Britse veteranen leveren hun medailles in als protest tegen de bombardementen in Syrië

De Britse oorlogsveteranen gooiden hun medailles als protest op de grond voor de ambtswoning van David Cameron.
10.12.15

Vier onderscheiden oud-soldaten – veteranen van de Golfoorlog, en de oorlogen in Irak, Afghanistan en Libië – stonden voor de deur van de ambtswoning van de Britse premier aan Downing Street, en hielden hun medailles omhoog.

"Als je goed kijkt," zegt Daniel Lenham, veteraan van de Britse luchtmacht (RAF), terwijl hij zijn medaille toont aan de over elkaar duikelende pers, "dan zie je de reflecties van dode Irakezen, de smeulende resten van Libië, je ziet de gezichten van de mannen en vrouwen van het Britse leger die niet teruggekeerd zijn, en die van degenen die wel terugkwamen, maar met verloren ledematen en geknakte zielen."

De oud-soldaten zijn naar Downing Street gekomen om hun afschuw te uiten over de beslissing van het Britse parlement om de militaire missie in het Midden-Oosten uit te breiden naar Syrië. Ze zijn lid van de organisatie Veterans for Peace – een actiegroep die effectiever tegen de militaire ethos kan strijden dan anderen omdat zij met eigen ogen de gevolgen hebben gezien.

Veteraan van de Golfoorlog Kirk Sollitt houdt zijn medaille omhoog

"Door Syrië te bombarderen worden onschuldige mensen – mannen, vrouwen en kinderen – vermoord," zegt Kirk Sollitt, veteraan van de Golfoorlog. "We kunnen geen dood zaaien en vervolgens vrede oogsten."

De ene na de andere veteraan gooit zijn medailles – "waardeloze prullaria" – op de natte straatstenen voor Downing Street. De lintjes wapperen troosteloos in de wind.

"Het is voor soldaten een grote stap om hun medailles weg te doen," zegt voormalig lid van de Special Air Service (SAS) en Veterans for Peace-coördinator Ben Griffin, die dinsdag naar de ceremonie kwam met de medailles van Dave Smith, een gehandicapte veteraan uit Noord-Ierland, die fysiek niet in staat was om aanwezig te zijn. "We doen dit om een signaal af te geven."

Het weggooien van de zwaarbevochten symbolen van militaire eer, zegt Griffin, is een manier om hun onvrede te laten zien aan de overheid en werknemers van Britse wapenindustrie.

"We geloven niet dat de overheid de juiste beslissing zal maken," zegt hij. "We verwachten niet dat ze stoppen met de bombardementen. We verwachten dat ze ook andere landen in de toekomst gaan bombarderen."

"De inmenging in Syrië is nu een gewetenskwestie geworden," zegt Griffin. "Als je in de wapenproductie werkt, vinden we dat je ontslag moet nemen. Stop met het maken van bommen die losgelaten worden boven deze landen. Als je een gevechtsvliegtuig voorziet van brandstof, stop ermee. Als je vliegmissies uitvoert boven Syrië om het land te bombarderen, laat de bommen niet vallen. Dit is een kwestie van persoonlijk geweten. Iedereen moet bij zichzelf nagaan: geloof ik hierin? Is dit het juiste om te doen? Als je gelooft dat het verkeerd is, dan heb je de taak om het niet te doen."

Voor Daniel Lenham, die als vliegtuigwapentechnicus bij de Engelse luchtmacht werkte van 2002 tot 2014, duurde het jaren om te beseffen wat hij deed bij het leger.

"Basra schudde me wakker," zegt hij. "Het feit dat je op een basis vastzit, en het grootste deel van het personeel binnen de muren moet blijven, zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je een makkelijk doelwit bent. Elke dag lig je meerdere keren op de grond, terwijl de mortieren en raketten je om de oren vliegen."

Het omslagpunt kwam toen hij ingezet werd in Italië, waar hij bommen in vliegtuigen moest laden die bestemd waren voor Libië.

"Ondanks dat ik niet in een vijandig land was en niet onder vuur lag," zegt hij, "laadde ik zwaar explosieve wapens in een vliegtuig, met de wetenschap dat ze in een ander land gedropt zouden worden op mensen – ongeacht of ze nou terroristen, rebellen of gewoon burgers zijn."

Dat hij de "smeulende resten van Libië" weerspiegelt ziet in zijn medailles is dan ook geen overdrijving, zegt Lenham.

"Toen we in Italië zaten, kwam de luchtmacht terug met beelden die gemaakt waren met een camera aan de onderkant van het vliegtuig," zegt hij. "Het was macaber. Er werden geen biertjes opengetrokken, maar er hing wel een soort bizarre voldoening in de lucht. Voor mij benadrukte het de verwoesting die werd veroorzaakt door mijn werk. Je zag beelden van de bommen die gedropt werden vanuit het vliegtuig en de vermeende doelen raakten."

Een uur voor hun protest verzamelden de voormalige soldaten zich voor Nelson's Column op Trafalgar Square, waarop het beroemdste bevel van de overleden admiraal staat: "England Expects Every Man Will Do His Duty." De vraag vandaag is – z'n plicht aan wie?

Jim Radford

"Mensen beginnen door de propaganda heen te prikken," zegt Jim Radford, een veteraan van de Tweede Wereldoorlog, die langskomt om zijn steun te betuigen. "Generaties jonge mannen zijn opgevoed met het idee dat als zij naar het slachtveld gestuurd worden door de maatschappij, dat er wel een goede reden voor moet zijn. Ze zouden ons toch niet een oorlog in sturen als het niet noodzakelijk is? Ze zouden ons toch niet vragen om mensen te vermoorden als er geen echte dreiging is? We doen overduidelijk het juiste, hoe moeilijk het ook is. Mensen zetten daar nu vraagtekens bij en daar hebben ze gelijk in."

"We willen dat elke soldaat vragen stelt," zegt Radford. "Mensen lijken de geschiedenis vergeten te zijn. De processen van Neurenberg in 1946 hebben zeer stevig in het internationale recht verankerd dat soldaten niet alleen het recht hebben, maar ook de plicht, om vragen te stellen bij orders die ze krijgen, en die wellicht in strijd zijn met het internationale recht, of slecht zijn voor de mensheid in het algemeen.

Het belangrijkste standpunt van Veterans for Peace is niet controversieel: hun opvatting is "dat oorlog niet de oplossing is voor de problemen van de 21e eeuw." Maar hun eigen oplossing – een oproep tot massale ongehoorzaamheid, of zelfs desertie – wel. Ze zouden er vroeger voor geëxecuteerd kunnen worden. Tegenwoordig zouden ze er technisch gezien nog steeds voor naar de gevangenis kunnen gaan onder de Incitement to Disaffection Act. Maar nu het Britse leger steeds meer moeite heeft om nieuwe rekruten te werven, is het laatste wat zij willen dat een groep pacifisten martelaars worden. Aangezien recente peilingen laten zien dat minder dan de helft van de Britten de bombardementen op Syrië steunt, bestaat de kans dat degenen die weigeren te vechten de strijd om de publieke opinie aan het winnen zijn.

"We hebben met eigen ogen de verwoestingen gezien die deze bombardementen en aanvallen aanrichten," zegt voormalig SAS-cavalerist Ben Griffin. "Met de bombardementen op deze landen vermoorden we families, verwoesten we huizen, radicaliseren we mensen en maken we de vluchtelingencrisis alleen maar erger. Het is duidelijk niet de oplossing voor de problemen in de wereld."