Sport

Jozy Altidore over UFO’s, racisme en een comeback in Nederland

De Amerikaanse spits wil graag terug naar de Eredivisie.

door Sam van Raalte
04 mei 2020, 9:39am

“Ik doe niks. Heel veel niks,” zegt Jozy Altidore lachend aan de telefoon. Hij brengt de quarantaine door in zijn huis in Toronto, samen met zijn zoontje en vriendin, toptennisser Sloane Stephens. De Amerikaanse spits schopt de bal een beetje tegen een muur van zijn garage en doet wat oefeningen om fit te blijven. “Hoe gaat het in Nederland?”, vraagt hij nieuwsgierig. “Ik volg het allemaal van een afstandje.”

Altidore is een grootheid in het Amerikaanse profvoetbal en heeft meer dan 100 interlands op zijn naam staan, maar nergens was hij zo succesvol als in Nederland. Tussen 2011 en 2013 ramde hij de ene na de andere goal binnen voor AZ. Ik bel Altidore om erachter te komen hoe zijn leven er nu uitziet en hoe hij terugkijkt op zijn jaren in Nederland. Aan de telefoon vertelt hij over zijn leven als partner van een toptennisser, racisme bij FC Den Bosch en zijn wens om ooit weer in Nederland te spelen.

VICE: Ha Jozy, ik zag dat je op Twitter laatst UFO-beelden postte. Waar ging dat over?
Jozy Altidore: Ja man, dat is gestoord. Ik denk dat mensen niet goed opletten nu. De regering van de VS heeft gewoon zulk nieuws op ons gedropt en niemand heeft het door. Dat geeft aan hoe gek deze tijden zijn. Ze hebben gewoon aangegeven dat ze UFO’s rond zien vliegen, en door het coronavirus is niemand ermee bezig. Dus ik moest dat even tweeten, zodat mensen het zouden zien.

Geloof je in buitenaards leven?
Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Maar die videobeelden lijken wel te bevestigen dat er iets is. Anders zouden al die gevechtspiloten die video’s niet gemaakt hebben. Het is echt, heel duidelijk, anders zouden die beelden er niet zijn.

Wat doe je verder thuis, buiten UFO-beelden checken?
Veel chillen met mijn zoontje en Sloane. Ik heb ook wat dingen voor goede doelen gedaan. Een actie, Hope for Haiti, voor kinderen die in Haïti elke dag 200 trappen moeten lopen naar school. Mensen in Haïti hebben het moeilijk, zeker nu. Daar heb ik wat aan gedoneerd. Ik ben ook op Cameo gegaan, daar kunnen fans je betalen voor een gesproken boodschap. Mijn opbrengsten gingen naar mensen in de zorg die zich inzetten in de strijd tegen het coronavirus. Het is een mooie manier om tegelijk met fans te connecten en wat te doen voor mensen die het echt nodig hebben.

Dat klinkt goed. Je bent nu al een tijdje samen met toptennisser Sloane Stephens. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Dat is wel een mooi verhaal. We hebben elkaar heel lang geleden leren kennen, op de basisschool, maar toen hadden we nog niks met elkaar. We waren jong, dom en onaardig tegen elkaar. Daarna bleven we elkaars sportcarrière stiekem volgen van een afstandje. Toen ik vijf jaar geleden vanuit Europa terugkeerde naar de MLS, kwamen we elkaar toevallig weer tegen. We gingen uit eten om bij te praten, en de rest is geschiedenis. We zijn nu verloofd. Het is gek hoe het leven kan lopen. Tennissers hebben trouwens vaker een belangrijke rol in mijn leven gespeeld.

Oja?
Toen ik jong was, hadden mijn ouders niet genoeg geld om een goede voetbalschool te betalen. Toptennisser Andy Roddick gaf toen beurzen aan jonge sporters. Je kon hem een brief schrijven om kans te maken, dus dat deed ik. Andy vond mijn brief mooi, ik werd uitgekozen en kon daardoor naar een school waar ik de hele dag kon voetballen. Hij is erg belangrijk geweest in mijn leven. Ik heb mazzel gehad.

