Advertentie
Dit artikel is meer dan vijf jaar oud.
reizen

Ik werd tot op het bot gefouilleerd door Amerikaanse douanebeambten omdat ik een gitaar bij me had

Daarop volgde een urenlange ondervraging en werd ik teruggestuurd naar Europa.

door Johannes Niederhauser
24 oktober 2013, 8:00am

Als je ooit naar Amerika bent afgereisd dan is de kans groot dat je een afkeer voor Amerikaanse douanebeambten hebt ontwikkeld. (Laten we vooral de aanvaringen die landgenoot Niels Gerson Lohman met de douane aldaar had niet vergeten.) Ik ben op z’n zachts gezegd ook niet bepaald fan van de Amerikaanse douane, en dan nog niet eens omdat ze iedereen met een raar accent of een buitenlandse achternaam verdenken van terrorisme. Het is erger dan dat: ik werd van top tot teen gefouilleerd, en urenlang door de crème de la crème van de Amerikaanse ambassade ondervraagd, alleen maar omdat ik en mijn gitaar gratis wat optredens in bars wilden geven.

Ik had het plan gevat om in de voetsporen van mijn idolen te treden—Johnny Cash, Elvis Presley en John Lee Hooker; bereisde mannen met gitaren en drugsverslavingen—door met de bus enkele weken door het Zuiden en langs de Westkust te reizen. Daarna wilde ik mijn tante in Alabama bezoeken en ergens in een motel in de Mississippi Delta mijn eigen muziek opnemen. Ik had ook een aantal bars gemaild met de vraag of ik op open-mic avonden mocht spelen. Ik nam daarbij aan dat je dat als buitenlander gewoon mag, aangezien het visa waiver programme stelt dat je als amateur gewoon mag deelnemen aan “muzikale, sportieve of vergelijkbare evenementen en wedstrijden, als je niet betaald wordt om mee te doen”.

Voor mijn bezoek aan het Zuiden wilde ik met mijn vriendin door Californië reizen. We waren van plan om elkaar op LAX te ontmoeten, aangezien ik in Londen woon en mijn vriendin in het Duitse Konstanz. 

Mijn reis verliep soepel, totdat ik in Minneapolis aankwam, waar ik moest overstappen op een andere vlucht. Daar kwam ik het Land of the Free binnen, en moest ik dus door de douane heen. De beambte bekeek mijn paspoort, zag mijn gitaar en vroeg: “Ben jij een muzikant?” Ik antwoordde dat ik als hobby muziek maak en wat kleine optredens wilde geven.

Daarna vroeg hij me wanneer ik voor het laatst in de VS was geweest. Ik vertelde hem dat ik in 2011 vanuit Duitsland naar Seattle was verhuisd, om daar te studeren. “Waarom heb je dat gedaan?”, schreeuwde hij. Ik heb filosofie gestudeerd in Seattle, en vond het daarom interessant dat deze vreemde, agressieve man het tijdens de controle over het nut van een opleiding wilde hebben. Maar voordat ik kon antwoorden keek hij me streng aan en zei: “Mijn collega’s hebben nog wat andere vragen voor je.”

Ik werd naar een kamer gebracht waar al een paar andere zeer verdachte individuen werden vastgehouden. Een Indiase jongen van begin twintig zat daar bijvoorbeeld al bijna een dag omdat er blijkbaar iets mis was met zijn studentenvisum. Ook zat er een familie met een klein kind dat niet kon stoppen met huilen, en een oude Britse vrouw die van plan was om haar dochter te bezoeken, maar er nu doodsbang bijzat nadat ze van haar vlucht was gehaald. “Waarom ga je op bezoek bij je dochter?”, snauwde een beambte haar toe, waarop ze uitlegde dat familieleden dat doen wanneer ze ver bij elkaar vandaan wonen.

Ik zat daar stilletjes, terwijl ik me zorgen maakte om mijn vriendin, die waarschijnlijk op me aan het wachten was op LAX. Toen werd ik naar de balie geroepen door een beambte die James B. heette. Hij herhaalde de vragen die me al eerder gesteld waren—dus eigenlijk wat ik deed in zijn land—en ik gaf precies dezelfde antwoorden als eerst. Volgens mij dacht hij dat ik een professionele muzikant was, wat ik als een compliment zou hebben opgevat als ik niet tegen mijn wil werd vastgehouden op een vliegveld.

Op een gegeven moment vertelde beambte James me off-the-record dat hij me nu meteen in de cel kon gooien, zonder legaal proces. Ik weet dat Amerika een slechte reputatie heeft als het gaat om rationaliteit, maar ik vond het toch behoorlijk zorgwekkend, aangezien ik geen dreiging vormde en ik al de hele tijd gehoorzaam was geweest.

Nadat ik er achterkwam dat ik mijn rechten verloren had omdat ik een gitaar bij me had, moest ik weer terug de wachtkamer in. Een andere douanebeambte kwamen mij en mijn tas vervolgens halen, opdat ze die grondig konden doorzoeken.

