Identiteit

Hoe je op werk omgaat met mensen die je voornaamwoorden verkeerd zeggen

Zeven trans en non-binaire mensen vertellen hoe het is om de hele tijd ‘hem’ of ‘haar’ te worden genoemd terwijl je jezelf helemaal niet zo ziet, en wat je ertegen kunt doen.
2.6.21
Copy of Splitscreen
Alle foto’s met dank aan de geïnterviewden.

De meeste transgender en non-binaire mensen zullen het weleens hebben meegemaakt: dat iemand naar je verwijst met ‘hem’ of ‘haar’ terwijl je jezelf helemaal niet als een ‘hem’ of ‘haar’ ziet. Of als ‘hen’ – welk voornaamwoord je verder ook gebruikt. Het is niet alleen ongemakkelijk als zoiets gebeurt, maar kan ook verregaande emotionele gevolgen hebben. Het gebeurt vaak op werk, bijvoorbeeld omdat mensen je nog niet zo goed kennen, of niet echt de tijd nemen om erop te letten. En ze vergeten het natuurlijk niet altijd expres, maar dat maakt het niet minder vervelend.

Er zijn ook werkgevers die hier zelf iets aan proberen te doen, zoals in de vorm van genderneutrale toiletten, cursussen om te leren op een respectvolle manier met anderen om te gaan en naambordjes waarop ook voornaamwoorden staan. Toch blijven veel trans mensen zich onveilig voelen op het werk, zeker als er een machtsdynamiek heerst die het lastiger maakt om je uit te spreken.

Onze Amerikaanse collega’s vroegen zeven trans en non-binaire mensen om te vertellen hoe het voelt om verkeerd aangesproken te worden en hoe ze daarmee omgaan.

Advertentie

Le (20), werkt in de bediening van een countryclub

Hen/hun
Baltimore, Maryland

Le poseert voor een straat waarlangs autos geparkeerd staan.

Ik werk in de bediening van een countryclub en zoals je misschien wel zou verwachten, zijn de mensen die daar komen niet bepaald jong, ruimdenkend of sociaal onderlegd. Daarom is het praktischer om ‘zij’ en ‘haar’ te gebruiken, want dat is niet zo ingewikkeld.

Het is wel een stuk pijnlijker als mijn collega’s verkeerd naar me verwijzen – vooral als ze van mijn leeftijd zijn of als ik bevriend met ze ben. Mijn voornaamwoorden staan op al mijn socialmedia-accounts, en over het algemeen weten mensen van mijn leeftijd er wel van.
Mijn collega’s zijn vooral heteroseksuele cis-mannen, dus zij hebben al een soort impliciete macht. Het is moeilijk om ze te corrigeren, vooral als ze het al weten en het ze gewoon niet echt lijkt uit te maken. 

Ik voel me vaak gevangen in de manier waarop ik me moet presenteren. We hebben een uniform en er wordt van ons verwacht dat we er professioneel uitzien, maar het stoort me dat ik me zo als ‘vrouw’ moet vertonen. Ik werk nu al zo’n vijf jaar in de horeca, en over het algemeen lijken de meeste mensen die ik er ben tegengekomen er niet zoveel om te geven.

Winnie (21), grafisch ontwerper

Hen/hun
Toronto, Canada

Portret van Winnie met een ronde bril op, oker sjaaltje en wit shirt.

De afgelopen drie jaar heb ik als werkstudent gewerkt bij het duurzaamheidsbureau van mijn universiteit. Toen ik begon werd er met verkeerde voornaamwoorden naar me verwezen, maar dat kwam vooral doordat ik mijn leidinggevenden nog niet had verteld hoe het zat. Toen ik dat eenmaal had gedaan, werd alles een stuk beter. Pas in het tweede jaar vertelde ik mijn juiste voornaamwoorden ook aan mijn leeftijdgenoten, omdat er toen een nieuwe lichting werkstudenten bij kwam en ik het zo in één keer aan iedereen kon vertellen.

Omdat ik als grafisch ontwerper werk, heb ik gelukkig niet zo heel veel met anderen te maken. Over het algemeen gaat het dus wel prima. Maar een keertje, toen we met wat collega’s een feestje hadden en in een spelletjescafé Mafia gingen spelen, bleef iedereen maar naar me verwijzen met ‘zij’ of ‘haar’. Tegen het einde van het spel barstte ik zowat in tranen uit. Ik zei dat ik de volgende ronde even over wilde slaan, omdat iedereen me de hele tijd verkeerd aansprak, en iedereen verontschuldigde zich meteen. Mijn leidinggevende stuurde me na die avond nog een mailtje, waarin hij zich ook verontschuldigde en beloofde het in vervolg beter te doen.

Advertentie

Norah (21), werkt in een ijssalon

Zij/haar
Largo, Florida

Portret van Norah, met kort haar en een groen shirt aan.

Ik werk in een ijssalon in Florida en ben heel lang verkeerd aangesproken door collega’s en mijn werkgever. Ik begon iedereen – dus ook mijn collega’s en mijn baas – ongeveer een jaar geleden te vertellen dat ik een trans persoon ben en dat ik liever met ‘zij’ of ‘haar’ wordt aangesproken. Uiteindelijk lukte het iedereen om over te schakelen, al heb ik nog weleens iemand moeten corrigeren. Mijn baas spreekt me nog steeds soms verkeerd aan, wat erg frustrerend is, omdat we een hechte band hebben en ik gewoon zou willen dat ze iets meer moeite zou nemen om me welkom te laten voelen op de werkvloer. 

