Identiteit

99 manieren om het leven van transgender personen wat gemakkelijker te maken

Google is je vriend. Ik ben dat niet, en vooral niet als je me vraagt hoe chirurgen een penis van mijn been hebben gemaakt.

door Kai Isaiah-Jamal
16 oktober 2018, 1:38pm

Kai Isaiah-Jamal. Foto door Gabby Drew

Dit is een aangepaste versie van een artikel dat eerder verscheen bij Broadly UK. In Groot-Brittannië is de regering momenteel bezig met een publieksonderzoek, met daarin de vraag of de Gender Recognition Act uit 2004 aangepast moet worden, waardoor het voor transgender personen gemakkelijker wordt om hun gender erkend te krijgen.

Ideeën over het leven van transgender personen − wat we nodig hebben, wat we waard zijn, hoe we moeten leven − worden vaak besproken door cismensen. De ‘discussie’ gaat dan over of trans vrouwen wel of geen vrouwen zijn, of we een eigen wc of kleedkamer moeten verdienen, en of we eigenlijk wel ouder of docent mogen worden. Ik vind dat we die discussie moeten stoppen, want voor mij zijn dat geen vragen. Trans personen hebben evenveel recht op mensenrechten als iedereen.

Wat we nodig hebben zijn oren, ogen en actie. We willen dat cismensen naar onze problemen en onze stemmen luisteren. We willen dat ze zich bewust zijn bent van hun privileges en ze ook gebruiken voor ons welzijn. Het helpt bijvoorbeeld als je actief reageert op transfobie, dat je het benoemt als je het tegenkomt in je dagelijks leven of in het nieuws. Hieronder vind je nog 99 manieren waarop cisbondgenoten ons kunnen helpen.

1. Respecteer met welk persoonlijk voornaamwoord iemand aangesproken wil worden. Dit is echt niet zo moeilijk. Als iemand een voorkeur uitspreekt heb jij daar niets over te zeggen. Gebruik de persoonlijke voornaamwoorden die zij zelf gebruiken.

2. Nog iets over persoonlijke voornaamwoorden: als je het niet zeker weet, kun je genderneutrale termen (hen/hun) gebruiken, of vraag het aan de persoon zelf. Wees wel discreet als je dat doet en houd rekening met waar je bent en de mensen om je heen – deze persoon outen als trans moet je niet willen.

3. Trans personen kunnen genderneutrale persoonlijke voornaamwoorden willen gebruiken, dus ga er niet vanuit dat ze per se met iets binairs op de proppen komen.

4. Je kan eens letten op het binaire taalgebruik in je dagelijkse gesprekken, en kijken of je ook zonder kan. Als we bewust bezig zijn om niet alles in genderhokjes te stoppen, kan dit wellicht doorwerken in ons genderbinaire model.

5. Trans vrouwen zijn vrouwen, daar hoef je niet over in discussie.

6. Trans mannen bestaan. Vaak worden we over het hoofd gezien of vergeten, maar probeer er rekening mee te houden dat we er zijn, en dat het voor ons best lastig is om in een wereld te leven die gedomineerd wordt door cismannen.

7. Benoem transfobie, overal waar je het tegenkomt. Verdedig ons, ook al is er geen transpersoon in de buurt. Als hatelijk taalgebruik blijft bestaan, zal geweld tegen transpersonen ook blijven bestaan.

8. Transfobie is niet leuk, ook niet ‘voor de grap’ of als ‘plagen’.

9. Het helpt niet om te generaliseren als het om transgender personen gaat. We zijn allemaal individuen met verschillende meningen.

10. Weet dat erniet maar één mogelijke vorm van transitie is. Je kunt op allerlei verschillende manieren in transitie gaan, en iedereen heeft eigen wensen. Mensen waarbij een medische transitie niet mogelijk of wenselijk is, zijn daardoor niet ‘meer of minder trans’. Het is voor transmensen een persoonlijke reis, en iemand hoeft niet verplicht een aantal vakjes af te kunnen vinken om gevalideerd te worden − door wie dan ook.

