Music by VICE

Ik ontrafelde het mysterie van Veenendaalse hardstyle

Headhunterz, Wildstylez en Noisecontrollers groeiden allemaal op in het non-descripte plaatsje en werden wereldberoemd. Hoe kan dat nou?

door Tim Fraanje; foto's door Zev Klinger
29 november 2019, 9:15am

“Dit is de birthplace van een movement,” zegt de wereldberoemde hardstyle-dj Headhunterz , oftewel Willem Rebergen. Zijn stem echoot over het lege dorpsplein in Veenendaal tegen de kerk, de bloembakken en de gigantische C&A. Het miezert een beetje. Er rijdt iemand in een scootmobiel voorbij.

Sommige plekken zijn bijzonder vruchtbare grond voor een hele specifieke muzieksoort, en meestal is dit goed te verklaren. Gabber komt uit Rotterdam, een kale, rauwe stad vol keihard beton. In Volendam maken ze muziek die net zo glad is als de palingen die er gevangen worden. In Veenendaal is een zeer succesvolle, extra melodieuze maar snoeiharde versie van hardstyle tot bloei gekomen. Tussen de 60.000 inwoners van dit keurige Biblebelt-dorp zaten maar liefst drie werelddj’s, want naast Headhunterz komen ook Bas “Noisecontrollers” Oskam en Joram “Wildstylez” Metekohy uit Veenendaal. Willem en Joram hebben al een paar jaar een eigen label, Art of Creation, waar Bas zich onlangs bij heeft aangesloten. Ik vraag me af hoe ze, los van elkaar, op het idee kwamen om hardstyle te maken, en daar dan ook nog eens alledrie internationaal succesvol werden. Mysterieus.

We praten erover in de lokale brasserie en al vrij snel beginnen de dj’s vanachter hun munttheetjes en spaatjes rood herinneringen op te halen. Het mysterie blijkt helemaal niet zo’n mysterie. “Toen ik begon met uitgaan, draaiden ze hardstyle in de jongerendiscotheek een stukje verderop,” zegt Willem. “Er hoorde ook een dansje bij: stampen. Ik oefende dat voor de spiegel, en dan gingen we in het weekend uit. Maar stiekem wilde ik de dj zijn. Ik heb nog meegedaan aan een dj-contest, maar die verloor ik.” Op zijn eerste grote feest werd het verlangen nog groter: “Qlimax 2003, die avond heeft mijn leven veranderd. Ik heb alleen maar vooraan naar de dj staan kijken. Geen druppel gedronken, geen drugs. Ik was broodnuchter en dacht: dit wil ik gewoon.”

Ook Joram heeft warme herinneringen aan zijn eerste hardstyle-feest. “Mijn eerste hardstylefeest was Qlimax in de Heineken Music Hall, juni 2001. Toen heette het nog niet eens hardstyle. Ik ging naar feesten in de Jaarbeurs enzo. Dat soort feesten bestaan niet meer, dat je gewoon tegen het verkeer in liep, en van zaal naar zaal hopte. Op die feesten waren er minimaal vijftig Veenendalers aanwezig, altijd links vooraan. Op die manier ben ik met de muziek in aanraking gekomen. Trance Energy 2001.” Bas vult aan: “Inner City, daar draaide Gary D., een van mijn jeugdhelden. Hij is inmiddels overleden.”

Op de feesten deden ze inspiratie op voor hun eigen producties. Voor Willem, die als eerste van de drie naam maakte was vooral het nummer Immeasurably van de Donkey Rollers een belangrijk keerpunt. “Die moet ik toch wel echt de credits geven.” Joram relativeert: “Dat was ook de enige fatsoenlijke kick die te samplen was.” Maar volgens Willem zat er wel meer achter dan alleen dat: “Dit was het eerste nummer waarin de toonhoogte van de kick veranderde, waardoor je opeens hele akkoordenschema’s kon maken. Ik kon opeens mijn muzikaliteit kwijt in deze muziek die heel hard was, maar die hiervoor vrij oppervlakkig was geweest. Credits voor mezelf dat ik dat besefte.” Willem gebruikte het idee uit Immeasurably – en de muzikaliteit die hij opdeed in het Veenendaalse kinderkoor ‘Kom Maar Op’ – om een nieuwe stijl uit te vinden die bekend kwam te staan als ‘Hardstyle classics’. Het was een breuk met early hardstyle uit de beginjaren: melodieuzer en emotioneler. Het sloeg gigantisch aan en veranderde hardstyle ingrijpend.

