Snelle reclamemensen vertellen hoe de reclamewereld ze langzaam leegzoog

Je verwacht misschien Mad Men, maar het is een plek die alle levensvreugde en creativiteit uit je overwerkte lichaam stampt.

|
26 maart 2018, 4:08pm

Als je met iemand praat die in de reclamewereld werkt, is de kans groot dat diegene je aanstaart met ingevallen, bloeddoorlopen ogen, en ondertussen vertelt hoe het is om veel overuren te draaien en je creativiteit vermoord te zien worden door lastige klanten. Om maar te zwijgen over het haantjesgedrag waar je mee te maken kunt krijgen als je ook nog eens vrouw bent – en als Mad Men ook maar een beetje een accuraat beeld laat zien van de werkelijkheid.

Natuurlijk zijn er heus wel mensen die in de reclamewereld werken en wél een leuk leven hebben, genoeg geld verdienen en voldoening halen uit hun werk. Maar mocht je erin willen werken, en een beetje willen weten waar je aan toe bent, dan kan het geen kwaad om de volgende waargebeurde verhalen eens tot je te nemen. Daarna zal het waarschijnlijk alleen nog maar mee kunnen vallen.

Danielle, 27, artdirector

“Mijn partner en ik waren het enige vrouwelijke team bij het bureau waar ik een aantal jaar geleden werkte. We stapten vaak naar het accountteam wanneer we vonden dat een deadline onhaalbaar was, of wanneer de feedback van een klant onze creativiteit te veel in de weg stond. Onze creative director riep ons dan naar zijn kantoor, om ons te vertellen dat we te agressief waren. De problemen die we probeerden aan te kaarten, werden daarbij volledig genegeerd. Hij zei vaak tegen ons dat we ‘niet zo emotioneel’ moesten worden. Zo kwamen we binnen het bedrijf bekend te staan als het ‘zeikteam’. Je snapt waarschijnlijk wel dat ik zo snel mogelijk weer bij dit bureau weg probeerde te komen.”

Joanna, 47, accountmanager

“De ironie van de reclame- en marketingwereld is dat er voornamelijk vrouwen in werken, maar de top nog altijd bestaat uit mannen. De vrouwen die bij mijn bedrijf wél wat hogere functies bekleedden, werkten bijna altijd in ‘flexuren’, wat betekent dat ze vijf dagen aan werk in vier dagen moesten proppen, of om vier uur ’s middags weggingen om hun kinderen uit school te halen, maar daardoor om elf uur ’s avonds nog mailtjes zaten te versturen. Bedrijven doen vaak alsof ze hun roosters aanpassen aan je persoonlijke behoeftes, maar wanneer er enige flexibiliteit van ze werd gevraagd, kwamen hun conservatieve waarden ineens weer boven drijven. Ik vroeg mijn baas bijvoorbeeld een keer of ik een dagje vanuit huis kon werken, vanwege mijn kind, waarop mijn baas zei dat dat niet kon, omdat dat ‘niet zo goed zou staan.’ De vraag was alleen: voor wie precies?”

Aref, 28, videoproducent

“Een aantal jaar geleden schoot ik een video voor een kledingbedrijf. Toen alles was gedraaid en ik met monteren begon, kreeg ik een e-mail van hun marketinghoofd, met de vraag of ik de onbewerkte videobestanden naar hen kon doorsturen. Ze wilden het namelijk zelf monteren. Ik was nogal geïrriteerd, omdat ik zelf controle wil hebben over hoe mijn werk eruit komt te zien. Maar na dagen heen en weer te hebben gemaild over dit frustrerende verzoek, heb ik het ze maar gewoon op een harde schijf toegestuurd. Waarschijnlijk wisten ze niet dat je RAW-bestanden niet in iMovie kunt bewerken, aangezien ze me een aantal dagen later een nieuwe mail stuurden met de vraag of ik het alsnog zelf kon doen. Dat deed ik dus, maar wel voor drie keer het bedrag dat ik in eerste instantie van ze had gevraagd.”

Stephanie, 28, accountmanager

“Het moeilijkste aspect van werken bij een reclamebureau, is dat je moet accepteren dat je je uit je naad werkt terwijl je er amper iets voor terugkrijgt. Ik weet nog wel dat we eens aan een gigantische presentatie bezig waren. Ik werkte overuren, kwam een maand lang ieder weekend naar kantoor en liet twee vakanties niet doorgaan om het maar af te krijgen. Wat me gemotiveerd hield, was de potentiële beloning die me aan het einde te wachten stond: een enorme klant binnenslepen, met een promotie als gevolg – dat had mijn baas me namelijk beloofd. Na weken hard werken was het eindelijk tijd voor de pitch. We deden het fantastisch en sloten een deal met de klant. Het was geweldig. Behalve dan het feit dat ze uiteindelijk iemand anders de functie gaven die ze mij hadden toegezegd. Ik was snel weg bij dit bureau.”

