Motherboard

De antichrist van het internet boredsplainede me de toekomst op het gras van TNW

Andrew 'antichrist' Keen klaagt dat het internet het winner takes all-kapitalisme alleen maar versterkt, maar zijn "fixes" zijn te oppervlakkig en hij serveert eigenlijk vooral inspiratiesnacks.

door Wester van Gaal
01 mei 2018, 12:07pm

Alle foto's door Kas van Vliet

Waarom zijn er goeroes? Ik bedenk me dit terwijl ik naar een uiterst chagrijnige Andrew Keen kijk, die als je hem opzoekt op Google al zeker tien jaar doorgaat als internetgoeroe, social-mediagoeroe of webgoeroe.

Ik zit met hem op het gras voor de ‘medialounge’ van het TNW-conference om te praten over zijn nieuwe boek How to fix the Future. Hij heeft er al een flinke boektoer opzitten, dus de internetgoeroe vraagt me of ik een beetje leuke vragen kan stellen.

De hele set-up van een conferentie zoals TNW is dat we de grote ontwikkelingen - KI, Blockchain, etc – die onze toekomst op dit moment aan het vormen zijn zo snel mogelijk bespreken. Een soort speeddaten voor mensen die hetzelfde vinden. Veel van de sprekers vertellen het standaardverhaal van hun werkgever - bedrijven zoals Google, Uber of Tinder. Er zijn wetenschappers die hun ingewikkelde onderzoek noodgedwongen terugbrengen tot een introductiepraatje, en er zijn een paar journalisten zoals Keen bij die het grote plaatje in een vlot half uur kunnen samenvatten. Deze superjournalisten worden dan door andere journalisten weer ‘goeroes’ genoemd.

In al deze gevallen ligt oppervlakkigheid op de loer, maar ja: dat is het format. Zo ook van Keen’s boek. Hij zet zijn leer uiteen in vijf globale “gereedschappen” die we kunnen gebruiken om de maatschappij weer op de rails te krijgen: educatie, regulering, vrije competitie, goed burgerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Keen, die ook wel de ‘antichrist van het internet’ is genoemd, heeft als sinds 2007 forse kritiek op de effecten van het internet op onze maatschappij. In plaats van de open egalitaire ruimte zoals de internetevangelisten in jaren 90 hadden beloofd, werd het een ‘winner takes all’-platform waar de macht bij een paar bedrijven is komen te liggen. De zogenoemde Big Five: Amazon, Microsoft, Google, Facebook en Apple.

De droom van het open internet is kapot, schreef hij daarom in zijn vorige boek The internet is not the Answer. In zijn nieuwe boek wil hij een positiever geluid laten horen. Het internet, en dingen die ermee te maken hebben zoals kunstmatige intelligentie, media en onderwijs moeten gefixt worden. Hij presenteert deze fixes aan de hand van een rondgang langs briljante mensen met een slim idee.

Zijn suggesties leiden telkens tot de echte hamvragen van deze tijd, maar die probeert hij niet te beantwoorden.

Het redelijk simpele motief dat Keen op de problemen van vandaag legt maken het overzichtelijk. En de voorbeelden die hij noemt in zijn boek zijn leuk, maar overbekend en zeer schetsmatig uitgewerkt.

Meer creativiteit in het onderwijs is een goed (en veelgehoord) punt, maar hoe gaan we deze vernieuwingen doorvoeren? Daar komt hij niet aan toe. Verantwoordelijk consumeren is inderdaad wenselijk, maar hoe krijg je de hele bevolking mee?

Zijn suggesties leiden telkens tot de echte hamvragen van deze tijd, maar die probeert hij niet te beantwoorden. Zijn talloze speeches en honderden interviews, alle herrie die hij maakt voor zijn boek - al dat geluid, is daarom eigenlijk ronduit oppervlakkig.

Zijn hoofdstuk over regulering bijvoorbeeld. Hij voert Eurocommissaris voor mededinging Margrethe Vestager aan als ultiem voorbeeld – het megatalent dat al sinds haar aanstelling in 2014 een titanenstrijd voert tegen Google. Vorig jaar kreeg Google een boete van 2,4 miljard euro omdat het zijn concurrentiepositie had misbruikt.

