Je brein is geen beton: hoe neuroplasticiteit ons verandert (en redt)

We hebben de neiging om het brein te behandelen als iets dat vanaf een bepaalde leeftijd een vaststaand ding is. Een soort biologisch eindproduct dat ergens halverwege de twintig af is en daarna vooral langzaam achteruitgaat.

Volgens dr. Jesca de Jager, die promoveerde op onderzoek naar het aanpassingsvermogen van het brein en de genetische basis van schizofrenie, is dat idee achterhaald. Zij ziet het brein juist als een dynamisch systeem dat zich voortdurend aanpast. Die flexibiliteit, ook wel neuroplasticiteit genoemd, is volgens De Jager een van de meest fascinerende eigenschappen van het brein. “Neuroplasticiteit is het vermogen van het brein om zich aan te passen aan ervaringen, leren en schade,” legt ze uit. “Het is het proces waarmee hersenen zich vormen, herschikken en herstellen.”

Videos by VICE

Die flexibiliteit staat inmiddels centraal in onderzoek naar mentale gezondheid. Van depressie tot schizofrenie, van therapie tot lifestyle coaching – steeds opnieuw komt dezelfde vraag bovendrijven: hoe kneedbaar is ons brein eigenlijk?

Illustratie: Izzy van Ingen

Je brein verbouwt zichzelf continu

Die aanpassing vindt plaats op verschillende niveaus: zowel in de verbindingen tussen hersencellen als in de manier waarop grotere netwerken met elkaar samenwerken. Nieuwe ervaringen, gewoontes en zelfs gedachten laten sporen na. Verbindingen tussen hersencellen, de zogeheten synapsen, kunnen sterker of zwakker worden, nieuwe verbindingen ontstaan en bestaande netwerken reorganiseren zich voortdurend. Het brein is daarmee geen statisch orgaan, maar een dynamisch systeem dat zichzelf continu bijstuurt.

Die veranderingen zijn bovendien meetbaar. Op hersenscans is te zien hoe hersengebieden hun onderlinge communicatie aanpassen, hoeveel synapsen aanwezig zijn en hoe verbindingen tussen verschillende gebieden sterker of juist zwakker worden.

Illustratie: Izzy van Ingen

Kinderen zijn flexibele sponzen, maar volwassenen zijn niet ‘klaar’

Dat kinderen sneller leren dan volwassenen is geen verrassing. Neuroplasticiteit piekt namelijk in de kindertijd, waarbij het aantal hersenverbindingen in de eerste levensjaren explosief groeit. Alles is nieuw en het brein probeert zo veel mogelijk relevante informatie op te slaan.

Die extreme flexibiliteit neemt af naarmate we ouder worden. Rond het 25e levensjaar is het brein structureel volgroeid, inclusief de prefrontale cortex, die betrokken is bij planning, impulscontrole en besluitvorming.

Maar dat betekent niet dat het brein daarna vastligt. “Neuroplasticiteit stopt niet,” benadrukt De Jager. “Het verandert alleen van vorm.” Waar het brein in de eerste levensjaren vooral uitbreidt, verschuift de nadruk later naar optimalisatie. Verbindingen worden verfijnd en netwerken efficiënter ingericht. Het systeem blijft reageren op ervaringen, maar selectiever.

Ook psychische aandoeningen veranderen het brein

Neuroplasticiteit speelt een belangrijke rol bij psychische aandoeningen. Onderzoek naar depressie, schizofrenie en Alzheimer laat zien dat het brein bij deze aandoeningen anders kan functioneren en georganiseerd kan zijn. Zo zijn er minder synapsen, andere netwerkstructuren en verschuivingen in activiteit. Dat betekent niet dat er op een hersenscan simpelweg een “depressief brein” of “schizofreen brein” te herkennen is. Het gaat om subtiele patronen die onderzoekers zichtbaar zien worden wanneer zij grote groepen mensen met elkaar vergelijken.

Bovendien is er sprake van een wisselwerking: gedrag beïnvloedt het brein, en het brein beïnvloedt gedrag. “Omdat bepaalde gebieden kleiner worden, ga je je anders gedragen en je anders voelen, maar dat werkt ook andersom. Je ervaringen, genetische aanleg en vangnet spelen daarbij ook een rol,” legt De Jager uit.

Die complexiteit maakt causale verbanden lastig, maar biedt ook perspectief. Als het brein zich in negatieve richting kan aanpassen, impliceert dat ook de mogelijkheid tot herstel.

Waarom de één wel ziek wordt en de ander niet

Een van de grootste raadsels binnen de psychiatrie is waarom de ene persoon een stoornis ontwikkelt en de ander niet, ondanks vergelijkbare genetische aanleg. Dat vraagstuk staat centraal in het onderzoek van De Jager naar schizofrenie.

