Hotel Americain balkon
Foto door Raymond van Mil 

Op zoek naar rock-'n-roll in het nieuwe Nederlandse Hard Rock Hotel

Ik beleefde een wilde nacht vol SS-spoken, indianen, lieve hasjdealers en gedachten aan Harry Mulisch.
13 juni 2020, 1:00pm

Daar zit ik dan. Een broodschrijver met rockster-allures in een hotel, 29 jaar oud, straalbezopen in naam van de journalistiek. Op maandagnacht aan de margarita’s. Wie denk ik dat ik ben? Hunter S. Thompson?! Is dit nou rock-‘n-roll? Rottigheid uithalen en hopen dat je ermee wegkomt? Wat zou Harry Mulisch er wel niet van denken?

Vooral dat laatste vroegen mensen in de boze opiniestukken in de krant zich eerder ook al af, toen werd aangekondigd dat dit 117 jaar oude, iconische American Hotel (in de volksmond het Americain) aan het Leidseplein in Amsterdam vanaf deze week verder gaat als “Hard Rock Hotel”. De leestafel in het café is onlosmakelijk verbonden met Harry Mulisch, de rockster van de Nederlandse literatuur, die tot vervelens toe “Telefoon voor de heer Mulisch” liet omroepen om interessant te doen. En niet alleen Harry Mulisch chillde hier graag. Danseres annex dubbelspion Mata Hari bracht haar eerste huwelijksnacht door in de suite. En er werd een drugsdealer doodgeschoten in het bijzijn van Bob Geldof, een van de vele celebs die hier hebben geslapen.

Verontwaardigde Paroollezers zagen de naamswijziging van het iconische Americain als symbool voor de disneyficering van Amsterdam door keten-cowboys. In de Volkskrant werd dit later genuanceerd: de keten is namelijk eigendom van indianen. De Semiolestam kocht het concern in 2004 met geld dat ze verdiend hadden met bingohallen. Zo gebruikten ze het kapitalisme om het land dat hen is afgepakt terug te koloniseren, en nu breiden ze hun imperium ook uit in de Oude Wereld, naar Davos, Ibiza, Londen, en nu dus Amsterdam. Dat is al een stuk meer rock-n’-roll.

Léon, hobbyrockster en hotel-erfgenaam. Je zou hem de Nederlandse Paris Hilton kunnen noemen.

Maar in feite verandert er helemaal niet zo heel veel. Het overgrote deel van de winst uit het hotel gaat nog altijd naar Léon Dijkstra, erfgenaam van het familiebedrijf Eden Hotels. Eden heeft dertien hotels in Nederland, waarvan het Americain er alweer sinds 2005 één is. Het personeel kan aanblijven en ook het favoriete café van Harry Mulisch blijft ook zoals het is. “Daar mag je met je vingers niet aankomen, dat is cultureel erfgoed,” zegt Léon, terwijl ik er eerder vandaag met hem lunch. Ik kijk vertwijfeld naar de buste van Harry Mulisch boven de leestafel. De schrijver zou het “bij uitstek fantastisch” vinden dat het Americain een Hard Rock Hotel wordt, beweert Léon als ik hem met de _Parool_-kritiek confronteer.

Hardrock is oprecht Léons passie. Al twintig jaar speelt hij gitaar in een “all round toegankelijke hardrockband” genaamd Thirsty Tigers, maar hij koestert niet de ambitie nog ooit door te breken. Léon is blij dat hij, na het overleggen van gunstige financiële vooruitzichten, van de aandeelhouders van Eden toestemming heeft gekregen om hier een Hard Rock hotel te vestigen. “Zo combineer ik mijn werk en mijn hobby.”

Meer rock-'n-roll is beter, daar zijn we het over eens. Maar kun je een hotel meer rock-n’-roll maken door er de merknaam Hard Rock Hotel op te plakken? Léon denkt van wel. Hij begint over de documentaire Buying the Band, die gedeeltelijk in het hotel is opgenomen. In de film verwezenlijkt rijke vastgoedmagnaat Jan ‘t Hoen zijn jeugddroom, door de band van wijlen Herman Brood weer terug bij elkaar te brengen. Met zichzelf als drummer. In de film doet Jan vergeefse pogingen om via zijn kantoormethoden de onhandelbare oude rockers in het gareel te krijgen. Ik zag Buying the Band vooral als een hilarisch en tenenkrommend bewijs dat je rock-n’-roll niet zomaar kunt kopen. Léon ziet het anders. Jan en hij kennen elkaar, uit het vastgoed en de muziek. “Jan heeft het goed gedaan. Hij maakt ook gewoon van zijn hobby zijn werk, en nu heeft-ie een te gekke band!” Tja. Ik ben benieuwd hoe die opvattingen uitpakken in de rest van het hotel.

Sabina en haar Harley.

