FYI.

This story is over 5 years old.

We zouden allemaal tijgerwormen als huisdier moeten nemen

Ik heb sinds een maand nieuwe huisdieren. Ze wonen in een plastic Ikea-bak op mijn balkon en hebben weinig aandacht nodig. Af en toe voer ik ze een gebruikt theezakje, de resten van mijn ontbijt of een restje slap geworden sla. Dat vinden tijgerwormen...

Ik heb sinds een maand nieuwe huisdieren. Ze wonen in een plastic Ikea-bak op mijn balkon en hebben weinig aandacht nodig. Af en toe voer ik ze een gebruikt theezakje, de resten van mijn ontbijt, de buitenste blaadjes van een kool of een restje slap geworden sla.

Dat vinden tijgerwormen namelijk lekker. Tijgerwormen zijn een speciaal soort regenwormen die ook wel 'compostwormen' worden genoemd omdat ze goed zijn in het verteren van plantaardig afval. Daar maken ze nieuwe aarde van die je als mest in je kruidenbak of op je AH-moestuintjes kunt gebruiken. Het houden van tijgerwormen is een beetje te vergelijken met het hebben van een Tamagotchi: je kunt er niet echt mee communiceren en ze zijn met weinig tevreden – in dit geval is het niet het indrukken van een paar knoppen, maar gooi je gewoon af en toe wat schillen in hun hok, en zorg je ervoor dat het vooral donker en niet te koud maar ook niet te warm is. En net als over de Tamagotchi toen, is er nu een hoop te doen over deze superhuisdieren.

Advertentie

Afgelopen vrijdag trokken een stuk of 250 tijgerwormen in bij vijf verschillende wormenhotels in vijf echte Amsterdamse hotels. De afvaleters mogen een tijdje (en sommige zelfs voor altijd) in de lobby, kelder of tuin van het Volkshotel, het Amstel Hotel, NH Hotel Barbizon Palace, Casa 400 en het Conscious Hotel wonen in een voor hun speciaal ontworpen 'hotel'. De wormenhotels van FoodGuerrilla, die de actie is gestart en het 'de kleinste hotelketen van Nederland' noemt, zien eruit als een Amsterdams pakhuis – een stuk chiquer dus dan mijn knalgroene plastic Ikea-wormenhuis.

Jose Dol van het Volkshotel

De hotelmanager van het Volkshotel José Dol met haar wormenhotel op de Nieuwmarkt vrijdag.

Met teksten als 'Wormen zijn de helden van de bodem' en frisse tekeningen van roze rupsjes met klokhuizen en bananenschillen wordt geprobeerd de worm uit de taboesfeer te halen: wormen zijn schattig en niet eng en goor. Dat vindt FoodGuerrilla ten minste, die met deze actie aandacht wil voor wat pesticidengebruik en monocultuur doen met de bodem. Volgens FoodGuerrilla gaan er elke minuut dertig voetbalvelden aan vruchtbare grond ergens ter wereld verloren door slecht bodemgebruik. Wormen kunnen helpen, omdat ze zuurstof en mineraalrijke compost in de bodem brengen.

Vooralsnog trek ik zelf nog wel een handschoen aan als ik mijn wormen voer. De eerste week dat ik de wormenbak had, droomde ik zelfs dat er reusachtige wormen die op slangen leken in mijn kledingkast waren gekropen. Het geruststellende verhaal dat Loes Goebertus – de architect van wie ik de wormen heb gekregen – me hierover vertelde, heeft dus nog niet echt geholpen. "Nieuwsgierige wormen zullen misschien proberen uit de bak te kruipen, maar eenmaal uit de bak drogen ze vrij snel uit," zei ze. De avontuurlijke worm bekoopt zijn levenshouding dus met de dood.

Advertentie

Loes ontwierp vorig jaar een wormenbak voor in de keuken. De bak is goed afgesloten en de compost is makkelijk af te tappen. Ze won er een prijsvraag van de gemeente Amsterdam-Noord mee en is nu bezig om met dat startkapitaal de bak echt op de markt te brengen. Tot het zo ver is, is ze niet te beroerd om te laten zien hoe je er zelf een in elkaar knutselt. Ook is Loes is een fris type, en dat is een prettige bijkomstigheid als je veel over wormen praat.

Wormenontbijt

Een doordeweeks wormenontbijtje.

Zo'n zelfgeknutselde bak is misschien niet perfect, maar je komt er een heel eind mee. Gebruik hiervoor een plastic bak en doe er een laagje compost of biologische potgrond in, of wat kokosvezels, dan een laagje natte krantensnippers en karton, wat eierschalen, een stuk of vijftig wormen, een eerste restje groenafval en daarbovenop nog wat krantensnippers om de wormen een veilig gevoel te geven. In de tweede bak boor je een paar kleine gaatjes, en die zet je er bovenop. Als de wormen uitgegeten zijn in de eerste laag, zullen ze compost achterlaten en zich omhoog eten naar de volgende bak. Daarin stop je alles wat je zelf niet eet – alles behalve vlees, zuivel en gekookte dingen; wormen zijn geen varkens.

Wormen, compost, moestuinen, het is misschien niet het meest sexy onderwerp in de wereld van eten en drinken. In Amsterdam en andere grote steden vinden ze dit blijkbaar ook – iedereen propt er z'n GFT-afval gewoon in de vuilniszak. Stronkjes broccoli, avocadoschillen, eierschalen – alles verdwijnt tussen plastic, sigarettenpeuken en oud brood. Nu zijn er natuurlijk allerlei initiatieven die willen dat we stoppen met het weggooien van eten, want van brood kun je bier of gas maken, van pasta moet je gewoon niet te veel koken, en dat stuk kaas kan best nog als je het stukje schimmel eraf snijdt. Maar de groene dingen die ik net opnoemde eten we niet en zomaar weggooien om te laten verbranden is zonde.

Tot nu toe bevallen mijn nieuwe huisdieren uitstekend. De ene dag geef ik ze wat raapsteel, de andere dag groene thee en een stuk krant. Wormen zijn heel saai en dus perfect als je weinig thuis bent. De eerste twee weken dacht ik dat ze dood waren omdat ik ze helemaal niet zag, maar dat kwam waarschijnlijk door de kou of het verhuizen. Sinds een week zie ik er altijd wel eentje wegkruipen zodra ik de bak optil. Wel schrik ik altijd nog een beetje, het blijven wormen. Maar ik ben al wel zover dat ik ze niet meer in tweeën hak om te zien of ze daarna gewoon verder leven – zo volwassen ben ik inmiddels wel.