Waarom er meer mensen moeten doodgaan in kinderfilms
Beeld via YouTube
Film

Waarom er meer mensen moeten doodgaan in kinderfilms

In tekenfilms sterven weleens pluizige diertjes, maar er zijn te weinig serieuze familiefilms over de dood en het rouwproces.
08 mei 2017, 12:44pm

Voor een hele generatie jonge vrouwen is de film My Girl uit 1991 een belangrijke ervaring geweest. Ik ben zelf geboren in dat jaar, maar toen ik de film later op tv zag veranderde dat mijn hele leven. Hij ging over alles waar ik zelf niet over durfde te praten: puberteit, verliefdheid, vriendschap en – het belangrijkste onderwerp – de dood.

De elfjarige Vada (gespeeld door Anna Chlumsky) verliest in My Girl haar beste vriendjes Thomas (Macaulay Culkin), die is doodgestoken door een zwerm bijen (hij was super-allergisch). Telkens als ik die scène kijk waarin de jonge Thomas wordt begraven, biggelen de tranen langs mijn wangen.

Het is zó oneerlijk! Thomas had nooit in dat bos moeten zijn, en nu is hij dood. Vada kent het klappen van de doodszweep – haar moeder stierf jong, haar vader heeft een uitvaartbedrijf – maar toch komt de dood van haar beste vriendje aan als een mokerslag.

Nu ik zelf volwassen ben en ook wat vrienden en familieleden heb moeten begraven, zie ik dat My Girl het rouwproces perfect illustreert. Er zijn natuurlijk meer populaire films over de dood. Volgens een onderzoek uit 2014 gaan personages in tekenfilms voor kinderen zelfs tweeënhalf keer zo vaak dood als personages in speelfilms voor volwassenen. Maar films over schattige tekenfilmfiguurtjes gaan zelden over het rouwproces. In kinderfilms zou hier meer aandacht aan besteed moeten worden.

Ik weet niet meer of we op de basisschool over de dood spraken, maar bij ons thuis kwam het vaak ter sprake. Misschien was het onderdeel van mijn religieuze opvoeding, of kwam het omdat mijn ouders (vluchtelingen) vaak bericht kregen over kennissen die op sterven lagen. Mijn moeder zei bovendien vaak dingen als "We gaan allemaal dood en daar doe je niks aan" of "Op een dag liggen we allemaal moederziel alleen onder de zoden".

Mijn moeder was duidelijk een tikkeltje gothic, maar ik ben haar dankbaar dat ze zo open was over de dood. Bij vriendjes thuis was het niet zo'n normaal gespreksonderwerp. Mijn beste vriendin overleed toen ze negentien was, en ik kreeg de taak om dat aan leeftijdsgenoten te vertellen. Maanden later was ik het nieuws nog aan het mededelen. "Hoe is het met je vriendin?" vroegen kennissen toen nog. "Ze is dood," zei ik dan. "Maar het is oké." Het gesprek viel vaak stil als haar dood ter sprake kwam. Praten over vrienden die dood zijn is best wel een dooddoener.

Niets bereidt je voor op de dood van een geliefde of een familielid, maar ik denk dat het wel helpt als je al op vroege leeftijd leert praten en nadenken over de dood en rouwen. Wat is een betere plek om dat te doen dan in kinderfilms?

Big Hero 6 uit 2014 is een van de beste voorbeelden van een realistische kinderfilm over de dood en rouw. Vroeg in de film sterft de broer van de hoofdpersoon, terwijl hij iemand uit een brandend gebouw probeert te redden. De rest van de film gaat over het verwerkingsproces dat de hoofdpersoon doormaakt.

Ik zag Big Hero 6 met mijn neefje van vijf in de bioscoop. Na afloop hadden we een gesprek, onder meer over het feit dat zijn broers en ouders ook een keer doodgaan. Zo'n gesprek met een vijfjarige klinkt misschien raar, maar hij begreep het goed en het was gewoon een goed gesprek.

Het is heus niet zo dat Tarantino nu kinderfilms moet gaan maken waarin mensen zinloos sterven. Maar kinderfilms zijn volgens mij wel een goede plek om de dood bespreekbaar te maken. Ik belde hierover met rouwpsycholoog Christine Hibbert. "De meeste kinderen hoeven nog niet met de dood te dealen," zei ze, "maar films kunnen dit onderwerp inderdaad normaler maken voor kinderen."

Christine Hibbert weet door haar werk veel over de dood en rouwen, maar ook door haar privéleven. Haar zusje overleed toen ze nog een tiener was, en Christine was totaal niet voorbereid op de gevoelens die dat veroorzaakte. "Mijn ouders waren er kapot van, en de overige kinderen stonden daardoor een beetje aan de zijlijn," legt ze uit. Als kinderen al op jonge leeftijd over de dood leren nadenken en praten, kunnen ze er later beter mee omgaan, denkt ze.

Nora McInerny Purmort schreef het boek It's Okay To Laugh (Crying Is Cool Too). Ze vertelt daarin het verhaal dat haar vader en haar man binnen een paar maanden na elkaar dood gingen, terwijl ze zelf net moeder was geworden. In haar boek en in andere essays gaat ze in op hoe ze met haar zoon, nu een peuter, praat over de dood van zijn vader.

"Veel mensen denken dat kinderen niet klaar zijn voor dit onderwerp, maar de dood is nu eenmaal onderdeel van het mensenleven. De kinderziel kan veel meer aan dan we denken," zegt Purmort aan de telefoon. Haar man had een hersentumor en lag op sterven, maar toch nodigde ze haar neefje en nichtje uit om hem te bezoeken en afscheid te nemen. "Ze konden zien wat het betekent om dood te gaan. Dit zal ze voor altijd bijblijven."

Purmort en Hibbert zeiden ook allebei dat een sterfgeval en het rouwproces ervoor kunnen zorgen dat je je erg alleen voelt. Purmort: "Toen mijn opa stierf wist ik niet hoe ik dat met mijn moeder kon bespreken, want ik wist dat het onderwerp haar verdrietig zou maken."

Als kinderen aanvankelijk verlegen worden van het onderwerp, wil dat niet zeggen dat ze nooit nadenken over de dood. Er bestaat geen handleiding over hoe je het beste met de dood en met rouw moet omgaan, maar als je hierover al op jonge leeftijd leert nadenken, dan kun je er later beter mee omgaan. Kinderfilms over de dood gaan nu nog te vaak over pluizige tekenfilmfiguurtjes, maar het zou beter zijn als filmmakers meer films maakten zoals My Girl.