Nadat ze mijn aftershave leeggoten, mijn condooms om de een of andere reden lek prikten en de rest van mijn tas hadden doorzocht, toverde beambte James wat papieren tevoorschijn. Op een van de papieren stonden de locaties en data van alle shows die ik onder mijn artiestennaam John Vouloir had geregeld. Een naam die ik nog niet had genoemd omdat niemand ernaar had gevraagd, en het me niet belangrijk leek. Ik wilde weten hoe ze aan mijn artiestennaam kwamen. “Amerika weet alles,” was het antwoord.

Daarna werd ik tot op het bot gefouilleerd. Tot ik naakt was dus. Ik moest een kamer in die veel leek op een gevangeniscel—het toilet, de wastafel en de tafel waren allemaal van staal, en er zat geen raam in de kamer. Ik wist nog steeds niet waarom ik werd vastgehouden. Toen volgden tien minuten waarin een te dikke beambte hard over mijn lichaam heen ademde terwijl hij naar illegale dingen zocht. Hij vond niks.

Ik trok mijn kleren weer aan en onderging nogmaals een vragenvuur. Op dat moment zat ik al ongeveer drie uur vast, en was ik bang dat mijn vriendin, die inmiddels al in LA aangekomen moest zijn, gek zou worden van bezorgdheid. Ik vroeg daarom of ik een telefoontje mocht plegen, waarop ze zeiden dat ik alleen Amerikaanse nummers mocht bellen. Toen ik vervolgens vroeg of ik dan mijn tante in Alabama mocht bellen, beschuldigden de douanebeambten mij er meteen van dat ik loog over het bestaan van die tante. Ik vind het nog steeds raar dat ze wel achter mijn artiestennaam konden komen, maar dat ze niet konden achterhalen dat een van mijn familieleden al jaren in de VS woont.

Ik werd toen weer ondervraagd, met wederom vergelijkbare vragen. Deze keer voelde het officiëler, en beambte James schreef wat dingetjes op. Na ongeveer 10 minuten kwam een van zijn collega’s de kamer binnen, om te zeggen dat James nog maar een paar minuten de tijd had voor de ondervraging. Toen hij klaar was gaf hij me een document dat ik moest ondertekenen, maar niet mocht lezen omdat daar te weinig tijd voor was.

Een e-mail van de auteur naar het perskantoor van het Consulaat in München. Als onderwerp staat er: “Toegang tot VS geweigerd / Ondermaats behandeld.”   

Uiteindelijk werd mij de toegang tot het land ontzegd, waarbij als reden gegeven werd dat ik op een illegale zakenreis was, of iets in die trant. Na drie uur van onzekerheid, me afvragend of ik die nacht in de cel zou slapen, werd me verteld dat ik terug naar Europa gestuurd werd—naar Amsterdam, om precies te zijn. Toen ik daar aankwam werd mij een envelop met mijn paspoort en een vliegticket naar Londen overhandigd, wat fijn was. De Indiër die ik eerder in de wachtkamer ontmoet had, en die met me mee terug was gevlogen, werd diezelfde luxe echter niet geboden. Hij wist daarom ook niet hoe hij ooit thuis zou komen. 

Een non-respons van het Consulaat in München.

De vraag is: waarom was ik het doelwit van de VS? Waarom ben ik op de SSSS-lijst (Secondary Security Screening Selection) gezet—een lijst die door de  burgerrechtenvakbond van Washington State “onconstitutioneel” genoemd wordt. In 2012 werden de Britse Leigh Van Bryan en zijn vriendin door Amerikaanse douanebeambten in de cel gegooid, omdat Leigh het volgende getweet had: “I'm going to destroy America and dig up Marilyn Monroe.”

Hij probeerde de douanebeambten nog uit te leggen dat “to destroy” in Engelse slang synoniem is voor “heel hard feesten”, en benadrukte dat de opmerking over Monroe een grap was. Toch besloten de ambtenaren het zekere voor het onzekere te nemen en de tassen van het stel grondig te checken op de aanwezigheid van scheppen. Ik heb daarentegen nog nooit getweet over de vernietiging van Amerika of de opgraving van dode filmsterren. Ik kwam alleen maar aan op het vliegveld van Minneapolis, met mijn gitaar, zoals duizenden anderen elk jaar Amerika met muziekinstrumenten binnenkomen.

Is het te narcistisch om aan te nemen dat ik door een aantal van mijn blogs—een waarin ik schrijf dat ik geen groot Obama-fan ben, en een ander waarin ik schrijf over de oorlogsvoering met drones—in de problemen ben geraakt? Of dat ze, om de een of andere reden, mijn e-mailgesprekken met de bars waar ik zou gaan optreden hadden gelezen? Dat mag dan vergezocht en een complete verspilling van hun tijd en middelen lijken, maar het moge na Snowden’s openbaringen over PRISM duidelijk zijn dat alle middelen geoorloofd zijn in de strijd tegen criminelen zoals Duitse amateurmuzikanten.

Volg Johannes op Twitter: @JohnVouloir

Tagged:
amerika
Vice Blog
John Vouloir
douanes
paspoort