Advertentie
Drugs

Hoe het is om wiet te verkopen als bange immigrant

“Ik zou willen dat ik een normale baan had. Dat ik gewoon naar mijn werk kon gaan en loon zou krijgen. Dat zou ik fijn vinden.”

door Laurent Laughlin
27 september 2019, 2:19pm

Illustratie door Hunter French

In onze nieuwe serie ‘Hey, You Around?’ vragen we drugsdealers niet alleen wat ze verkopen en hoe hun baan eruitziet, maar ook hoe het met ze gaat.

Ele* is een 32-jarige man met een zachte stem uit Noord-Afrika. Hij verkoopt wiet in Exarchia, een wijk in het centrum van Athene die bekendstaat om zijn tattooshops, graffiti, anarchisten, drugsgebruik, rellen en vluchtelingen. Sinds de Griekse regering in juli heeft beloofd om het gebied “op te schonen”, treedt de politie steeds vaker op tegen de dealers, anarchisten en kraakpanden.

VICE: Hé man, wat verkoop je?
Ele: Ik verkoop alleen wiet. Anderen verkopen coke en xtc, maar daar houd ik niet van, dus dat verkoop ik niet.

Waar kom je vandaan?
Ik zeg liever niet uit welk land ik kom, want dan denkt iedereen dat mensen die uit mijn land komen slechte mensen zijn. Ik heb geprobeerd om een normale baan in Griekenland te krijgen. Op een gegeven moment vond ik er een in een restaurant, maar uiteindelijk wilden ze me niet aannemen – ook al heb ik asiel gekregen en ben ik verzekerd. Het bedrijf dat eigenaar is van het restaurant weigerde me op hun verzekeringsplan te zetten.

Wat deed je vroeger voor werk?
Ik was kapper. Ik heb er een diploma voor.

Waarom ben je weggegaan uit je land?
Ik verdiende niet genoeg geld. Ik ben hier gekomen om een baan te vinden en mijn situatie te verbeteren. Het is niet zo dat ik een specifiek probleem had in mijn land, maar als je een normaal leven wilt leiden, moet je werken en elke maand betaald krijgen. Ik wou dat ik in mijn land kon wonen, maar ik had niet genoeg geld om een gezin te stichten, om kinderen te krijgen.

Dit is een gebied waar veel anarchisten wonen. Heb je weleens met hen te maken?
Ik heb zelf geen problemen met hen. Misschien weten ze niet dat ik een dealer ben, omdat ik er maar een paar uurtjes ben om het geld te krijgen dat ik nodig heb. Sommige andere dealers vinden de anarchisten maffia-achtige figuren, omdat ze altijd tegen hen zeggen dat ze moeten stoppen met dealen. Maar ze hebben niet genoeg te eten, dus daarom doen ze dit. Als de vluchtelingen met elkaar in gevecht raken, komen de anarchisten tussenbeide om te zeggen dat ze ermee moeten kappen.

Soms slaan de anarchisten de dealers zelf in elkaar, omdat ze niet willen dat er in de buurt drugs gedeald wordt. Ik heb het al een paar keer gezien, maar ik kon altijd op tijd wegkomen. Ze droegen bivakmutsen. Toen ik iemand de volgende dag uit het ziekenhuis zag komen, schrok ik me rot. Hij had een gebroken arm, een gebroken neus en een litteken op zijn gezicht. Met zo’n groot litteken op je gezicht krijg je nooit meer een baan in een winkel of restaurant.

Vind je het leuk wat je doet?
Nee, helemaal niet. Als ik nu een baan krijg en je me dit nog steeds zou zien doen, mag je mijn handen eraf snijden. Als je als buitenlander door de politie wordt betrapt terwijl je dit doet, zal je ervoor boeten. Ik ben nooit gearresteerd en hoop dat ze me nooit pakken. Als ze me pakken, dan is het voorbij. Dan ga ik de gevangenis in.

Ik wou dat ik een normale baan had. Dat ik gewoon naar mijn werk kon gaan en loon zou krijgen. Dat zou ik fijn vinden. Nu heb ik aan het einde van de dag amper geld op zak. Het is moeilijk om te slapen, te eten, te leven. Daarom verkoop ik drugs.

Hoe kom je aan je klanten?
Veel mensen weten dat ze hier moeten komen om wiet te kopen. Als ze je zien staan, lopen ze gewoon naar je toe en vragen ze erom.

Hoeveel klanten heb je per dag en wat verdien je?
We verkopen zakjes van drie gram voor tien euro. Ik verkoop ongeveer dertig zakjes per dag. Ik krijg drie euro per verkocht zakje, dus dat is dertig of veertig euro per dag. Daar kan ik mijn hotelkamer van vijfentwintig euro per nacht, wat sigaretten en een hapje eten van betalen.

Waarom huur je geen appartement?
Niemand wil me iets verhuren. De eigenaren van appartementen vragen uit welk land ik kom en zeggen dan meteen dat het appartement al verhuurd is.

Waar gaat de overige zeven euro per zakje heen?
De man die mij de drugs bezorgt. Hij is Grieks of Albanees, maar gewoon een bezorger.

Waar haalt hij het vandaan?
De wiet komt uit Albanië en Griekenland. De Albanese maffia runt alles, maar die heb ik nooit rechtstreeks gezien. De bezorger werkt voor hen.

Wat voor soort klanten heb je?
Veel toeristen, maar ook Grieken. De toeristen komen overal vandaan: Canada, Italië, Amerika, Frankrijk, Duitsland. Alle mensen die hier komen willen iets hebben. Ik heb nooit problemen gehad met mijn klanten, omdat ik altijd vriendelijk ben. Ik ben geen maffia-type. En ik vraag mensen nooit of ze drugs willen. Ik wacht gewoon totdat ze naar mij komen om het te vragen.

Wat voor baan zou je willen?
Alles. Ik doe alles.

Heb je een droom?
Als ik hier een kapperszaak en vaste klanten zou hebben, zou dat geweldig zijn.

Wat zou je tegen de Griekse premier willen zeggen als je de kans zou hebben?
Bedankt voor deze vraag. Ik ben een buitenlander in zijn land. Er zijn vluchtelingen hier, van wie velen goede mensen zijn. Je kan ook zeggen dat sommigen van hen slecht zijn. Maar geef ze de kans om te werken en ze veroorzaken geen problemen. Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar dat is alles wat ik wil.

* De interviews in deze serie worden via versleutelde berichten of face-to-face afgenomen. De namen van de geïnterviewden zijn veranderd. De interviews zijn voor de duidelijkheid licht bewerkt.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Azië.