tv. Het was zo gek. Ze wisten niet dat we kwamen, maar toen ik binnenkwam stond die film op. Bizar. Een van mijn favoriete dingen was toen Dunn in elkaar getrapt werd door een kickboksende meid. Hij doet de handschoenen aan en alles, en zij mept hem gewoon in elkaar. Hij wist het van tevoren. Hij zei: "Dude, ik word zo de grond in gebeukt door een meisje." Ze deed niet eens een warming up. Hij was een kleine boksbal voor haar.
Johnny Knoxville: Mijn favoriete moment uit die film is als Ryan Dunn een speelgoedautootje in zijn kont stopt en een röntgenfoto laat maken.


Jeff Tremaine: Ik denk dat dit mijn lievelingsmoment aller tijden is. Het idee bestond al ten tijde van de tv-show. Ik geloof dat Spike het idee had om een mobieltje in zijn reet te stoppen, maar die waren toen nog te groot. Het ging in elk geval niet om Ryan, ik geloof dat we altijd dachten dat dit een ding voor Steve-O was. Toen Ryan besloot om het te doen, viel alles op z'n plek. Het was magisch.
Spike Jonze: Het grappig is dat, als de ruwe beelden binnen komen, je alles bij elkaar gooit en gaat beslissen waar je mee wil openen en eindigen, net als bij een skatefilm. Toen Jeff terugkwam uit Florida met het deel van Ryan en het speelgoedautootje, zei hij: "We hebben het einde." We gingen zitten om ernaar te kijken en iedereen riep: "Yes! Dit is het!" Het was een opluchting. Tot de dag van vandaag is het een scène die ik kan blijven kijken, omdat Ryan zo goed is. Het vat heel goed hoe lief hij is. Hij was zo grappig, zonder er moeite voor te doen, zo droog. Het enige wat hij hoefde te doen, was neerslachtig naar de camera kijken. Dat was het beste ooit. De grap was dat we dachten dat we met een enorme klapper moesten eindigen, iets spectaculairs, en we hadden ook daadwerkelijk zoiets geschoten, maar dat werkte niet zo goed. We realiseerden ons dat het einde gewoon het beste stuk moest zijn. Dat was Ryan met die auto in zijn reet.

Jeff Tremaine: Ik herinner me dat we rondreden. Ik reed in het productiebusje en een cameraman filmt Ryan terwijl hij gewoon probeert te zitten. Maar er zit een autootje in zijn kont, dus echt comfortabel is het niet. Bam lacht hem uit en we zijn verdwaald, op zoek naar de dokter die de röntgenfoto's moet maken. Het was in Miami en ik reed zomaar wat rond, op zoek naar het adres. Er was nog geen GPS en dat soort dingen. Ryan keek me aan: "Meen je dit? Gebeurt dit echt?" De druk was hoog omdat we die dokter nog zo ver moesten krijgen. Die gast kon er elk moment uitstappen. De dokter had geen idee waar we voor kwamen.
Spike Jonze: Ik herinner me elk moment als de dag van gisteren. Bam die helpt met het autootje erin stoppen met handschoenen aan, Manny komt binnen, hij is een ruige vent die met alligators worstelt, en hij is compleet in shock. Er is een arts bij. We namen de tijd en we hingen gewoon rond terwijl hij met Ryan bezig was. Mijn favoriete moment uit alles wat we ooit filmden is Steve-O die vertelt over de reactie van zijn vader toen hij ooit een autootje in zijn kont stak. "Ik vind het niet erg als mijn vader boos is. Wat echt pijn doet, is als hij teleurgesteld is." Dat was de perfecte zin om die gasten te omschrijven. Lance Bangs filmde dat allemaal. We waren gewoon samen. Het heeft iets echts en puurs. Wat ze doen is gestoord, maar het feit dat het hun werk was, is nog veel lijper.

