Klimmers gebruiken nieuwe technieken om de top van Mount Everest te bereiken

Omdat klimmers zo snel en veilig mogelijk de top willen bereiken, oefenen ze van tevoren in zuurstofarme ruimtes om de omstandigheden na te bootsen. Maar daar komen ook weer andere gevaren en problemen bij kijken.
12.2.20
Mount Everest
Beeld: Westend61/Getty Images

Op 22 mei 2019 bereikte Roxanne Vogel de top van Mount Everest, pas elf dagen nadat ze vanuit Californië naar Tibet was gevlogen. Ze was daarmee de snelste ooit, en om deze prestatie neer te zetten had de 33-jarige Amerikaanse voedingswetenschapper zich jaren voorbereid.

Naast dat ze trainingen en een speciaal dieet volgde, leefde Vogel maandenlang in zuurstofarme ruimtes, en tijdens haar klim droeg ze een speciaal pak waarmee ze haar hartslag en ademhaling in de gaten kon houden. Zelf zegt Vogel dat ze het aan deze voorbereiding heeft te danken dat ze de tocht in zo’n kort tijdsbestek kon voltooien.

Advertentie

Generaties aan klimmers zijn gefascineerd geraakt door Mount Everest, de hoogste berg ter wereld is. Maar al die pogingen om de top te bereiken hebben ook sporen achtergelaten. Nu de aarde opwarmt, komt er steeds meer afval tevoorschijn van commerciële klimtochten en zelfs lijken, en zijn de weersomstandigheden onvoorspelbaarder geworden. Dat maakt Everest ook gevaarlijker, waardoor klimmers nieuwere technologieën zijn gaan inzetten om de risico’s, de duur en hun voetafdruk op de berg te beperken. Het is alleen de vraag of ze de omstandigheden daar daadwerkelijk mee verbeteren, of dat het vooral een oplossing is voor de korte termijn.

Tenzing Norgay en Sir Edmund Hillary, die in 1953 als eerste Mount Everest beklommen, maakten net als Vogel gebruik van (destijds) geavanceerde technologie: zuurstoftanks van ruim vijf kilo. Het kostte ze weken om te acclimatiseren en hun lichamen te laten wennen aan de extreme omstandigheden op de berg, en toen ze de top hadden bereikt gaf een runner het nieuws door aan het basiskamp.

Vandaag de dag ziet een beklimming van Mount Everest er heel anders uit. Deskundigen hebben de afgelopen jaren twee opvallende trends gezien: er worden voorbereidingsmaatregelen getroffen om te acclimatiseren, en tijdens de tocht zelf houden klimmers hun gezondheid strak in de gaten met behulp van speciale uitrusting.

Dat klinkt in principe alleen maar veilig, maar er kleven ook nadelen aan.

Advertentie

“Aan de ene kant maken ze het klimmen veiliger,” zegt Adrian Ballinger, oprichter van Alpenglow Expeditions, waarmee hij al twaalf seizoenen de bergen intrekt. “Maar als mensen denken dat het hierdoor makkelijker is, kan dat juist weer gevaarlijk zijn.”

Op de dag dat Vogel vanuit de Tibetaanse kant de top bereikte, fotografeerde bergbeklimmer Nirmal Purja aan de Nepalese kant een groep klimmers die uit zoveel mensen bestond dat de veiligheid nogal in het geding kwam. De foto ging viral en kwam symbool te staan voor de gevaarlijke drukte in de bergen. Doordat er zoveel klimmers waren, en er door de weersomstandigheden sowieso al minder tijd was om af te dalen, werden mensen des te meer blootgesteld aan de zware omstandigheden, met meerdere doden tot gevolg.

