Advertentie
Identiteit

Het leven van de Nederlandse fotograaf Germaine Krull leest als een detective

Ze was pionier van de straatfotografie, streed met de Vrije Fransen tegen de nazi’s, en eindigde als Tibetaanse monnik.

door Amarens Eggeraat
04 mei 2019, 8:30am

Foto met dank aan  Museum Folkwang in Essen

Fotograaf Germaine Krull werd in april 1927 officieel Nederlander, toen ze 29 jaar oud was. Dat deed ze door te trouwen met Joris Ivens, een beroemde filmmaker uit Amsterdam, die ze een aantal jaar daarvoor had ontmoet op een feestje in Berlijn. Germaine kwam voor Joris naar Amsterdam, waar ze een tijdje samen aan de Amstel woonden. Maar tegen de tijd dat ze trouwden, was hun relatie eigenlijk al over. “Mijn leven met Germaine had ik allang achter me gelaten, leek het me, maar nu was ze Hollandse” schreef Ivens over hun trouwdag in zijn memoires.

Voor Krull was het inderdaad handig dat ze nu over de Nederlandse nationaliteit beschikte, want het was nooit helemaal duidelijk waar ze nou precies vandaan kwam. Haar vader was een vrijzinnige ingenieur, die met zijn gezin van de ene Europese stad naar de andere verhuisde – Germaine groeide onder andere op in Parijs, München, Bosnië en Slovenië. Bovendien was ze geboren in een dorpje in Pruisen, Wilda, dat na de Eerste Wereldoorlog Pools grondgebied was geworden.

1556796291905-GKrull_Autoportrait
Foto met dank aan Museum Folkwang in Essen

Zelf was de fotograaf ook niet iemand die ergens lang bleef hangen. Als tiener noemden vrienden haar ‘Verrückte Hunde’, gestoorde hond, omdat ze zo rusteloos was. Nadat ze een fotografieopleiding had gevolgd in München, opende ze daar in 1917 haar eigen portretstudio. Ook werd ze politiek actief, wat in het chaotische Duitsland tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog een bloedstollende onderneming was.

Ze werd deel van een linkse groep kunstenaars rond de dichter en politiek denker Kurt Eisner, die in 1918 de vrijstaat Beieren uitriep en een jaar later werd vermoord door een keizergezinde nationalist. Krull werd gearresteerd, omdat ze revolutionairen zou hebben geholpen op hun vlucht naar Oostenrijk. Ze zat niet lang vast, maar werd wel verbannen uit Beieren. In de tussentijd had ze sympathie opgevat voor het communisme, en besloot ze in 1921 samen met een geliefde naar Sovjet-Rusland te vertrekken.

Klikkende tonggeluidjes

Sovjet-Rusland viel een beetje tegen: Germaine was niet erg onder de indruk van de manier waarop Lenins regering het communisme in de praktijk bracht. En omdat ze die kritiek niet voor zich hield, werd ze ook daar gearresteerd, als ‘linkse contrarevolutionair’. Ze kwam vast te zitten in de Lubyanka-gevangenis in Moskou, een angstaanjagend groot gebouw vol verwarrende gangen, waar het altijd dodelijk stil was: de bewakers mochten niet met elkaar praten, dus communiceerden ze door met hun tong te klikken.

“Denk je soms dat je het beter weet dan Lenin?” vroegen de agenten daar aan Germaine, en ze deden net alsof ze geëxecuteerd zou worden door een pistool tegen haar achterhoofd te zetten. Tegen de tijd dat ze uit Rusland verbannen werd, was een groot deel van haar haar uitgevallen.

Lesbisch naakt en duizelingwekkende stalen balken

Na haar ellendige avontuur in Rusland kwam Germaine terecht in Berlijn, waar ze werk vond in een fotostudio. Ze ging verder met thema’s waar ze in München al mee was begonnen: vrouwelijk naakt, dromerige lesbische scènes en experimentele zelfportretten – waarop ze vrijwel altijd een gerold sigaretje tussen haar vingers houdt.

Ze ontmoette Joris Ivens op een feestje in de huiskamer van de anarchistische schrijver Arthur Lehning. Krull kreeg een relatie met Ivens, die ze ‘hoi-hoi’ noemde, omdat hij dat gezegd had toen ze elkaar voor het eerst zagen. Met hoi-hoi woonde ze een tijdje in Nederland. Ze nam haar draagbare camera graag mee naar de havens, waar ze de stalen constructies van bruggen en hijskranen fotografeerde vanuit verschillende hoeken (Joris Ivens deed iets soortgelijks in zijn korte film De Brug, uit 1928).

