Als je in een kledingwinkel werkt duurt het niet lang voor je de gehele mensheid haat

“Een kleuter kotste een keer de hele boel onder, waarna z’n moeder een shirt uit de winkel gebruikte om zijn gezicht schoon te vegen. Daarna gaf ze het shirt aan mij.”
1.11.18
Een boze kassadame
Illustration: Laura Binder

“Sorry,” zei ik. “Eén persoon tegelijk in het pashokje alsjeblieft.” Het tienermeisje keek me bijdehand aan, haar vriendje werd helemaal rood. Ze antwoordde: “Volgens mij ben jij gewoon jaloers omdat ik een vriendje heb.”

Een paar uur later rukte een andere klant een jurk van een hangertje en vroeg of ik die nog in andere maten had. Toen ik zei dat we die helaas niet hadden, liet ze het op de grond vallen, draaide ze zich om en liep ze zonder iets te zeggen weg. Ik vroeg haar of ze het jurkje alsjeblieft even terug wilde hangen, waarop ze antwoorde: “Hij lag al op de grond.”

Weer later, dus nog steeds diezelfde dag, begon er een man tegen me te schreeuwen omdat ik z’n tas, die op de grond lag, naar de gevonden voorwerpen had gebracht. Ik probeerde hem uit te leggen dat iemand die tas had kunnen stelen, maar hij bleef maar schreeuwen dat hij zich niet de les liet lezen door een “winkelmeisje.”

Dit soort dagen waren vrij normaal toen ik in een kledingwinkel werkte. Vier jaar lang was ik verkoper, voor twee grote modebedrijven. Niet dat dat een reet uitmaakt trouwens – of je nou kleding, koffie, condooms, broccoli of stofzuigers verkoopt, het is allemaal één pot nat. Ik haatte het toen, en ik haat het nu nog steeds.

Een tijdje terug sprak ik af met twee oud-collega’s van me, die de mensheid inmiddels net zo haten als ik, om onze ergste werkervaringen met elkaar te delen. Anna en Miriam werken nog steeds in een winkel, dus hebben we hun namen veranderd zodat ze hun baan niet kwijt raken. Ik heet trouwens ook geen Juli, maar ik moest helaas ooit een vertrouwenscontract tekenen toen ik voor die ellendige, helse bedrijven werkte.

Eine Jeans mit einem blutigen Tampon in einer Tasche hängt neben einem Mantel den Fliegen umschwirren

De oneindige goorheid

Juli: een vrouw liep een keer met haar kinderwagen door de winkel, waarbij ze alles omstootte wat op haar pad kwam. Geïrriteerd liep ik achter haar aan, richting de pashokjes. Ik vouwde wat kleren op totdat ze klaar was met passen. Opeens rukte ze het gordijn open en kotste haar peuter zijn lunch uit. De vrouw pakte een t-shirt dat over haar arm hing en veegde zijn gezicht ermee schoon. Daarna stak ze haar arm uit en wilde ze het shirt doodleuk aan me teruggeven.

Miriam: Omdat mensen het gevoel hebben dat er in een pashokje niet op ze gelet wordt, is dat vaak de smerigste plek die er is. Iemand had een keer een hele stapel kleren in haar hokje laten liggen die ik moest opruimen. Terwijl ik dat aan het doen was merkte ik opeens dat er iets in de zak van een spijkerbroek zat. Het bleek een gebruikte tampon.

Anna: Ik vond een keer een leeg, plakkerig ijsbakje in de paskamer dat ik niet durfde aan te raken. Ik liet ik het dus maar staan. Toen ik later die paskamer weer in kwam, zat het bakje vol met pis. Het bakje was zo klein dat de hele vloer ook onder de urine zat. Ook zat er poep in een jaszak.

illustration

Het zuivere gebrek aan respect

Juli: Ik moest een keer uren achter de kassa staan omdat we niet genoeg personeel hadden en er dus geen tijd was voor een pauze. Toen ik eindelijk werd afgelost sloot ik mijn kassa af. Een oudere dame achterin de rij begon tegen me te schreeuwen, omdat ze boos was dat ik wegging. Ik probeerde haar uit te leggen dat we ons aan het pauzerooster moeten houden, waarop ze zei: “Het lijkt erop alsof jouw hele leven één grote pauze is.”

Anna: De winkel ging bijna dicht en ik was net klaar met opruimen. Ik had pijn in mijn rug en ik had echt vreselijk veel zin om naar huis te gaan. Er was alleen nog één klant op mijn afdeling, een moeder met kind. Ze trok op zo’n wilde manier de kleren uit het rek, dat er een hele stapel op de grond viel. Toen haar kind zei dat ze het op moest ruimen zei ze: “Nee hoor schatje, dat moet die mevrouw daar doen.”