Door gasten word ik vrijwel altijd verkeerd aangesproken. Een keer kwam er een groepje jongens ijs halen. Later kwam een van hen terug met andere vrienden. Ze stapten naar binnen, keken me aan en barstten in lachen uit. “Hij is zo fucked up,” zeiden ze. Ik heb ze toch maar hun ijs gegeven, maar ze bleven me maar “meneer” noemen totdat ze weggingen.

Kat (34), kok

Hen/hun
Los Angeles, Californië

Portret van Kat, met bloemen in het haar en een grijs shirt aan.

Ik werk als kok en ben meestal de enige niet-binaire/trans persoon in het restaurant. Sommige plekken waar ik heb gewerkt hebben geen genderneutrale toiletten, dus als ik dan naar de vrouwen-wc ga, krijg ik altijd te maken met vrouwen die zich afvragen of ze op het juiste toilet zijn, omdat ik er ook ben. Dat is op z’n zachtst gezegd nogal ongemakkelijk. 

De meeste keukens zijn ook nogal op cis-mannen gericht, dus ik word vaak “mama”, “chica” of “mija” genoemd, ook al heb ik gezegd wat mijn genderidentiteit is en wat voor voornaamwoorden daarbij horen. Het geeft me het gevoel dat ik niet word gezien, en genegeerd. Als mensen een huisdier hebben vraagt iedereen ook of het een mannetje of een vrouwtje is – maar bij ons is het heel moeilijk om er een beetje rekening mee te houden. Daardoor voelt het soms alsof mijn identiteit een grap voor ze is. 

Ik ben geboren en opgegroeid op Jamaica, een van de homofoobste landen ter wereld. Ik probeer het vaak voor mezelf recht te praten dat ik verkeerd wordt aangesproken, omdat ik in Amerika mag wonen en niet meer op Jamaica hoef te zijn. Maar alleen die gedachte al is gewoon oneerlijk tegenover lhbti’ers. We moeten zoveel water bij de wijn doen om ons gezien te voelen, en al die tijd worden we niet serieus genomen.

Jack (18), kassamedewerker

Hij/hem
Washington, DC

Portret van Jack met een kat in zijn armen.

Toen ik een zomer achter de kassa werkte bij een fastfoodrestaurant, werd ik verkeerd aangesproken door een gast. Ik weet zeker dat er nog genoeg andere momenten waren, maar deze springt er echt uit, omdat het vijf keer in dezelfde zin gebeurde. Ik voelde me niet op mijn gemak bij die baan. 

Elke keer als ik verkeerd werd aangesproken, probeerde ik het gesprek zo snel mogelijk af te ronden, zodat ik er niet over hoefde na te denken. Het kan heel moeilijk zijn om verkeerd te worden aangesproken op het werk, omdat je de mensen met wie je werkt niet echt kent. Misschien zijn ze wel heel aardig verder en reageren ze goed, maar je weet het gewoon niet. Dus je moet altijd een beslissing nemen: zeg ik er iets van en loop ik dan het risico om in de problemen te komen of ontslagen te worden, of houd ik mijn mond en onderga ik het gewoon?

Val (27), werkt in een dierenspeciaalzaak

Hen/hun
Ontario, Canada

Portret van Val met bril op, hoed en vlinderstrik.

Ik werk in een dierenwinkel die wordt gerund door twee zussen en een van hun partners. De twee zussen hebben allebei een lerarenopleiding gedaan en werkten hiervoor bij een basisschool, dus één van hen vindt dat ze mijn voornaamwoorden niet kan gebruiken, omdat ‘hen’ in haar hoofd alleen als meervoud gebruikt kan worden.

Ik word elke dag verkeerd aangesproken door klanten, maar daar word ik niet boos van, want ze kennen me toch niet – ik voel me alleen wat ongemakkelijk. Maar als een van mijn werkgevers me verkeerd aanspreekt en weigert dat te corrigeren, dan kan ik daar wel kwaad van worden.

Advertentie

Normaal gesproken probeer ik mensen te corrigeren door een hand op te steken en “hen” of “voornaamwoord” te zeggen. Meestal krijg ik daar geen lelijke reacties op, maar toen ik het bij die ene zus probeerde, begon ze een tirade te houden over hoe ze vroeger docent was geweest en niet geloofde in het gebruik van mijn voornaamwoorden voor één persoon. Als ik niet van “zij” en “haar” gebruik wilde maken, dan moest het maar “hij” of “hem” zijn. Sindsdien heb ik niet meer geprobeerd om haar te corrigeren. 

Los daarvan bevalt mijn werk me goed. Ik mag elke dag een speldje dragen met mijn voornaamwoorden erop, zodat ook klanten de kans krijgen om me met de juiste voornaamwoorden aan te spreken, en daar ben ik dankbaar voor.

Imani (22), acteur en muzikant

Hen/hun
Brooklyn, New York

Ik heb me maar bij één baan echt veilig gevoeld. Daar waren de meeste mensen echt geweldig. Alleen mijn baas sprak me de hele tijd verkeerd aan, ondanks dat we een heel goed gesprek hadden gehad over mijn voornaamwoorden, toen ik er net kwam werken. Soms corrigeerde m’n baas zichzelf, maar het ging zo vaak fout dat ik me afvroeg wat er nog van ons gesprek was blijven hangen. Daardoor voel ik me onzichtbaar en niet gerespecteerd.

Als mensen verkeerde voornaamwoorden gebruiken, komt dat doordat ze me niet zien zoals ik ben: een non-binair persoon. Ze zien alleen het gender dat mij bij mijn geboorte is toegewezen en doen geen moeite om dat veranderen. Het zou natuurlijk kunnen dat ze die moeite niet willen doen omdat ik alleen maar een werknemer ben, maar dan ben je echt een vreselijk mens. We hoeven geen vrienden te zijn, maar ik verdien wel respect.

Advertentie

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in 2019 bij VICE US.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.