24 uur lang undergroundbands in Paradiso was als een koortsdroom zonder einde

Minuten leken hier uren te duren, al was programma jaloersmakend sterk.
09 januari 2017, 2:37pm

Beeld door Tom Roelofs

De mensen die besloten dat het een goed idee was om een etmaal lang undergroundbands in Paradiso neer te zetten, voerden dat zieke plan vervolgens uit. Waanzinnig, natuurlijk. Geen weldenkend mens vindt het leuk om 24 uur lang in die oude kerk rond te hangen. Er waren er hooguit een stuk of tien die het volhielden. Vet knap, daar niet van, maar daar ging het niet om. Die 24 uur zijn een statement. Je mag best slapen. Vrijheid is, hoewel als begrip gekaapt door het kwaad, voor iedereen.

Ik wandel een klein decennium rond in de scene – merkwaardig overigens hoe tien jaar voorbij kunnen vliegen, terwijl er aan een etmaal soms geen einde lijkt te komen – en ik heb er altijd voor gewaakt tot de incrowd te gaan behoren. Journalistieke onafhankelijkheid is een groot goed. Voor je het weet willen ze dat je het land gaat leiden. Laat ze me haten, laat ze me respecteren, voor mijn part laat ik ze koud, maar omhels mij niet. Als ik om 12.00 uur aankom, vergeet ik die regels. Ik ken alle koppen, ik heb ze honderden keren gezien. Erg druk is het niet. Ik vrees voor een 24 uur durend vlechtwerk van zelffelicitaties en haatspeeches over alles wat met de boze buitenwereld te maken heeft.

Naarmate Paradiso vol druppelt, zie je steeds meer publiek dat niet bij elke Albanese anarcho-punkgroep in de OCCII met zijn kop vooraan staat. Er zijn oude hippies die sinds het kraakverbod niet meer gedoucht hebben, reünietjes van vijftigers die hun met visnetten behangen zolderkamers allang verruild hebben voor een flatje in Castricum, pubers die alles – o, jaloezie! – nog mee gaan maken, en godzijdank een enorme groep 'normale' bezoekers: lieden die tweemaal per jaar naar een mega-act in de Ziggodome gaan en toen ze op 3FM een itempje over Van Onderen hoorden, bij zichzelf dachten: dat klinkt best leuk. Zij maken dit zinvol. De scene bestaat niet alleen voor zichzelf. Als het Van Goghmuseum enkel expressionistische schilders trok, was het snel afgelopen.

Het programma is jaloersmakend sterk, al zou ik niet direct weten waar ik die jaloezie op moest richten. Na This Leo Sunrise, The Avonden, Spill Gold, Goodnight Moonlight en Floris Bates besluit ik dat het geen goed idee is om alle acts afzonderlijk te bespreken; ik vind vrijwel alles goed. Er is vast ergens een Spotify-lijst te vinden; zet die maar op.

De band HWRH is zo nieuw dat er nog geen muziek online staat. Het is ontsproten uit de vruchtbare grond rond Corno Zwetsloot, een van de hoofdstations van de Nederlandse ondergrondse, die er sinds 2014 zelf niet meer bij is. De verbindingen die hij legde, leven voort in HWRH, met van die gitaren die in elkaar verzuipen en weer boven komen spartelen op een spijkerbed van stuiterdrums.

Vervolgens spelen Kanipchen Fit, The Sweet Release Of Death; wat moet het grandioos zijn als je hier als toerist min of meer per ongeluk terechtkomt. Je zal thuiskomen en zeggen: ik verhuis naar Amsterdam. Fuck New York, Berlijn en Londen. Dit is waar het gebeurt.

Vlak voor het optreden van Arnold de Boers geesteskind Zea, ook zo'n beeldbepaler, neem ik een hap van een broodje gezond en breekt er een stukje van mijn kies af. Lekker gezond, dat broodje. Met het stuk kies verdwijnt mijn opperbeste humeur, alsof in dat kleine puntje mijn volledige dopamine-voorraad zat. Van de vriendelijke mevrouw van het OLVG mag ik op het festival blijven en hoef ik me nergens zorgen over te maken. Toch zit het me dwars. Ik kan niet ophouden met mijn tong over het scherpe plekje te gaan.

