Identiteit

Ik werd mishandeld en letterlijk op straat gezet door mijn ex

Isa (22) kwam door huiselijk geweld in de crisisopvang terecht, en woont nu in een opvanghuis voor vrouwen in Oost-Nederland.
04 december 2017, 3:38pm
Dit is niet de vrouw uit het verhaal – foto door David Meulenbeld
Dit is niet de vrouw uit het verhaal – foto door David Meulenbeld 

Deze week publiceren we verhalen van vrouwen die in een opvanghuis wonen, omdat ze door huiselijk geweld thuis niet meer veilig zijn. In Nederland krijgt één op de vijf vrouwen ooit te maken met fysiek geweld dat wordt gepleegd door een (ex-)partner of iemand uit huiselijke kring, en jaarlijks worden 200.000 tot 230.000 volwassenen slachtoffer van ernstig of herhaaldelijk huiselijk geweld.

Isa* van 22 vertelt over de mishandelingen door haar vriend, en hoe hij haar midden in de winter plotseling op straat zette. Ze kwam in de crisisopvang terecht, waar ze zes weken kon blijven, en ging vervolgens naar een van de gezamenlijke huizen van de vrouwenopvang. Op het moment dat we haar spreken woont ze al een jaar niet meer thuis.

Ik ontmoette mijn ex toen ik achttien was. Ik was jong en had nog geen eigen mening. Het was leuk met hem, dus trok ik bij hem in. Al snel moest ik mijn vriendinnen laten vallen omdat hij die niet leuk vond. Hij wilde dat ik huismoeder was, en meer niet. In het begin gaf ik daaraan toe, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik een mening kreeg en mijn vriendinnen wilde zien. Hij vond dat ik me verantwoordelijk moest gedragen, wat betekende dat ik nooit meer uit mocht met vriendinnen en alleen maar thuis moest zitten. Dat vond ik geen leven – dat ís geen leven. Maar ik durfde niet bij hem weg te gaan, omdat ik niet wist of ik het alleen zou redden. Ik bleef bij hem voor de vastigheid, omdat het mij onmogelijk leek onafhankelijk te worden.

Vorig jaar december zette hij me op straat – ik was naar een feest geweest, en toen ik thuiskwam, waren de sloten op het huis veranderd. Ik belde hem op, en hij zei dat ik niet meer welkom was thuis en niet meer naar binnen mocht. Het was hartstikke koud en ik kon nergens heen. Op zondagavond rijden hier geen bussen, en ik had al een poosje geen contact meer met mijn ouders. Iemand uit de buurt heeft me een kop koffie aangeboden en naar dit opvanghuis gebracht.

Toen ik thuiskwam, waren de sloten veranderd. Het was hartstikke koud en ik kon nergens heen.

Ik was al een tijd in contact met deze vrouwenopvang, omdat het thuis niet goed liep. We hadden veel ruzie, en op een gegeven moment heeft de moeder van mijn ex daar melding van gemaakt. Ze maakte zich zorgen om onze dochter van 2,5. Als ik thuiskwam van een feestje, sloeg mijn ex me waar mijn dochtertje bij was. Ze was toen nog heel klein, ze kroop nog.

Het gebeurde vaak dat hij me sloeg en schopte. Ik heb een keer twee weken bij mijn oma geslapen omdat ik bont en blauw was. Soms ging ik ertegenin, dan sloeg ik hem terug of ik schreeuwde, maar vaak liet ik het op me afkomen – hij was toch veel sterker. Als we ruzie hadden, wilde ik naar buiten om af te koelen, maar dat mocht niet van hem. Hij pakte dan de sleutels, waardoor ik niet naar buiten kon. Ik zat gevangen in mijn eigen huis. Als ik al een kans zag om de sleutels te pakken uit de keukenla, ging hij voor de deur staan en zei hij: “Jij gaat niet weg.”

Ik moest hierheen omdat ik geen keus had, ik kon nergens anders heen. Het was de eerste maanden heel moeilijk, omdat er zoveel geregeld moest worden. We moesten al mijn gegevens en financiën doorspitten – niks was meer privé.

Als je hier binnenkomt in de crisisopvang krijg je een kamer van drie bij drie, de woonkamer, keuken en badkamer deel je met andere moeders met kinderen. Er is een avondklok, dus tussen 23:00 en 07.00 uur kan je niet naar binnen en ook niet naar buiten. Ik werd constant in de gaten gehouden – dat was de eerste weken ook zeker nodig. Ik had constant de drang om weg te gaan, om te vluchten. Mijn ogen moesten worden geopend.

Soms ging ik ertegenin, dan sloeg ik hem terug of ik schreeuwde, maar vaak liet ik het op me afkomen – hij was toch veel sterker.

De eerste drie weken dat ik hier zat, heb ik mijn dochtertje niet mogen zien van mijn ex. Hij vond het geen goede plek voor haar, dus was ze bij hem. Ik vond het verschrikkelijk om haar te moeten missen, maar ik moest aan mezelf denken. Ik was één grote puinhoop – ik sliep niet, was constant moe en kon alleen maar huilen. Het heeft even geduurd voordat ik zelf in staat was om de volle zorg voor haar te dragen. Na anderhalve maand in de crisisopvang, stroomde ik door naar een ander huis, een soort eengezinswoning met twee kamers en meer vrijheid. Toen kreeg ik iets meer rust. Ik begon me thuis te voelen. Ik vond het moederlijke dat ik nodig had in de begeleiders, en ik voelde me veilig omdat er overal camera’s hingen – niemand kan hier naar binnen.

Het dieptepunt voor mij was toen ik voor de rechter moest verschijnen; ik had nooit verwacht dat het zo ver zou komen. Er was een ‘ouder-plan’ opgesteld voor mij en mijn ex: onze dochter zou om de week bij hem zijn. In een van de weken dat ze bij mij was, kreeg ze luieruitslag en een schimmelinfectie. Mijn ex is toen naar de rechter gestapt om te zeggen dat ik haar verwaarloosde en niet in staat was om voor mijn dochter te zorgen.

Ik had zo weinig mensen om me heen, dat ik toch aan mezelf ging twijfelen. Maar ik moest dat loslaten, mijn verstand gebruiken en mijn gevoel uitschakelen, anders zou ik volledig flippen. Ik vind het zo moeilijk om hem nog normaal aan te kijken. De rechter heeft gezegd dat we met elkaar een traject moeten volgen voor scheidende ouders, maar hij regelt zijn deel maar niet. Ik geef hem tot eind dit jaar om het te regelen – doet hij dat niet, dan stap ik naar de rechter.

Ik voel me nu al veel sterker dan een jaar geleden, en volgend jaar hoop ik dat het nog beter gaat. Ik werk nu in de thuiszorg, en ik ben over een jaar van mijn schulden af, dus dat geeft een heel bevrijdend gevoel. Mijn dochter is de ene week bij hem, de andere week bij mij. Voor de rest weet ik het nog niet zo goed, omdat die rechtszaak nog niet afgelopen is. Ik blijf optimistisch. De een komt er makkelijk, de ander moet kruipen.

*Isa is een gefingeerde naam

Mocht je na het lezen van dit verhaal met iemand willen praten of op zoek zijn naar hulp, kijk dan op deze site van de Rijksoverheid waar je terecht kunt, of neem direct contact op met Stichting Het Kopland: 050 - 599 14 20.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met College voor de Rechten van de Mens, die zich tot en met 10 december inzet voor de Europese campagne UNiTE to end violence against women.