11. Vraag alsjeblieft nooit zomaar iets over onze genitaliën of ons lichaam. “Dus… alles zit er nog daar beneden?”, terwijl je naar ons kruis wijst is echt op geen enkele manier oké.

12. De queer gemeenschap is groter dan je denkt, dus het is echt niet zo dat we elkaar allemaal kennen.

13. Queer taalgebruik (of woorden die aan de queer cultuur ontleend zijn) gebruiken we als een manier van communiceren. Voor een grote meerderheid van de queer gemeenschap is het een soort codetaal waar we veiligheid aan ontlenen. Neem dit niet zomaar over als je niet uit onze gemeenschap komt.

14. Ga alleen naar plekken waar queers en transgender personen samenkomen als iemand uit de gemeenschap je uitnodigt, of als duidelijk wordt gecommuniceerd dat trans-bondgenoten ook welkom zijn.

15. Als je ergens terechtkomt waar het draait om de transgemeenschap, claim die ruimte dan niet alsof-ie van jou is.

16. Wees je bewust van je handen. Raak geen mensen aan zonder hun toestemming, waar je ook bent, en al helemaal niet in ruimtes voor queers. Raak een trans persoon niet zomaar aan – fysiek contact kan een negatieve trigger zijn.

17. Als je wordt gewezen op een beledigende uitspraak, ga dan niet in discussie. Het is geen debat. Bied je excuses aan en reflecteer op de situatie. Mocht het nodig zijn: ga weg of geef de persoon die je hebt beledigd of gekwetst even de ruimte.

18. Probeer een trans persoon nooit te overtuigen dat iets niet transfobisch is.

19. Herinner ons eraan dat trans zijn geen last is, of iets slechts.

20. Erken de kracht van je eigen stem.

21. En gebruik die kracht vervolgens ook.

22. Als een transgender persoon verbaal wordt aangevallen, zich onveilig of ongemakkelijk voelt door toedoen van een ander, of op een andere manier wordt aangevallen en jouw hulp nodig heeft − trek je mond dan open.

23. Dit gezegd hebbende, wees niet die bondgenoot die ongevraagd over of namens een trans persoon spreekt in zo’n situatie. Vraag eerst of je hulp nodig is, want er is niets frustrerender dan een cispersoon die je de mond snoert. Dat gebeurt al genoeg.

24. Praat met ons over andere dingen dan gender. Films bijvoorbeeld, wat we gister hebben gegeten, of onze aanstaande vakantie − dingen die los staan van emotionele inspanningen zeg maar.

25. Haal ons uit je moodboards voor het nieuwe seizoen. In plaats daarvan: boek ons en betaal ons om mee te werken.

26. Fetisjeer ons niet. We zijn er niet voor jouw seksuele experiment, hebbedingetje of reden om tegen je ouders te rebelleren. We zijn hier niet voor jou.

27. Wees bewust van de manier waarop media trans personen ons portretteren – dit is vaak in problematische context. Als je kan, werk dan mee aan een gevarieerder beeld.

28. Zoek uit wat Mx betekent.

29. Praat met de generatie vóór jou − je ouders, grootouders, ooms en tantes. Je kunt traditionele ideeën niet altijd veranderen, maar je kunt wel een nieuw perspectief bieden.

30. Steun de generatie na jou, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met kinderen en tieners. Maak ze bewust van gender en van het feit dat het een spectrum is waarop je geen vaste plek hebt voor de rest van je leven. Leer ze over hun vrijheden en keuzes.

31. Het idee dat jongens van blauw houden en meisjes van roze is stereotyperend en dat kan beperkend werken. Je kan ook speelgoed kopen dat niet op die manier bezig is met hokjes.

32. Niet alleen trans personen kunnen bezig zijn met een procedure om hun naam te veranderen. Als een vriendin van mij trouwt en haar achternaam verandert, is dat een soortgelijk juridisch proces. Je kan trans personen helpen om uit te zoeken bij welke bank het makkelijk is om naamsverandering door te voeren bijvoorbeeld, of door mee te gaan naar het gemeenteloket. Met andere woorden: dit zijn geen specifieke ‘transproblemen’, maar verwarrende administratieve rompslomp waar ook andere mensen vaak niets van begrijpen.

