Identiteit

Ik liet mijn vriendschap zegenen door heks Ingrid onder een beuk in het bos bij Wassenaar

Met volwassenheid in het verschiet, zou het zomaar kunnen dat we steeds minder tijd voor elkaar hebben. Daarom leek het me een goed idee om onze vriendschap ritueel te laten zegenen.

door Bien Borren
07 april 2017, 2:40pm

Alle foto's door Iris Bergman

Als ik me ooit laat bezwangeren en ik heb er negen maanden op zitten, dan wil ik Ruth aan mijn zijde. Of tussen mijn benen, want als verloskundige in spe komt ze daar te zijner tijd waarschijnlijk beter van pas. Ruth is al meer dan tien jaar in mijn leven, en ze is zo'n vriendin met wie ik het liefst al mijn avonturen wil beleven.

Ik koester onze vriendschap, maar volle werkdagen, mogelijke baby's of iets als een prille verkering zouden roet in het eten kunnen gooien. We zijn 24 en met Volwassenheid in het verschiet, zou het zomaar kunnen dat we steeds minder tijd voor elkaar hebben. Daarom leek het me een goed idee om onze vriendschap ritueel te laten zegenen door een heks.

In Den Haag woont Ingrid, een vrouw die zegt onze band te kunnen bezegelen. Ze woont in een oud pand waarvan de traptreden in chakra-kleuren zijn geverfd. "Van het aardse rood naar het hemelse paars," legt Ingrid uit. Als ze ons een kop kruidenthee geeft, zegt ze lachend: "Pas maar op, je weet nooit wat een heks je inschenkt."

Ingrid noemt zichzelf natuurpriesteres, maar het geeft niet dat wij heks zeggen. "Het is de beroemde kunstenaar Jeroen Bosch aan wie heksen hun imago te danken hebben. Hij schilderde de lelijkste heksen, maar eigenlijk is met het woord zelf weinig mis. Het stamt af van 'Haghetisse' en betekent letterlijk 'heggerijder'." De heg staat symbool voor de grens tussen het fysieke en spirituele. "Daarbij is een belangrijke rol voor de natuur weggelegd. De kracht die ik door mijn verbinding met de elementen krijg, gebruik ik tijdens rituelen."

Voor haar 61 jaar oogt Ingrid jong. Tussen haar donkere haren zie ik dreadlocks zitten, en ze complimenteert fotograaf Iris met haar Adidas-schoenen met roze streep. Voor de zweverige sfeer waar ik bij voorbaat best zenuwachtig voor was – want: op bezoek bij een heks – is tot nu toe geen sprake.

Ik ben zelf niet heel spiritueel aangelegd, en ik geloof niet in dat er meer is tussen hemel en aarde. Dus als Ingrid over druïdisme en wicca begint, zegt het me allemaal weinig. Ruth weet er iets meer van, maar is ook niet erg thuis in hekserij. We hebben geen idee wat ons te wachten staat, en ook niet wat bepaalde kruiden en in een bos rondhangen zouden kunnen betekenen voor onze vriendschap. Maar Ingrid weet dat wel.

Ze heeft voor ons een eigen ritueel uitgeschreven: "Zoiets vind je niet in de boeken terug." We zullen onder andere via geleide meditatie kunnen ontdekken of we elkaar in een vorig leven hebben gekend. "Het draait allemaal om bewustwording," zegt Ingrid. "Dit ritueel is een bevestiging van het feit dat je op elkaars golflengte zit, en laat je beseffen dat er tussen jullie weinig ruis zit."

Uiteindelijk is het de bedoeling dat Ruth en ik via Ingrid de zegening van alle vier de elementen krijgen. Voor een altaar, bij een grote beuk in een park. Ingrid hoopt voor ons dat het lukt om elkaars ziel aan te raken: "Even voelen hoe het is om de ander te zijn." Deze beloftes op mijn nuchtere maag roepen argwaan op – waar zijn we aan begonnen?

Als we het landgoed Clingendael oplopen passeren we een bordje met 'Wassenaar' erop. Ik zie de vragende blikken van een paar bekakte Haagse dames die uit wandelen zijn met een klein wit hondje. In mijn linkerhand draag ik een lantaarn, rechts een trommel van hertenleer. Ruth heeft een bezem van berkentakken vast en Ingrid draagt een kistje bij zich. Haar zwaard heeft ze thuisgelaten: "Het is toch een wapen, en tegenwoordig heb je wel wat uit te leggen als je daarmee in de openbare ruimte rondzwaait."

Aangekomen bij de cirkel van eiken en de heilige beuk begint Ingrid het kistje uit te pakken. Konijnenvelletjes, kaarsen, wierook, schelpen en talismannen komen tevoorschijn, en terwijl wij toekijken bouwt ze daar een altaar van. Voor Ingrid officieel met het ritueel begint, creëert ze "een zone waarin we veilig tussen de twee werelden kunnen vertoeven". In de vier windrichtingen heet Ingrid de elementen welkom. Ze fluistert zinnen die ik niet goed kan verstaan. Ingrid maakt al trommelend een rondje langs de bomen en als ze ons met rokende salie in een schelp heeft gezuiverd, kan het ritueel beginnen.

