Food by VICE

Eten op Mount Everest is heus niet altijd een pretje

“Ik geniet er echt van als ik eindelijk zit en een vet stukje rendierhart afsnijd. Het is een prima snack die naar nootjes smaakt.”

door Simon Espholm
07 augustus 2018, 11:45am

Er zijn veel prachtplekken op de wereld waar je kunt genieten van een maaltijd met uitzicht: ronddraaiende restaurants op de top van wolkenkrabbers, de Eiffeltoren, en waarschijnlijk is er ook wel zoiets in Las Vegas. En dan zijn er nog de hoge pieken waar je een natuurlijke high krijgt door er te dineren.

Randi Skaug heeft de meeste hiervan uitgeprobeerd. Ze is een professionele avonturier en de eerste Noorse vrouw die de Seven Summits beklommen heeft: de hoogste bergen van elk continent. Ze is ook een expert in Noors bergeten, geen moeilijke eter, en over het algemeen best wel fantastisch.

We spraken Skaug over hoe je je een weg naar de top van de Mount Everest eet, over diarree hebben op Spitsbergen, een maand gevriesdroogd moeten eten en het plezier van goed getimede pannenkoeken.

MUNCHIES: Hallo Randi. Hoe ben je een professionele avonturier geworden?
Randi Skaug: Voor kinderen is het heel normaal om op avontuur te gaan. De meeste mensen stoppen daarmee als ze ouder worden, maar dat heb ik nooit gedaan. Vandaag de dag verdien ik er de kost mee. Dat betekent dat mijn leven is verdeeld tussen tijd in de natuur en er vervolgens verhalen over vertellen. Het is mijn levensdoel om mensen te helpen en elke dag een geweldige dag te maken.

In het Noors heb ik hier een term voor bedacht: 'kongefølelsen'. Dat betekent zoiets als het gevoel hebben dat je de beste ter wereld bent. Dat is mijn doel: niet alleen zelf op avontuur gaan, maar ook andere mensen inspireren om dat gevoel door de natuur te krijgen. Ik geloof dat je door veel naar buiten te gaan je lichaam sterk maakt, en tevens je geest.

Ik heb vaak kongefølelse ervaren, maar niet continu. Als het constant was, zou het geen enkele waarde hebben. Je moet het na willen jagen. Het is een beloning als je voelt dat niets of niemand je kan verslaan.

Wanneer heb je voor het laatst 'kongefølelse' gevoeld?
De laatste keer dat ik het voelde was een paar dagen geleden. Ik heb een eigen eiland in het noorden van Noorwegen. Het heet Naustholmen. Ik kreeg het voor elkaar om vier andere mensen naar een nabijgelegen vuurtoren te brengen, iets wat ik nog niet eerder had kunnen doen. We zaten daar gewoon, keken naar de zonsondergang en dronken een biertje. Het kan dus ook zoiets simpels zijn.

Je bent opgegroeid op een boerderij. Hoe heeft dat je relatie met eten beïnvloed?
Veel mensen vragen mij of ik altijd goed heb kunnen koken. Voor de duidelijkheid: ik ben niet echt een goede kok, maar ik houd me wel bezig met goed eten – echt eten. Ik bereid niet de meest exotische gerechten, maar ik maak goed en degelijk eten met geweldige, verse producten. Ik koop geen kan-en-klaar eten en dat is absoluut iets dat ik aan mijn jeugd heb overgehouden – mijn moeder was een huisvrouw, en ze gooide nooit iets weg.

Wat eet je als je op expedities bent?
Het hangt er vanaf waar ik ben. Toen ik bijvoorbeeld op Antarctica was, was het niet mogelijk om te jagen of te vissen. Er zijn ook geen supermarkten en je kunt niet een heel winkelwagentje vol spullen meenemen. Dus ik heb een maand lang gevriesdroogd voedsel gegeten. Wanneer je zo lang gevriesdroogd eet, heeft dat invloed op je maag; als je thuiskomt en je weer echt eten proeft, is dat een speciaal gevoel.

