Creators

Een robotkunstenaar vond een manier om met eekhoorns te communiceren

“Het lijkt op het systeem waarmee Amerika in de Koude Oorlog intercontinentale ballistische raketten kon detecteren. Maar dan dus voor eekhoorns.”
15 juni 2018, 8:17am
Beeld met dank aan Ian Ingram.

Meestal worden robots niet alleen dóór mensen, maar ook vóór mensen ontworpen. Niet altijd. De Amerikaanse kunstenaar Ian Ingram ontwerpt bijvoorbeeld bewegende objecten waarmee hij contact probeert te maken met dieren. Zijn eekhoornrobot is momenteel te zien in het Glazen Huis in het Amstelpark in Amsterdam, in de tentoonstelling Machine Wilderness, en luistert naar de naam Danger, Squirrel Nutkin! Het is een apparaat vol eekhoornstaarten, dat de omgeving scant op mogelijk gevaar voor eekhoorns. Wanneer er daadwerkelijk gevaar nadert, bijvoorbeeld in de vorm van een hond, beginnen de staarten wild te wapperen, op een manier die in het eekhoorns ‘maak dat je wegkomt’ betekent.

Ik sprak Ian over babbelen met eekhoorns, nutteloze technologie en zijn nieuwe methode om vrouwtjesduiven te verleiden.

Creators: Ha Ian, hoe ontdekte je dat eekhoorns communiceren met hun staart?
Ian Ingram: Ik ben het denk ik gewoon eens ergens tegengekomen. Ik lees veel over dieren. Op een gegeven moment was ik vooral veel met staarten bezig, en met het creëren van signalen waar dieren op reageren. En met onderzoeken of ik die signalen ook kon uitvergroten of vermenigvuldigen. Met Danger, Squirrel Nutkin! hoopte ik dat ik het alarmsignaal voor eekhoorns kon versterken door meerdere staarten te gebruiken. Als een PA-system. Of eigenlijk meer nog als een soort NORAD-antiraketsysteem, zegt dat je wat? Dat is het systeem waarmee Amerika in de Koude Oorlog intercontinentale ballistische raketten kon detecteren. Zoiets dus, maar dan voor eekhoorns.

Alleen: in de meeste gevallen zou een eekhoorn een naderende hond of een andere extreem gevaarlijke entiteit zelf ook al lang in de smiezen hebben.
Ja, klopt.

Dus deze robot onderstreept voor de eekhoorn vooral dat een dreiging die hij al had waargenomen inderdaad heel gevaarlijk is.
Nou ja, soms bespeurt de robot gevaar eerder dan de echte eekhoorn. Maar de eekhoorns zijn daar zelf ook al behoorlijk goed in, inderdaad. Dus zo wordt wat dit apparaat doet ook een beetje een oefening in futiliteit. En een beetje een tongue in cheek-actie tegen het wijdverbreide idee dat technologie altijd zinvolle problemen oplost.

Ik zie het ook wel als een voorbeeld van hoe wij mensen technologie kunnen gebruiken om andere diersoorten te helpen. Maar dat idee bijt zichzelf ook weer in de staart, want voor de dieren waar de robot tegen beschermt, zoals de havik en de vos, wordt de boel op deze manier natuurlijk goed verpest.

Ian Ingram eekhoorn

De staartsignalen van deze robot worden opgepikt door eekhoorns, en soms ook door dieren die in eekhoorns geïnteresseerd zijn, zoals honden. En wij mensen kijken daar weer naar. Wie communiceert eigenlijk met wie in dit project?
Het is vooral de robot die met de eekhoorns communiceert. Je kan je wel afvragen of de robot zelf handelt, of meer een prothese of een verlengstuk van onszelf is. Deze eekhoornmachine is vooral een apparaat, dus het lijkt erop dat ik bij de eekhoornrobot vooral zelf degene ben die iets communiceert. In mijn werk wordt wel vaak een soort van contact met dieren mogelijk gemaakt dat anders onmogelijk zou zijn. Ik heb nou eenmaal een heel ander lichaam dan het soort lichaam waarmee zij normaal gesproken willen kletsen en rondhangen.

Mensen denken graag dat echte communicatie met dieren mogelijk is, of het nu gaat om hun huisdieren of om wilde dieren. Het is nog maar de vraag in hoeverre dat echt kan of dat het niet gewoon wishful thinking is. Daar speel ik graag mee. Normaal gesproken kun je als gigantische mensaap, als omnivoor bovendien, niet echt een diepgaande relatie met een eekhoorn hebben, zeker niet met eentje die je net hebt ontmoet in het park. Dit project verleent mij een manier waarop ik toch iets van interactie met hen kan hebben. Zo probeer ik een klein beetje met ze te communiceren.

Ian Ingram eekhoorn

Hoe reageren eekhoorns op het apparaat? En honden?
Eekhoorns reageren ongeveer zoals je zou verwachten. Ze smeren hem, de bomen in, en kronkelen met hun staart om het nieuws van naderend onheil door te geven. Het is een paar keer voorgekomen dat er eekhoorns op afkwamen die vlak bij het apparaat iets ingewikkeldere dingen met hun staart uithaalden dan ik ze ooit heb zien doen. Ik hoop dat dit betekende dat er een soort gesprek tussen eekhoorn en apparaat plaatsvond.

Honden vinden het allemaal nogal opwindend. Mensen zeggen vaak tegen me dat ik iets voor hun honden zou moeten ontwerpen, iets om ze bezig te houden in de achtertuin, maar dat is niet iets dat mij nou zou interesseren.