Allison, 30, account-executive

“Toen ik werd aangenomen bij het bureau waar ik hiervoor werkte, bestond het bedrijf voor het grootste deel uit vrouwen. We hadden de vrijheid om risico’s te nemen en de weg die ik binnen de organisatie kon afleggen om hogerop te komen, was duidelijk en haalbaar. Maar dat veranderde toen er een nieuwe man werd aangenomen voor een van de hogere functies. Alle andere posities die nog vrij waren werden vervolgens ingevuld door mannen, en een van de twee vrouwen die nog wel over waren gebleven binnen het team, kreeg te horen dat ze zichzelf moest ‘rebranden’ als ze iets wilde bereiken. In eerste instantie dacht ik dat het gewoon iets tijdelijks was, maar naarmate de tijd verstreek, bleek dat de promotie die al die tijd binnen handbereik lag, ineens onhaalbaar werd op korte termijn, puur vanwege een verandering in de taakomschrijving. Ik hoefde ook niet te werken voor iemand die geen respect voor me heeft en mijn bijdragen aan het team niet op prijs stelt. De enige vraag die ik hem alleen zou willen stellen, is: ‘Hoe zou je je als vader voelen als je dochter in mijn positie had gestaan?’”

Katherine, 36, projectleider

“Het hebben van een ‘besluitvormende’ rol als vrouw, betekende voor mij in de praktijk dat mijn inbreng werd genegeerd. De beslissingen die ik wél kon maken werden vaak teruggedraaid, omdat een groep mannen van rond de veertig een ‘beter idee’ dachten te hebben over wat tienermeisjes zou aanspreken. Die ideeën bespraken ze vervolgens tijdens borrels waar ik niet voor was uitgenodigd. Maar zelfs als ik wel was uitgenodigd, zou ik er waarschijnlijk geen woord tussen kunnen krijgen.”

Jenn, 28, strateeg

“Het taalgebruik is belachelijk. Er bestaat een geheel eigen taal waarin elk woord duizend verschillende dingen kan betekenen, afhankelijk van met wie je praat. Dat hele jargon is enorm frustrerend en leidt tot veel misverstanden. Onlangs probeerde ik bijvoorbeeld een idee uit te leggen aan een accountmanager. Het kostte me wel vier pogingen om te realiseren dat ik het woord ‘gepersonaliseerd’ moest veranderen in ‘contextueel relevant’ om begrepen te worden. Eerst voelde ik me een idioot, maar ik begin steeds meer het gevoel te krijgen dat ik hier niet het probleem ben.”

Ben, 23, socialmediastrateeg

“Als de klant een ongezonde bedrijfscultuur heeft, sijpelt dat op den duur ook door in jouw eigen leven. Dat je midden in de nacht zwetend wakker wordt, bang dat de klant je woedend gaat opbellen. Het is nog erger als die klant een marketingmanager is, en zelf probeert een wit voetje te halen bij de CEO of een andere hoge baas. Laatst tikte een projectmanager me nog op m’n schouder om me te vertellen dat het ‘onze enige taak is om hun marketingmanager er goed uit te laten komen voor de CEO.’ Toen begreep ik meteen waar al die slechte advertenties vandaan kwamen.”

Chloe, 27, strateeg

“De industrie zit zo ironisch in elkaar: het valt of staat bij creativiteit, maar diezelfde creativiteit wordt juist vaak beperkt. Ik heb vaak genoeg gezien hoe de geweldigste ideeën uiteindelijk verdampten tot slechts een slap aftreksel van het oorspronkelijke idee. Dit jaar nog had een collega bijvoorbeeld met hart en ziel gewerkt aan een indrukwekkend concept voor een lhbt-campagne. Helaas werd dat idee stukje bij beetje afgebroken door de klant, om het allemaal eenvoudiger, veiliger en daarmee minder betekenisvol te maken. Het is heel ontmoedigend om constant te zien hoe iemands verbeeldingskracht omlaag wordt gehaald.”

Jared, 27, grafisch ontwerper

“Je maandenlang op een project richten om er vervolgens achter te komen dat de klant het onherkenbaar heeft veranderd, is het ergste gevoel dat er bestaat. Soms zitten ze nu eenmaal niet te wachten op je frisse ideeën en je openhartigheid. Dat zijn de klanten die gewoon keer op keer hetzelfde willen doen. Het probleem is nu dat ik het daardoor moeilijker vind om gepassioneerd te zijn over de projecten waar ik aan begin, omdat ik bang ben voor afwijzing. Hoewel dat misschien vooral een persoonlijke kwestie is, heb ik niet het gevoel dat ik de enige ben die dit zo ervaart.”

Michelle, 22, copywriter

“Het verschrikkelijkste aan dit werk is het constante gevoel dat ik bijdraag aan de cyclus van consumentisme. Het is letterlijk mijn taak om mensen te overtuigen dingen te kopen die ze helemaal niet nodig hebben. Meestal zijn dit ook nog eens producten van bedrijven die absoluut niet eerlijk te werk gaan, of wordt het geproduceerd met middelen die niet recyclebaar zijn (lees daarom alsjeblieft de kleine lettertjes voor je iets koopt). Het is aan mij om je ervan te overtuigen dat je deze troep nodig hebt.”

Header via Bustle

Hou je ook zo van geld? Like VICE Money en ontvang dagelijks gratis geldverhalen: