Waarom Ismael Londt dit jaar uit de vechtsportwereld verdween

"Uiteindelijk ligt het bij niemand anders dan mezelf."

|
13 december 2018, 2:03pm

Ismael Londt (33) is letterlijk en figuurlijk een van de grootste Nederlandse kickboksers van de afgelopen tien jaar. Hij is een van de weinigen die Rico Verhoeven versloeg en stond daarna tegenover onder meer Badr Hari, Hesdy Gerges en Mirko Cro Cop.

Maar nadat Londt zijn laatste twee partijen bij Glory verloor van Jamal Ben Saddik en D’Angelo Marshall, verdween hij uit beeld. Hij verscheen heel 2018 zelfs niet in de ring. VICE Sports sprak met hem af in Rotterdam, om te praten over het afgelopen jaar, de gemiste titelpartij tegen Rico Verhoeven en zijn werk met autistische kinderen.

Ismael Londt.

VICE Sports: Hé Ismael, goed je te zien. Hoe gaat het met je?
Ismael Londt: Het gaat nu goed, maar ik heb eigenlijk twee klotejaren gehad.

Wat was er klote?
In december 2016 scheurde ik mijn linkerbiceps af in het gevecht tegen Jamal Ben Saddik. Het duurde lang om daarvan te herstellen. Toen ik uiteindelijk weer begon met trainen, wilde ik te graag, waardoor ik overtraind raakte. Mijn nierfunctie ging sky high, waardoor ik veel aankwam, en mijn testosteron ging juist omlaag.

Hoe merkte je dat?
Het gebeurde zes weken voordat ik tegen D’Angelo Marshall moest vechten. Ik moest op een donderdag gaan trainen, dan is het gehaktdag bij Mike’s Gym. “Kom gewoon drie rondjes sparren,” zei Mike. Dus ik stapte de ring in, maar ik was alleen maar bezig met die linkerarm, ik gebruikte hem niet. Ik merkte dat mijn tegenstanders begonnen te relaxen, terwijl ik normaal een probleem voor ze ben als ik spar. Ik heb daar een week niet van geslapen, omdat ik er niet tegen kon dat ze zo ontspannen waren. Ik ging daardoor nog meer gas geven op trainingen, en toen ging het echt mis.

Wat ging er precies mis?
Ik zag bij het sparren iemand lopen die ik een paar keer KO had geslagen. Ik merkte dat ik dat ineens zielig vond, terwijl je daar op zo’n moment helemaal niet mee bezig hoort te zijn. We stapten de ring in en ik sloeg hem aan. Daarna stapte ik meteen de ring uit. Ik wilde niet meer verder, en snapte daar niks van. Ik rook ook opeens ammoniak in mijn zweet. Dat betekent dat je geen vet meer verbrandt, maar je spieren. Toen heb ik bloed laten prikken. Je testosteronniveau moet tussen de 10 en 15 zijn. Die van mij bleek onder de 3 te zitten.

Wow, merkte je dat ook buiten de sport?
Haha, zeker, thuis merkte ik dat ook heel goed. Ik had gewoon geen zin.

Waarom heb je die partij tegen D’Angelo Marshall daarna niet gewoon afgezegd om te herstellen?
Ik heb de stomme eigenschap dat ik niet afzeg of kan opgeven. Ik dacht: het gaat wel zo, deze partij kan ik ook zo wel hebben. Maar toen de bel ging, dacht ik alleen maar: shit, mijn linkerarm. Ik wilde een jab geven, maar hij kwam niet. Dus ik verloor die partij terecht.

Het klinkt ook als een mentale kwestie.
Klopt, het is een combinatie. Ik had een traumagevoel overgehouden aan die afgescheurde biceps. Maar op een gegeven moment had ik daar geen last meer van en sloeg ik mensen tijdens het sparren gewoon neer met de linkerarm. Toen raakte ik overtraind en ging mijn testosteron omlaag. Dat is slecht voor je mentale gesteldheid, je voelt je minder sterk. Mijn zelfvertrouwen daalde, en zo ook het vertrouwen in mijn linkerarm.

Dat is nu meer dan een jaar geleden. Ben je fysiek en mentaal hersteld?
Mijn arm voelt goed en om de twee weken laat ik bloed prikken. Mijn testosteron is nu ook goed. Die nierfunctie is nu bijna terug op het niveau waarop die hoort te zitten. Ik let erop dat ik niet weer overtraind raak.

Ismael Londt

Wat heb je het afgelopen jaar gedaan?
Ik had twee opties tijdens mijn revalidatie: thuiszitten en depressief worden, of wat gaan doen. Ik ben begeleider geworden in de zorg, voor mensen met een verstandelijke beperking. Ik werk met een van de zwaarste autisten van Nederland. Maar voor mij is het eigenlijk geen zwaar werk, je geeft gewoon sturing. Van januari tot mei heb ik dat fulltime gedaan. Omdat ik nu weer doordeweeks train, doe ik het nu alleen in de weekenden.

Hoe ben je in de zorg terechtgekomen?
Toen ik geblesseerd raakte, kwam een van mijn beste vrienden met deze baan. Hij deed dat werk al en zei dat het echt wat voor mij zou zijn. “Weet je wel hoe lang ik niet heb gewerkt? Ben je gek of zo?”, zei ik. Maar toen ging ik erover nadenken. Je doet met dit werk iets goeds voor je medemens en krijgt een stabiel inkomen. Daarom heb ik het gedaan.

Wie was de eerste cliënt met wie je werkte?
Mijn eerste cliënt was een jongen van 21 jaar en 1.95 meter lang. Eerder was er een groep van vijf begeleiders bij hem weggegaan omdat ze bang voor hem waren geworden. Hij is ook gewoon best heftig: hij vecht, spuugt en bijt. Een keer had hij een wc-pot uit de grond getrokken, en een raam uit het kozijn. Maar het werk is net alsof je kickbokstrainer bent: je kunt niet iedereen hetzelfde behandelen, je moet alles aanvoelen. Dat is een beetje mijn ding, mensen aanvoelen.

Hoe ging het tussen die jongen en jou?
Het ging eigenlijk best wel goed. Een simpel voorbeeld is dat ik nooit meteen zijn kamer in kwam lopen. Dat ging stapje voor stapje, zodat hij kon wennen. Ik werkte twee maanden met hem en heb hem in die tijd eigenlijk nooit iemand zien aanvallen. Nou zat hij ook wel in een goede periode. Daarna werd het iets heftiger, maar ik doe het met liefde. Om welke cliënt het ook gaat: ik vind het leuk als ik ze zie doorontwikkelen.

Ismael Londt.

Heb je het met cliënten ook over je vechtsportcarrière?
Nee, de helft weet wel een beetje dat ik vecht, maar ze zijn daar niet echt mee bezig. Het gaat om cliënten met best wel een laag niveau. Ze weten dat ik bokser ben, maar daar houdt het wel een beetje bij op, eerlijk gezegd.

Moet je je fysieke kwaliteiten weleens gebruiken om iemand in bedwang te houden?
Dat komt zelden voor. Dat is het mooie van mij, dat ik dat eigenlijk niet nodig heb, omdat ik met praten al heel ver kan komen. Maar het is weleens voorgekomen dat ik iemand moet fixeren.

Dat is voor jou makkelijker.
Eigenlijk wel, maar je staat er ook met een goed team. Je kunt niet iemand alleen fixeren, je doet het met elkaar. Anders komt er meer lichamelijke schade bij. Sinds kort geef ik trouwens ook elke donderdag kickboksles in een jeugdgevangenis.

Wat mooi. Hoe moet ik zo’n training voor me zien?
Je komt daar binnen en moet alles inleveren, zoals je telefoon. Dan word je gefouilleerd en je tasje gecheckt. Binnen zie je eerst allemaal typetjes voor je met een houding. Ze hebben allemaal een maskertje op, en kijken boos en stoer. Als de les begint, willen sommigen eerst niet meedoen. Maar na een tijdje draaien ze bij en willen ze alsnog. Daar spreek ik ze dan op aan. Ik heb daar nu een groep van acht jongens. In de jeugdgevangenis herkennen ze me trouwens meer van mijn vechtsportcarrière.