Pas bij The Ex verdwijnt het chagrijn. Het festival is bijna op de helft en qua drukte is het hoogtepunt bereikt. Deze band is de belichaming van de Nederlandse ondergrond; het zijn de vaders en moeder van alles wat hier vandaag gebeurt. Bijna veertig jaar bestaan ze al, en nog steeds is het onwerkelijk hoe die drie gasten, elkaar omver beukend als oorlogje-spelende kleuters, zo'n logge muur uit die gitaren weten te persen, terwijl Katherina Bornefeld akelig strak zit te drummen met de gezichtsuitdrukking van iemand die de zaterdagkrant uit de brievenbus haalt. Naast me staat een jong stel dat zijn eerste The Ex-ervaring beleeft. Ze weten niet waar ze het hebben. De kwaliteit van The Ex kan verlammend werken, maar is vooral hoopgevend.

Het dagprogramma gaat via Green Hornet, The Homesick, Lookapony, zZz en Hallo Venray over in de nacht, die zijn hoogtepunt beleeft op de dansvloer bij DJ Ramses3000 van Cairo Liberation Front. Het publiek is inmiddels net zo'n maffe mengelmoes als de muziek die klinkt.

Wat de voorbode lijkt van een nachtje doortrekken, blijkt de zwanenzang. Rond 4.00 uur is Paradiso uitgestorven. Om wakker te blijven dans ik in de grote zaal met vijf anderen. Er is meer personeel dan publiek. Een bepaald slag mensen ziet zoiets al luxe, maar ik vind het knap ongemakkelijk. In de Kelder trekken drone-freaks van Glice nog enig bekijks, al hangt de helft van de toeschouwers in slaaptoestand op de banken.

Minuten lijken uren te duren. Ik voel me een zombie in een film waarvan het script is kwijtgeraakt. Doelloos dwaal ik trap op en af, deur in en uit, in de hoop iets te vinden wat de moeite waard is. Dat het niet lukt, heeft vooral met mijn toestand te maken. Om 6:00 uur gaat het licht uit. Een schamele drie uur later klok ik weer in. De sfeer is te vergelijken met die van een maandagochtend in de sprinter tussen Breukelen en Utrecht. Bezoekers hangen met hun hoofd tussen de knieën. Het is onduidelijk waarom ze er nog zijn. Iedereen zit op zijn eigen eiland, tot praten lijkt niemand in staat. In mijn hoofd houd ik mij bezig met de vraag of ik bier of koffie moet drinken. Als ik uiteindelijk zeker weet dat het koffie moet worden, zie ik er zo tegenop helemaal naar de bar te lopen en die twee lettergrepen uit te spreken, dat ik maar op de plakkerige biergrond ga zitten.

Ik herinner me half dat ik in de kelder met een handvol anderen heb staan kijken naar Yung Gwidetti, een nieuw project, zo lees ik nu, van Boef van De Gelogeerde Aap. Ik heb hem niet herkend. Ik ontwaak enigszins uit mijn koortsige halfslaap bij een duo dat zichzelf Het Gloren noemt. Hun teksten gaan over jongens en meisjes die elkaar zien of niet zien, heel cryptisch, maar op de een of andere manier volg ik de logica volkomen. Het is zo'n zeldzaam moment waarop je voelt dat alles wat je tot dan toe in je leven gedaan hebt in dienst stond van dat moment. Als ik in mijn handen klap, doen mijn oren pijn.

Het slotstuk in de grote zaal is het drieluik Paradiso Ontwaakt. Het tweede deel heet toepasselijk Halfslaap. Het maakt diepe indruk. Het klinkt als walvissen die met elkaar praten.

Dan vraag ik me af wat 'underground' eigenlijk betekent. Een tekst van Def P – dat is zeg maar de Yung Nnelg van 1995 – schiet door mijn hoofd. 'De een die gooit het op bekendheid en de ander op sound.' Het heeft daarnaast denk ik te maken met mentaliteit, drijfveren en onafhankelijkheid. Zonnestralen vallen door de glas-in-loodramen in mijn gezicht. Waarom is zZz underground? Waar houdt een dorp op dorp te zijn, en wordt het een stad? De taal is gehandicapt. Het gaat om gevoel. Ik luister naar de walvissen. Naar neoliberale maatstaven was dit festival een flop. Niemand is hier financieel wijzer van geworden. Aan het BNP heeft Van Onderen niet noemenswaardig bijgedragen. Het meisje dat naast mij zit snurkt behoorlijk. Ik sta op. Mijn lichaam begint ongecontroleerde bewegingen te maken op een beat die alleen in mijn hoofd bestaat. Je zou het dansen kunnen noemen. Ik voel me goed.