Het is de hoogste tijd dat die ouderwetse definitie van ‘hacker’ verandert

Hackers zijn echt niet altijd van die naarlingen die met een capuchon op en een blikje energydrink het Witte Huis binnendringen.

Hier bij Motherboard gebruiken we het woord ‘hacker’ vrijwel dagelijks. En met ieder verhaal dat we vertellen, helpen we de betekenis van het woord te veranderen.

Als je het woord op Google intikt of een woordenboek doorbladert, krijg je al snel het idee dat hackers kwaadaardige mensen zijn, omdat ze “zonder toestemming binnendringen in computernetwerken.” Marten Mickos, de CEO van HackerOne, is niet blij met die definitie. Zijn bedrijf betaalt onderzoekers om bugs en gaten in de beveiliging op te sporen. Daarom vroeg hij de Cambridge Dictionary onlangs om de definitie van het woord te veranderen. Volgens een recent onderzoek is namelijk 70 procent van de informatiebeveiligers bij Infosecurity Europe het ermee eens dat het woord ‘illegaal’ uit de omschrijving in het woordenboek gehaald moet worden.

Advertentie

Zoals sommigen van jullie misschien al weten, ontstond het woord ‘hacker’ buiten de infosec-wereld. Het ontstond zelfs al voordat informatiebeveiliging (of cyberbeveiliging, als je het zo wil noemen) überhaupt bestond. Zo was het woord in de jaren zestig volgens de New Hacker Dictionary van MIT simpelweg een manier om naar de allereerste computerfans te verwijzen.

Vijftig jaar – en een boel gefaalde pogingen om het stigma te veranderen – later worden hackers in de mainstream media, woordenboeken en populaire cultuur nog steeds omschreven als kwaadaardige types die inbreken in computers en computersystemen om data te stelen of zonder toestemming andere illegale shit te doen.

Dit is hoe de Oxford Dictionary een hacker omschrijft:

Een persoon die computers gebruikt om zonder toestemming data te verkrijgen.

De Cambridge Dictionary gebruikt een soortgelijke definitie:

Een persoon die bedreven is in het gebruik van computersystemen. Vaak iemand die illegaal toegang heeft verkregen tot privé-computersystemen.

Dictionary.com ziet hackers gelukkig niet als sluwe monsters:

Een persoon met veel kennis van computertechnologie of programmeren; een computerexpert of -liefhebber.

Of toch wel…

Een persoon die beveiliging omzeilt en inbreekt in een netwerk, computer, file, etc. Meestal met kwaadaardige bedoelingen.

Als je het mij vraagt, slaan deze definities helemaal nergens op. Ik ken genoeg doorgewinterde professionals, academici en nieuwkomers in het veld die zichzelf probleemloos een hacker noemen. Ze gebruiken het woord op een neutrale manier, als iemand die het fantastisch vindt om dingen te onderzoeken en te kraken, zonder slechte bedoelingen.

Advertentie

Ook hier bij Motherboard zien we het als een neutrale term. Of zoals we in onze woordenlijst voor hackers schreven:

‘Hackers’ kan nu zowel naar helden als naar slechteriken verwijzen. Aan de ene kant heb je de hackers die spelen met systemen zonder kwaadaardige bedoelingen (vaak sleutelen ze er juist aan om fouten te vinden, zodat deze opgelost kunnen worden). Aan de andere kant heb je de cybercriminelen, ofwel ‘crackers’.

De Cambridge University Press die het woordenboek uitgeeft reageerde niet op ons verzoek om verder commentaar. Toch leken ze in hun antwoord op de tweet van Mickos te laten doorschemeren dat er wel naar wordt gekeken. Nu alles wereldwijd steeds meer met elkaar in verbinding staat, stijgt de vraag naar mensen die iets weten van online beveiliging supersnel. Om meer jonge mensen te interesseren voor cyberbeveiliging, is een positievere definitie van het woord dan ook hard nodig.

Tijd dus om deze stigma’s te doorbreken. Liever laat dan nooit.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.