EEN GRENS TREKKEN

Steve-O: Ik doe niks waarbij ik mijn ruggengraat of mijn leven in gevaar breng. Dat zijn mijn twee regels. Verlamming en doodgaan zijn taboe.
Johnny Knoxville: Ik hou niet van kou. Als er een stunt is met iets kouds, zeg ik: "Iemand doet deze al, toch?" Ik hou er gewoon niet van. Ik draag ook niet graag Speedos. Ik ben te zelfbewust. Pontius en Steve-O komen daar beter mee weg. Dat zijn knappe mannen. Ik doe niet zoveel gore dingen. Ik hou van dingen die met zwaartekracht en brute kracht te maken hebben.
Bam Margera: In het begin deed ik niks waarvoor ik naakt moest zijn. Ik voelde me er gewoon niet prettig bij. Ik probeerde ook altijd uit de buurt te blijven van stieren, gewoon omdat ik het liefst stunts doe waarbij ik zelf de controle heb, zoals met een skateboard tegen een muur knallen. Je kan uitvogelen hoe je kunt vallen zodat het er sick uitziet, maar een stier die over je heen stampt, heb je niet in de hand. Voor de tweede film had Tremaine me overtuigd om in het openingsshot toch iets met stieren te doen.
Chris Pontius: Ik lul me nooit ergens onderuit. Soms denk ik dat iemand anders geschikter is om iets te doen, of is hun reactie beter. Jackass gaat erom dat wij voor paal staan. Het moet gemeen zijn voor ons. Dat is eigenlijk de enige regel. Er zijn wat programma's geweest die op die van ons leken, en soms waren ze grappig, maar wat ik denk dat het verschil met Jackass is – wat overigens onbedoeld was – dat het niet enkel ging om de stunts en de grappen.

ONTVANGST

Johnny Knoxville: Ik herinner me de eerste vertoning bij Paramount voor familie, vrienden en executives nog goed. Toen we hem lieten zien aan de executives, was-ie nog erg lang. We probeerden wat grappen uit en het was nog een ruwe versie. Een van de executives, ik noem geen naam, stond op en zei: "Paramount zal deze film nooit uitbrengen." We moesten ervoor vechten, maar ik denk dat het een emotionele reactie was van een individu, die nog nooit zoiets gezien had.
Spike Jonze: Het was de baas van Sherry Lansing die dat zei, maar Sherry, een wat oudere, beroemde en succesvolle vrouw – nou ja, ik weet niet hoe het precies gebeurde, maar ze hebben de film uitgebracht.
Chris Pontius: Voor de officiële release lieten ze de film zien aan een klein publiek. Wij mochten in de bioscoop in een achterkamertje kijken naar de reacties, zodat we konden zien wat mensen lollig vonden. Het was bizar om naar te kijken, sommige mensen werden letterlijk ziek en begonnen te kotsen. Sommigen waren fans van Jackass en sommige mensen wilden gewoon gratis naar een film kijken, dus we zagen wel wat mensen boos de zaal uit lopen.
Steve-O: Ik herinner me dat ik gebeld werd door Knoxville, vlak na de première. Hij zei: "Dude, het is gelukt, we staan op één."
Spike Jonze: De première was erg leuk. Het was in de Cinema Dome, een plek waar veel beroemde films hun première hadden, zoals 2001 en Close Encounters of the Third Kind. Ik weet nog dat ik over de rode loper liep en naar Steve-O, Preston, Bam en Wee Man keek. Het waren nog steeds dezelfde gasten, maar dan op een rode loper.
Jeff Tremaine: Ik herinner met nog dat ik gebeld werd op de openingsavond. Paramount had me een klein busje geleend, dus we reden met een paar van de gasten en onze ouders van bioscoop naar bioscoop. We begonnen bij de matineevoorstelling om vijf uur op vrijdag en glipten via de achterdeur naar binnen nadat de film was begonnen. Ik stond naast mijn vader en we keken rond: er zaten misschien vijf mensen. Ik dacht: fuck. Mijn vader keek me aan en zei: "Ja, dat is dus zuur." Maar naarmate de avond vorderde kregen we telefoontjes van Paramount omdat wij aan de westkust waren en we hoorden hoe goed-ie het deed aan de oostkust. We bleven rondrijden en telkens bleek dat bioscopen extra voorstellingen aankondigden. Het was geweldig. Ik weet nog dat ik nerveus werd omdat het zo goed ging. Ik werd helemaal gek. Paramount bleef maar bellen: "Het gaat dit doen, het gaat dat doen." Het ging van 10 miljoen bij de opening naar 20. Ik zei: "Wow, ik weet niet eens wat dat betekent!"
Wee Man: Ik weet nog dat ik op een skatetour ging in Japan. Jackass: The Movie was drie maanden uit in Amerika en echt net in Japan te zien. Mensen kwamen winkels uit rennen en schreeuwden mijn naam. Mijn skatevrienden zeiden: "Dude, het is klaar. Nu weet iedereen wie je bent."

