Ondanks kapotgeschoten straten is 'Syrian Metal is War' geen oorlogsverhaal
Screenshot uit 'Syrian Metal is War'

Ondanks kapotgeschoten straten is 'Syrian Metal is War' geen oorlogsverhaal

"Vroeg of laat ontstaat er een sterke metalscene in Syrië. En die zal bruter zijn dan ooit.”
30 januari 2018, 11:59am

Alles aan 'Syrian Metal is War' is bijzonder. Het is een film over een ‘geheim genootschap’ van ondergronds levende metalheads in Syrië, iets waarover tot maker Monzer Darwish’ vlucht naar Nederland nauwelijks iets bekend was. Zijn materiaal schoot hij in oorlogstijd, waarover hij Noisey eerder vertelde. Omdat metalheads uit heel Europa geld inlegden voor apparatuur, kon Monzer zijn film afmaken. Nu zijn documentaire eindelijk af is, is er nog maar bitter weinig over van wat hij laat zien. Margot Smolenaars sprak met de maker en met enkele hoofdrolspelers uit de Syrische metalscene.

Vandaag is het zover: Monzer Darwish heeft zijn documentaire Syrian Metal is War online gezet. Ondanks de onheilspellende titel vertelt zijn film geen oorlogsverhaal, maar laat het een Syrië zien dat zich altijd al onder de oppervlakte schuilhield. Die versie van Syrië, een broederschap van metalheads die hun muzikale leven ondergronds doorbrachten, is het land dat Monzer nog iedere dag mist.

“Kijk, hier.” Monzer start een YouTube-filmpje op zijn computer. De camera scheert over de bergen van Ma’loula, een van de drie stadjes waarvan de inwoners nog steeds Aramees spreken, de taal van Jezus. Te zien zijn de groene boulevards van Damascus, helderblauwe, rechthoekige zwembaden bovenop glimmende wolkenkrabbers. Het nachtleven, met clubs, dj’s en een uitgelaten, dansende menigte, ook in Damascus. Het is een scherp contrast met de schrijnende oorlogsbeelden waaraan we in het Westen zo gewend zijn geraakt. “Dit is ook Syrië.”

Beoordeel een land niet op zijn oorlog, wil hij er maar mee zeggen. Het Syrië dat eens bekend stond als de wieg van beschaving, waar het alfabet en muziekschrift zijn uitgevonden, en nu gereduceerd is tot een hopeloze berg puin: dat is maar één kant van de medaille. En als je het Monzer vraagt, niet eens de meest interessante. Zijn kant van de Syrië-medaille gaat over muziek. Metal, om precies te zijn.

Geen politiek aub
Dit verhaal kan níet over politiek gaan, benadrukt iedere metalhead die ik spreek over deze documentaire. Toch kun je niet om de omstandigheden heen waaronder Monzer in 2013 en 2014 zijn beelden schoot. Granaatinslagen onderbreken interviews, de metalheads die hij interviewt nemen hem mee op een wandeling door kapotgeschoten straten en vaak is de camera verborgen onder een kledingstuk.

Conflicten waren de gemiddelde metalhead in Syrië nooit vreemd. Voor de oorlog bracht het uitdragen van hun levensstijl de meeste metalliefhebbers al in de problemen. Op zijn best waren ze een onbegrepen element in een maatschappij die streng aangestuurd werd door – daar gaan we weer – politiek en religie. In het slechtste scenario beschouwde diezelfde maatschappij ze als relschoppers of duivelaanbidders, met alle consequenties van dien. Monzer ervoer zelf hoe streng die regels konden zijn, toen hij als kind meedeed aan een programmeerwedstrijd. Het was een bijzonder hete zomerdag, dus Monzer droeg een korte broek. “Een van de organisatoren zei dat ik iets fatsoenlijks moest aantrekken, omdat er ook vrouwen bij waren. Ik weigerde, en dus knikkerde hij me uit de competitie. Aan een vriend vertelde ik wat er gebeurd was. Hij zei niets, maar overhandigde me zijn koptelefoon: Battery van Metallica. Ik was verkocht.”

Full survival mode
Niet lang daarna ontdekte Monzer de website Metalliza, een forum waar Syrische metalheads nieuwe muziek bespraken en uitwisselden. Monzer werd er blackmetal-moderator. “Mijn beste vondst was de Nederlandse blackmetalband Carach Angren,” lacht hij. “Black metal is groot in Syrië. Niet eens zozeer vanwege de antireligieuze aspecten, maar vooral vanwege de herkenbare sfeer in de muziek en de teksten over natuur, het weer, de omgeving, geschiedenis, mythologie: dat sprak ons aan.”

Gitarist en geneeskundestudent Besher Abo Shala was ook een Metalliza-moderator. Vanuit zijn huis in Aleppo bestierde hij de doomsectie. “Misschien vijftig tot honderd mensen postten regelmatig, maar ik wist dat een veelvoud daarvan meekeek. Metalliza was de enige plek waar we vrijuit over metal konden praten in onze eigen taal. Het voelde echt als een gemeenschap. We waren vrienden, ook al zagen we elkaar alleen online. In het echte leven kende ik geen metalheads.”

