headerfoto groot
Foto: JungJiea Hung
Motherboard

Ik organiseerde een diner met deeltjes mens op het menu

Een zesgangendiner vol bloed, haar, nagels en tranen.
13.5.19

Een jaar geleden maakte ik een (vegetarische) bloedworst van mijn eigen bloed. Dat deed ik omdat ik wilde bevragen waarom het normaal is om lichamen van koeien en varkens te eten, maar het gek is als ik een beetje bloed van mezelf in een maaltijd verwerk. De dieren die we consumeren overleven het niet en leggen voor hun dood vaak een lange lijdensweg af, terwijl ik in het geheel niet lijd onder het afstaan van wat bloed.

Advertentie

Ik had niet verwacht dat er veel commotie zou ontstaan over mijn DIY-worstje. Het tegendeel bleek waar. Over de hele wereld werd mijn artikel door de media overgenomen. Er werd een uitgebreide video-edit gemaakt waarin ik vergeleken werd met Hannibal Lecter, een Australische comedian maakte er een online show over en ik kreeg honderden persoonlijke berichten van mensen die me wilden vertellen hoe ze erover dachten. Er waren mensen die het een goed project vonden en me complimenten gaven, maar er waren ook mensen die me doodsbedreigingen stuurden. Zo schreef iemand: “Als ik je ooit tegenkom zal ik er alles aan doen om je hoofd te verpletteren onder de voorwielen van mijn auto want de wereld is beter af zonder jou.” Van anderen kreeg ik erotisch getinte berichten: “Bij het idee dat je jezelf hebt geproefd raak ik enorm opgewonden.” Er waren ook mensen die mijn hele lichaam wel wilden verwerken in een feestmaal: “Ik wil je ingewanden via je vagina naar buiten trekken en opeten. Van je huid wil ik een lampenkap voor in mijn woonkamer maken.”

Ik wilde bevragen waarom het normaal is om lichamen van koeien en varkens te eten, maar niet van mensen.

De reacties waren dus verdeeld. Toch waren ze overwegend negatief. Mensen waren boos. Ze vonden mijn daad walgelijk en gestoord. Nu zat ik daar niet mee, want ik had mijn bloedworst juist gemaakt met het oog op deze reacties. Ik wilde de walgende lezer een spiegel voorhouden: als het verwerken van mijn eigen bloed in een maaltijd echt zo vies, raar en gestoord is, is het dan niet ook vies, raar of gestoord dat we massaal lichamen van andere organismen consumeren? Die bestaan immers uit dezelfde spieren, bloed, ingewanden, gevoelens en drang om te leven.

Ondanks dat mijn bloedworst niet als doel had om heel smakelijk te zijn, wakkerde het wel een verlangen in me aan om zelfconsumptie naar een hoger culinair niveau te tillen. Toen ik de worst probeerde te voeren aan dieren die bij het slachthuis stonden te wachten, bleek mijn bloedworst zo smakeloos dat ook zij er niet echt van konden genieten. Zo ontstond het idee om Het Eten van Mensen te organiseren: een (vegetarisch) diner met menselijke producten. Niet alleen had het als doel om onze vleesconsumptie ter discussie te stellen, maar het moest ook gewoon heel smakelijk zijn. Kunstinstelling Mediamatic zag er heil in en bood me een podium aan. Krisztina Czika – een kunstenaar die kaarsen maakt van gebruikte ontharingswax – sloot zich bij me aan. Nu alleen nog een goede chef-kok. Dat was nog niet zo makkelijk. De meeste koks wilden niet kokkerellen met menselijke producten, en de enkeling die het wel zag zitten, zag eruit alsof hij in zijn kelder pasteitjes van ontvoerde vrouwen maakte. Nadat er een kok was afgehaakt omdat hij bij een test toch moeite bleek te hebben met een keuken vol mensenbloed, diende uiteindelijk chef-kok Bryce Steba zich aan. Een frisse jongen met een mooi CV en een goed begrip van het concept.

1557745720916-bryce

Bryce Steba is een baas in de keuken. Foto: Anne Lakeman

Met z’n drieën hebben we een zesgangendiner in elkaar gezet waarin mensenbloed, haar, tranen, nagels en huidschilfers werden verwerkt. Van een bloederige chocolademousse tot uiensoep van op mensenhaar gerookte uien. We ontwierpen een gang waarbij er gezamenlijk gehuild werd over het eten, we oefenden met het ontharen van lichaamsdelen met suikerwax om daar vervolgens bestek van te maken en we keken hoe nagelvijlsel smaakte in een soep. Arthur Candio leende ons zijn zeepjes in de vorm van buttplugs (gemaakt van menselijke urine) en Isabel Burr Raty serveerde haar Bloody Mary’s met menstruatiebloed. Voor bezoekers die wel naar de avond wilden komen waren maar geen menselijke producten wilden eten, bedachten we een alternatief mens-vrij menu.