Ik krijg er een rondleiding van “vibe-manager” Sabina. Zij is aangesteld om de echte _Hard Rock_-sfeer te implementeren. “De functie is heel breed. Ik let op de muziek, op de beleving van de gast. En er komt steeds meer bij,” zegt ze. In ieder geval straalt ze onbetwist “Hard Rock” uit. Ze heeft nektattoos en draagt een Slayer-shirt en een leren jack met franjes. “Werkt u hier?” vraagt een oudere dame die het restaurant binnenloopt verbaasd aan haar. Sabina rijdt op een Harley en is naar eigen zeggen op haar tiende van school gestuurd omdat ze roze haar had. Toch zegt ze dat het Hard Rock Hotel ook openstaat voor andere muzieksoorten. “Slayer zul je hier niet horen.” Ze gaan voor ieder wat wils draaien, voor een huiselijke en ongedwongen sfeer.

Tijdens de Hotelnacht oefende ik voor het jetsetbestaan

We gaan naar de bar, die een flinke facelift heeft gekregen. De honderden foto’s van bezoekende beroemdheden die ex-barman Cor heeft gemaakt zijn er nog, opnieuw geprint en in zwarte lijstjes gestopt. "Het was altijd een rommelig barmozaïek,” zegt de barman die er nu staat. “ Hard Rock wilde er heel graag gebruik van maken, maar wel geordend en verzorgd," Cor prijkt ook op de nieuwe menukaart. “Hij gaat hier ook tourtjes geven,” zegt Sabina. Dat klinkt sympathiek, maar ook een beetje alsof dit een museum wordt. Beroemdheden kwamen graag in de bar, omdat ze hier met rust gelaten werden. Zitten die wel te wachten op dagjesmensen en pottenkijkers? Sabina hoopt juist vooral op aanloop uit de lokale scene. “Er zijn weinig rock-n’-roll-plekken over in Amsterdam.” Ik hoop enorm dat ze gelijk heeft, en dat er niet straks allerlei lamlendige toeristen rondhangen die na hun bezoek aan de coffeeshop en de wafelwinkel het lumineuze idee krijgen om een shirt met opdruk te kopen. Voor dat soort mensen zijn er namelijk al méér dan genoeg plekken.

In felverlichte nissen in de lobby komt rock-memorabilia die door de keten beschikbaar gesteld, maar (vanwege de epidemie) nog niet verscheept is. Onder andere de jas van Slash en een showpakje van Lady Gaga. Er is fotobehang van Jimi Hendrix en van een non-descripte dj. De lijnen in de vloerbedekking zijn gebaseerd op een fender-gitaar. In elke kamer staat een echt exemplaar. Er zijn platenspelers. In de zogenaamde Mata Hideaway moeten straks intieme optredens van wereldsterren en lokale bands gaan plaatsvinden, maar op dit moment worden de werknemers er geschoold in de principes van het Hard Rock Hotel, door Amerikaanse trainers.

Ik blader in het cursusmateriaal. “We are not fake or phony; we are not a passing fad or a cheesy theme,” verklaart het boekje, met daaronder een foto van een emo-meisje dat het overbekende rock-gebaar maakt. “We create authentic experiences that rock.” Is rock-n’-roll dan echt niet meer dan een verzameling clichés? Sabina zegt dat de authenticiteit uiteindelijk van de werknemers zelf moet komen, niet alleen maar uit het Amerikaanse cursusboekje. “Ze mogen echt wat van zichzelf laten zien, en met de bezoekers praten over hun favoriete muziek.” Ik check in. "Dankjewel. Trouwens… wat is je favoriete band?" vraag ik aan de baliemedewerker die me mijn ID-kaart teruggeeft. “Euh, dat weet ik niet. Maar mijn favoriete artiest is Robbie Williams.” Een authentieke reactie.

De trap en het balkon.

Boven inspecteer ik kamer 117, waar ik vanavond zal slapen. Metershoge ramen, een ligbad, en een (voor hotelbegrippen) prima geluidssysteem. Niet verkeerd. Ik vraag de roomservice om een margarita. “En M&M’s, maar alleen de blauwe.” De man van de receptie zegt dat er tot zijn spijt nog helemaal geen M&M’s zijn. “Waarschijnlijk straks wel, als de Hard Rock shop open is.” In afwachting van mijn cocktail zonder M&M’s draai ik het volume van de gitaarversterker open om het Leidseplein kennis te laten maken met mijn kunsten. Gekleed in niets dan een badjas en hotelslippers, loop ik het balkon op. Helaas - de fontein overstemt mijn solo. Ben ik zelf wel meer dan een verzameling uitgekauwde clichés?

