Sport

De supporterscoördinator van Heracles Almelo had vroeger zelf een stadionverbod

“Er was een tijd dat ik het knokken net zo mooi vond als het voetbal.”

door Jesper Langbroek; foto's door Imani van der Horst
06 augustus 2018, 10:36am

Imani van der Horst

Raymond Alfons werd door Heracles Almelo uit de hekken geplukt en op een kantoor gezet als supporterscoördinator. De geboren en getogen Almeloër bleef in zijn fanatiekste jaren altijd staan voor zijn club en schuwde een knokpartij niet. Hij mocht door een stadionverbod een tijd het stadion niet meer in, maar heeft nu de sleutel die overal toegang biedt.

“Ik kan nu jongeren bereiken die in dezelfde situatie zitten als ik vroeger,” zegt Alfons met een glimlach als VICE Sports hem opzoekt. In het nieuwe museum van Heracles haalt hij herinneringen naar boven aan zijn roerige supportersverleden. Hij vertelt in geur en kleur over zijn laatste vechtpartij, de wetten van de tribune, het bier-incident met Diederik Boer, fans die de spelersbus opwachten en te zware straffen.

VICE Sports: Ha Raymond, we staan voor een nieuw seizoen. Hoe kijk jij als supporterscoördinator terug op het afgelopen seizoen?
Raymond Alfons: Vooral als het jaar waarin Nico-Jan Hoogma en John Stegeman vertrokken, nadat eerder Jan Smit al wegging. Zij laten de club financieel gezond en met een tiende plek achter. Zolang de prestaties op het veld goed zijn, hebben de supporters weinig te klagen. Echte onrust of vervelende situaties hebben we dit seizoen dan ook niet gehad.

Er was wel een hoop rumoer toen een supporter bier over PEC Zwolle-doelman Diederik Boer gooide. Hoe is dat afgelopen?
Die supporter is aan de digitale schandpaal genageld. Hij was overal op social media te zien en werd zelfs door zijn werkgever aangesproken op de actie. Ik keur het absoluut niet goed wat hij gedaan heeft, maar het is jammer dat de voorgeschiedenis niet werd getoond. Twee minuten eerder schoot Boer een tweede bal namelijk hard in het vak van de fanatieke supporters, alsof hij een uittrap de verkeerde kant op nam. Er ontstonden spreekkoren richting Boer en die jongen gooide vanuit de emotie een biertje over hem heen. Het was geen mes, geen honkbalknuppel en geen vuistslag. In de straf hebben we rekening gehouden met die achtergrond. Vanuit mijn eigen ervaring weet ik hoe belangrijk dat is.

Kun je ons eens meenemen naar de tijd dat jij nog in de hekken hing?
Het begon bij het oude stadion aan de Bornsestraat met de houten tribune. Echt een old school stadion, zoals je ze nu alleen nog ziet bij clubs als FC Dordrecht, Excelsior en FC Emmen. Ik was meteen onder de indruk van de oudere fanatieke supporters op de tribune. Rond die tijd raakte ik zelf van God los. Ik was zestien en werkte in een illegale coffeeshop in het centrum van Almelo. De wereld was zich aan het ontwikkelen en ik stond stil met een joint op mijn lip. Iets later feestte ik het hele weekenden door op underground huisfeestjes. Met school had ik weinig. Thuis was mijn vader er niet en mijn moeder zat in de bijstand. Op het moment dat ik de deur achter mij dichtgooide, telden de wetten van de straat. Later werden dat de wetten van de tribune. Ik heb weleens een trap gehad van iemand die hoger stond in de hiërarchie, omdat ik dacht dat ik het mannetje was.

Hoe gedroeg je je op latere leeftijd bij het voetbal?
In de tijd dat ik vervelend was in de maatschappij, was ik dat ook bij het voetbal. Als je privéproblemen hebt, is de stap naar vervelende supporter klein. Het staat niet los van elkaar. Het is maar net hoe je sociale kring is en hoe je zelf met je struggle omgaat. Ik had zelf thuis nauwelijks een vangnet en nam mijn problemen mee het stadion in. Ik heb een keer een stadionverbod gehad voor knokken op de tribune. Een andere Heracles-supporter riep discriminerende dingen naar het uitvak. Zwarte dit, zwarte dat. Daar houd ik niet van. De stewards wilden niet ingrijpen, dus ik ben er zelf opgeklapt. Gelukkig werd het stadionverbod ingetrokken. Daarna heb ik nog wel de nodige opstootjes meegemaakt.