Dat zou misschien ook wel te nuttig zijn. Je noemde je eekhoornproject net nog een oefening in futiliteit. Hoe sta je eigenlijk tegenover het idee van nut en nutteloosheid?
Ik koester wel enig wantrouwen ten aanzien van technologie. Ik denk niet dat technologie per definitie iets goeds is. Er zijn talloze voorbeelden van wonderen die de mensheid aan technologie te danken heeft. Toch lijkt de balans uiteindelijk vooral negatief uit te pakken. Door nutteloze machines te maken, pas ik technologie expres anders toe dan gebruikelijk is. Zo kan ik het gangbare idee dat technologie altijd goed en nuttig is en de mensheid dient onderzoeken. Verder zijn nutteloze machines vaak ook gewoon heel grappig. En humor kan een geweldige manier zijn om over al dit soort dingen het gesprek te openen. En dan bedoel ik niet alleen over onze verhouding tot technologie, maar ook die tot dieren.

Ian Ingram eekhoorn

Ian Ingram installeert de Nevermore-A-Matic

In je werk zit naast veel humor soms ook de nodige waarschuwing voor gevaar. Dat zie je bijvoorbeeld in je Nevermore-A-Matic , een ietwat duistere robot die speelt met vogelsignalen en morsecode. Ook de eekhoornrobot stuurt alarmerende signalen de wereld in.
Alarmsignalen van dieren zijn relatief makkelijk te gebruiken en makkelijk om dieren op te laten reageren, dus het is deels daardoor dat die vaker terugkomen in mijn werk. Maar ik werk ook regelmatig met signalen waarmee dieren hun territorium afbakenen, zoals in Lizardless Legs, dat communiceert met hagedissen, of in mijn spechtenrobot. Ik werd een keer uitgenodigd om een lezing te geven over teledildonica, weet je wat dat is?

Vertel.
Bij teledildonica gaat het om computergestuurde seksobjecten op afstand. De organisatie die mij uitnodigde voor die lezing zag mijn dierenrobots die territoria afbakenen – die ikzelf eigenlijk beschouwde als een soort macho-robots – als teledildonica. Omdat diezelfde territoriumsignalen die door mannetjes worden ingezet om andere mannetjes weg te jagen, vaak ook gebruikt worden om vrouwtjes van een afstandje te lokken. Tot die tijd dacht ik dat ik heel beschaafd werk maakte. Blijkbaar maakte ik eigenlijk seksbots. Het project waar ik momenteel mee bezig ben wordt trouwens een soort duivenseksbot.

Ian Ingram eekhoorn

Ian Ingram laat via Skype zijn model van het mannelijke geslachtsorgaan van een duif zien

Wat is dat voor project?
Het idee is Amerikaanse ratten aan Amsterdamse duiven te koppelen. Duiven worden ook wel vliegende ratten genoemd, maar eigenlijk weten die twee stadse diersoorten maar heel weinig over elkaar. Ratten zijn slechtziend, ze gebruiken vooral hun reukzin, hun gehoor en ultrasoon geluid. Mijn idee is om een systeem te creëren waarmee ik dat ultrasone geluid als het ware kan vertalen naar de paringsdans van duiven.

Zo’n paringsdans heb je vast weleens gezien: het mannetje buigt zijn kopje en draait rondjes om het vrouwtje. In mijn nieuwste project gebruik ik dat gegeven, maar ik laat heel veel weg. Ik gebruik alleen een model van een lichaamsdeel waar ze zich normaal gesproken niet van bewust zijn, hun geslachtsorganen. Ik laat alleen dat mannelijke geslachtsorgaan een paringsdans doen. Gestuurd door het geluid van ratten. Ik betwijfel eigenlijk of de vrouwtjesduiven het gaan begrijpen. Hoe dan ook: dat is waar ik mee bezig ben.

Ian Ingram eekhoorn

Proefdraaien in het Amsterdamse Amstelpark

Hoe ver ben je ermee?
Ik heb het model al getest, het kan duiven waarnemen en als het project nog wat verder is zal het dus zijn romantische paringsdans kunnen gaan doen. Dan zal ik ontdekken of het ook de gewenste aandacht krijgt van vrouwtjesduiven of niet. Ik hoop dat het werkt, dat twee diersoorten op totaal verschillende continenten elkaar op een bepaalde manier kunnen ontmoeten, dat er zo misschien een of andere connectie tussen hen kan ontstaan.

In veel van mijn werk probeer ik via allerlei signalen echt boodschappen door te geven aan dieren, maar in dit nieuwe project vertroebel ik die boodschap juist een beetje. Het heeft ook wel iets gemeen met internetdaten. Mensen posten op hun profiel doorgaans een niet geheel waarachtig verhaaltje over zichzelf. Je weet dus nooit precies wie er achter zo’n profiel zit. Net als bij deze robot.

Dus… ratten uit Amerika communiceren binnenkort met duiven uit Amsterdam? Zonder dat ze dat weten?
Ja.

Superlogisch.
O gelukkig! Ik vreesde opeens dat het niet zo heel logisch klonk.

Op de groepsexpositie Machine Wilderness in het Glazen Huis in het Amstelpark in Amsterdam zijn t/m 8 juli twee werken van Ian Ingram te zien (Danger, Squirrel Nutkin! en Nevermore-A-Matic). Op 8 juli presenteert hij er zijn nieuwste work in progress, Pigeon Smidgen. De expositie is georganiseerd door Zone2Source, een platform voor kunst, natuur en technologie.

Ian Ingram eekhoorn