Kunst

Dertig zalen van het Stedelijk volproppen met kunst, hoe doe je dat eigenlijk?

We stelden wat basale basisvragen aan de samensteller van hun nieuwste expositie.

door Anne Myrthe Korvinus
30 november 2017, 2:00pm

Lucy McKenzie, If it Moves Kiss It II (detail), 2002. Foto: Rebecca Camphens

Het is heus niet zo moeilijk om een beetje cultureel verantwoord bezig te zijn - je moet vooral gewoon even met je luie reet van die bank af. En natuurlijk weten waar je al die cultuur kunt opsnuiven. Daarom is er op Creators rondom de Nationale Museumweek extra aandacht voor museumcultuur, bijzondere pronkstukken en pareltjes van musea waar je waarschijnlijk nooit eerder bent geweest, maar waar je jezelf toch echt een keer naartoe zou moeten slepen.

Als je door een museum banjert, denk je er vaak niet over na dat iemand over ieder bordje, wandje en lampje nagedacht heeft. Als je een gymzaaltje met kunst moet vullen, dan is het misschien nog behapbaar, maar als je 307 werken moet verdelen over dertig zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam, dan wordt het al snel rete-ingewikkeld.

Sinds afgelopen weekend is Jump into the Future – Art from the 90’s and 2000’s te zien. De tentoonstelling bestaat uit werken die de Duitse verzamelaar Thomas Borgmann het Stedelijk cadeau heeft gedaan. Die schenking is redelijk controversieel geworden toen bleek dat er toch anderhalf miljoen euro voor betaald is. Maar daar gaat het nu niet om. Wij vroegen ons af hoe je van zo’n verzameling werken een kloppend geheel maakt, en daarom liepen we met samensteller Martijn van Nieuwenhuyzen door zijn tentoonstelling.

Foto: Rebecca Camphens

Creators: Ha Martijn, 2540 vierkante meter vol met kunst, dat is nogal wat. Martijn van Nieuwenhuyzen: Zullen we bij het begin beginnen? Hoe lang heb je?

Waarom is dit precies het begin? We beginnen nu in de zalen van Matt Mullican, maar eigenlijk kun je de tentoonstelling op vijf plekken binnengaan. Als je in de grote hal staat kun je ook rechtdoor gaan en beginnen bij de grote houten constructie van Cosima von Bonin. Vervolgens kun je links of rechts eromheen en door de zalen dwalen.

Cosima von Bonin, zaalopname Jump into the Future - Art from the 90's and 2000's. The Borgmann Donation. Foto: Gert Jan van Rooij

Hoe heb je de indeling gemaakt?
Ik heb een schaalmodel gemaakt van alle zalen en van de kunstwerken miniatuurversies gemaakt. Daar ben ik mee gaan puzzelen. Het is de grootste tentoonstelling die ik ooit zelf heb ingericht.

Wauw, wat moet ik me bij zo’n model voorstellen? Knip- en plakwerk?
Het is een maquette – ongeveer op een schaal van één staat tot honderd – van alle zalen en daarmee krijg je een gevoel van de tentoonstelling. Op die manier kun je de volgorde van zalen bepalen en zien hoe ze zich tot elkaar verhouden. Met een computerprogramma tekenen we elke zaal ook nog eens heel precies uit met de maten van de kunstwerken erbij.

Matt Mullican, Subject Driven, 1978-2008. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, aankoop Thomas Borgmann, Berlijn. (Installatie Stedelijk Museum november 2017. Foto: Gert Jan van Rooij)

Had de volgorde van deze gekleurde kamers niet heel anders gekund?
Nee, het is een vaste volgorde van de installatie van Mullican. De originele installatie stond in een andere ruimte in Berlijn, maar we hebben het op onze zalen aangepast. Daarnaast heeft volgens de visie van Mullican elke kleur een betekenis – zo staat rood voor het onderbewuste – en horen de kunstwerken die je in elke kamer ziet ook alleen maar bij die kleur.

Maar in principe bepaal jij welke zaal voor welke kunstenaar is?
Ik heb met alle kunstenaars die nog in leven zijn – op één kunstenaar na die op reis was – overleg gehad over de zalen. Sommige kunstenaars zijn hier zelf ook geweest. Zo heeft Lucy McKenzie de muurschildering hier in drie dagen gemaakt.

Is de tentoonstelling nu ook precies zoals het model dat je hebt gemaakt?
Nee, want over het algemeen ga je tijdens het hangen pas goed kijken. Dat doe ik deels op gevoel, maar ik heb ook kennis van de installaties en met de meeste kunstenaars heb ik al eerder samengewerkt. Mijn gevoel is het beeld dat ik in mijn hoofd heb over de tentoonstelling als geheel. Als ik dan in een zaal sta, toets ik het daaraan. Maar er is geen vast recept voor, je moet het gewoon doen.

