Food by VICE

Een Amsterdamse glazenhaler over stiekem vingeren, lompe gasten en bierdouches

“Laatst was er een of andere gek in het urinoir aan het poepen. Die gast is er aan zijn haren uitgesleurd.”

door Oscar Bouwhuis
26 juli 2018, 10:23am

Alle foto's door de auteur

De bierkoerier die zonder morren in het holst van de nacht een sixpackje langs brengt, de altijd vrolijke vrouw die je pita kaas onder de grill legt als de vogels al kwetteren of de runner die jij altijd per ongeluk omverloopt; in onze rubriek MIDNIGHT MUNCHIES spreken we de mensen die al jouw benevelde eet- en drankwensen ‘s nachts in vervulling laten gaan.

Een baantje als runner – ook wel ‘glazenhaler’ of ‘barback’ – is het startpunt van veel horecacarrières. Met een theedoek en een zaklampje waagt de glazenhaler zich in het feestgedruis, op zoek naar het glaswerk dat de gasten argeloos verstoppen in plantenbakken, opstapelen in pisbakken of gedachteloos neerplempen achter de dj-booth. De runner brengt deze glazen weer naar de bar, zodat jij je handen niet in een kommetje onder de tap hoeft te houden.

De 19-jarige David* is zo’n glazenhaler bij de Kopstootbar aan het Amsterdamse Leidseplein. Hij bezit alle kenmerken van een horecamedewerker: handen vol kleine littekens van glassplinters, een huid die smacht naar vitamine D en een donkere verkleuring van de zakjes onder z’n ogen. MUNCHIES liep een avond met hem mee om erachter te komen wat hij allemaal meemaakt.

“Als ik om tien uur ‘s avonds aankom, word ik meestal direct door mijn manager uitgekafferd,” vertelt hij. Hoewel de glazenhaler doorgaans wordt behandeld als voetveeg en de schuld krijgt van alles wat niet direct met een biertap te maken heeft, moet de functie niet onderschat worden. Bartenders zien enkel wat in het directe zicht van de bar gebeurt. Uitsmijters betreden de club slechts als het strikt noodzakelijk is en managers zitten dikwijls in hun kantoortje geld te tellen. Glazenhalers zijn de enige werknemers die overal komen. Ze zijn de ogen en oren van de club, en in geval van nood als eerste ter plaatse. “Een tijdje terug stond een guy met een of andere plant te zwaaien,” zegt David. “Die heb ik er toen eigenhandig uitgebonjourd – ik voelde me toen echt cool.”

Mensen houden lang niet altijd rekening met hem als hij met torens glazen in zijn handen naar de bar probeert te komen. “De beste tactiek om mensen aan de kant te krijgen is met twee vingers een paar snelle prikjes onder de ribben tegen de lever uit te delen. Meestal draaien mensen zich verbaasd en lichtelijk geïrriteerd om, maar dan ben ik alweer weg. En als dat niet werkt: een subtiel kneepje. Mannen hebben vaak de neiging om de alfaman uit te hangen als ze met een date zijn. Als ik er langs wil, maken ze zich extra breed. Het is beste is om het verstand op nul te zetten zodra je de zaal inloopt.”

Soms vatten mensen het persoonlijk op als hij met z’n elleboog in hun zij pookt. Laatst kreeg David zelfs een tik tegen zijn achterhoofd. In zo’n situatie vindt hij het moeilijk om zijn hoofd koel te houden. “Ik ben ook maar een mens, maar ik kan zo iemand moeilijk een vuistslag geven en hem aan z'n haren uit de club sleuren,” zegt hij. “Maar goed, daar hebben we bouncers voor.”

Om in de vibe te komen is het volgens David daarom ook nodig om wel wat te drinken. “Het gaat net wat makkelijker als je een heel klein beetje aangeschoten bent,” zegt hij. “Dan raak je minder snel geïrriteerd als je voorover bukt om een glas op te rapen en een pets tegen je kont krijgt. Over het algemeen denkt het uitgaanspubliek dat ik in dezelfde feest-flow zit als zij. Vaak is dat ook wel het geval, maar het is toch minder plezant als een stomdronken student een bezwete arm om me heen slaat en tegelijkertijd zijn halve glas pils over m’n rug giet.”

Het is middernacht geweest en de bierglazen liggen inmiddels door de club verspreid. David wijst hij naar de twee palmbomen naast de dj-booth. “Mensen maken er een sport van om hun lege glazen bovenop die palmbomen neer te zetten. Idioot, hè? In de rokersruimte houden ze ervan bierglazen op te stapelen als een kaartenhuis en in het herentoilet dumpen ze soms stapels van vijf glazen in de pisbak.”

Omdat David de hele nacht overal komt, vindt hij veel dingen, zoals envelopjes, zakjes MDMA, iPhones, huissleutels, briefjes van 50 en siliconen bh-vullingen. Daarnaast ziet hij weleens vingers in broekjes verdwijnen. “Vingeren is geen misdaad, dus ik laat ze gewoon lekker hun ding doen. Maar laatst was er een of andere gek in het urinoir aan het poepen. Die gast is er aan zijn haren uitgesleurd.”

Er bestaat geen twijfel over aan wie in het nachtleven David zich het meest ergert: het studentencorps. “In het uitgaansleven zijn dat echt complete mongolen,” zegt hij. “Ik weet niet wát ze proberen te doen met die molenwiekende armen op de dansvloer en dat hinderlijke gebrul. Begrijp me niet verkeerd: ze kunnen sympathiek zijn, maar meestal zijn ze simpelweg neerbuigend naar het barpersoneel. Oud-Zuid-meisjes zijn het ergst. Ze geven je één blik en dan weet je het al: zij haat mij. Ze gaan ook nooit aan de kant als ik er langs moet.”

Verder kan David slecht tegen mensen die bij de bar met hun vingers knippen om zijn aandacht te trekken. “Ze zijn dan ook helemaal beledigd als je met gebarentaal probeert uit te leggen dat je geen barman bent.” Ook is hij niet echt dol op mensen die verontwaardigd zijn als hij een bierglas meeneemt waar nog “een minuscuul laagje lauwe pils” in zit. En zeer rot vindt hij mensen die denken dat ze hem helpen door glazen bij de spoelbak tot een krankzinnige hoogte op te stapelen en als ze met hun dronken kop per ongeluk die toren omkieperen een blik opzetten die zegt: maar mijn intentie was goed. Het beste kun je volgens David gewoon “lekker los gaan, veel fooi geven en ruimte maken als ik er even bij moet.”

Na een jaar in de horeca is zijn gedrag in het uitgaansleven drastisch veranderd: “Als ik vijf glazen los zie staan, begin ik ze automatisch op te stapelen. Ik heb het zelfs als ik uit eten ga met mijn moeder. Zodra ze haar glas heeft leeggedronken, begin ik alweer te stapelen. Glazen breng ik altijd naar de bar of ik duw m'n vrienden aan de kant als ik een runner zie struggelen. Als je in het nachtleven werkt, heb je meer begrip voor het barpersoneel.”

*David wil wegens privacyredenen niet met achternaam genoemd worden. Zijn achternaam is bij de redactie bekend.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.