Welke schiet je meteen te binnen?
De laatste keer dat ik gepakt ben voor een knokpartij, staat me nog goed bij. Ik had op een vrijdagavond in 2008 wat gedronken met de spelers Rob Maas, Igor Gluscevic en Björn Daelemans. Ik fietste daarna naar het supporterscafé en raakte onderweg aan de praat met de uitbater van een café waar we vaak zaten. Ineens stond ik oog in oog met drie jongens, die hoorden bij een andere club, waarvan ik de naam niet zal noemen. De uitbater kneep hem ertussenuit en die gasten spraken me aan. Ze waren uit op knokken en zeiden dat ik een probleem had, want ik was Heraclied. Bovendien was ik in mijn eentje en zij met zijn drieën. Iets verderop zag ik nog een grote groep van zo’n zestig supporters van hun club staan. Ik wist al dat het verkeerd zou gaan. Er was geen andere oplossing dan knokken. Ik zag een vuist op me afkomen, maar doordat ik destijds zelf aan vechtsport deed, kon ik die ontwijken. Als reactie gaf ik hem er eentje vol op zijn snufferd. Hij ging neer en die andere gasten liepen weg.

Hoe kreeg de politie je te pakken?
Ik gaf die jongen die mij wilde slaan nog een tik of twee terwijl de politie al achter me stond, niet handig. Ik heb een nachtje vastgezeten en moest drie maanden later voorkomen. Toen heb ik mijzelf verdedigd in de rechtszaal. Het slachtoffer had een gebroken neus en een ontwrichte kaak. Volgens de officier van justitie wilde ik mijn lesje maar niet leren. Ik heb ze mijn principe uitgelegd, dat ik niet wegloop als iemand ruzie zoekt en dat ik mezelf heb moeten verdedigen. Die laatste klap die ik gaf was er eentje te veel, maar de rechter begreep dat een kat in het nauw rare sprongen kan maken. Ik werd ontslagen van elke vorm van rechtsvervolging. Daar kon ik nog wel tegen in beroep gaan als ik het er niet mee eens was, haha!

Waarom was dat de laatste keer knokken voor jou?
Op een gegeven moment wil je niet meer voor het voetbal of vechten op het politiebureau komen. Ik romantiseer het verhaal nu, er was een tijd dat ik het knokken net zo mooi vond als het voetbal, maar die tijd gaat voorbij. Ik ben mijn wilde haren kwijtgeraakt. Ik ben verstandiger en wijzer geworden met de jaren.

Tegenwoordig beleef je het voetbal op een andere manier. De club heeft je uit de hekken geplukt en op het kantoor gezet als supporterscoördinator.
Daar komt het wel op neer, maar mijn fanatisme ben ik niet verloren. Ik blijf mijn club verdedigen. De wedstrijden beleef ik niet meer zoals ik vroeger met mijn maten deed. Ik sta nog wel vaak bij de fanatieke supporters, maar ik loop voornamelijk rond als aanspreekpunt voor alle fans. Ik laat hun stem horen in de organisatie van Heracles. In alles wat er bepaald wordt, waak ik ervoor dat de supporters niet tekort worden gedaan. Ik ben er voor hen. Als ik niet meer geaccepteerd zou worden door mijn oude maten, neem ik de volgende dag gewoon weer een seizoenkaart. Ik wil de tribune en mijn oude maten niet verloochenen.

Hoe moeilijk was het om de omschakeling van supporter naar clubmedewerker te maken?
In het begin was het lastig, want ik kreeg geen handboek mee. Ik kreeg een kantoor, computer en een telefoon. “Redt oe d’r met,” zeiden ze op z’n Almeloos toen ik begon. Het was een voordeel dat ik geen onbekende was van de club. Ik kwam al zo’n tien jaar als supporter en bestuurslid van de supportersvereniging BiancoNero bij het bestuur over de vloer. Jan Smit en Nico-Jan Hoogma kenden me dus ook al. Dat maakte het makkelijker. Nu durf ik te zeggen dat ik de mooiste job van de wereld heb. Elke dag besef ik dat ik in een bevoorrechte positie zit doordat ik voor mijn club mag werken en mensen kan helpen.