Dit soort zaken kunnen de macht van een bedrijf afzwakken, zodat er weer ruimte is voor andere spelers. “Europa is onze laatste hoop,” schrijft hij. Uit de vele positieve recensies blijkt dat hieruit het verkeerde idee kan ontstaan dat we op de goede weg zitten. Maar hoe moet het als ze weg is en er weer een grijze muis de positie bekleed? Hoe zorgen we ervoor dat beleidsmakers niet achter de feiten aan blijven lopen? In werkelijkheid is de strijd tussen de EU en Big Tech een ongelijke. Facebook, Apple en Google zijn de beleidsmakers keer op keer te snel af omdat ze met een simpele aanpassing, of een stiekeme verhuizing van een kantoor, gemakkelijk onder de opgelegde sancties uitkomen.

Dit is de standaard blik van Keen.

“Ik heb de antwoorden niet,” zegt hij als ik dit opmerk. Keen klaagt dat het internet het winner takes all-kapitalisme alleen maar versterkt. Maar als ik hem vraag of hij dan voor een post-kapitalistisch model pleit, is zijn antwoord dat hij dat hij "graag realistisch blijft." Begrijpelijk, maar ook nogal een dooddoener. Grote problemen vereisen grote fixes. In het boek van Keen komen vooral inspirerende anekdotes voorbij die het vast goed doen op een podium, maar in boekvorm erg weinig toevoegen.

Uit de hand gelopen marktwerking “kan uiteindelijk alleen door de consument worden opgelost,” zegt hij. Hij noemt de gedecentraliseerde app Flattr als een alternatief voor Google en Youtube, waarmee luisteraars artiesten directe micropayments kunnen verzenden. Het is opgericht door Peter Sunde, voormalig voorman van The Piratebay.

In How to fix the Future presenteert Keen Sunde als moedige innovator die zijn techsavviness inzet om een nieuw verdienmodel voor kunstenaars te creëren, als alternatief voor Youtube en Spotify. Hij presenteert de app als een fix – een update waarvoor je het besturingssysteem van de economie niet opnieuw hoeft op te starten. Maar zo denkt de maker er zelf helemaal niet over.

"Een mens kan de wereld redden, maar je moet wel een ideale superburger zijn met een paar miljard op je rekening."

Als Sunde van deze karakterisering hoort zegt hij: “Het internet is kapot. Ik heb de strijd voor het internet allang opgegeven.” De verandering moet van buiten het internet komen zegt Sunde, een overtuigt communist. Het internet verander je niet met een app, maar door het economisch model te veranderen. Dat is misschien een luchtkasteel, maar dat is wel wat hij vindt. De vervorming van Sunde’s gedachtegoed zodat het past in Keen’s betoog is typerend.

Het is bovendien nogal ironisch dat Keen het killerapp-narratief van SC-miljardairs - het idee dat je de wereld kan fixen met een app - bijna naadloos toepast op zijn eigen verhaal. Keen zou “niet hebben gedronken van de Silicon Valley Kool-aid”, maar bijna elk hoofdstuk van zijn boek is doordrongen met precies dezelfde manier van denken. Zijn hoofdstuk over educatie bijvoorbeeld.

Miljardairs als Travis Kalanick van Uber trekken zich niets aan van conventies, en voelen zich gelegitimeerd om een hele tak van de economie te disrupten voor eigen gewin. Andrew Keen’s advies voor onderwijs luidt als volgt: “Onderwijs moet zich meer richten op creativiteit,” zegt hij. Hij noemt Montessori- en het Waldorfonderwijs als voorbeelden. Leraren moeten zich richten op vaardigheden als: “Independence, propensity to take risks, willingness to rethink conventional assumptions, take moonshots and fix the future.”

Dit zijn precies de eigenschappen die Ayn Rand tot de kernwaarden van haar anti-altruïstische op de belangen van het individu-gerichte filosofie heeft gemaakt. Rand, de goeroe waarmee tech-tycoons zoals Kalanick zijn opgegroeid, wordt de oermoeder van de “cult of disruption” genoemd. Techmiljardairs vernoemen hun kinderen en bedrijven niet voor niets naar helden uit haar boeken The Fountainhead en Atlas Shrugged.

Hij presenteert “fixes” voor problemen waar bijna niemand fixes voor heeft, om het vervolgens toch telkens “suggesties” te noemen, wat, ja sorry, toch een beetje flauw is.

