Identiteit

Waarom het tijd is dat we allemaal ons okselhaar laten staan

Waarom vinden we vrouwenhaar zo vies, terwijl het ons bij mannen niets uitmaakt welke lichaamsdelen behaard zijn?

door Amarens Eggeraat
07 juni 2017, 8:48am

FOTO'S DOOR AUTEUR 

Eens in de zoveel tijd verschijnt er een vrouw met een ongeschoren oksel in het openbaar en ontstaat er een hoop verwarring en ophef. Julia Roberts legde de hele jaren negentig plat met haar ongeschoren oksel op de rode loper, een tijdje geleden was de oranje armholte van Miley Cyrus een bron van controverse, en nu zijn er instagramsterren als Morgan Mikenas die met frisse ongeschoren moed voor ophef blijven zorgen met hun okselhaar.

Waarom vinden we vrouwenhaar zo vies, terwijl het ons bij mannen niets uitmaakt welke lichaamsdelen behaard zijn en welke niet? Waar komt die weerzin vandaan? Is het het patriarchaat, dat ons heeft ingeprent dat vrouwenlichamen eruit moeten zien alsof je ze kunt afnemen met een nat doekje? Is het allemaal één groot complot van Gillette?

Ik ben geen fitnessblogger en ik heb ook niet alle antwoorden, maar ik loop wel al een jaar lang rond met ongeschoren oksels. Dit is waarom ik stopte met scheren, en wat ik er van opstak:

Je bent hariger dan je denkt

Als je een vrouw van mijn leeftijd (25 jaar) bent, is de kans groot dat je over jezelf bent gaan denken als een vrij haarloos schepsel. De meeste meisjes beginnen zich te scheren zodra de eerste haartjes zich kenbaar maken in hun zurige tieneroksel, al dan niet met hulp van een behulpzame moeder.

Voor mij was dat niet anders. De laatste dag van het brugklaskamp zat ik urenlang op het parkeerterrein van een tropisch zwemparadijs, samen met twee andere ongestelde meisjes en een jongen die iets aan zijn oor had wat niet nat mocht worden. De wiskundeleraar zat op z'n hurken bij ons en probeerde moedig een gesprek gaande te houden, tot de rest van de groep klaar zou zijn met zwemmen. Ik trok stukjes mos van de stoeprand en dacht aan woest stromend water, terwijl de jongen met de ooraandoening een monoloog hield over korfbal. Ik was niet eens echt ongesteld. Ik deed alsof, zodat mijn nieuwe klasgenoten mijn harige oksels niet zouden zien. Na die treurige middag op het asfalt ben ik me fanatiek gaan scheren. Zomer of winter, zwemparadijs of geen zwemparadijs, ik schoor mijn stoppeltjes weg zodra ze verschenen. Soms vergat ik mijn oksel een week, en groeide er een paar korte stugge haartjes, als het velletje van een pasgeboren egel. Maar verder dan dat kwam het eigenlijk nooit.

Dat betekent dat ik me al zo'n twaalf jaar scheer — de helft van mijn leven was kunstmatig haarloos. Dat zijn meer dan vierduizend scheerbeurten, honderdduizenden raspende scheerbewegingen over mijn huid. Ik vroeg me daarom ergens af of het nog wel behoorlijk zou groeien. Misschien had ik de haarzakjes onder mijn oksel inmiddels al te ver beschadigd voor een gezonde bos okselhaar.

Dat bleek allerminst het geval. Binnen twee weken was mijn oksel volledig begroeid met haar, nog voller en glorieuzer dan ik me kon herinneren, alsof er nooit iets gebeurd was. Het menselijk lichaam is wonderbaarlijk.

Het is echt niet vies

Ik moest in het begin wel aan mijn okselhaar wennen, eerlijk gezegd. Als ik in de spiegel keek, was het alsof een gruwelijk soort parasitair diepzeewier zich in mijn okselholte genesteld had. En op warme dagen vroeg ik collega's om het halfuur of ik niet stonk, want ik heb altijd begrepen dat okselhaar in feite dienst doet als een soort geurvlaggetje, om lekker pittige feromonen mee de ruimte in te wapperen.

Die afkeer die ik in het begin voor voelde, is niet uitzonderlijk. Voor een studie met de jolige naam "Perilous Patches and Pitstaches. Imagined Versus Lived Experiences of Women's Body Hair Growth" (2013) onderzocht Breanne Fahs de relatie van vrouwelijke studenten tot hun eigen lichaamshaar. Ze hoorde haar proefpersonen uit over hun opvattingen over lichaamshaar bij zichzelf en bij andere vrouwen (verreweg de meeste vonden het ''niet prettig'' en ''vies''). Vervolgens liet ze haar proefpersonen tien dagen ongeschoren door het leven gaan, terwijl ze hun ervaringen moesten vastleggen. Die waren overweldigend negatief: de proefpersonen noteerden gevoelens van schaamte en isolatie, een afkeer voor de eigen benen en oksels, en een overweldigende aandrang om alles bedekt te houden.

Over wat die walging nou precies veroorzaakt, brengt de studie weinig uitsluitsel, maar dat er flink van vrouwelijk okselhaar gewalgd wordt, is zonneklaar.