33. Deel je platform met ons. Het is vermoeiend om alleen maar cismensen aan het woord te laten over de gezondheid en levens van transmensen. Vraag ons zelf om te komen spreken, verhalen te delen of je iets te leren – en betaal ons daarvoor. Zo krijg jij niet de credits voor de levens die wij leven.

34. Steun trans-artiesten. Ga naar onze exposities. Koop onze boeken. Luister naar onze podcasts. Gebruik je sociale kanalen om de geweldige dingen te delen die we maken, ondanks de tegenslagen waar we mee te maken krijgen.

35. Verwacht niet dat trans personen je de hele tijd op je schouder kloppen omdat je het goed met ons voorhebt. Soms ben je gewoon een goed mens aan het zijn, en dat is niets waar je een medaille voor hoeft te verwachten.

36. Er zijn organisaties en goede doelen die hulp bieden aan trans personen, en die kun je financieel steunen. Zonder sponsoring hebben wij minder makkelijk toegang tot mentale gezondheidszorg en gratis meet-ups, bijvoorbeeld.

37. Je hoeft ons niet te vertellen wat RuPaul, Trump, of The Daily Mail nu weer over ons heeft gezegd. Waarschijnlijk weten we dit al.

38. Je kunt meehelpen de boodschap van de #BlackTransLivesMatter-campagne te verspreiden, en benadrukken dat zwarte trans personen vaak doelwit van geweld zijn.

39. Als je datet met een trans persoon, probeer dan om hun triggers te begrijpen. Ik en mijn partner noemen mijn menstruele cyclus bijvoorbeeld ‘Lucifer’. Dus als ik haar app dat Lucifer weer gearriveerd is, weet ze dat ze snoep moet meenemen.

40. Vertel ons niet dat we “slachtoffertje spelen”. Sla de cijfers er maar op na, en zie dan dat we vaak daadwerkelijk slachtoffer zijn.

41. Vermijd debatavonden of congressen over gender of trans-identiteit waar het voltallige panel cis is.

42. Geef creatieve trans personen een platform om werk te kunnen delen dat niet alleen maar gaat over trans-zijn.

43. Research doen helpt. Voor alle onwetende vragen: Google is je vriend. Ik ben dat niet, en vooral niet als je me vraagt hoe chirurgen een penis van mijn been hebben gemaakt.

44. Als trans personen toch iets moeten uitleggen dat mogelijk niet prettig, triggerend of pijnlijk is voor ons, doe dan iets liefs voor ze – koop een grote bos bloemen of neem ons mee uit eten bijvoorbeeld.

45. Transfobie is een groot probleem binnen de queergemeenschap. En mensen die zichzelf identificeren als queer kunnen het allerergst zijn.

46. Leg voorvallen van transfobie vast (maar alleen als je hulp niet ter plekke nodig is). Check of het trans slachtoffer in kwestie het oké vindt dat je de beelden deelt. Dit kan leiden tot een veroordeling, bijvoorbeeld dat iemands baan op het spel komt te staan. Maar iemand die beledigende termen gebruikt, zou geen functie als CEO mogen bekleden.

47. Trek iemands religieuze overtuigingen niet in twijfel omdat ze trans zijn en jij daarom veronderstelt dat ze een pesthekel hebben aan een heilig boek.

48. Trans issues bestaan niet om winst op te behalen, vergeet dat niet.

49. ‘Queer’ is geen thema. Geef geen queerfeest waarbij je cisvrienden die het woord ‘nicht’ of ‘faggot’ gebruiken hakken en jurken dragen omdat het ‘lachen’ is.

50. Weet dat dragqueens niet altijd trans zijn, maar het kan wel.

51. Ga niet in de aanval als een trans persoon je wijst op iets (onbewust) transfobisch dat jij hebt gedaan. Je hoeft de ander niet op te zadelen met jouw schuldgevoel.

