Puna vertelt al tien jaar over het echte geluid van de straat

Puna vertelt al tien jaar over het echte geluid van de straat

Het hiphopplatform viert in 2016 zijn tiende verjaardag. Een terugblik met oprichters Thomas Abera en Adai O’Bryan.
Wouter van Dijk
Amsterdam, NL
22 december 2016, 2:40pm

Drie van de pilaren waar de Nederlandse hiphop op leunt, 101Barz, Puna.nl en Noah's Ark, vierden dit jaar hun tiende verjaardag. Om het jaar vrolijk af te sluiten gingen we bij ze langs om te praten over wat de afgelopen jaren ze bracht en wat de komende jaren ze zal brengen. Het verhaal van Thomas Abera en Adai O'Bryan, de oprichters van Puna.

Puna is al jaren een begrip in de Nederlandse hiphop. Uit de gigantische stroom van muziek en feitjes die het internet dagelijks over ons heen stort, pikken zij de meest relevante dingen, en zo groeiden ze uit tot een van de grootste leveranciers van nieuwtjes op het gebied van hiphop in Nederland: per maand hebben ze tussen de drie en vier miljoen pageviews. Daarnaast proberen ze alle ontwikkelingen in het genre vast te leggen door middel van reportages en documentaires.

Begin november vierden oprichters Thomas Abera en Adai O'Bryan het tienjarige bestaan van Puna in drie zalen van een volle Melkweg. Het is een logistiek wonder dat ik ze allebei te pakken krijg voor dit interview, want Abera werkt tegenwoordig vanuit Oslo aan de site, en daarom is hij ook niet aanwezig als er foto's worden gemaakt. Zijn zoontje werd er geboren, en mede vanwege de gunstige regelingen rondom het ouderschap is hij daarheen verhuisd, maar voor het runnen van de website probeert hij elke maand een aantal dagen in Nederland te zijn.

Noisey: Hoe zijn jullie begonnen met Puna?
Thomas Abera: Ik ken Adai al heel lang, we groeiden samen op. Toen deelden we altijd al muziek met elkaar. We studeerden ook samen, ik communicatie en Adai bedrijfskundige informatica, en op school hadden we het bijna alleen maar over muziek. Toen kwam het idee om een website op te zetten. Eerst schreven we vooral over Amerikaanse muziek, later ook over Nederland.
Adai O'Bryan: De plannen zijn gemaakt op een zolderkamertje, maar we hadden al snel een piepklein kantoortje ergens in de stad. We verdienden bijna geen geld, maar we voelden ons wel de shit.
Thomas: Eigenlijk waren we nog te jong. We zaten midden in het studentenleven, feestjes, uitgaan.

Jullie hebben de groei van hiphop van dichtbij meegemaakt. Wat is het grootste verschil tussen 2006 en 2016?
Thomas: Het is zo anders. Er zijn meer hits, meer succes, meer geld. Maar het grootste verschil is de erkenning voor de scene. De groei ging mondjesmaat. Belangrijk voor die groei was dat er een moment kwam dat het cool werd om in het Nederlands te rappen. Dat gaf vrijheid, en wat mij betreft kwam de omslag door Kempi, hij durfde z'n eigen shit te doen.
Adai: Ja, tot die tijd moest het binnen een bepaalde sound blijven. Hij jatte wel dingen uit Amerika, maar stak het in een eigen jasje. Hij vertelde het verhaal van de achterstandswijk, maar op zo'n manier dat je het ook begreep als je daar niet vandaan kwam. Bij veel mensen hoort Nederlandse hiphop nu bij de opvoeding. Het is gewoon wat er nu wordt gedraaid.

