Identiteit

Mannen zien nog steeds niet hoeveel onbetaald werk vrouwen doen in huis

Nieuw onderzoek van de VN laat zien dat vrouwen bijna drie keer meer in het huishouden doen dan mannen. Experts zeggen dat deze ongelijkheid zal blijven bestaan zolang mannen zelf geen actie ondernemen.
22.2.18
Foto door Bisual Studio
Foto door Bisual Studio 

Wereldwijd doen vrouwen nog altijd 2,6 keer meer onbetaald huishoudelijk werk dan mannen, blijkt uit een nieuw rapport van de Verenigde Naties dat gister werd gepubliceerd. Zelfs nu meer en meer vrouwen op de arbeidsmarkt verschijnen, wordt nog steeds buitenproportioneel veel van hen verwacht als het gaat om zorg voor kinderen, zorg voor oudere of hulpbehoevende familieleden, of het halen van water en sprokkelen van hout of andere brandstof. Allerlei werk dat wordt gezien als iets dat letterlijk minder waard is, omdat het ‘vrouwenwerk’ zou zijn.

Advertentie

Ook al wordt dit soort werk vaak niet op waarde geschat, in werkelijkheid is het juist ontzettend belangrijk: “Als vrouwen zouden stoppen met al het werk dat ze onbetaald doen, zou de hele economie instorten,” zei Shahra Razavi, hoofdonderzoeker van UN Women, tegen CNN.

Deze resultaten uit het VN-rapport laten niets nieuws zien: onderzoek na onderzoek toont aan dat onbetaald werk door vrouwen maar blijft voortbestaan, en niet wordt erkend door de maatschappij. De grote vraag is: hoe kan dat? Steeds meer vrouwen begeven zich op de arbeidsmarkt, en gendergelijkheid is een onderwerp dat veel overheden ten minste op de kaart willen zetten – dus waarom is de waarde van het onbetaalde werk dat vrouwen doen nog niet gestegen?

Misschien is het meest heldere antwoord daarop ‘mannen’. “Nu de positie van vrouwen en wat ze doen is veranderd [op de arbeidsmarkt], blijkt dat mannen niet in dezelfde mate zijn gevolgd,” zegt Silke Staab, een onderzoeksspecialist van het team dat het VN-rapport heeft uitgebracht. “We zien steeds meer vrouwen op de werkvloer, ze blijven daar steeds langer en kennen minder onderbrekingen, maar we zien niet een zelfde soort verandering bij mannen in de huiselijke sfeer.”

Zelfs als betaald ouderschapsverlof gerealiseerd kan worden, zijn er nog veel verwachtingen en normatieve gedachtes over het moederschap en “vrouwenwerk” die moeten veranderen.

Staab zinspeelt daarmee op een terecht punt: het zogenaamde “onzichtbare werk” is alleen onzichtbaar als degenen die er niet aan meedoen – vooral mannen – het blijven negeren. Als we willen dat vrouwen minder van hun tijd kwijt zijn aan onbetaalde en ’onwaardige’ huiselijke taken, dan moeten mannen simpel gezegd iets van die arbeid op zich nemen.

De resultaten van het gister gepubliceerde rapport maken één ding pijnlijk duidelijk: mannen over de hele wereld hebben geen verantwoordelijkheid genomen. Toch is het niet onmogelijk om dat verschil van bijna 3-op-1 te veranderen, en dat hoeven vrouwen ook niet in hun eentje te doen: overheden kunnen (en doen het soms ook) direct invloed uitoefenen, bijvoorbeeld door beter ouderschapsverlof.

In Zweden krijgen ouders bijvoorbeeld 480 dagen betaald verlof voor ieder kind dat ze krijgen. Elke ouder heeft exclusief recht op 90 van die dagen; en als ze die niet opnemen, vervallen ze gewoon. Deze aanpak is een directe stimulans voor mannen uit heteroseksuele koppels om betaald verlof op te nemen en zo ook voor de kinderen te zorgen, en de voordelen daarvan gaan verder dan alleen economische. Als mannen meer worden blootgesteld aan zorg voor kinderen, kan dit uiteindelijk resulteren in een verandering van opvatting tegenover kinderopvang en genderrollen. Veel vaders pakken meer huishoudelijke taken op en voelen zich later verantwoordelijker voor de opvoeding van de kinderen, als ze in het begin een tijdje thuis blijven en meer meedoen in de zorg voor kinderen, weet Staab.

De resultaten van dit Zweedse beleid zijn direct zichtbaar. “In Zweden zijn de verhoudingen tussen mannen en vrouwen wat betreft onbetaald huishoudelijk werk 1,3,” zegt Staab. “Dat betekent dat vrouwen nog altijd 30 procent meer onbetaald werk doen dan mannen, maar het is niet bijna drie keer zoveel, wat het wereldwijde gemiddelde is. Dit verschil blijft maar bestaan, het is hardnekkig, maar we zien wel iets van vooruitgang – en we hebben data van beleid dat deze vooruitgang mogelijk heeft gemaakt.”

Er is nog een hoop te doen dus. Om meer verbetering in heel Europa teweeg te brengen tussen mannen en vrouwen en werk, denkt Staab aan een “volledig uitgedacht ondersteuningsplan” voor kinder- en ouderopvang. En ze denkt dat daarin zowel betaalbare kinderopvang als betaald verlof moeten worden opgenomen.

Maar zelfs als betaald ouderschapsverlof gerealiseerd kan worden, zijn er nog veel verwachtingen en normatieve gedachtes over het moederschap en “vrouwenwerk” die moeten veranderen – die door de loonongelijkheid alleen maar aangewakkerd worden. “Wie blijft er thuis als een kind ziek is, en wie stopt er extra uren in de carrière?”, vraagt Staab. Op een arbeidsmarkt waar vrouwen nog structureel benadeeld worden omdat ze minder betaald krijgen, is het financieel gezien logischer voor vrouwen om thuis te blijven en zich onbetaalde zorg te storten.

“Er is een radicale verandering nodig,” zegt Staab gedecideerd. Een verandering waarin onbetaald werk niet meer wordt gezien als een vrouwentaak, maar als iets wat ook mannen aangaat – of ze het nou onder ogen willen zien of niet.