Jouw grote doorbraak kwam daarna bij de New York Red Bulls, waar je samen met Nederlanders Ronald Waterreus en Dave van den Bergh speelde. Wat voor herinneringen heb je aan die gasten?
Ronald Waterreus! Yeah man! Hij was een geweldige gast met een fantastische persoonlijkheid. Een goede keeper ook. Davey had vooral een lekkere voorzet. Ik heb mazzel gehad dat ik op jonge leeftijd met zulke ervaren gasten kon spelen, die me uitdaagden om beter te worden. Dat had ik later bij Hull City ook met George Boateng, een andere Nederlander. Boateng was een mentor voor me. Hij gaf me op mijn flikker als ik op mijn flikker moest krijgen en was aardig tegen me als hij aardig kon zijn.

Jouw periode in Europa was geen succes, tot je in 2011 naar AZ ging. Wat dacht je toen je die aanbieding binnenkreeg?
Ik had er meteen een goed gevoel bij, omdat de aanbieding van directeur Earnest Stewart kwam. Hij heeft voor het nationale elftal van de Verenigde Staten gespeeld en wist wat ik nodig had. Ik werd enthousiast van zijn plannen met AZ. Het enige moeilijke was dat ik de trainer, Gertjan Verbeek, niet echt kende. Earnest waarschuwde me ook. Hij zei dat Verbeek een moeilijke trainer was, die veel van me zou eisen. Ik moest me klaar maken voor die strijd. Uiteindelijk bleek Gertjan Verbeek een van de beste trainers die ik heb gehad. De stap naar AZ was fantastisch.

Hoe was jouw band met Verbeek?
Hij was een keiharde trainer, met twee trainingen per dag. Iedereen had het er moeilijk mee, maar AZ had toen een speciaal team. Piet Keur, de spitsentrainer, was trouwens mijn vriend bij AZ. Wat een man. Twee, drie keer per weken trainden we een uur lang alleen maar op het afmaken van voorzetten. Roy Beerens stond aan de ene kant, Brett Holman aan de andere. Zij maakten een dribbel, gaven voor en ik maakte af. Opnieuw, opnieuw, opnieuw. We werden robots. Maar daardoor waren we op wedstrijddagen wel scherp.

Met welke ploeggenoten ging je bij AZ het meest om buiten het voetbal?
Esteban Alvarado, Celso Ortiz en ik waren altijd samen. We kwamen bij elkaar over de vloer, kookten voor elkaar, lachten over van alles, keken voetbal, altijd met zijn drieën. Ik zal die wedstrijd in de beker trouwens nooit vergeten, toen Esteban werd aangevallen door een hooligan bij Ajax. Esteban moest zich verdedigen en trapte die jongen zo neer. Terecht, maar de scheidsrechter twijfelde of hij Esteban moest straffen. Verbeek zei nog: “Als Esteban rood krijgt, stappen we van het veld.” De scheids gaf rood, dus we liepen allemaal van het veld. Dat was een gekkenhuis.

Altidore op Curacao
Jozy Altidore met Celso Ortiz en Esteban Alvarado op Curaçao in 2012. (Foto: Proshots)

Voor jouw tijd bij AZ had je moeilijke jaren in Europa achter de rug. Bij AZ kwamen de goals. Wat betekende dat voor jou op dat moment?
Ik wist dat als ik de juiste omgeving zou vinden, de goals zouden komen. Ik was blij dat ik met AZ het juiste team had gevonden. Het mooiste vond ik dat we ook op een echt hoog niveau speelden in Europa, we kwamen ver in de Europa League. Ik wilde altijd laten zien dat ik op dat niveau kon spelen.

Een dieptepunt van je tijd in Nederland was een wedstrijd tegen FC Den Bosch, waar je racistisch werd bejegend door supporters. Hoe kijk je daar nu op terug?
Ik herinner me dat ik in de eerste helft de bal kreeg aangespeeld, in de hoek van het veld. Ik dacht eerst dat ik boegeroep hoorde. Maar toen ik nog een paar keer werd aangespeeld, hoorde ik dat ze apengeluiden maakten: “Oeh! Oeh!” Ik was in shock, ik snapte er niks van. Sommige spelers zeiden tegen me dat ik het moest negeren, anderen verontschuldigden zich, omdat ze er ook ongemakkelijk van werden. Maar de supporters bleven maar doorgaan. Het was een belachelijke situatie. Ik was vooral teleurgesteld voor de kinderen die naar die wedstrijd waren gekomen. Je wil niet dat zij zulk gedrag zien als voorbeeld, dat ze later ook zo worden. Dat vond ik het ergste.