Ruth en ik mogen plaatsnemen aan de voet van de beuk en onze ogen sluiten. Ingrid stelt ons voor aan de boom, alsof ze ons is: "Dag beuk, ik ben Bien. Mag ik binnenkomen?" Binnensmonds loop ik haar woorden na en probeer ik toegang te krijgen tot de boom. Volgens Ingrid zouden we aan de andere kant van het schors ons persoon uit een vorig leven kunnen ontmoeten. Terwijl we met gesloten ogen tegen de bast zitten geschurkt, gaat Ingrid verder: "Eenmaal binnen kan je elkaar tegenkomen. Ben jij dat Ruth? Hoe ziet je eruit, wat zeggen jullie tegen elkaar?"

Ik ben de beuk nog altijd niet binnen en inmiddels daagt het me dat ik in een natte plek ben gaan zitten. Het gegak van de eenden in de vijver leidt me af en als ik door mijn wimperharen spiek, zie ik het baasje van een hond verbaasd naar ons kijken. Dit wordt niks met mij, denk ik, en ik besluit het mezelf zo comfortabel mogelijk te maken en de rit uit te zitten. (Later vertelt Ruth me dat zij wél de boom in mocht en mij daar inderdaad tegenkwam. Of het flarden uit een vorig leven waren weet ze niet, maar gezellig was het wel, zegt ze. "Het was een soort tekenfilmpje dat zich achter mijn oogleden afspeelde. Samen klommen we de beuk in, en nadat we ook nog even hadden gezoend, werden we met een enorme vaart uit de boom geschoten.")

In het volgende onderdeel van het ritueel gaan Ruth en ik elkaars aura bevoelen. Daarvoor moeten we elkaar diep in de ogen staren. Met onze palmen gestrekt, tasten we de lucht af, "op zoek naar energievelden". Op zo'n 15 centimeter van Ruth haar borst lijk ik inderdaad een soort warme prikkels te voelen. Dat ik überhaupt iets ontwaar, vervult me met trots. Het doet me denken aan die ene keer toen ik tijdens een wiskundeles een som oploste: het kan dus wel! Maar het langdurig staren begint me ook op de zenuwen te werken en ik zie bij Ruth hetzelfde. We moeten ons gegiechel onderdrukken. Maar is Ingrid is tevreden en neemt ons mee naar de laatste fase van het vriendschapsritueel: de toekomst.

We zijn weer terug bij het altaartje en Ingrid vraagt ons de teksten voor te lezen die we ter voorbereiding voor elkaar hebben geschreven. En dan moet ik bijna huilen, want wat Ruth met haar zachte stem voorleest, ontroert me. Het zijn woorden die ik wel ken, maar die we niet zo vaak tegen elkaar zeggen. Het klinkt misschien zoetsappig, maar het is écht goed om van iemand van wie je houdt te horen waarom zij jou waardeert.

Uit het kistje haalt Ingrid een lint waarmee ze onze handen verbindt. Ze haalt de elementen vuur, aarde, water en lucht erbij en bestrooit onze handen met zout, een speciaal soort water en ze laat kaarsvet op onze huid druppelen. Onze handen worden gezegend met een olie die de geur van de godin Birgit moet voorstellen – het ruikt zo sterk dat ik de daaropvolgende dagen nog geregeld aan haar goddelijke persoon word herinnerd.

Als we alle stappen hebben doorlopen, snijdt Ingrid het lint in tweeën. Mocht het nou ooit heel erg mis gaan tussen Ruth en mij, "dan moeten jullie bij elkaar komen en dit lint samen verbranden," adviseert ze ons. "Dat zal jullie hoogstwaarschijnlijk weer bij elkaar brengen en de strijdbijl doen begraven."

Hierna richt de natuurpriesteres zich weer tot de elementen. Misschien vergis ik me, maar als Ingrid de lucht bedankt lijkt het harder te gaan waaien, en als vuur aan bod komt breekt de zon door. Of zie ik door de emotionele toestand dit soort dingen gewoon beter? Lang sta ik er niet bij stil, want ik ben druk bezig met het danken van de elementen, samen met Ruth en Ingrid. Onze vriendschap is nu officieel gezegend.

Om weer met beide benen op de grond te geraken – we staan nog steeds in de heilige cirkel van bomen – eten we zoete baklava en drinken we sterke rozenlikeur. Ingrid draait een sjekkie.

Ondanks dat ik de beuk niet in kwam en ik nog steeds niet weet hoe Ruths' ziel eruitziet, ben ik blij dat we zijn gegaan. Of er hogere krachten aan te pas zijn gekomen betwijfel ik, maar het fundament van onze vriendschap lijkt steviger dan tevoren. Met dank aan onze Haagse heks Ingrid.