1556796165696-065-_Germaine_Krull_c1916
Foto via Wikimedia Commons

Germaine raakte ook goed bevriend met de beroemde dichter Hendrik Marsman, en ging ’s avonds uit op het Leidseplein, waar ze tot diep in de nacht in rokerige bruine cafés rondhing met artistieke types als Charley Toorop en Jan Slauerhoff.

Lang bleef ze niet in Nederland: in 1926 verhuisde ze naar Parijs, waar ze fotografeerde voor modehuizen en tijdschriften. Ze werkte vanuit de studio van modeontwerper Sonia Delauney, die erg enthousiast was over haar meer kunstzinnig werk. Ook in Parijs bevond ze zich binnen de kortste keren in creatief gezelschap. Ze maakte portretten van onder andere Jean Cocteau en Colette, en werd vrienden met fotograaf André Kertész en de surrealist Man Ray.

1556796552201-GKrull_19
Foto met dank aan Museum Folkwang in Essen

In 1928 publiceerde ze Métal, een boek waarin ze foto’s van Nederlandse hijskranen afwisselde met eigenzinnige close-ups van de Eiffeltoren. Haar vernieuwende manier van fotograferen had enorm succes. Man Ray noemde haar de belangrijkste fotograaf van haar tijd – naast hemzelf, natuurlijk. Niet alleen de wijze waarop ze haar camera gebruikte was nieuw, ze maakte ook handig gebruik van de mogelijkheid om haar fotowerk via populaire pers en advertenties te verspreiden.

Ze werkte vaak voor het tijdschrift Vu, waarvoor ze het dagelijks leven in Parijs vastlegde: vlooienmarkten, werkende vrouwen en straatscènes. Voor het cosmeticabedrijf Gibbs maakte ze een ingenieuzee schaduwfoto om hun crèmes mee aan te prijzen. Haar werk verscheen ook in Nederlandse bladen: voor De Groene Amsterdammer fotografeerde ze nagemaakte Maleisische tempels, voor bij een artikel over de Koloniale Tentoonstelling van 1931 in Parijs.

Vrije Fransen en boeddhisten

Germaine bleef ook politiek betrokken. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot ze zich aan bij de Vrije Fransen, de verzetsgroep van Charles de Gaulle, die zich gevestigd had in Brazzaville (tegenwoordig de hoofdstad van de Republiek Congo). Ze ging daarheen met een omweg door Brazilië, waar ze gevechten fotografeerde en zich ontwikkelde tot een bekwame fotojournalist.

1556796485950-GKrull_02
Foto met dank aan Museum Folkwang in Essen

Na de oorlog reisde ze naar Zuidoost-Azië om daar oorlogsverslaggever te worden, maar in plaats daarvan begon ze een heel nieuwe carrière: ze werd mede-eigenaar van een vijfsterrenhotel in Bangkok. Dit was een relatief rustige periode, waarin ze drie fotoboeken publiceerde.

In 1966 gooide ze alles nog een laatste keer helemaal om. Ze ging naar India en bekeerde zich tot het boeddhisme. Ze leefde tussen de Tibetaanse monniken, die ze fotografeerde voor haar laatste fotoboek, Tibetans in India (1968).

Tot haar dood in 1985 hield ze de Nederlandse nationaliteit, maar in de Nederlandse pers is er nooit bijzonder veel over haar geschreven. In een Volkskrant uit 1960 staat een berichtje over een inbraak in haar villa vlakbij Nice, waarbij geld en travelcheques werden gestolen:

Al deze goederen, die een waarde van vele duizenden gulden vertegenwoordigen, waren eigendom van Germaine Krull, een 70 jaar oude Nederlandse, die als fotografe te Bangkok werkt. Mevrouw Krull verklaarde, dat de dieven via een raam op de parterreverdieping binnengedrongen waren toen zij woensdagavond afwezig was.

Zelfs tot op hoge leeftijd was haar leven net het begin van een detectiveroman.


Van Germaine Krull zijn komend najaarfoto’s te zien in een tentoonstelling van het Amsterdamse Stadsarchief. De Joris Ivens-stichting werkt aan een tentoonstelling over de Nederlandse periode van Germaine Krull, die waarschijnlijk in 2021 plaats zal vinden.