Je was ook de eerste met een tatoeage van het nieuwe logo.
Ik had nog helemaal geen tatoeages, maar tijdens het ontwerpen en kiezen van het logo door de fans, raakte ik verliefd op dit logo. Daarom heb ik hem op mijn arm laten zetten. Ik moest alleen de eerste paar dagen met lange mouwen lopen, omdat het logo nog niet bekend mocht worden. Het thuisshirt van afgelopen seizoen is trouwens ontworpen door een supporter die later een stadionverbod kreeg. Toen de spelers het shirt voor het eerst droegen, mocht hij er helaas niet bij zijn.

Moet je de supporter in jou weleens bedwingen als je aan het werk bent?
Je kan de supporter wel uit het vak halen, maar niet uit de persoon. In het begin had ik mijn emoties niet altijd onder controle. Het eerste seizoen, 2014/2015, was een zwaar seizoen. We stonden na zes duels op nul punten. Ik kwam binnen en zat vol met supportersgevoelens. Ik moest me inhouden om niet uit te barsten tegen spelers, want anders kon ik weer naar het UWV en de hekken in. Na het zevende verlies op rij liep ik op maandagochtend met een lange bakkes op de club rond. Toen vroeg een aantal spelers in de eetzaal waarom ik zo chagrijnig keek. Dat was het moment dat ik uit mijn vel schoot. “Kijk verdomme op Teletekst. We staan onderaan met nul punten. Moet ik hier met een smile rond gaan lopen?” Ja, dat was wel een dingetje.

Een paar weken later werd de spelersbus opgewacht na een 3-0 nederlaag bij Willem II. Hoe ging je daar als beginnend supporterscoördinator mee om?
Ik ken veel van de jongens, dus ik kreeg op de terugweg al berichten dat de supporters onderweg waren naar het stadion. Daar aangekomen bleken het er tweehonderd te zijn. De verlichting op het stadionplein werkte nog niet goed en in het donker stonden daar de fanatieke fans met een lading emotie. Ik vind dat supporters in slechte tijden het recht hebben om de spelers en staf te spreken. Als club heb je een verantwoordelijkheid naar de supporters toe. Je mag de confrontatie niet uit de weg gaan. Ik adviseerde John Stegeman daarom om het gesprek aan te gaan en rustig te blijven als iemand wat verkeerds zou roepen. Op het moment dat iemand aan je gaat zitten, is dat een ander verhaal. Je moet van spelers en trainers afblijven.

Heb je er op zulke momenten veel voordeel van dat jij zelf van de tribune komt?
Ik ken de jongens en ik weet hoe ze zich voelen. Dat kun je niet uit een boekje leren. Ik kan er ook slecht tegen als iemand nonchalant omgaat met het logo dat je op je borst draagt. Fans delen lief en leed bij hun club. Ze maken vriendschappen, maar laten ook tranen achter op de tribune. De club is voor veel supporters een belangrijk deel van hun leven. Voor veel mensen is niet te begrijpen wat voetbal met je kan doen. Als er dan een speler voorbij komt die geen respect toont voor jouw club door ongeïnteresseerd over de prestaties of club te praten, snap ik dat dat verkeerd valt. Als je oneerbiedig bent, kun je een reactie verwachten. Veel beleidsbepalers onderschatten dat er op de tribune een andere denkwijze heerst. Het emotionele wint soms van het rationele, helemaal in groepsverband. Na een paar drankjes is er vaak meer emotie aanwezig. Je laat elkaar als supporters onderling niet stikken, maar ‘je staat elkaar half', zoals we dat zeggen. Juist die saamhorigheid en dat groepsgevoel zorgt ervoor dat we sfeer hebben in de stadions, dat moeten we koesteren met elkaar.

Heb je weleens oude bekenden van je moeten begeleiden doordat ze over de grens waren gegaan?
Sterker nog, ik ken ze stuk voor stuk. Ze weten dat ze bij mij eerlijk kunnen zijn. Ik vertel niets door aan de politie. Ik ben geen snitch. Ik weet bij een vechtpartij meestal wat er is gebeurd. En als er iemand fout is, vertel ik ze dat, om het besef bij te brengen dat diegene vooral zichzelf in de problemen brengt. Dat is in hun eigen belang. Juist omdat ik zelf vaak over de grens ben gegaan, kan ik anderen behoeden voor mijn fouten. Ik had geen Raymond Alfons die een arm om mijn schouder sloeg. Ik ben door schade en schande wijs geworden. Ze kunnen tegen mij niet zeggen dat ik er niets van afweet. Ik heb vaak genoeg in een vervelende of nare situatie gezeten. Ik weet precies wat ze doen, denken en voelen. Dat praat toch anders dan met een steward of een agent. Dat werkt in sommige gevallen alleen maar averechts.