Ik bel ervaren rocker Toni Peroni voor meer rocksterrengedrag-inspiratie. Toni was in de jaren zeventig en tachtig drummer in bands als Secret Sounds en Het Goede Doel. Een tijd terug had hij een eigen realitysoap. Je zou hem de Nederlandse Ozzy Osbourne kunnen noemen. “Seks, drugs, rock 'n roll, de verhalen die altijd rond gaan, zo was het,” zegt Toni. “Dat de boel dan gesloopt wordt, en dat iedereen lam is.” De herinneringen aan wat Toni zelf heeft kapot gemaakt zijn in de nevelen der tijd verdwenen. “Een vaas ofzo?” Toni’s favoriete hotel is Van der Valk. “Maakt niet uit welke. Van der Valk is cool.” Dat de snelweghotels niet zo’n wild imago hebben, maakt volgens de rockster niet uit. “Als in je in de gordijnen wilt hangen, dan kan dat. Een hotel moet vooral een beetje mongoolproof zijn.” Een hotel is als een blanco vel papier waar je zelf wat leuks mee moet doen. Ik speel met het idee om de flatscreen-tv uit het raam te gooien. Het enorme formaat en de vele, met tiewraps vastgemaakte kabeltjes maken me moedeloos. Vroeger hadden ze het maar makkelijk, met die kleine beeldbuisjes.

Terug in de bar. Ervaren barvrouw Sarah vertelt rocksterrenverhalen en ik krijg een drankje van een man die zegt dat hij hasj-handelaar is. “Ik kom hier al veertig jaar.” zegt hij. De hasj-man vindt het “kut” dat ze van het Americain een Hard Rock Hotel gaan maken. “Maar we laten ons niet wegjagen.” Anders dan veel mensen voor wie het Americain vooral een symbool is, lijkt de stamgast niet echt onder de indruk van de nieuwe naam. Herman Brood, waarmee hij hier vaak dronk, is al jaren dood en het rookverbod heeft ook veel ongedwongen plezier laten verdampen. De hasj-dealer heeft bovendien wel ergere machtswisselingen meegemaakt. “Er zat een tijdje een Australische manager, die heeft zelfs de lampen laten weghalen uit het café. Hij snoof veel coke, wel tien gram per dag.” De technici van het hotel zouden de art-deco-lampen van tussen het vuilnis hebben moeten halen. De hasj-handelaar drukt me een stuk of vijf keer op het hart nooit andere drugs dan hasj te doen. “Lieverd, je moet gewoon snel gaan trouwen en een kindje krijgen.”

Een prima bad.

Na de borrel lig ik na te denken, in bad. Ik weet al lang niet meer wat rock-n’-roll is. Een lieve hasjdealer of een snuivende Australiër die onvervangbare art-deco lampen bij het vuilnis smijt? Wat zou Harry Mulisch er wel niet van denken?!

Middernacht. Ik houd een geïmproviseerde séance. Glaasje draaien bij kunstlicht, op een opengescheurde pizzadoos, want kaarsen zijn verboden op de kamers en de vibe-manager kon geen Ouija-bord voor me regelen. “Je moet gewoon voor de spiegel gaan staan en drie keer Kurt Cobain zeggen,” tipte ze. Maar ik wil Kurt Cobain helemaal niet spreken. “Telefoon voor de heer Mulisch!” moet er door de hemel galmen (ik neem tenminste aan dat Harry die, na al zijn research, inmiddels ontdekt heeft). Hoor en wederhoor, in naam van de journalistiek. “O Harry Mulisch, grootste schrijver van het Nederlands taalgebied, kom tot mij in je oneindige wijsheid!” Zo hoop ik zijn ijdelheid te strelen voordat ik doorstoom richting de hete brij: “Wat vind je ervan dat jouw geliefde Americain een Hard Rock Hotel wordt?” Mijn vingers op het glas wachten tot ze naar het juiste antwoord geleid worden. Er gebeurt helemaal niks.

Teleurgesteld ga ik nog maar een cocktail drinken bij barvrouw Sarah. Ik vertel haar wat er gebeurd is. “Pas je wel op met die geesten?” zegt ze. “Het spookte hier namelijk echt. De SS heeft hier tijdens de oorlog nog ingekwartierd gezeten, en één van de schoonmakers heeft een paar keer een commissaris in de spiegel gezien.” Misschien lag het dus wel helemaal niet aan mijn gebrekkige séance-opstelling dat Harry Mulisch zich niet wenste vertonen. Ik probeer nog een geruststellend liedje aan te vragen om het spookverhaal te vergeten, maar dat kan niet meer, sinds het nieuwe concept. “Er is maar één knop voor de muziek,” zegt Sarah. De playlisten worden vooraf samengesteld.

Op de (ondanks de sympathieke prijzen) indrukwekkende roomservice-bon die ik de volgende dag moet betalen staat: “Our job is to make sure that your experience is fit for a rock star.” Dat kun je wel zeggen. Toch vraag ik me nog altijd af of dat dankzij, of ondanks het Hard Rock concept is. Een muziekinstallatie op de kamer, dat zouden ze overal moeten doen. Verder is het vooral hopen dat de vaste gasten zo hardnekkig zijn als ze zeggen, en dat het erg leuke personeel losjes omgaat met de richtlijnen uit de _Hard Rock_-cursus. Uiteindelijk blijft een hotel een leeg vel papier, waar je zelf wat van moet maken, en ik mag hopen dat een keten uit de VS geen definitievere sfeerverpester is dan de SS.