Is er iets wat je altijd meeneemt?
Nou, ik neem altijd wat traditioneel ingemaakt Noors eten mee. Zoals gedroogd rendierhart, dat voor ongeveer 80 procent uit eiwitten bestaat. En ook tørrfisk (gedroogde vis), die uit de buurt van mijn eiland komt. Het is niet zwaar en het is duurzaam. Het zal nooit gaan rotten of schimmelen of iets. Dus heb ik het altijd bij me tijdens mijn expedities. Ik kan er echt van genieten als ik eindelijk kan gaan zitten en mijn mes kan pakken om een vettig stukje rendierhart af te snijden. Het is een prima snack en het smaakt naar nootjes.

Je hebt de Seven Summits beklommen. Wat at je tijdens het beklimmen van Mount Everest?
Ten eerste is het sowieso moeilijk om daar te eten. Van de ijle lucht op grote hoogte word je nogal misselijk, waardoor je je eetlust kwijtraakt. Maar het is enorm belangrijk dat je blijft eten. Altijd. Variatie is de sleutel, zodat niets je gaat vervelen. Daarom heb ik veel kleine snacks als amandelen en rozijnen gegeten. Dit vulde ik aan met levertraan en gedroogde lamsbout en veel kaas die ik meehad.

Als ontbijt at ik havermout. Dat maakte ik met lauw water en dat was prima – je kunt verder ook niet echt koken onder die omstandigheden. Hoe hoger je komt, hoe lager de temperatuur van de vlam wordt, doordat er weinig zuurstof in de lucht zit. Water kookt niet, dus het duurt bijvoorbeeld twintig minuten om een ei te koken. Een ander gevolg hiervan is dat het onmogelijk is om een warme kop koffie te maken.

Maar het belangrijkste wat ik at op Everest was makreel in tomatensaus. Het is een blikje superfood, gevuld met vet en eiwitten. De laatste klim naar de top duurde 12 uur. Het weer was heel erg slecht, dus ik bracht maar tien minuten door op de top van de wereld. Daarna kostte het ons nog eens tien uur om weer af te dalen. Gedurende die 22 uur at ik alleen maar een stukje chocolade en dronk ik een halve liter water.

Kun je de meest extreme eetervaring beschrijven die je ooit hebt gehad?
Ik was aan het skiën op Spitsbergen in met een groepje van drie anderen. We hadden per ongeluk ons eten opgeslagen samen met de blikjes lampenolie die we gebruikten om onze kachels aan te steken. Het ding met lampenolie is dat je er enorme boeren van moet laten en er ontzettende diarree van krijgt. En toen bleek dat één van de blikken lampenolie was gaan lekken en dat er dus olie in ons eten zat. En we wisten wat er zou gebeuren als we het zouden opeten.

Het gebeurde aan het einde van de reis en als gevolg van slecht weer hadden we onze voedselreserves al opgebruikt. Dus de laatste twee dagen konden we of voedsel met kerosine eten, of helemaal niets. Dus natuurlijk aten we kerosine. Er zat maar heel weinig in, maar ik zou het niemand aanraden. Toen we bij een Russisch kamp kwamen, gingen we letterlijk op onze knieën en smeekten we of ze iets voor ons konden koken. Ze spraken geen Engels of iets, maar ze wel maakten soep en pannenkoeken met pruimenjam voor ons. Dat is een maaltijd die ik nooit zal vergeten.

Haha, wauw. Wat was een van de beste eetervaringen?
Ik was eens aan het kajakken voor de kust van Noord-Noorwegen, die ongeveer 1800 kilometer lang is. Het weer was ongewoon warm, te warm om overdag te peddelen. Dus kajakten we 's nachts als de temperatuur lager was – ook al was het nog steeds behoorlijk warm. Vroeg in de ochtend peddelden we naar de kant en zetten onze tenten op. Toen we wakker werden was het enorm heet en opeens bleken we omringd door krøkebær, een soort kleine bramen. We liepen rond in ons ondergoed en er lagen zoveel van deze bramen op de grond dat het net voelde alsof we op bubbelwrap rondliepen. We hadden wat suiker en wat bloem bij ons, dus hebben we pannenkoeken gemaakt, en de bessen gebruikt om jam te maken. Het was een geweldig moment. Te vaak zijn we zo bezorgd over wat wel en niet gezond is. Kunnen we dit eten of kunnen we het beter niet doen? Maar het is oké om af en toe een beetje te ontspannen. En pannenkoeken te eten. Ik denk dat ik gewoon heel erg van pannenkoeken houd.

Bedankt, Randi!

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.