Daarin observeerde ze dat patiënten gemiddeld minder synapsen hebben. Opvallend is wat er gebeurt bij hun gezonde broers en zussen: ook zij hebben iets minder verbindingen, maar hun brein lijkt dat te compenseren door een efficiëntere organisatie. “Ze hebben wel de aanleg, maar niet de stoornis, waarschijnlijk door een compensatiemechanisme in het brein,” zegt De Jager.

Dat suggereert dat het brein alternatieve routes kan ontwikkelen om goed te blijven functioneren. “Hun brein vindt mogelijk andere manieren om efficiënt te werken, bijvoorbeeld via aanpassingen in de snelwegen (witte stof) tussen hersengebieden.”

Dat adaptieve vermogen onderstreept hoe plastisch het systeem is, maar ook hoe weinig we nog begrijpen van de mechanismen die bepalen wie wel en wie niet uit balans raakt. “Als we die mechanismen beter snappen, kunnen we mogelijk ingrijpen of zelfs voorkomen.”

Ketamine, elektroshock en een reset van het brein

Een van de meest intrigerende inzichten uit recent onderzoek is hoe snel bepaalde behandelingen neuroplasticiteit kunnen beïnvloeden. “Het is iets wat nog in de kinderschoenen staat, maar behandelingen waarbij ketamine wordt toegediend, onder begeleiding van een psychiater, kunnen bij zware depressie soms binnen weken effect hebben, terwijl traditionele antidepressiva maanden nodig hebben,” zegt De Jager. Een vergelijkbaar effect wordt gezien bij elektroconvulsietherapie (ECT), waarbij onder algehele narcose via een gecontroleerde elektrische impuls kortstondig epileptische activiteit wordt opgewekt.

Onderzoek suggereert dat deze interventies synaptische groei stimuleren, groeifactoren verhogen en mogelijk ook de aanmaak van nieuwe hersencellen ondersteunen. Het zijn als het ware resetknoppen die het brein tijdelijk uit vastgelopen patronen lostrekken. Toch zijn het geen wondermiddelen. Zonder aanvullende therapie en gedragsverandering is het effect bij sommige mensen niet blijvend. Bovendien kunnen er bijwerkingen optreden, zoals geheugenproblemen na ECT.

Daarnaast is niet precies bekend welke mechanismen het belangrijkst zijn. In de praktijk betekent dit dat er soms wordt behandeld zonder volledig inzicht in de werking. “Je kunt het om die reden niet gaan toepassen, maar er zijn nu mensen die het nodig hebben en die wil je helpen,” zegt De Jager.

De volgende stap ligt in personalisatie: behandelingen afstemmen op individuele hersenprofielen en context, met als doel te voorspellen welke therapie voor wie het meest effectief zal zijn.

Je hoeft geen ketamine om je brein te veranderen

De fascinatie voor high-tech behandelingen is groot, maar de andere manieren om neuroplasticiteit te beïnvloeden zijn verrassend alledaags. Juist daarom is het belangrijk om daar meer aandacht voor te hebben, vindt De Jager. “We willen allemaal weten wat we zelf kunnen doen om ons brein gezond te houden, zeker in dit tijdperk van zelfhulp.”

De basis verandert volgens De Jager eigenlijk nooit: bewegen, voeding (je darmen en hersenen communiceren voortdurend met elkaar), voldoende slaap, sociale interactie en het aanleren van nieuwe vaardigheden.

Al deze factoren stimuleren neuroplasticiteit: ze versterken verbindingen, ondersteunen herstel en houden het brein flexibel. “Wat goed is voor het lichaam, is goed voor het brein,” concludeert De Jager.

Illustratie: Izzy van Ingen

Het brein ligt niet vast

Het idee dat brein en gedrag vastliggen, is in zowel het publieke denken als binnen delen van de wetenschap hardnekkig. Neuroplasticiteit ondermijnt dat beeld en staat steeds meer op de voorgrond in wetenschappelijk onderzoek. Het brein is niet volledig maakbaar, doordat genetica en ervaringen een grote rol spelen, maar het is ook niet onveranderlijk. Er blijft, levenslang, ruimte voor verandering. “Je kunt patronen doorbreken door gewoontes aan te passen,” benadrukt De Jager.

In haar volgende onderzoek richt De Jager zich op preventie, waarbij ze zich bezighoudt met het ontrafelen van de risicofactoren en mechanismen achter mentale stoornissen. “Ik wil alternatieve manieren onderzoeken om neuroplasticiteit te stimuleren, juist preventief, zodat we kunnen ingrijpen voordat klachten ernstig worden.”

Illustraties door Izzy van Ingen: https://www.izzyvaningenportfolio.com/

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.