Joram legt wat uit
Joram (rechts) en de auteur

Joram en Willem kenden elkaar toen al. Niet uit Veenendaal, maar van de Rockacademie in Tilburg die ze allebei niet afmaakten omdat het te goed ging met hun carrière. Willem: “Wij hebben veel van elkaar geleerd. We hebben samen heel veel uitgevonden, heel veel techniekjes. Dat deelden we dan met elkaar.” Joram: “Bas leerden we later pas kennen.” Ook toen de drie samen een studio deelden bleef Bas zijn eigen ding doen. “Hij zat altijd aan een stuk door te produceren en ging dan zonder iets te zeggen weg.” Toch beïnvloeden ze elkaar, en zo komen ze tot de melodieuze Veenendaal-sound. “Wij zaten gewoon hardstyle te maken zoals wij dachten dat het moest klinken. Het werd op een gegeven moment zo luisterbaar dat zelfs mijn moeder en mijn oma het konden begrijpen. Zo brak het door de grenzen van de scene. Het is hard van buiten en zacht van binnen.”

Dat dat levensgevoel niet zomaar uit het niks komt, zie ik eerder die dag al, als Willem me een rondleiding geeft door zijn oude buurt. Willem begint zijn eerste studiootje hier, op de zolderkamer bij zijn moeder. Hij vertelt hoe hij geduld oefende tijdens het vissen in een vijvertje, wat weer van pas kwam in de studio. “Ik heb op precies deze steen gestaan als kind, niet wetende wat me te wachten stond. Dat is een raar besef. Als ik terugkijk valt alles opeens op zijn plek.” Het is moeilijk te bevatten dat iemand die zowat elke week met een jetlag aan een andere kant van de wereld zit overweldigd raakt door grasveldjes, grijze huizen en kattenbeeldjes.

Het zal door de herinneringen komen. Mijn tochtje met Willem door de buurt begint steeds meer op een soort bedevaart te lijken. Elk element uit het wijkje lijkt een belangrijk element in zijn meeslepende leven, en dus ook in het verhaal van het Veenendaalse hardstylesucces. “Ik romantiseer het heel erg, dat weet ik zelf ook. Maar het voelt alsof ik door een museum loop,” bekent hij. Willem moet op zijn beurt ook een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten, want zijn oude buren, Bep en Gert, komen naar buiten gerend en vliegen hem in de armen. “Jij bent Willem,” zegt Bep, verwonderd en met overslaande stem, en ze begint meteen over opa’s, oma’s en verjaardagen.

Bep en Gert en Willem Rebergen
Willem sluit zijn oude buren in de armen.

“Zoals je ziet ben ik echt een gevoelsmens,” licht Willem toe, als de buren weer naar binnen zijn. “Dat is ook wat ik in muziek wil vinden: muziek die me in mijn hart raakt. Je kunt er los op gaan, maar je kunt er ook kippenvel van krijgen of van gaan huilen.”

Hoewel de muziek van Joram en Bas ook emotioneel is, kijken ze een stuk nuchterder tegen hun geboorteplaats aan. Misschien ligt het eraan dat ze er nog steeds veel komen. Willem is een paar jaar geleden naar Haarlem verhuisd. Bas woont ook niet meer in Veenendaal, maar in het nabijgelegen Elst. Joram heeft net weer een huis in Veenendaal gekocht: “Ik ben tweeënhalf jaar geleden voor het eerst uit Veenendaal vertrokken, naar Rhenen. Een hele stap. Maar nu hebben we weer een huis in Veenendaal gekocht. Misschien dat mijn carrière nu weer een boost krijgt,” waarop Willem droogjes opmerkt: “Ja, want nu gaat het bij ons allemaal niet zo goed.” Joram: “Een neerwaartse spiraal. Ik heb er weleens over nagedacht. Volgens mij komt het doordat er hier zo weinig te doen is, dat je andere hobby’s gaat zoeken.”