1557745825896-__ANNELAKEMAN-5

Foto: Anne Lakeman

Er kwam een boel bij kijken tijdens de voorbereidingen. Want mag je wel zomaar mensenbloed verwerken in eten? Zouden mensen alleen hun eigen bloed eten of ook dat van anderen? Wie zou het bloed afnemen? Konden we mensen dat zelf laten doen? En zo ja: hoe doe je dat op de beste manier? Samen met juristen en artsen zochten we het tot op de bodem uit. Omdat ik geen arts ben en omdat het verboden is om mensenbloed voor andere doeleinden dan medische te gebruiken, kozen we ervoor om onze gasten het bloed afnemen zelf te laten doen. Op die manier valt het onder zelfbeschikkingsrecht. Een bevriend arts leerde me hoe je iemand hier op de meest effectieve manier in kan begeleiden. Nadat alles uitgezocht was, hebben we de kaartverkoop online gegooid. De eerste week van mei zou het gebeuren. Vier avonden, 200 gasten. En toen was het nagelbijten of er iemand op af zou komen.

Dat viel niet tegen: de avonden – die we afwisselend frameden als een absurd toneelstuk, een moment voor ethische reflectie op het eten van dieren en een visueel schouwspel vol interactieve culinariteit – waren al vrij snel uitverkocht.

foto

foto: JungJiea Hung

Op de vooravond van het eerste diner hadden we een steriel lab ingericht voor bloedafname, alle gerechten zo goed mogelijk voorbereid, een tafel gedekt voor zestig man en allemaal ons haar afgeknipt om daar de uien op te roken. Om de gasten niet in verwarring te brengen, waren er twee verschillende ingangen; een voor de mensen die bloed wilden afnemen en een voor de mensen die dat niet wilden. We gingen uit van een paar bloedafnames per avond, maar op de eerste avond waren het er al dertig. Er was geen weg meer terug.

Vier avonden lang hielpen we mensen met het afnemen van bloed, serveerden we menselijke gerechten en werd er aan tafel uitgebreid gesproken en nagedacht over wat het betekende om bij het diner te zijn. Mensen reflecteerden op hun ethische opvattingen rondom vlees- en zelfconsumptie, probeerden alle gerechten uit en lagen ook gewoon vaak in een scheur of waren geraakt. Zaten er ineens zestig mensen te huilen op een toastje, of hun nagels te vijlen boven een kom soep.

1557745503111-tranenvangers

Door uien te snijden konden gasten die niet op het punt stonden om in huilen uit te barsten, tranen uitlokken. Foto: JunJiea Hung

1557745523611-bryce-tranen

Met een pipetje vingen we onze tranen op. Foto: Anne Lakeman

1557745537346-tranentoet-beste

Waarmee we onze gerechten smaak gaven. Foto: Anne Lakeman

Hoewel de avond (vanwege besmettingsgevaar) was ingericht op het proberen van je eigen lichaamsproducten, waren er ook mensen die het uitwisselden. Ze deden dat vooral omdat ze spijt hadden dat ze zelf geen bloed hadden afgenomen en daarom geen bloedgerechten konden proeven. Op de eerste avond was er zelfs een koppel dat zo hard baalde dat ze geen bloed hadden afgenomen dat ze aan tafel met een zakmes in hun vingers sneden.

De reacties ter plaatse waren over het algemeen positief. Veel bezoekers kwamen na afloop van het diner naar me toe om me persoonlijk te bedanken voor de ervaring. Mensen noemden het een eye-opener, of interactief theater. Al het eten werd opgegeten en niemand had zich verveeld. Een enkele boze tegenstander kwam binnengestormd om ons voor kannibalen uit te maken. Maar als ik dan uitlegde dat we geen mensenvlees aten, dat het niet ging om de voedingswaarde of het vervullen van een griezelig verlangen, maar in plaats daarvan om het bevragen van dierconsumptie, dan kalmeerde zo’n woedende tegenstander wel weer. Een enkeling veranderde zelfs van gedachten en bleef hangen voor een hapje. De mensen die (online) boos bleven, hebben we gevraagd naar hun redenen daarvoor. Die reacties hebben we gedocumenteerd – wie weet is hun woede weer voer voor een volgend project.