Jorge Pardo, Jutta Koether, zaalopname Jump into the Future - Art from the 90’s and 2000’s. The Borgmann Donation. Foto: Gert Jan van Rooij

Wat is er precies veranderd op basis van dat gevoel?
In de zaal van Jorge Pardo – de enige kunstenaar waarmee we niet overlegd hebben – had ik het werk eerst rechts van de doorgang op een andere muur geplaatst. Maar zoals het nu hangt maakt het veel meer een geheel, dat voel je in de ruimte. In een andere zaal wilde een kunstenaar het werk graag hoog in de zaal hangen. Maar voor mijn gevoel werkte dat niet in het geheel, omdat dat in andere zalen al zo was gedaan en je wil niet dat het een maniertje wordt.

Zijn kunstenaars weleens boos over hoe hun werk hangt?
Nee eigenlijk niet. Als je met goede argumenten kunt uitleggen waarom het beter is het op deze manier te doen, begrijpen kunstenaars dat wel.

Henrik Olesen. Foto: Rebecca Camphens

Hadden deze schoen en stapels papieren ook aan de andere kant kunnen liggen?
Nee, het hoort bij de hoodie die aan een haakje om de hoek hangt. Die muur hebben we zelfs speciaal gebouwd omdat het onderdeel van het kunstwerk is. Het is onze beslissing dat het op deze plek is, maar verder is met de kunstenaar besproken dat het er zo uit zou gaan zien.

Isa Genzken, The American Room, 2004. Foto: Rebecca Camphens

We zijn nu in The American Room van Isa Genzken. Waarom staat die Dagobert Duck precies op dát plekje?
Het is perfect geïnstalleerd volgens haar instructies.

Hoe specifiek zijn die instructies?
Dat zijn foto’s van hoe het de eerste keer was geïnstalleerd met daarbij alle maten. In de instructies staat bijvoorbeeld hoe ver de zuilen uit elkaar moeten staan, waar de stoel moet staan of hoe de belichting moet zijn.

Komt ze dat ook controleren?
Haar studiomanager heeft meegeholpen en het daarmee ook gecontroleerd. Samen met hem hebben we het in drie dagen opgebouwd.

Hoe zit het met de witte bak eromheen?
Die is om het publiek op afstand te houden. Die hebben wij er zelf aan toegevoegd. Twee jaar geleden bij een eerdere tentoonstelling van haar merkten we dat het publiek graag overal aan wil zitten. Maar als je een kunstwerk aanraakt, dan zit er een vingerafdruk op en dat krijg je nooit meer weg.

Jack Goldstein, The Jump, 1978, 16 mm film, kleur, zonder geluid, 13 min. © The Estate of Jack Goldstein. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, schenking Thomas Borgmann, Berlijn

En hoe zit het met de naam Jump into the future ? Heb je die ook zelf bedacht? Waar kunnen we springen?
Haha, nou ik deed een interview met verzamelaar Thomas Borgmann en Beatrix Ruf [voormalig directeur Stedelijk, red.] en daaruit kwam naar voren dat hij in de jaren zestig al naar het Stedelijk kwam en dit als ‘escape’ zag. In de kunstwereld in Duitsland viel nog weinig te beleven. Dat hebben we aan een beeld verbonden van Jack Goldstein. In een filmpje zie je een schoonspringer met mooie paarse stipjes. Daarmee maken we een verwijzing naar het jonge jongetje dat naar het Stedelijk kwam, maar ook naar het verzamelen. Het is een sprong in de toekomst, omdat je nog geen idee hebt wat het uiteindelijk gaat worden met het werk van kunstenaars die zelf nog in ontwikkeling zijn.

Maar het werk van Jack Goldstein is strikt gezien geen kunst uit de jaren negentig of 2000?
Nee, wat dat betreft valt hij er een beetje buiten. Maar hij is een vaderfiguur voor deze generatie kunstenaars.

Cerith Wyn Evans, zaalopname Jump into the Future - Art from the 90's and 2000's. The Borgmann Donation. Foto: Gert Jan van Rooij

Sodeknetter. Dit is wel echt een flinke bak TL-licht.
Dit noem ik ook wel de anti-winterdepressie zaal. (Lachend tegen de fotograaf) Als je foto’s maakt in deze zaal, staan we er heel lelijk op.

Laten we dat dan maar niet doen. Hoe lang heeft alles nu eigenlijk geduurd?
In september zijn we begonnen met het installeren, dus ik loop hier nu twee- en een halve maand rond. Meestal heb je twee tot drie weken, maar dit is zo groot. Maar anderhalf jaar geleden was al duidelijk dat deze verzameling naar het Stedelijk zou komen en de kunstwerken komen in verschillende plukken binnen.

En zeg eens, hoe is dat nou gegaan met die schenking?
Beatrix Ruf is Thomas Borgmann tegengekomen en ze is met hem in gesprek gegaan. Hij bleek er wel oren naar te hebben een grote schenking te doen, zij heeft dat doorgevoerd en de onderhandelingen gedaan. De werken passen perfect in onze collectie, omdat we veel kunstenaars al in bezit hadden.

Dankjewel!

Isa Genzken, The American Room, 2004 (detail). Foto: Rebecca Camphens
Paulina Olowska. Foto: Rebecca Camphens
Heimo Zobernig. Foto: Rebecca Camphens
Foto: Rebecca Camphens