Ook Monzer had geen idee hoe groot de metalgemeenschap in werkelijkheid was, tot hij ze begon op te zoeken voor zijn documentaire. “Verspreid over heel Syrië waren er veel meer metalheads dan ik dacht. Elke stad had er tientallen.”

De reden om zijn scene vast te leggen was de dood van een van zijn vrienden, iets waarover Monzer tot op de dag van vandaag niet wil praten. “Met mijn film wil ik mijn mensen eren, want ik zie mezelf in deze muzikanten. We waren gewone gasten die toevallig van dezelfde extreme muziek houden, en we stonden al in full survival mode. Aanvankelijk ‘alleen maar’ omdat onze muziek niet geaccepteerd werd en we met zoveel vooroordelen te maken kregen. Maar toen brak de oorlog uit en ging alles naar de klote.”

“Na elke show moest ik naar het politiebureau om vragen te beantwoorden."

War for territory
Bashar Haroun, een deathmetalzanger uit de Syrische kuststad Latakia, was een van de weinige Syriërs die het aandurfde om concerten te organiseren. Veertien jaar geleden startte hij een reeks concerten onder de naam The Rock Cave, vernoemd naar een grot onder een restaurant in Aleppo, waar hij tot 2010 woonde. “Na elke show moest ik naar het politiebureau om vragen te beantwoorden over waarom ik doe wat ik doe en waar mijn muziek over ging. Soms arresteerden ze me en werd ik ronduit slecht behandeld, wat helemaal in lijn ligt met hoe het regime ons ziet: het denkt het slechtste van ons.”

Contradicted, de band van Bashar Haroun

Na een van die grotshows ontmoette Bashar de filmmaker. “Monzer vertelde me over zijn plannen om een documentaire over metal in Syrië te maken. Aanvankelijk nam ik hem niet serieus,” zegt hij. “Zovelen hadden zoiets al een keer geprobeerd en het kwam nooit van de grond. Maar Monzer kreeg het voor elkaar.”

Bashar vertelde de filmmaker over een project waarmee hij bezig was in zijn inmiddels belegerde thuisstad Aleppo: een geheim concert met de bruutste metal die de scene te bieden had: Live Under Siege. Monzer herinnert zich die avond nog levendig: “Aleppo was een vreemde ervaring, zelfs voor mij. Er was geen water, bijna geen elektriciteit. Toch wist Bashar een concert te regelen. Zonder enige vorm van publiciteit kwamen er zeventig tot tachtig mensen opdagen.”

Het publiek reageerde wantrouwig op Monzers camera. “Dat snapte ik helemaal. Syrië maakt je paranoïde. Zodra we aan de praat raakten over metal en ze merkten dat ik een van hen was, was het in orde.” Terwijl buiten de bommen vielen, leverde de muziek binnen de perfecte soundtrack. “Ik speelde zelf ook covers in een gelegenheidsband,” zegt Monzer, die ook gitarist is. Hij grijnst: “War for territory, van Sepultura. Kun je nagaan: wat zich buiten afspeelde, dat speelden wij letterlijk.”

Besher Abo Shala was er niet bij, bij Live Under Siege, hoewel hij toen wel in Aleppo woonde. “Je moet begrijpen: mijn huis verlaten was echt een beslissing op leven en dood.” Bashar en zijn concerten waren hem bekend: in 2011 kreeg zijn band Crescent Moon een uitnodiging om op een van Bashars shows, Mood of Doom, te spelen. “Vlak daarvoor braken de eerste gevechten om Aleppo uit, en dus konden we niet spelen. Tot op de dag van vandaag vind ik het zo frustrerend dat mijn band nooit de repetitieruimte uit is gekomen. We hebben nooit op een podium gestaan.”

Ground zero
Metal zou in het Midden-Oosten terechtkomen tijdens de Second Wave of Metal, die ingeluid werd door de release van Metallica’s The Black Album in 1991, dat alle hoeken van de wereld bereikte. Althans, dat is de aanname. Maar in Syrië arriveerde metal eerder dan Metallica. In een populaire tv-serie, met een groot publiek door het hele land, deden acteurs in een glanzende hoofdrol zich voor als metalheads. Sam Zamrik, zanger van Eulen (ook een band die nooit een podium bereikte), begint smakelijk te lachen als de tv-serie ter sprake komt: “O ja, dat herinner ik me goed. Dat was verschrikkelijk. Om brave burgers te worden moesten ze hun haar afknippen en andere kleding dragen. En dat waren dan de good guys! Het woord ‘metal’ viel trouwens nooit in die serie. ‘Harde muziek’ noemden ze het.” Monzer legt ground zero voor metal in de handen van Jack Power. “Hij zong in 1989 voor het eerst als een metalzanger.” De werkelijke bloei begon pas met de komst van internet in de eerste jaren van het nieuwe millennium, zegt Besher. “Dat maakte het een stuk makkelijker om nieuw materiaal te ontdekken.”