Over welk gevecht beginnen ze dan het meest? Rico of Badr?
Voornamelijk die tegen Badr, in 2015. Voor veel jongens is het een herkenpunt dat ik tegen Badr heb gevochten.

Dat was trouwens een interessant gevecht, in Grozny voor Ramzan Kadyrov.
Ja, ik werd vijf weken van tevoren gebeld of ik tegen Badr wilde vechten. Ik ken geen nee, dus ik zei dat het goed was. Op het moment dat ik daarheen ging, had ik trouwens niet door hoe apart die omgeving was. Ik had een soort tunnelvisie. Het enige doel dat ik had was vechten tegen Badr. Pas toen ik terugkwam besefte ik: wow, waar ben ik eigenlijk geweest?

Waar moest je toen aan denken?
Je merkt daar die sterke autoriteit vanuit de regering. De straten waren leeg, maar op elke hoek stonden soldaten, dat soort dingen. Kadyrov zelf heb ik niet echt gesproken, maar hij vond het een toffe partij, dus hij schudde me de hand en gaf me een knuffel. Dat was wel tof.

Hij was volgens mij wel voor Badr.
Tuurlijk, Badr is zijn jongen.

Badr zei ook nog wat tegen jou na die partij. Wat was dat?
Hij zei iets over mijn doorzettingsvermogen. “Jongen, jij bent echt strijder,” zoiets. Het was een leuke ervaring, ik kan zeggen dat ik het heb gedaan. En het betaalde ook wel goed, daar kan ik niet over klagen.

Na die partij won je het zwaargewicht contendertoernooi bij Glory. Je zou tegen Rico Verhoeven gaan vechten om de titel. Waarom is dat nooit doorgegaan?
Ja, dat moet je aan Glory vragen. Kijk, ik ben echt niet van het klagen. Maar als ik zo’n toernooi win, dan hoor je tegen de kampioen te mogen vechten. Klaar.

Waarom is dat volgens jou niet gebeurd?
Omdat Rico toen niet fit was, zei Glory. Ik moest van Glory in de tussentijd tegen iemand anders vechten, dus ik vocht tegen Hesdy Gerges en won. Maar de feiten liegen er niet om. Rico vocht daarna een makkelijke partij tegen Anderson Braddock Silva, terwijl ik klaar stond. Dat vond ik best wel raar. Ik denk dat het er allemaal mee te maken heeft dat ze de partij Rico tegen Badr wilden maken. Het was een risico om Rico daarvoor tegenover mij te zetten, want dan had hij kunnen verliezen. Het is politiek geweest.

Jij hebt Rico eerder verslagen, in je eerste A-partij.
Klopt, maar dat is lang geleden. Ik wil het ook niet zien als een rematch. Rico is een zeer goede vechter, een topatleet. Toen ik dat contendertoernooi won en terugliep naar de kleedkamer, dacht ik maar één ding: yes, nu tegen de kampioen! Als je Rico dan niet krijgt, is dat demotiverend. Toen hij die pot tegen Anderson Braddock Silva kreeg dacht ik alleen maar: ik had daar moeten staan. Maar ja, zo werkt het spelletje. Nu zegt Glory dat ik niet fit ben. Dat snap ik ook wel weer, omdat ik de laatste twee partijen daar door blessures heb verloren van Jamal en D’Angelo.

Waar heb jij nu zelf behoefte aan?
Ik moet krijgen wat ik verdien. Ik ben nu weg bij Glory en praat met bonden die me langdurig willen hebben, voor meerdere partijen. Ik wil drie, vier partijen per jaar.

Je bent nu 33. Hoe lang wil je nog doorgaan?
Nog drie jaartjes maximaal. Iedereen weet: als je tegenover een fitte Ismael Londt staat, heb je een probleem. Maar ik moet nu eerst voor mezelf bewijzen dat ik weer fit kan worden. Uiteindelijk ligt het bij niemand anders dan mezelf.

Ismael Londt