52. Vraag niet hoe genderdysforie voelt. Het is onmogelijk om uit te leggen, en niet te begrijpen voor iemand die het niet zelf ervaart.

53. Vraag je trans vrienden of trans personen die je kent of ze het fijn zouden vinden als je meegaat naar afspraken in het ziekenhuis. Ziekenhuizen zijn vaak eng en soms krijg je niet de behandeling, dokter of resultaten waar je op hoopte. Sta klaar om een knuffel te geven.

54. Spreek radicale feministen die beweren dat trans vrouwen geen vrouwen zijn aan op hun stereotype ideeën.

55. Je hoeft dat soort fopfeministen ook geen vragen te stellen, want er valt niets van hen te leren.

56. Corrigeer anderen wanneer ze mensen misgenderen .

57. Gender en seksualiteit zijn niet hetzelfde. Onthoud dat.

58. Vraag iemand die een relatie heeft met een trans persoon niet “wat dat zegt over iemands geaardheid.” Het zegt dat ze verliefd zijn, dus fuck off.

59. #TransLivesMatter moet meer zijn dan een hashtag. Maak het groter dan social media.

60. Vertel je transvrienden dat ze er goed uitzien, en complimenteer vooral de zichtbare veranderingen door hormoongebruik of operaties. Of zeg gewoon dat hun huid die dag straalt.

61. Je bent geen bondgenoot als je je omgeving wel transfobisch taalgebruik laat gebruiken. Spreek je vrienden en familie hierop aan.

62. Hou van je kinderen, met welk gender ze zich dan ook identificeren. De meeste zelfhaat onder trans personen ontstaat vaak doordat ze thuis niet geaccepteerd worden.

63. Werkloosheidscijfers onder transgender personen liggen veel hoger dan onder de bevolking in het algemeen, dus help ze mee zoeken naar werk, als je kan. Als je genoeg hebt om te delen – geld of eten of een huis bijvoorbeeld – probeer dan te helpen.

64. Trans zijn is geen ‘fase’, dus dat hoef je zo niet te noemen.

65. Als een transvriend vanaf een feestje naar huis gaat en het niet prettig vindt om alleen over straat te gaan, bied dan aan om mee te lopen of ze naar het station te brengen. Of breng ze naar huis.

66. Het is misschien aardig bedoeld als je ons wil ‘redden’, maar dat hoeft niet. Je kan ons wel helpen om te krijgen wat iedereen heeft.

67. Wees een actieve bondgenoot. Zeggen dat je een bondgenoot bent maar eigenlijk niks doen om een verschil te maken, is niet genoeg.

68. Let op de genderspecifieke termen die je gebruikt, zoals ‘gozer’, ‘gast’ of ‘chickie’. Voor trans personen kan dat voelen als misgenderen.

69. Verbreed je kennis over gender. De taal van de Yoruba is genderloos, bijvoorbeeld, en in veel spirituele filosofieën bestaat een derde geslacht.

70. Wees je bewust van de samenleving die het transmensen moeilijk maakt in zaken als politiewerk, huisvesting en gezondheidszorg. In Nederland blijkt dat 25 procent van de bevolking mensen afwijst die niet duidelijk man of vrouw zijn, en dat bijvoorbeeld 45 procent van de respondenten uit een onderzoek van het ministerie van OCW, niet aan collega’s vertelt dat ze trans zijn.

71. Bied aan om mee te gaan naar gezondheidsvoorlichtingen en bijeenkomsten. Dit soort evenementen en de mensen die daar naartoe gaan, kunnen triggerend werken en angst veroorzaken.

72. Corrigeer jezelf als je per ongeluk iemand misgendert. Het maakt niet uit als het een foutje was, maar het kan wel pijn doen.

73. Verontschuldig je niet voor anderen, bijvoorbeeld als iemand van je vrienden iets kwetsends zegt en jij ze dan verdedigt met: “Ik ken ze echt al jaren, zo bedoelen ze het niet.”

74. Vergeet niet dat racisme heel veel voorkomt in de queergemeenschap en dat trans personen van kleur vaak het kwetsbaarst zijn. Help mee ons beschermen.

