Bananenbar

Die goede oude tijd dat de Bananenbar nog een satanische stripclub was

We spraken eigenaar Jan Otten over duivelse rituelen, bananen die uit vagina’s worden geschoten en wegvluchtende bezoekers

door Djanlissa Pringels
25 april 2019, 12:04pm

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Midden op de Wallen vind je de Bananenbar, een op het eerste gezicht vrij normale stripclub, waar je vooral kakelende vrijgezellen en Britse toeristen vindt die zich toeterlam zuipen. Maar ooit was het een satanistische striptent. Er was geen uitsmijter, maar een moeder overste in habijt, en bij de vrouwen kon je allerlei duivelse ‘rituelen’ bestellen. Het ‘Vagevuur’ bijvoorbeeld, een zogenaamd Cubaans ritueel waarbij de vrouwen een sigaar met hun vagina rookten, of de ‘Voodoo-spiegel’, waarbij ze een portret van je schilderen met een potlood dat ze evenmin met hun handen vasthielden.

De Amsterdamse stripclub bestaat inmiddels al meer dan veertig jaar, en er zijn nog altijd vrouwen die speciale kunstjes doen – zoals vibrators wegschieten of bananen eten met hun vagina – maar satanistisch is het er niet meer. We blikten terug op de geschiedenis van deze mysterieuze en legendarische stripclub met Jan Otten, die er 46 jaar geleden begon als beveiliger en tegenwoordig de eigenaar is.

1556202266575-DSC00169

Otten wordt ook wel de ‘Koning van de Wallen’ genoemd. Hij is sinds de jaren negentig eigenaar en uitbater van onder andere sekstheater Casa Rosso, een seksmuseum, sekswinkels, peepshows en dus de Bananenbar. Daar begon hij als beveiliger, waarna hij later achter de kassa kwam te zitten, pachter werd en de stripclub uiteindelijk overnam.

Wanneer ik aankom bij Casa Rosso, waar we hebben afgesproken, zit hij in het hokje waar je tickets kan kopen: een lijvige man van in de zeventig met een wilde bos witte krullen en een bontjas. Hij vertelt dat hij de laatste jaren zes dagen per week achter de kassa zit. Nadat hij eruit klimt, gaan we zitten in het sekstheater.

Ik vraag hem waarom de Bananenbar zo’n beruchte status heeft verworven in Nederland. “Het was een van de eerste plekken waar de vrouwen trucjes lieten zien: je legde een briefje van twintig op je neus, en een meisje pakte dat zo op met haar plassertje. Niemand had dat ooit nog meegemaakt,” zegt hij met een rokerige stem. “Ik zeg altijd maar: je kan er veel meer doen dan alleen kinderen baren.”

De oorspronkelijke oprichter van wat later de Bananenbar zou worden, was de ondernemer Maarten Lamers. De club heette toen ‘Le Boudoir’. Lamers wilde een plek creëren waar lust centraal zou staan en een vrijgevochten seksuele moraal zou heersen. “Je zou het de religie van de narcisten kunnen noemen, of milder: de levensgenieters,” schrijft Fred Baggen in zijn boek over Lamers, De tegenstrever: Leven, werken en de kerk van satan, dat eind vorig jaar uitkwam.

1556187759499-DSC00265

Le Boudoir begon als club waar strippers naakt op de bar zaten, pentagrammen om hun nek hadden en rituelen uitvoerden. “Een aardige kerel, hoor,” zegt Otten over Lamers. Zelf moet hij echter niet zoveel hebben van “al dat satanische gedoe”, wat ook de reden is waarom hij het over een andere boeg gooide toen hij het in 1998 overnam.

Het satanisme is dan ook niet zijn favoriete gespreksonderwerp. Hij verwijst me daarvoor door naar het boek Casa Rosso van Rob van Hulst, waarin staat dat de club al snel populair werd doordat vrouwen er speciale kunstjes met bananen lieten zien. Als iemand Lamers vroeg waarom dat precies bananen moesten zijn, antwoordde hij dat bananen voor hem een satanistisch symbool waren. Een zaadloze vrucht, en dus onvruchtbaar. Het zou voor de fallus staan, dat niet alleen een instrument is voor bevruchting, maar ook voor plezier.

Later gaf Lamers toe dat hij dit verhaal gewoon had verzonnen, omdat hij de vragen over bananen wat beu begon te worden. De enige ‘reden’ was dat ze nu eenmaal beter in vagina’s pasten dan in bijvoorbeeld meloenen, maar dat lag blijkbaar niet genoeg voor de hand.

Toch had het satanisme wel degelijk een functie voor de stripclub. De oprichter en eigenaar van Casa Rosso, Maurits de Vries (ook bekend als Zwarte Joop), deed er alles aan om Le Boudoir te laten sluiten. Hij was namelijk Lamers’ grote concurrent. De Vries betaalde gemeenteambtenaren en politieagenten om er extra te handhaven en diende voor elke scheet een klacht in. Dat werkte, want ook ambtenaren wilden liever niet nóg een seksclub in het Amsterdamse centrum. Na een hoop pesterijen van De Vries, de politie en politici werd de drankvergunning van Le Boudoir ingetrokken.

Lamers besloot er een SIVOR van te maken, een stichting met als doel de “instandhouding en verbreiding van de oude religie”. Le Boudoir veranderde officieel in de Walburga Abdij. Om toch drank te kunnen verkopen, richtte Lamers een apart bedrijf op dat glazen verhuurde, aan de balie van de kerk, voor een tarief van vijftig cent per minuut. Omdat de abdij zichzelf hierdoor niet zelf met commerciële activiteiten bezighield, was een drankvergunning niet nodig.

