Mark Hollis, de stille rebel van de popmuziek

Voordat hij deze week op 64-jarige leeftijd overleed, maakte de songwriter van Talk Talk een paar albums, die aanvoelden als geheime gebeden. Toen liet hij het allemaal achter.

|
27 februari 2019, 1:11pm

De eerste momenten van het album Laughing Stock kondigen zichzelf aan met de stille gratie van een vallend gordijn. Feedback van een versterker hangt verstild in de lucht, achttien seconden lang, voordat een tremolo wordt aangeslagen. Een strijkinstrument drijft langs als een zuchtje mist en verdwijnt weer, zonder een vaste vorm aan te nemen. Een stem, die klinkt als iets dat het midden houdt tussen een lounge-zanger en een gewond dier, kruipt van een zacht gefluister naar een doordringende schreeuw. Het is prachtig, maar spookachtig – rijk aan detail, maar op een manier die een beeld van een diepe, allesverslindende leegte oproept.

Het is een album dat meer onthult naarmate je er vaker naar luistert; vormloze elementen pulseren en ademen als een soort constant veranderende levensvorm, telkens een beetje anders dan bij de vorige luisterbeurt. Sinds de release in 1991 is het een van de meest invloedrijke albums in underground muziek geworden, en geroemd als een van de beste albums aller tijden. Dat dit monumentale werk afkomstig is van een band die ooit een slap aftreksel van Duran Duran genoemd werd, draagt alleen maar bij aan de mystiek.

Mark Hollis overleed op 25 februari, omgeven door evenveel mysterie als hem kenmerkte toen hij nog leefde (terwijl ik dit schrijf, is niet eens bekend waar hij aan is overleden). De reactie vanuit de muziekindustrie, met name artiesten in de experimentele hoek, is overweldigend. In mijn vriendengroep werd altijd al over zijn muziek gesproken alsof het een soort geheime gebeden waren; de vriend die mij ooit introduceerde tot Laughing Stock beweert dat hij er jaren lang iedere dag naar had geluisterd.

Talk Talk stonden altijd op gespannen voet met hun eigen succes, wat hun reputatie als iconen van individualisme in de muziekindustrie alleen maar kracht bij heeft gezet. Hollis was regelmatig vijandig tegenover de pers (en zelfs tegen zijn eigen fans), en probeerde actief te breken met zijn gepolijste sound en imago, dat hem was opgelegd door platenmaatschappij EMI, waar ze hun debuut op uitbrachten. Hoewel Hollis’ gepijnigde, jammerende zang goed te begrijpen was in de context van new wave, wisten ze de Britse muziekpers niet te overtuigen. Punkmagazines in Groot-Brittannië noemden de band gekscherend ’Typisch Typisch’ en hun singles deden het slecht in hun thuisland – terwijl ze in de VS wel een paar hits wisten te scoren.

Er is niet veel bekend over Hollis’ jonge jaren, maar gebaseerd op de paar fragmenten die hij ooit onthuld heeft, had hij moeite met meekomen op school, en bracht hij zijn jeugd door met het spelen van punkmuziek en werken in verschillende fabrieken. Hij heeft het in interviews gehad over Singing in the Rain, zijn favoriete film, en net als die film was Hollis’ artistieke visie veel dromeriger dan je in eerste instantie zou verwachten. Hollis heeft altijd over Talk Talk nagedacht in abstracte termen, ook direct vanaf het begin al – tijdens de perstour bij de release van hun debuutplaat haalde Hollis de Russische componist Sjostakovitsj aan, en trok hij een vergelijk tussen de vrolijke synthpop van zijn band en het instrumentale samenspel van Coltrane.

Gedurende zijn tijd bij EMI had Hollis moeite met de perceptie van zijn band, en stuurde zijn geluid steeds verder weg van de mainstream; ironisch genoeg kon hij echter de mainstream muziekindustrie pas verwerpen, nadat hij deze veroverd had. Op The Colour of Spring, hun derde album, was deze verandering al ingezet: het album was minder dance-pop, en klonk meer als het (toen) futuristische en gelaagde geluid van Kate Bush of Tears for Fears. Op dit album werd Hollis’ voorliefde voor een melancholisch sfeertje duidelijk voelbaar, zoals op nummers als Chameleon Day en April 5th . Deels vanwege populaire single Life’s What You Make It werd The Colour of Spring een internationale hit, kreeg Talk Talk eindelijk respect van hun landgenoten, en kreeg Hollis de financiële vrijheid die hij nodig had om te maken wat uiteindelijk zijn definitieve statements zouden worden.

The Spirit of Eden en Laughing Stock, de twee albums die Hollis maakte na The Colour of Spring, klinken als het werk van een compleet andere band, één die z’n tijd zo ver vooruit was dat deze albums zo in 2019 op plaat gezet hadden kunnen worden. In plaats van draaien om ritme en melodie, fungeren de nummers meer als locaties, die vrijelijk bewegen, terwijl Hollis iedere mogelijke noot uit zijn stem weet te wringen met een intensiteit die zijn teksten cryptisch en onmogelijk te ontcijferen maakt, maar dat doet er ook niet toe. Ieder geluid op deze albums barst van het leven, of het nou de trillende mondharmonica die The Rainbow opent is, of het stralende koor op het einde van I Believe in You, of dat dissonante … ding op vier minuten in After the Flood (dat een volle minuut aanhoudt, en volgens Hollis zelf gemaakt wordt door twee saxofonen die tegelijkertijd worden gespeeld, ook al staan er geen credits voor een saxofonist op het album). Het geheel voelt compleet organisch aan, ondanks het feit dat Hollis letterlijk jaren in een donkere kamer doorbracht om albums te maken van uren en uren aan opgenomen materiaal.

Deze twee platen, en zijn ongelooflijke solo-album uit 1998, brengen Hollis’ liefde voor free jazz en klassieke avant-garde samen in de geïmproviseerde, goudeerlijke muziek die hij altijd al had willen maken. Beide albums verkochten niet goed, natuurlijk, wat Hollis alleen maar sterkte in zijn missie de wereld van popmuziek achter zich te laten om onafhankelijkheid en een zoektocht naar de waarheid na te streven. Zo’n individualistische houding is een voorbeeld geworden voor generaties aan artiesten, van underground helden als Broken Social Scene en Califone tot mainstream doorbraken als Radiohead.

Na deze wereldschokkende albums verliet Hollis de muziekwereld volledig, om meer tijd door te kunnen brengen met zijn gezin. Hollis is jaren bezig geweest met het zorgvuldig weerleggen van alle aannames die zijn leeftijdsgenoten over hem als persoon en over de betekenis van zijn werk koesterden, en is er uiteindelijk in geslaagd om muziek te maken die zowel van de aarde als uit de ziel geboren klinkt. En om vervolgens de muziekwereld volledig de rug toe te keren om simpelweg met geliefden te kunnen zijn, zegt meer over wat Hollis in de wereld zag dan welk meesterwerk dan ook zou kunnen. Hollis wilde zijn leven leiden als een individu, en door dat te doen heeft hij ons geleerd dat geen enkel label onmogelijk is om te overwinnen, in een oprechte poging om jezelf te leren kennen. Hollis wilde gezien worden voor wie hij echt was – net zoals ieder ander mens.

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.