Ik vraag naar de meest inspirerende plekken van Veenendaal. “De Krul,” zegt Joram meteen, tot grote hilariteit. De Krul is een kunstwerk dat eerst in de stad stond, maar inmiddels verhuisd is naar een rotonde. Joram ontkent met klem dat de Krul invloed heeft gehad op zijn muziek. “Dat was de plek waar je elkaar ontmoette, als je vroeger op vrijdagavond rondjes ging lopen. Je kon verder niks. We waren echt hangjongeren. Er kwam weleens politie kijken. Dat je ergens bij een flat stond te blowen, en weggestuurd werd door mensen die stonden te kijken. Sommige van mijn vrienden hadden met oud en nieuw illegaal vuurwerk, of spoten graffiti. Maar dat soort dingen interesseerde mij niet zo.”

De Krul in Veenendaal
De Krul.

Joram verschuilt zich al de hele tijd achter zijn stoïcijnse gegein, en doet alsof de Veenendaalse omgevingsfactoren hem totaal onberoerd hebben gelaten. Toch doet De Krul, een gigantische metalen sculptuur van een breisteek, me erg denken aan de Veenendaalse hardstyle-esthetiek zoals Willem die vanochtend beschreef. De Krul komt op het eerste gezicht keihard en masculien over, maar het onderwerp is gezellig, huiselijk en begrijpelijk voor oma’s.

Maar anders dan de muziek van veel andere muzikanten sloeg de muziek van Willem, Joram en Bas niet alleen bij hun moeders en oma’s aan. Over de hele wereld is er vraag naar hun meeslepende stampherrie. Komt dat ook niet gewoon omdat ze heel hard werken, zoals het cliché over mensen in de Biblebelt luidt?

“Ik heb voordat ik de muziek in ging altijd op een distributiecentrum gewerkt. Daar was de truc juist om zo weinig mogelijk te doen,” relativeert Joram, maar die is dan ook niet gelovig opgevoed. Willem is wel een beetje christelijk opgevoed – christelijke school, bidden voor het eten – maar voor hem werkte het calvinisme juist averechts. “Er heerst hier nog wel de mentaliteit van: doe normaal, ga gewoon een vak leren. Ik voelde me in het begin soms bijna schuldig dat ik voor niemand mijn bed uit hoefde te komen,” zegt Willem. “Dat ik nergens van negen tot vijf hoefde te zitten, en toch mijn brood verdien. Ik miste houvast in mijn leven. Maar mijn vader zei: ‘Geniet er gewoon van, het is een voorrecht.’ Toen heb ik het losgelaten.”

Toch kun je veel zeggen van de Veenendaalse producers, maar niet dat het flierefluitende bohemiens zijn. Als we het interview even pauzeren, begint Joram bloedserieus aan Bas te vertellen over de aankoop van zijn huis, tot in de financiële details aan toe. Muziek is hun grote liefde, maar het blijft ook gewoon werk.

Ik vraag of ze eigenlijk nog wel normaal over straat kunnen in Veenendaal. Joram: “Toen ik hier nog woonde merkte ik wel dat mensen me herkenden.” Willem knikt en zegt: “Gefluister.” Joram: “Je voélt het gewoon. Twee jongens in de supermarkt die het net over Defqon hebben als je langsloopt. Dan wil ik graag zeggen: spreek me gewoon aan, want je creëert zo’n ongemakkelijke situatie. Maar je hebt altijd in je achterhoofd dat het ook toeval kan zijn.” Willem: “Ik heb wel het idee dat wij nog steeds een beetje Veenendaals trots zijn. Als ik op Instagram een bericht vanuit Haarlem plaats, krijg ik berichtjes: woon je niet meer in Veenendaal?”

Meer nog dan aan de arbeidsmoraal, de emotionele levenshouding, de vriendschap tussen de drie producers en de rotondekunst, lijkt het Veenendaalse hardstyle-succes te zijn ontstaan omdat veel Veenendalers erg van hardstyle houden. Het is bijna raar dat er maar drie dj’s uit Veenendaal wereldwijd succesvol zijn geworden. Bas vat het nog even kernachtig samen: “Met sport zie je het ook. Als er in een bepaald land een bepaalde sport heel succesvol is, gaan veel mensen dat doen.” Willem: “Of het zit gewoon écht in het water, zoals ze zeggen.” Bas wijst naar zijn spa rood. “Dan hadden we beter kraanwater kunnen bestellen.”

Bas en Willem lachen
Bas (links) en Willem lachen.
Tagged:
Headhunterz
Veenendaal
wildstylez
noisecontrollers