De pesterijen bleven ondertussen doorgaan, dus besloot Lamers het satanische thema compleet te maken en een kloosterorde op te richten, waar satanisten ‘hun religie uit konden oefenen’. Als een ambtenaar een openbare religieuze bijeenkomst verstoort, zou die volgens de wet namelijk een boete moeten krijgen.

Dit was het moment dat de satanistische rituelen hun intrede deden. Zoals de Voodoo-spiegel en het Vagevuur, maar ook bijvoorbeeld de ‘Room van het zijn’, een ritueel waarbij een vrouw speelde met slagroom. En als je ‘Duistere trillingen’ bestelde, werden er “elektrische vibraties gestimuleerd die vrijkomen bij het bedrijven van seksuele magie”. Oftewel: de vrouwen masturbeerden met een vibrator.

Een vrouw die er werkte was Karina Schaapman, die later voor de Partij van de Arbeid in de Amsterdamse gemeenteraad zou komen. In haar boek Zonder Moeder vertelt ze onder andere dat ze altijd zelf mochten beslissen met welke klant ze bezig wilde zijn en met welke niet, en dat de klanten weliswaar dachten dat hun geld naar de kerk zou gaan, maar dit eigenlijk bij de vrouwen zelf terechtkwam.

1556202623267-DSC00202

Ze schrijft ook dat wat verderop op de Wallen, in een kelder op de Voorburgwal 59, het nog grootser werd aangepakt. Daar vond om de negen dagen een ritueel plaats waarbij naakte vrouwen liederen zongen, bezoekers de vulva van de priesteres konden kussen en vervolgens “mochten doen waar ze zin in hadden”. Volgens het boek waren deze sessies soms zo griezelig dat bezoekers spontaan de tent uit vluchtten. “Er kwamen allerlei mensen op af, ook rechters en advocaten,” zegt Otten. “Ik dacht toen al: hoe kan je je zo laten gaan? Het voelde echt aan als een sekte.”

Na een tijdje kwam de club onder vuur te liggen en werd Lamers beschuldigd van belastingontduiking. In 1988 werd hij opgepakt en moest hij er definitief afstand van nemen.

Bijna tien jaar later nam Jan Otten het over van Charles Geerts, die na Lamers eigenaar was geworden van de club. “De bananentrucjes mochten blijven, maar de nonnenpakjes moesten echt gaan. Daar wilde ik niets mee te maken hebben,” zegt Otten. “Ik ben best ruimdenkend en mensen mogen geloven wat ze willen en waar ze zich lekker bij voelen, maar ik ben zelf veel te nuchter voor dat satanisme.” Dat de bar aan de hand van allerlei snode trucjes tot stand was gekomen vindt Otten verder geen probleem, maar juist “vindingrijk”.

De bar was ontdaan van zijn satanistisch laagje, maar dat betekende niet dat Otten verlost was van gedoe. Een deel van het losgeld van de ontvoering van Freddy Heineken zou bijvoorbeeld geïnvesteerd zijn in de panden waar de Bananenbar en Casa Rosso in gevestigd zijn. Die panden waren destijds in het bezit van Brouwersgracht BV, het bedrijf van Rob Grifhorst – een ondernemer die bevriend was met crimineel Cor van Hout, en verdacht is geweest van betrokkenheid bij de ontvoering, maar niet werd vervolgd.

Een gevolg was dat Otten in 2008 te horen kreeg dat de Bananenbar en Casa Rosso moesten sluiten. “Het was eigenlijk helemaal niets, maar de gemeente en Heineken hebben er een veel te grote zaak van gemaakt,” zegt hij. Omdat Otten openheid had gegeven over de financiering, en de gemeente geen groot risico meer zag op criminele activiteiten, werd een jaar later besloten dat het toch open mocht blijven.

Terwijl we in de theaterzaal zitten, komt er een Braziliaanse vrouw van begin veertig bij ons zitten om Ottens schoenen aan te doen. “Het is toch veels te koud met blote voeten?” zegt ze. Ik zie nu pas dat hij al die tijd geen schoenen aan heeft gehad. “Ze is echt een moedertje voor me,” zegt Otten. “Ze heeft hier jarenlang gewerkt als danseres, en is nu mijn assistent.”

Iets daarna loopt ze langs met een doos waarin allemaal piemelvormige flesdopjes in zitten. “Misschien kunnen we dit vanavond meegeven aan de bezoekers? We hebben er toch te veel van.”

Alles en iedereen rondom de Bananenbar en Casa Rosso voelt als een grote familie, zegt Otten. “Ik ben ook al 28 jaar met mijn vrouw getrouwd, een danseres die ik in de Casa Rosso heb leren kennen. Mijn leven draait bijna helemaal om de Wallen, en dat weet ze ook. Maar zij en de kinderen vinden dat helemaal niet erg.”

In een tijd waarin tours op de Wallen worden verboden en politici blijven bakkeleien over de toekomst van het gebied, blijft de Bananenbar voorlopig nog wel overeind, als het aan Otten ligt. En voorlopig zijn er ook geen plannen om iets aan de stripclub te veranderen. "Misschien gaan we een beetje verbouwen op de bovenverdieping, maar de meisjes die klanten bananen voeren met plassertjes, dat blijft gewoon bestaan. Voor mij is dat ook gewoon huis-tuin-en-keuken-seks.”

1556187631350-DSC00195
1556187871242-DSC00253
Tagged:
strippen
stripclub
De Wallen