Wat dacht jij toen Ahmad Mendes Moreira afgelopen seizoen ook racistisch werd bejegend bij FC Den Bosch?
Ik was teleurgesteld. Het was de tweede keer dat dit daar is gebeurd. De FIFA en Eredivisie moeten er echt wat aan doen. Dit gedrag kan niet meer. Het mag gewoon niet meer. Je ziet het in bijna elke competitie, maar alles wat je daarna hoort is: ‘sorry, het zal niet meer gebeuren!’ en ‘laten we bidden!’ Dat is het. Maar dat is niet genoeg. De volgende wedstrijd gebeurt het weer ergens anders. Het is aan de FIFA en UEFA om te zorgen dat dit stopt, want het is krankzinnig. Het maakt de sport lelijk. Laatst kreeg Manchester City een uitsluiting van de Champions League voor twee jaar voor het verbreken van de Financial Fair Play-regels. Ik wil zulke energie van de FIFA en UEFA ook zien als het om racisme gaat.

Altidore
Jozy Altidore met Markus Henriksen en Adam Maher na de bekerwinst in 2013. (Foto: Proshots)

Je sloot jouw jaren bij AZ af met de bekerwinst in 2013, daarna was het tijd om een stap te zetten. AZ en jijzelf konden goed verdienen aan een transfer. Hoe voelde je je toen het tijd was om AZ te gaan verlaten?
Het voelde niet best. De timing was niet goed. Sunderland was niet de beste club waarmee ik had gesproken, ik had ook gesproken met andere grote clubs. Maar Sunderland was concreet. Ik weet nog goed dat Gertjan Verbeek en Earnest Stewart zeiden dat ik beter nog even kon wachten op andere aanbiedingen, omdat Sunderland niet mijn type voetbal speelde. Ze waren daar heel eerlijk over, zeiden dat het een ramp zou worden als ik naar Sunderland zou gaan, ondanks dat de transfersom goed was. Maar mijn vader wilde echt dat ik naar Engeland zou gaan, omdat het contract daar goed was. Wat als ik een blessure zou krijgen bij AZ? Dan had ik zo’n contract misschien niet meer kunnen krijgen. Dus het was een moeilijke, emotionele beslissing. Ik ging naar Sunderland.

Achteraf gezien had je het advies van Verbeek en Stewart aan moeten nemen.
Klopt. Maar mijn zaakwaarnemers en m’n vader dachten aan de financiën. Met het contract bij Sunderland kon ik mijn toekomst veiligstellen, gegarandeerd. Ik was een jonge man. Als ik toen de wijsheid van nu had gehad, had ik een andere keuze gemaakt.

Je had een slechte periode bij Sunderland en keerde terug naar de MLS. Nu zit je al bijna zes jaar bij Toronto FC. Waarom aard je daar goed?
Door de kwaliteit van de spelers. We hebben hier echt wat fantastische spelers gehad, waar ik mooie goals mee heb kunnen scoren. Ik heb bijvoorbeeld vier jaar met Giovinco gespeeld, die overkwam van Juventus. Echt een kwaliteitsspeler. Gregory van der Wiel heeft hier ook nog een jaar gespeeld. Toronto FC is, net als AZ, een club die de bal wil hebben, die niet bang is om op bezoek bij moeilijke tegenstanders vol op de aanval te gaan. Dat past bij mij.

Heb je weleens gedacht aan een terugkeer naar Europa?
Sowieso! Maar alleen in de juiste situatie. Ik heb het goed nu hier. Als ik terugga naar Europa, wil ik naar een plek als Nederland, een plek waarvan ik weet dat er goede spelers rondlopen en de mensen hetzelfde idee over voetbal hebben. En zo niet? Dan blijf ik lekker hier. Maar ik hou van de Eredivisie. Ik was er een keer dichtbij. Ik had contact met Feyenoord, toen Jaap Stam er trainer was. Maar het werd niet concreet. Ik zou het mooi vinden om weer bij een club als Feyenoord, AZ of PSV te spelen. Dat zou geweldig zijn.

Dat zou ik ook mooi vinden. Bedankt voor het gesprek. Wat ga je nu doen?
Een beetje Netflixen en chillen, meer kunnen we niet doen. Sloane en ik gaan nu de documentaire Don’t Fuck With Cats verder kijken. Dat is echt creepy shit, man.

-

Tijdens de coronacrisis bellen we met voormalig spelers uit de Eredivisie, om erachter te komen hoe het nu met ze gaat. Van Shinji Ono in Japan tot Jozy Altidore in Canada. Al deze interviews zijn hier te vinden. Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify:

Tagged:
AZ
voetbal
coronastop