Maurice van Es vereeuwigt piepkleine herinneringen aan je huis

Tienduizenden woorden over je interieur, maar dan gebundeld in oogstrelende fotoboeken.

|
dec. 12 2013, 9:55am

Maurice van Es denkt na over fotografie en de waarde van beelden. Gelukkig zet hij die gedachten ook om in een activiteit. Zo fotografeert hij onder andere op aanvraag karakteristieke details van woonruimtes, die worden gebundeld tot een boekje. Dat boekje herinnert aan het verleden, en de staat waarin een huis (en vooral de complete inboedel) zich bevond, maar het project Rooms Of Now gaat eigenlijk nog wel een stukje dieper dan dat. We spraken hem over het vereeuwigen van herinneringen, de rol van het beeld hierin en over relaties met je deurknop.

VICE: Wanneer begon je met het fotograferen van details van interieurs?
Maurice: Voor mijn serie The Past Is A Strange Place documenteer ik mijn leven en fotografeer ik overal waar ik iets beleef. Zo begon ik ook in kamers van vrienden te fotograferen. Meestal aan het eind van een avond. Wat me in huizen begon op te vallen was dat er allerlei leuke oplossingen voor problemen te zien waren. Eigenhandig geknutsel om het leven in je huis wat makkelijker te maken. Wat ik ook interessant vind aan zulke stillevens, is dat ze verwijzen naar een actie buiten de foto. De foto is dan een ingang naar de concentratie, gedachte en handeling van diegene.

Met die inzichten begon ik de ruimtes van vrienden steeds aandachtiger te fotograferen. En zo ontstond er een mapje op m'n computer met Kamers 2011, met daarin weer mapjes voor ieder huis afzonderlijk. Toen leek het me tof om ze die foto's over vijf jaar of tien jaar weer te laten zien. Dan staan al die details echt voor je studieperiode.

Waar ga je dan naar op zoek in die kamers?
Het gaat me vooral om de herinneringswaarde van de persoon aan zijn of haar huis. Als ik bijvoorbeeld een deurknop fotografeer, dan benadrukt het de relatie van die persoon met die deurknop. Best raar, een relatie met een deurknop. Je denkt er misschien niet over na maar je hebt dat ding wel duizenden keren vastgepakt. Het is en blijft een deurknop, maar gebundeld in een boekje met allemaal andere foto's van details uit een woonruimte breng je een sterk gevoel over van hoe het was in dat huis.

Hoe denk je dat de mensen waarvoor je een boek hebt gemaakt over vijf jaar terugkijken in het boek?
Ik denk dat de details je uitdagen na te denken over de ruimte. Wat zie ik? Waar is dit in de ruimte? Waar verwijst het naar? En in het geheel: Wie was ik toen? Eigenlijk al die foto's zijn verhalen voor mensen, je kan je als buitenstaander vaak niet eens voorstellen dat de meest simpele foto's grote werelden open kunnen breken. Maar als je goed kijkt in je eigen ruimte, dan komt alles wat je ziet ergens vandaan, en heeft alles wel een verhaaltje.

Daarnaast vind ik de poging zo'n ruimte levend te houden wel mooi. Ik weet eigenlijk zelf ook niet wat zo'n boek over vijf jaar nog kan doen. Misschien is het een feest der herkenning, misschien werkt het juist vervreemdend wanneer iemand zijn of haar huis terugziet. Dat weten we alleen over vijf jaar. Natuurlijk is het fijn als ikzelf en de persoon die het boekje heeft laten maken tevreden zijn met het resultaat, maar het gaat me vooral om het uitdrukken van ons onvermogen met betrekking tot tijd. Met fotografie probeert de mens de strijd aan te gaan met dat onvermogen.



Wil die strijd een beetje vlotten?
Ja en nee. Er wordt nu zoveel gefotografeerd, en ik probeer met mijn werk wel te reageren op de massahysterie rondom fotografie. Ik heb niets tegen die massa aan foto's, maar het roept wel veel vragen op: wat is een beeld nog waard als je tientallen foto's per dag maakt met je telefoon? Op een gegeven moment bereik je een punt waarop die foto's weer waarde verliezen, omdat het er te veel zijn geworden. En: zouden we ook nog zo veel foto's maken als we ooit door de tijd zullen kunnen reizen? Dat zijn dingen die ik me afvraag. Je ziet dat verlangen naar vereeuwiging overal terug. Als de Spaanse voetballer Andrés Iniesta na een gewonnen WK-finale zegt: "Men zal zich onze daden over honderd jaar nog steeds herinneren", dan geeft hij eigenlijk aan dat vereeuwigd worden – of jezelf overleven – wel het hoogst haalbare lijkt voor hem, of misschien wel voor de mens in het algemeen. Misschien komt daar die drang om alles te fotograferen wel vandaan. Soms vind ik het aandoenlijk en denk ik: wat maakt het nou uit wie zich deze tijd over honderd jaar nog herinnert? Weg is weg. Ik probeer aan te kaarten dat die relatie tussen beeld en tijd heel sterk is, maar ook vluchtig, want een beeld kan ook heel snel kracht verliezen. Dat hoop ik tegen te gaan door herinneringen te presenteren in een boekje.

Meer VICE
VICE-kanalen