We worden slimmer van smartdrugs, maar waarschijnlijk ook ongelukkiger

Smartdrugs maken een computer van je brein.

|
mrt. 28 2014, 11:00am

Image by Alex Horne

Image by Alex Horne

Verrassing! Studenten gebruiken drugs. Dat wist je al. Dat drugs steeds vaker worden gebruikt om intellectuele prestaties te leveren dan om uit je bolletje te gaan, wist je ongetwijfeld ook al. De meeste media-aandacht ging tot nu toe uit naar het misbruik van deze smartdrugs, aangezien Ritalin en Modafinil –medicijnen die bedoeld zijn voor mensen met ADHD of narcolepsie – de populairste middelen waren om het doel te heiligen. Ook worden steeds vaker supplementen die de hersencapaciteit over een langere periode verbeteren gebruikt. Deze supplementen worden geschaard onder de verzamelnaam noötropica, en daaronder vallen redelijk alledaagse middeltjes zoals ginseng, maar ook onuitspreekbare middelen zoals phenylalanine. Over de langetermijneffecten is nog niet zo gek veel bekend.

Piracetam, het eerste noötropicum, werd in 1964 ontwikkeld door de Roemeense psycholoog en chemicus Corneliu E. Giurgea. Volgens Giurgea moesten middelen zoals piracetam aan een aantal eisen voldoen om tot de noötropica te behoren. Zo moet het gebruik van zo’n middeltje je cognitieve vaardigheden en concentratie verbeteren, en moet het ervoor zorgen dat je informatie beter verwerkt. Hersendoping dus. Dit soort middelen mag overigens niet verslavend zijn en geen intoxicatie-effecten in de hand werken (als je er high van wordt doe je dus iets verkeerd, of juist heel goed). Noötropica veranderen de aanvoer van neurochemicaliën, enzymen en hormonen in je brein, wat natuurlijk wel voor positieve gevolgen zou moeten zorgen. Piracetam zorgt er bijvoorbeeld voor dat de plasticiteit van de synapsen in het brein wordt verhoogd en je geheugen daardoor beter werkt.

Meer alledaagse noötropica zijn cafeïne en visolie. De eerste verhoogt je productiviteit, de laatste geeft je brein een flinke boost, en in combinatie met elkaar zijn ze dan ook onwaarschijnlijk effectief. Café au visolie, iemand?

Sean Duke, een Amerikaanse neurofarmaloog die gespecialiseerd is in noötropica, refereert aan de gebruikers ervan als “noötnauten” en omschrijft ze als de “mentale equivalent van bodybuilders”. Op verschillende messageboards over noötropica wordt er door de noötnauten flink geobsedeerd over de optimale doses en combinaties. Opscheppen over je mentale spierballen schijnt er ook een favoriete bezigheid te zijn. 

Image by Jonny Mellor

Toch is het gebruiken van medicijnen om de hersencapaciteit te vergroten helemaal niet nieuw. In de jaren vijftig experimenteerden Groot-Brittannië en de Verenigde Staten met “geestverruimende” technologieën voor militaire doeleinden. Tijdens het project MKUltra, een van de engste vormen van bezigheidstherapie binnen de CIA, werden de effecten van psychotropische medicijnen, schoktherapie en hypnose getest op zowel vrijwillige als niet zo vrijwillige deelnemers. Zo probeerden de wetenschappers hun subjecten martelingen beter te laten doorstaan en werd gehoopt op een “stijging van de efficiëntie van geestesgesteldheid en perceptie”. De experimenten, die het doel hadden controle over de menselijke geest uit te oefenen, bleken voor tegenovergestelde effecten te zorgen.

Ken Kesey en Robert Hunter waren twee vrijwilligers binnen het MKUltra-experiment. Kesey zei dat hij de patiënten in het Menlo Park Veterans-ziekenhuis – de psychiatrische instelling in Californië waar de MKUltra-experimenten werden gehouden – eerder sociaal gemarginaliseerd dan gestoord zou noemen. Zijn ervaringen dienden als inspiratie voor One Flew Over the Cuckoos Nest. Robert Hunter werd uiteindelijk bandlid van The Grateful Dead en er wordt wel eens gezegd dat hij nog onder invloed was van de MKUltra-experimenten toen hij de lyrics van “China Cat Sunflower” schreef. Beiden waren voorlopers in de grootste culturele evolutie van de twintigste eeuw, waarin het gebruik van psychedelica werd aangemoedigd om een andere weg in te slaan richting een vernieuwende maatschappij.

Het is maar de vraag of het toekomstbeeld uit die tijd overeenkomt met onze huidige samenleving, waarin we verpletterd worden door de extreme hoeveelheid informatie. De verwachtingen van onszelf en onze omgeving liggen hoog, misschien wel te hoog: de eindeloze stroom aan data die ons van alle kanten tegemoet komt is onmogelijk te verwerken en we hebben al helemaal geen tijd meer om alle informatie goed op kwaliteit en betrouwbaarheid te beoordelen. Draagbare technologie zoals de Google Glass zou een verlengstuk van ons brein kunnen worden, maar kan ook in ons nadeel werken: kunnen we ons brein aanpassen aan een bestaan waarin we nooit meer helemaal offline zijn? In zo’n situatie zouden noötropica ondersteuning kunnen bieden, maar willen we echt die kant op? 

Image by Jonny Mellor

In een artikel in de Daily Mail vertelt Cambridgestudent ‘James’ dat het gebruik van Modafinil ervoor zorgt dat “je brein steeds meer gaat lijken op een informatieverwerkende computer”. John Harris – professor bio-ethiek aan de universiteit van Manchester – verwacht dat noötropica een fundamenteel deel gaan uitmaken van het toekomstige onderwijssysteem: “Wie weet worden ze straks aan studenten uitgedeeld om de prestaties te verhogen.” Maar noötropica zijn geen kant-en-klare wondermiddeltjes. Ten eerste is de werking ervan in hoge mate afhankelijk van je neurologische opmaak, wat weer te maken heeft met je gewicht, slaapgedrag en zelfs je humeur. Het werkt dus niet in alle gevallen optimaal. Daarnaast zijn mensen nu eenmaal geen informatieverwerkende computers, en wil niet iedereen dat worden.

Sean Duke stelt dat als we standaard gebruik gaan maken van middelen die de cognitieve prestaties verhogen, functionaliteit onze eerste prioriteit wordt. Dat zou wel eens ten koste kunnen gaan van onze creatieve vermogens. Als het gebruik van noötropica de norm wordt, zijn we dan alleen nog maar gericht op informatieverwerking en cognitieve productiviteit? De introductie van smartphones had als gevolg dat we het kantoor altijd in onze broekzak meedragen. Smartdrugs kunnen als gevolg hebben dat we het kantoor altijd in ons brein meedragen. Misschien iets voor de echte workaholics onder ons, maar van mij hoeft het niet zo nodig. 

Lees ook:

Twee dagen doorwerken zonder slaap? Is een pilletje voor

Meer VICE
VICE-kanalen