LAATSTE WOORDEN

Spike Jonze: Tijdens de eerste film was alles nog nieuw en net begonnen, we wisten nog niet wat het was. Maar tijdens de laatste film hadden we zoveel meegemaakt samen. In de eerste zie je nog onschuld en naïviteit. Tenminste, dat zie ik als ik ernaar kijk.
Chris Pontius: Toen Jackass begon, deden we het met iedereen in onze kring, mensen in de skateboardwereld en daarbuiten. Het was geen vaste cast, we stonden open voor iedereen die een goed idee had en zin had om te filmen. Later werd de cast gewoon de mensen die het vaakst zin hadden om wat te doen.
Jeff Tremaine: Mensen denken dat het over één nacht ijs ging. Het is niet alsof er een casting was en we al deze lui bij elkaar zochten die we nog niet kenden. Er zit een enorme geschiedenis aan vast. De cast en de crew is een soort familie, zoiets kun je niet veinzen, het is authentiek. Tegen de tijd dat we terug waren gebracht tot de mensen die tot de Jackass-­familie behoorden, hadden we gasten die bewezen hadden dat ze uitblonken in domme dingen doen.
Johnny Knoxville: We zijn echt goede vrienden. Andere mensen die probeerden wat wij deden denken dat het gaat om stoer doen, maar bij ons had niemand het idee dat-ie stoer was. We doen gekke dingen en soms wordt het een beetje stout, maar het is soms ook onschuldig en lieflijk. Dat komt door die vriendschap, maar ook door hoe die gasten waren. Dat kan je niet nabootsen.
Dave England: Er was iets met de dynamiek tussen deze mensen. Een perfecte mix van verschillende persoonlijkheden die ook nog eens vrienden waren. Daarom was het zo leuk om naar te kijken.
Wee Man: Het was net als een goede band. De muziekindustrie kan geen vette band maken. Niemand kan een stel gasten bij elkaar zoeken, en dat het dan vet wordt. Maar als je vrienden bent en je maakt muziek – dat is ongeveer wat wij deden. We vonden uit hoe je alles bij elkaar kon gooien en het op een band laten lijken.
Chris Pontius: Mensen realiseren zich dat niet, weet je. Ik denk dat als mensen het kijken, ze herinnerd worden aan keren dat ze met hun vrienden hingen. Veel mensen keken het niet voor de stunts, dus ik denk dat het daarom bijzonder werd.
Dave England: Ken je dat, van die mensen die samen naar een oorlogsgebied gaan en naderhand blijven ze vrienden omdat niemand begrijpt wat ze allemaal hebben meegemaakt? Ik bedoel niet dat wij in een oorlog hebben gevochten. Wij vochten een hele leuke oorlog, in elk geval. Maar niemand kan begrijpen wat wij samen hebben meegemaakt.