Crescent Moon, de band van Besher Abo Shala

Nooit vergaan
Paradoxaal genoeg voelen Syrische metalheads sinds de oorlog meer vrijheid dan ooit tevoren, stelt Bashar Haroun: “Er zijn nu veel meer shows en veel meer bands. Vooral omdat mensen nu échte vijanden hebben om zich druk om te maken.” Een van die nieuwe obstakels is PayPal, dat het album Syria will never perish van de Syrische gitarist Rawad A. Massih in de ban deed. “Iedereen die in het Westen via CD Baby mijn album probeert te kopen, krijgt automatisch zijn geld teruggestort,” legt hij uit. “Elke financiële transactie die ook maar iets te maken heeft met Syrië of Syriërs, is strikt verboden door de Amerikaanse fiscus. En dat houden ze scherp in de gaten. Bedrijven als PayPal overdrijven door alles wat met Syrië te maken heeft uit te bannen, al gaat het om een muziekalbum.”

Rawads album eert het Syrië uit de oudheid: de regio die bekend staat als de Levant, ruwweg het gebied ten oosten van de Middellandse Zee. “Dit geografische gebied kent een unieke cultuur, die al bestaat sinds het begin van de mensheid. Dát is mijn Syrië, en dat Syrië zal inderdaad altijd blijven bestaan,” zegt Rawad. “Maar vanwege alle ellende rondom mijn album, kom je wel op een punt waar je denkt dat je gewoon niet meer welkom bent op deze planeet.”

“Je vraagt Syriërs niet naar de toekomst, want we denken hier niet meer aan de lange termijn."

Broeders
De meeste metalheads uit Syrian Metal is War raakten de afgelopen twee jaar verspreid over de hele wereld. Rawad en Bashar wonen nog in Syrië. Monzer zelf woont nu in Nederland. Besher verhuisde naar Duitsland om daar zijn studie geneeskunde te hervatten – hij is zich aan het specialiseren in cardiologie. Sam Zamrik woont en studeert ook in Duitsland. “Deze documentaire heeft echt wat te vertellen,” vindt hij. “Niet alleen: er is metal in Syrië, en zo ziet het eruit. Want er deed zich iets monumentaals voor en nu zijn de meesten van ons vluchtelingen, op zoek naar houvast. Syrian Metal is War levert het bewijs dat zelfs in tijden van oorlog, vernietiging en ellende iets moois overeind kan blijven: broederschap, een soort gemeenschapszin.”

Eulen, de band van Sam Zamrik (Sam komt niet in de film voor, maar heeft Monzer de afgelopen twee jaar geholpen de film te maken: hij schreef mee aan het script, vertaalde en doet nu de PR). Dit is de enige track die ze van hun album Names to the Sun konden redden.

Die gemeenschap is nu veroordeeld tot een online bestaan, wat ook de reden is dat Sam en Monzer vooral ’s nachts actief zijn. “Veel van wat we laten zien in Syrian Metal is War bestaat niet echt meer,” zegt Sam. “En dan bedoel ik de plekken die we bezochten, de mensen waarmee we rondhingen: het is verdwenen. Mijn vrienden zitten nu over de hele wereld, in Australië, Canada, Maleisië, Europa. Vroeger zei ik dat ik online leefde. Nu is het echt zo.”

Sterke scene
Ondanks alle ontberingen is er ook iets positiefs. “Metal was altijd al een strijd,” zegt Besher. “Maar nu kunnen Syriërs zich tenminste uitspreken. Al kun je niet meer zeggen dat er een metalscene is in Syrië, omdat zovelen van ons het land ontvlucht zijn.” Gevraagd naar de toekomst, zucht Bashar in Latakia diep. “Je vraagt Syriërs niet naar de toekomst, want we denken hier niet meer aan de lange termijn. Het is beter om het alleen over de dag van morgen te hebben. Mijn plan is om hier te blijven, zo lang als ik kan, en muziek te blijven maken. We doen wat we kunnen om de scene levend te houden. Vroeg of laat ontstaat er een sterke metalscene in Syrië, daar ben ik van overtuigd. En die zal bruter zijn dan ooit.”

Ondanks alle ontberingen is er ook iets positiefs. “Metal was altijd al een strijd,” zegt Besher. “Maar nu kunnen Syriërs zich tenminste uitspreken. Al kun je niet meer zeggen dat er een metalscene is in Syrië, omdat zovelen van ons het land ontvlucht zijn.” Gevraagd naar de toekomst, zucht Bashar in Latakia diep. “Je vraagt Syriërs niet naar de toekomst, want we denken hier niet meer aan de lange termijn. Het is beter om het alleen over de dag van morgen te hebben. Mijn plan is om hier te blijven, zo lang als ik kan, en muziek te blijven maken. We doen wat we kunnen om de scene levend te houden. Vroeg of laat ontstaat er een sterke metalscene in Syrië, daar ben ik van overtuigd. En die zal bruter zijn dan ooit.”