Haar filosofie van de “heroïsche individu” die de maatschappij kan verbeteren als hij zijn eigen belangen nastreeft, klinkt door in Keen’s “fixes”. Hij beschrijft bijna alleen maar uitzonderlijke figuren. Hun levensverhalen zijn bedoeld om de lezer te inspireren, maar ze staan ook bijna allemaal los van de maatschappij omdat ze een paar miljard hebben verdiend met een IPO of op een andere manier extreem succesvol zijn. De adviezen voor normale beleidsmakers en burgers zijn erg dun gezaaid, en blijven vaak steken in algemeenheden of gemeenplaatsen als “consumenten kiezen het internet dat ze willen” – “don’t be evil,” maar dan gericht aan de kleine burgerman.

Decentralisatie, competitie, de helende kracht van de markt en nieuwe technologie – daar liggen de oplossing voor het ‘winner takes all’-model volgens Keen. Als ik zeg dat hij klinkt als Kevin Kelly (ook een spreker op TNW), de New Economy ‘internetgoeroe’ die in de jaren 90 een einde van het vraag-aanbod model aankondigde en overvloed voor iedereen beloofde, alleen dan chagrijniger, moet hij eindelijk lachen.

“Hoe kijkt u naar de toekomst?” probeer ik nog eens.

“Met optimisme.”

De weerzin druipt weer van zijn gezicht.

“U lijkt niet zo optimistisch. Waarover bent u optimistisch?”

“Dat staat in mijn boek”

Maar het staat niet in zijn boek. En er is na het lezen ervan weinig reden tot optimisme. Hij presenteert “fixes” voor problemen waar bijna niemand fixes voor heeft, om het vervolgens toch telkens “suggesties” te noemen, wat, ja sorry, toch een beetje flauw is.

We moeten nuttige burgers zijn. We moeten creatief zijn. Alleen dan kunnen we de technologische krachten die onze levens misvormen aan banden leggen. Hij legt een verband met Thomas More’s Utopia waar “hij trots op is.” In dit beroemde boek uit 1516 beschrijft More een ideale wereld - de "technologische stad" - waarin mensen een vrije wil hebben, verantwoordelijkheid nemen voor hun daden en waar privébezit niet bestaat. Het gaat om "agency", zegt Keen - een lastig te vertalen woord, dat in deze context betekent dat mensen een vrije wil hebben. We hebben de vrijheid en de mogelijkheid om de wereld te verbeteren, maar Keen's verhaal gaat over individuen. Hele uitzonderlijke individuen. Een verband met Ayn Rand's heroïsche individuen is dan snel gemaakt. Een mens kan de wereld redden, maar je moet wel een ideale superburger zijn met een paar miljard op je rekening.

Hij lijkt niet door te hebben dat het een School of Life-achtige gemeenplaats is om individuele verbetering als oplossing voor het geheel te presenteren. We willen graag mensen die woordjes voor ons herhalen zoals creatief, onafhankelijk en humaan. We luisteren naar Boeddha, de oude Grieken of Ayn Rand om ons individu of menselijk te voelen, om vervolgens de grote systemische vragen te laten liggen omdat ze zo ingewikkeld zijn – of het nou over klimaatverandering gaat, de nucleaire dreiging of het doorgedraaide hyperkapitalisme: we doen liever net alsof deze problemen behapbaar zijn - te consumeren, misschien zelfs. We willen het in een keynote van een half uur kunnen begrijpen, hoogstens in een paar punten uiteengezet. En we willen een goeroe als Keen die het aan de hand van een paar leuke anekdotes lekker maakt.

Maar zoals Vestager zegt: “het probleem is niet dat we problemen hebben. Het probleem is dat we ze niet oplossen.” We fixen het niet, en van echte “fixes” is in het verhaal van Keen geen enkele sprake. Daar is grootse samenwerking voor nodig, en organisatie. Geen individuele heldenverhalen.

Eerlijk is eerlijk: ik kan het Keen niet kwalijk nemen. Gemak is wat we willen. We willen iemand die de werkelijkheid zo plat als een dubbeltje aan ons presenteert, omdat we allemaal infobees zijn. Opklappen opvreten, op naar de volgende vettige inspiratiepizza.

Ik zit naast de Gashouder en ik eet een vette snack met een vriendin. Het is vier uur dus ik bestel een fles wijn en we bespreken bevlogen de toekomst van media – al snel komen we tot de conclusie dat van al onze grote plannen niets zal komen. De werkelijke uitdaging zit ‘m in de details, niet in het grote verhaal, iets dat je je aan het begin van de fles nooit bedenkt.

Volg Motherboard op Facebook, Twitter en Flipboard.