Hoewel er technologische vooruitgang is geboekt, zijn de risico’s om Everest te beklimmen hetzelfde gebleven. Door de wind en de vrieskou kun je onderkoeld raken of zelfs bevriezen, en boven de 4000 meter kan het lage zuurstofniveau tot zeldzame, maar levensgevaarlijke toestanden leiden: hoogtehersenoedeem bijvoorbeeld, waarbij er zich vocht ophoopt in je hersenen, of hoogtelongoedeem, waarbij er bloedvaatjes in de longen lekken en je langzaam verdrinkt in je eigen lichaamsvocht. Eduardo Garrida, een onderzoeker aan de Universiteit van Barcelona die een paper schreef over het overlijdensrisico op Everest, schrijft in een e-mail dat acute hoogteziektes of vochtophopingen ook op lagere hoogtes kunnen plaatsvinden als je niet goed genoeg geacclimatiseerd bent.

Advertentie

Professionele atleten doen al tientallen jaren trainingen waarbij zuurstofarme situaties worden nagebootst, maar beklimmers van Mount Everest doen het pas sinds een paar jaar – en Alpenglow Expeditions al sinds 2012, zegt Ballinger. Het houdt in dat de omstandigheden van hooggebergten worden gesimuleerd door zuurstofarme lucht in een afgesloten ruimte te pompen. Vogel sliep bijvoorbeeld in een tent en werkte gedeeltelijk in een kamer die allebei weinig zuurstof hadden, en beide ontworpen zijn door Hypoxico Altitude Training Systems.

Deze trainingskamers zijn zuurstofarm om dezelfde fysiologische veranderingen tot stand te brengen die plaatsvinden wanneer je probeert te acclimatiseren in de bergen – al blijft de luchtdruk hier wel hetzelfde, in tegenstelling tot op Mount Everest. Brian Oestrike, de CEO van Hypoxico, zegt dat de stijging van rode bloedcellen in je lichaam hier op dezelfde manier plaatsvindt als wanneer je in de bergen zou acclimatiseren.

Doordat Vogel zich op deze manier had voorbereid, kon ze al beginnen op 5000 meter hoogte – normaal gesproken kost het weken voordat je daar goed gewend aan bent geraakt.

“In plaats van dat je hier maanden zit en blootgesteld raakt aan ziektekiemen en vermoeid bent door de omstandigheden, kun je het nu binnen dertig dagen doen,” zegt Vogel. “Ik denk dat dit een uitkomst is om mensen veiligheid te bieden en de berg minder te belasten.”

Advertentie

Aangezien er nog weinig onderzoek naar deze techniek is gedaan, zijn er nog wel wat onbeantwoorde vragen. Garrido zegt dat er nog altijd geen perfecte methode is om kunstmatig te acclimatiseren, en daarnaast kost het natuurlijk ook meer tijd en geld om aan de benodigde apparatuur te komen.

Suze Kelly, de manager van bergklimbedrijf Adventure Consultants, zegt dat deze pre-acclimatisering bovendien ten onrechte een gevoel van veiligheid kan geven. “Veel mensen gaan te snel de hoogte in, ondanks dat ze denken dat ze van tevoren goed geacclimatiseerd zijn,” zegt ze.

Zelfs voorstanders van deze technologieën zijn het erover eens dat er nog meer onderzoek nodig is. “Er is nog geen grootschalig onderzoek gedaan naar mensen die deze tenten gebruiken en naar grote hoogtes trekken,” zegt Ballinger. “Tegenstanders zullen waarschijnlijk zeggen dat er geen wetenschappelijke ondersteuning is voor wat we doen met deze tenten. En dat lijkt me eigenlijk ook een valide argument.”

Ook op het gebied van biomonitoring zijn er twijfels. Vogels droeg tijdens haar klim de Astroskin, een uitrusting die het bedrijf Hexoskin ontwierp voor de Canadese ruimtevaartorganisatie. Met dit pak kon ze haar bloeddruk, huidtemperatuur, hartslag, ademhaling en zuurstofverzadiging meten – gegevens die Vogel bijhield omdat ze de effecten van hoge en zuurstofarme gebieden op het lichaam wilde onderzoeken. Deze informatie was voor haar na de klim dus heel nuttig, maar in de bergen kan een overvloed aan gegevens ook tot problemen leiden.