Zelf denk ik dat gewenning een grote rol speelt bij het accepteren van vrouwelijk okselhaar, of dat nou onder je eigen oksel groeit of onder die van een vreemde. Bij mij duurde het even, maar na een tijdje leek het haar onder mijn arm net zo gewoon en natuurlijk als het haar op mijn hoofd. Ik ben niet sterker naar zweet gaan ruiken, want deodorant werkt ook als je okselhaar hebt. Soms wrijf ik er een beetje droogshampoo in, dat werkt ook. En als het echt centimeters buiten de mouw van mijn T-shirt komt gekropen, dan knip ik het gewoon een beetje bij. Je niet scheren is immers niet hetzelfde als het afzweren van persoonlijke verzorging.

Vooral vrouwen kijken

Zoals je de ogen van passerende mannen soms bijna onwillekeurig naar beneden ziet flitsen als je een laag uitgesneden topje aanhebt, zo zie ik talloze vrouwenblikken naar mijn oksels afdwalen. Dat is niet per se kwaad of afkeurend bedoeld, denk ik. De gemiddelde vrouw staart vooral naar haar eigen oksel, tijdens het scheren of epileren, om te controleren of alle haartjes wel weg zijn. We zijn erin getraind om haar op okselhuid te detecteren, dus als er een harige vrouwenoksel voorbij komt fietsen, dan springt dan nogal in het oog.

Mannen lijken het daarentegen niet echt op te merken. Of misschien maken ze er gemene grapjes over achter mijn rug om, dat kan natuurlijk.

Mensen willen weten wat je vriend ervan vindt

Vrijwel iedereen die ik over mijn okselhaar spreek, wil weten wat mijn vriend ''er eigenlijk van vindt.'' Dat snap ik wel, maar ik heb er nooit echt een interessant antwoord op. Als je aantrekkingskracht tot een persoon valt of staat met een beetje haar, dan is dat denk ik niet zo'n goede relatie.

Iedereen gaat er vanuit dat je een feminist bent

Het is een oververmoeid cliché dat feministen hun oksels niet scheren. En net als de hardnekkige mythe dat je feminist wordt door je BH ritueel te verbranden (al dan niet omringd door dansende naakte zusters die grommend 'dood aan alle mannen' scanderen), is het helemaal niet waar. Bijna alle vrouwen die ik ken scheren zich, of ze zich nou feministisch noemen of niet. Bovendien is er binnen het feminisme volgens mij al jaren een consensus dat 'goed feminisme' 'm niet in uiterlijke kenmerken zit: het afkeuren van lippenstift en gladde benen is net zo stompzinnig en beperkend als het afkeuren van slobbertruien en borstelige wenkbrauwen.

Toch leeft het beeld nog steeds. ''Aha,'' riep een manager op mijn werk, terwijl ik een lading melk in de koelkast probeerde te schuiven. Hij wees naar mijn oksel. ''Jij bent ook feministisch!''

De meeste mensen zijn iets minder direct, maar ik merk wel dat ze ervan uitgaan dat ik mijn okselhaar laat groeien vanuit feministische overtuigingen. Dat is op zich niet zo erg (want het is waar), maar het is wel een vreemde gewaarwording. Meestal moet je toch op zijn minst een kruisje om je nek hangen, een traditioneel kleed aantrekken of iets laten tatoeëren om je levensopvattingen zo op het eerste gezicht aan de buitenwereld te communiceren. En dat okselhaar groeit daar echt vanzelf. Het is alsof mensen zouden denken te weten dat je Piratenpartij stemt omdat je twee wenkbrauwen hebt, of dat een aangehecht oorlelletje een betrouwbare indicator zou zijn dat je dol bent op Ayn Rand.

Iedereen vindt het top, maar heeft een goed excuus om het zelf niet te doen

Vriendinnen, bekenden en collega's vinden het allemaal heel cool dat ik me niet scheer. "Het is echt dapper!'' zeggen ze, "En het staat je nog goed ook!'' Maar vaak volgt dan meteen de reden waarom ze zelf voorlopig bij hun scheermesjes blijven. ''Jij kan het ook wel hebben,'' zeggen ze dan, ''bij mij zou het denk ik niet staan.'' Of ''Ik zou echt heel erg naar zweet gaan ruiken, denk ik.'' (de gedachte dat okselhaar op de één of andere manier onhygiënisch is, zit echt heel diep). Soms krijg ik het gevoel alsof ik in mijn eentje het okselhaar van alle vrouwen moet laten staan, en die druk is nog groot.

Natuurlijk moet iedereen met z'n lichaamshaar doen wat 'ie wil. Of je nou haarloos door het leven wil glijden als beboterde molrat of het vlechtjes maakt in je schaamhaar. Maar ik ben me ooit gaan scheren omdat ik bang was dat ik uitgelachen zou worden in een tropisch zwemparadijs. En eigenlijk is dat nooit veranderd. Ik heb er later wel bij verzonnen dat ik het vooral voor mezelf deed, dat het vooral een excuus was om vijf minuten langer onder de douche te blijven staan, en dat het 'gewoon frisser' voelde. Maar eigenlijk was ik nog steeds bang voor het hoongelach van prepuberale klasgenoten, dat anderen het vies en onaantrekkelijk zouden vinden. En ik denk dat voor heel veel vrouwen hetzelfde geldt.

Daarom zeg ik tegen alle gladgeschoren meisjes en vrouwen: laat je okselhaar eens staan. Probeer het gewoon een keertje. Want hoe meer vrouwen rondlopen met harige oksels, hoe normaler het wordt (en het scheelt een hoop ingegroeide haartjes).