Hadden jullie verwacht dat je dit tien jaar vol zouden houden?
Thomas: Dat was wel onze droom. Wat bij ons hielp is dat we een ander geluid lieten horen dan State Magazine, want laten we eerlijk zijn, dat was wel een Top Notch-wereldje. Kees zat er zelf achter. Wij lieten het geluid van de straat horen en plaatsten artiesten waar zij niet naar keken, zoals Hef en Keizer.
Adai: Het is niet dat we die carrières hebben gemaakt, hoor. Artiesten doen alles zelf. Maar wij leverden wel een duwtje in de juiste richting.
Thomas: Erkenning is het juiste woord, denk ik. Wij werden blijkbaar vertrouwd als curator, wat wij plaatsten vonden mensen dope, dus werd er naar geluisterd. Dat heeft wel geholpen. Wij hebben bijvoorbeeld Hef nog gestalkt via Hyves, om met hem in contact te komen voor een item. Zo ging dat.
Adai: Ik weet nog dat onze moeders niet blij waren toen we helemaal voor Puna wilden gaan. In 2009 vroegen ze al: is hiphop over een jaar nog wel populair?
Thomas: Ze begrepen ook niet dat je met internet geld kan verdienen. Maar nu zie ik ze bij een event van ons met de handen in de lucht, dus het heeft toch gewerkt.

Wat was het lastigste waar jullie mee te maken kregen in die tien jaar? ** **Adai: Wij hebben heel vaak moeten uitleggen wie we waren en wat we precies deden. Hiphop werd niet serieus genomen. We hadden wel cijfertjes van hoeveel bereik we hadden, maar bewijs maar eens dat dat echt is. We zijn voorzichtig geweest, we hebben nooit roekeloos gedaan, omdat we geen vangnet hadden. We waren niet van de publieke omroep, we hadden geen gemeente achter ons. Dat is ook logisch, wij werken te onberekenbaar. We investeren in dingen waar eigenlijk niemand in gelooft, en waar je pas een jaar later de resultaten van ziet.

Kan je een voorbeeld geven?
Adai: We zijn in 2013 op schrijverskamp geweest met Keizer in Duitsland, om een reportage te schieten over hoe hij zijn album maakte. Daar hebben we zelf in geïnvesteerd. Maar de reden waarom dat kamp zo belangrijk was, is omdat New Wave er op gebaseerd is.
Thomas: De concepten daarvoor hebben wij geschreven, en bij New Wave hebben we meegedacht.
Adai: Daar ben ik wel trots op. Wie had ooit verwacht dat Lijpe op Lowlands zou staan?

Ik was elf in 2006. Kun je wat vertellen over hoe het hiphoplandschap er toen uitzag? ** **Adai: Appa was toen heel hard, The Partsyquad kwam op. 
Thomas: De disstracks tussen Nino en Kempi. D-Men, THC. Qua platforms was er eigenlijk alleen State Magazine. 
Adai: Een paar maanden nadat wij begonnen kwam 101Barz ook op.

Nu klinkt het een beetje alsof Rotjoch een copycat is.
Adai: Haha, nee joh. Hij deed iets totaal anders. Bovendien waren we toen nog zo klein dat hij waarschijnlijk nog nooit van ons had gehoord.
Thomas: En Noah's Ark begon natuurlijk ook. Ik zag het echt als een boombap-label toen ze begonnen met Jiggy, Turk en Spacekees. Maar ze zijn nu echt het perfecte voorbeeld van hoe breed hiphop is in Nederland: van Jonna Fraser tot Diggy Dex.

Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie nog tien jaar blijven bestaan?
Adai: Op zoek blijven gaan naar talent. Hiphop heeft nog zoveel mooie dingen te bieden in Nederland. Na Jungle is Mi No Lob de grootste hit van Broederliefde. Geproduceerd door een Angolees, en je hoort een Antiliaan, een Dominicaan en twee Kaapverdianen. Het is sick dat dit de sound van Nederland is.
Thomas: Maar Jungle, die sound, is juist weer geproduceerd door een Nederlander. Het is zo veelzijdig. En dat moeten wij blijven laten zien.

Beeld door Rebecca Camphens