Advertentie

“Als je deze informatie binnen een handomdraai kunt zien is dat heel fijn, maar als je niet weet hoe je die gegevens moet interpreteren kan het je ook aan het twijfelen brengen,” zegt Vogel. “Als je je op grote hoogtes bevindt, kunnen die cijfers er nog weleens heel raar uitzien.”

Vanwege de opwarming van de aarde verandert Mount Everest zelf ook. In een recent verslag voorspelden Nepalese onderzoekers dat tweederde van de gletsjers in het Himalayagebergte gesmolten is in 2100, als de uitstoot van broeikasgassen zo doorgaat.

Kelly zegt dat je ook nu al kunt zien dat de gletsjers afnemen – op plekken die dertig jaar geleden vol sneeuw en ijs lagen is daar nu weinig meer van te zien. Dit heeft ook gevolgen gehad voor de routes die klimmers nemen om de top te bereiken. Het gesmolten ijs kan ook natuurrampen veroorzaken: uit een onderzoek uit 2017 bleek dat sommige gesmolten gletsjers tot “ killer lakes” leiden, die door instabiele dammen kunnen breken en overstromingen kunnen veroorzaken.

Een andere zorg is de komst van de goedkope touroperators, en de grote hoeveelheid afval die hun klimmers achterlaten, zegt Kelly. “Ze hebben niet genoeg mensen om spullen van de berg naar beneden te dragen. Dus ze knippen gewoon het logo uit hun tent en laten vervolgens de hele boel achter.”

Vogel beklom de berg vanaf de noordkant, maar heeft van andere klimmers ook verhalen gehoord over de omstandigheden op de zuidkant, die populairder is. “Daar schijnt het er behoorlijk gek en smerig aan toe te gaan,” zegt ze.

Advertentie

Wat Vogel betreft zou je door de vergunningskosten te verhogen geld kunnen vrijmaken voor schoonmaakploegen, in de lager gelegen delen van de berg. Een organisatie die dat al doet is het Sagarmatha Pollution Control Committee, een lokale non-profitorganisatie die is opgericht in 1991, nadat mensen uit het gebied Khumbu bezorgd waren dat het afval van toeristen nauwelijks gereguleerd werd. Kelly zegt dat ze het een goede zaak zou vinden als de berg in ieder geval tot aan het zuidelijke basiskamp schoongehouden kan worden, een populaire verblijfsplek onder klimmers en toeristen, maar dat het vanaf daar waarschijnlijk wel een stuk moeilijker wordt. “Het is verder echt aan de individuele operators om hun verantwoordelijkheid te nemen,” zegt ze.

Als er nog meer geklommen wordt, zullen de bestaande problemen verergeren, zegt Ballinger. Elk jaar komen er meer klimmers naar Mount Everest, en sinds 2018 zijn er bijna 24.000 pogingen ondernomen om de top te bereiken. Ballinger voorspelt dat deze aantallen alleen nog maar verder zullen toenemen, alleen al omdat Nepal van plan is om dit jaar twee miljoen buitenlandse toeristen te trekken.

Iets als pre-acclimatisering kan goed zijn voor zowel de klimmer als de berg zelf, maar de technologie is ook duur en niet makkelijk om aan de man te krijgen. Ballinger zegt dat touroperators die nu al niet zo netjes met de berg omgaan, ook zeker niet degene zullen zijn die in pre-acclimatisering gaan investeren om de beklimmingen korter te maken. “Het team heeft zo een veiligere en leukere tijd, maar uiteindelijk heeft de berg er wel onder te leiden,” zegt hij.

Volgens Ballinger zijn er twee manieren om te voorkomen dat de problemen verder uit de hand lopen: of de bedrijven die klimmers begeleiden moeten zichzelf gaan reguleren, of de Nepalese overheid moet hier actiever op handhaven. “Totdat dit gebeurt, denk ik dat de problemen aan de Nepalese kant alleen maar groter worden.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE US.