Hoe zwaar vind je de straffen van tegenwoordig als je die vergelijkt met jouw fanatieke periode?
In onze tijd kwam je met meer weg. Er was geen social media en er waren geen camera’s op telefoons of in stadions. Nu alles gefilmd wordt, hebben overtredingen een hogere prioriteit. Vorig jaar kregen negentien Heracles-fans een stadionverbod na een confrontatie met fans van FC Utrecht. Dat werd publiekelijk groot uitgemeten. Ze kregen een stadionverbod, een gebiedsverbod, een boete én moesten zich verantwoorden bij de rechter. Justitie ging er met de botte bijl overheen, terwijl de jongens zichzelf juist verdedigden nadat de supporters van FC Utrecht ze hadden aangevallen. Er zijn altijd oorzaken die meespelen. Die moeten ook meegewogen worden in de straf. Je bent niet altijd zelf schuldig aan de situaties waarin je terechtkomt. Ik pleit ervoor dat de straffen in verhouding zijn en dat er maatwerk wordt geleverd. Ik ben van mening dat supporters veel zwaarder worden gestraft in vergelijking met incidenten die niet voetbalgerelateerd zijn. Zo hoort het niet te zijn.

Veel supporterszaken worden steeds verder beperkt. Wat vind je van de strenge aanpak tegen pyro-vuurwerk?
Ik hink op twee gedachten. Aan de ene kant ben ik opgegroeid met het idee dat fakkels en een beetje rook bij de beleving horen. Kijk maar eens op YouTube en je ziet prachtige filmpjes. Wereldwijd wordt het als sfeerverhogend gezien. Aan de andere kant moeten we als club onze verantwoordelijkheid kennen en nemen. Het is gevaarlijk en ongezond. Die potten die afgelopen seizoen bij PSV werden afgestoken, daar word je niet vrolijk van. Ze worden bijvoorbeeld gemaakt in Oost-Europa, waar de regels minder streng zijn. Ze kunnen er van alles in mieteren. We moeten niet willen dat mensen er ziek van worden. Daarom snap ik dat de KNVB er steeds strakker op zit. Natuurlijk blijf ik het mooi vinden, maar als de club 7.500 of 15.000 euro boete krijgt, kunnen we dat geld beter gebruiken om op een andere manier de sfeer te verhogen. De gezondheidsrisico’s moet je uitsluiten.

De staantribune werd er ook langzaam uitgewerkt, maar bij veel clubs zoals Feyenoord en FC Utrecht komt hij weer terug. Heracles heeft er nog altijd één.
Je hebt nu allerlei veilige uitvoeringen, zoals safe standing, dus het blijft mogelijk om letterlijk achter je club te staan. Op de staantribune bij Heracles Almelo zijn veel supporters van andere clubs jaloers. Gewoon betonnen blokken met wat hekken, lekker rauw. Je staat letterlijk 2,5 meter van de keeper af. Er ontstaat vanzelf meer sfeer. Ik kan zelf niet zitten tijdens een voetbalwedstrijd. Het is mooi om samen te bewegen en elkaar een beetje gek te maken. Dan krijg je dat wij-gevoel. Anders is het ook maar een dooie bende. Het is mijn ambitie om binnen enkele jaren van de hele eerste ring van de korte zijde staanplekken te maken.

Dat klinkt toch mooi uit de mond van iemand die vroeger zelf het stadion niet in mocht.
Ik zeg tijdens rondleidingen weleens: “Vroeger mocht ik er niet in, nu heb ik een sleutel die overal toegang biedt.” Ik schaam me niet voor mijn verleden. Ik heb er vijftien jaar over moeten doen om de negatieve stempel enigszins van me af te poetsen. Ik ben geen wegloper, maar een vechter. Ik vind het mooi dat ik nu vanuit mijn functie bij de club kan bijdragen aan een goede relatie tussen de supporters en de club. Uiteindelijk is de club van de supporters. Ik kan nu jongeren bereiken die in dezelfde situatie zitten als ik vroeger, vanuit mijn eigen ervaring. Je kan wel de hele dag jointjes roken en denken dat je Pablo Escobar bent, maar de realiteit komt je vanzelf halen. Elke dag heb je de kans om het beter te doen, maar dan moet je het wel doen. Acties maken het verschil. Wat je nu doet, kan bepalend zijn voor je toekomst. Dat probeer ik de jongens op de tribune mee te geven.