75. Noem jezelf geen bondgenoot als je niet gelooft in interseksualiteit. Je kan niet xenofobisch en tegelijkertijd een bondgenoot van trans personen zijn. Zo werkt het niet.

76. Sekswerk is werk, dat staat verder niet ter discussie. Probeer transgender personen die sekswerker zijn dan ook niet te belemmeren als ze hun eigen veiligheidsmaatregelen bedenken en uitvoeren.

77. Vraag niet of je onze strap-on, borstprothese, of packer mag voelen. Deze zijn onderdeel van ons lichaam.

78. Geloof trans personen als ze zeggen dat ze een doelwit zijn. Erken de haat die vanuit allerlei hoeken op ons wordt afgevuurd.

79. Een paar leestips voor je: To My Trans Sisters van Charlie Cragg, The Gender Games door Juno Dawson, Black on Both Sides van C Riley Snorton, en Before I Step Outside (You Love Me) door Travis Alabanza.

80. Weet dat er geen universele trans-ervaring bestaat. We zijn allemaal gevormd door onze uiteenlopende levens.

81. Onze talenten worden vaak genegeerd op basis van onze genderidentiteit, dus help mee ons werk te delen.

82. Doe een stapje terug en hou niet alles voor jezelf. Als je voor een opdracht wordt gevraagd en je denkt dat je transvriend, -partner, of -collega er meer geschikt voor is: geef onze namen door.

83. Hou van ons en zie ons als mensen. Dat zijn we namelijk ook.

84. Kijk naar Pose, Paris is Burning, Tomboy en Tangerine.

85. Zorg dat je de correcte terminologie kent. In plaats van “toen je nog een meisje/jongen was”, kan je ook zeggen “toen je nog het gender had dat je toegewezen kreeg bij je geboorte”.

86. “Transgenders” is niks. We zitten niet allemaal in één hokje, dus beweer dat ook niet.

87. Vecht voor onze rechten en blokkeer en rapporteer pagina’s, accounts of mensen die haat tegen ons verspreiden.

88. Genderneutrale wc’s zouden veel gebruikelijker kunnen zijn dan alleen je wc thuis, dus .vraag erom op je werk, in cafés, en in andere publieke ruimtes.

89. Als iemand die trans is aan je vraagt of je meegaat naar de wc, ga dan mee. Toiletten kunnen een hele onveilige plek zijn voor ons.

90. De Pride is er niet voor jou om dronken te worden en glitter op je gezicht te smeren. Respecteer dat Pride er niet voor jou is.

91. Groepjes met alleen trans personen bestaan voor een reden. Dit is niet jouw space.

92. Jouw nieuwsgierigheid is ondergeschikt aan onze gevoelen, dus verwacht niet automatisch een antwoord.

93. “Ik zie geen gender” zeggen is heel problematisch. We hebben niet nog een manier nodig waarop we onzichtbaar worden gemaakt.

94. Denk niet dat je alles weet over genderdysforie. Niet iedereen ervaart het en niet iedereen ervaart het op dezelfde manier.

95. Als je me gaat vertellen dat ‘hetero cisman zijn niet betekent dat je het niet moeilijk hebt gehad’, vergeet je je eigen privileges ten opzichte van transgender personen.

96. We hoeven elkaars problemen niet te overtreffen, ze kunnen naast elkaar bestaan.

97. Niet iedereen heeft een label nodig. Zoals mijn oma zou zeggen: “Kind, sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn.”

98. Intimiteit kan voor iedereen lastig zijn, maar het kan nog ingewikkelder zijn voor sommige trans personen. Respecteer grenzen en de manier waarop mensen zich fijn voelen bij naaktheid, gevoeligheden en seks. Dit betekent dat je soms heel geduldig moet zijn, of dat je je ideeën moet bijstellen van wat normaal gesproken als ‘seks’ wordt beschouwd.

99. Vind je eigen manieren om de ciswereld op z’n kop te zetten en te ontwrichten – er zijn er genoeg.