Miriam: Ik had een keer een klant die iets heel kleins wilde afrekenen met een enorm biljet. Ik vroeg of ze het misschien wat kleiner had, maar daar reageerde ze niet op. Toen ik het nog een keer vroeg schreeuwde ze: “Nee!” En dus nam ik het geld maar gewoon aan. Toen ik haar wisselgeld had geteld, grabbelde ze in haar tas en gooide ze wat munten op de toonbank. Ik negeerde het maar. Mijn reactie is altijd hetzelfde in dit soort situaties: “Sorry mevrouw, ik heb het al ingevoerd.” Daarop begon ze weer te schreeuwen: “Wordt er tegenwoordig geen wiskunde meer gegeven op school?!”



De intense schaamteloosheid

Juli: Toen ons brandalarm een keer af ging moest iedereen zo snel mogelijk de winkel uit. Een paar mensen raakten een beetje in paniek, maar twee meiden op de schoenenafdeling niet. “We moeten het gebouw verlaten, ga alsjeblieft zo snel mogelijk naar de nooduitgang,” zei ik.

“Een momentje, we zijn bijna klaar.”
“Dit is geen oefening, ga alsjeblieft nu weg!”
“Kunnen we niet nog heel snel deze schoenen even afrekenen?”
“Welk deel van ‘nu’ begrijp je niet?”
“Ah sorry, ja je mompelde een beetje.”

Miriam: Een vrouw wilde een keer een jas met een brandgat erin terugbrengen. Ze werd boos toen ik haar netjes zei dat deze jas niet met een brandgat erin was gemaakt. Ze schreeuwde dat ze haar geld terug wilde. Ik had het helemaal gehad met die vrouw, en ik bleef bij m’n standpunt. Maar ze gaf niet op, dus heb ik de manager erbij gehaald in de hoop dat hij het zou oplossen. Hij kwam erbij staan, keek naar de jas en besloot haar gewoon haar geld terug te geven. Hij wilde ook nog eens dat ik mijn excuses aanbood omdat ik ‘onbeschoft’ was geweest. De vrouw keek me met een tevreden gezicht aan en zei: “Nou, waar wacht je op?”

Anna: Een hoogzwangere vrouw was iets aan het passen in de hoek van de winkel. Ik hield haar in de gaten, om te zien of ze de spullen die ze niet wilde zou laten liggen. Opeens zag ik dat er iets onder haar shirt zat. Het was haar man, die haar met z’n hand aan het bevredigen was. Op de kinderafdeling!

Ein Kind weint, eine Hand holt zur Backpfeife aus

De agressie

Juli: Ik haatte het als ik aan klanten moest vragen of ze wilde betalen voor een tasje, maar ik moest wel. De meesten zeiden automatisch nee, maar keken me daarna wel verbaasd aan als ik hun de spullen gaf, zónder tasje. Dit gebeurde ook een keer met gast die me vervolgens boos aankeek en me vroeg waar hij in hemelsnaam z’n spullen moest laten. Toen ik nog een keer zei dat een tasje 15 cent kost, werd hij nog bozer. Hij gooide wat muntgeld in mijn gezicht en schreeuwde: “Hier met die tas!” Dat ging me te ver, dus heb ik hem de winkel uitgezet.

Anna: Een keer was er een klein kind heel hard aan het krijsen. De hele winkel kon het horen. Z’n moeder liep gewoon door en liet dat kind lekker schreeuwen, tot ze na tien minuten terugkwam en gaf hem een klap gaf. Ik belde naar het hoofdkantoor en vroeg of we de politie moesten bellen. Helaas had ze het door, waarna ze snel de winkel uitglipte.

Miriam: Een keer liet een klant een enorme puinhoop achter in een pashokje. Ik had een goeie dag, dus verzamelde ik wat moed bij elkaar en vroeg haar of ze haar spullen even terug wilde hangen. Ze werd heel boos en zei dat ik dat alleen maar aan haar vroeg omdat ze zwart was. Ik zei dat haar huidskleur er niets mee te maken had, maar voor ik klaar was met de zin slingerde ze al een trui naar mijn hoofd. Voordat ik iets kon doen had ze de rest van de spullen ook naar me toe gegooid. Daarna rende ze weg.

Dit artikel verscheen eerder op VICE Duitsland.

Bang dat je iets mist? Begrijpelijk. Daarom hebben we een nieuwsbrief met onze beste stukken, video’s én winacties: http://bit.ly/vicenieuwsbrief