Spectaculaire foto’s van Spaans Harlem in de jaren tachtig
Alle foto’s zijn uit Spanish Harlem: El Barrio in the 80’s, een tentoonstelling in het Bronx Documentary Center en een boek gepubliceerd door powerHouse Books.
Fotografie

Spectaculaire foto’s van Spaans Harlem in de jaren tachtig

"We hingen daar wat rond, dronken bier, rookten wiet, keken naar alle mooie meisjes. Het was een 'West Side Story'-achtige sfeer, zonder dat ik het te veel wil romantiseren," zegt fotograaf Joseph Rodriguez.

Joseph Rodriguez maakte vijf jaar lang foto’s van het Spaanse deel van Harlem. Zijn fotoboek, Spanish Harlem: El Barrio in the 80’s, wordt nu opnieuw uitgegeven. Dit was het eerste werk van de wereldberoemde fotograaf. Het project is het resultaat van een groepsopdracht die onderdeel uitmaakte van zijn opleiding op het International Centre of Photography. De serie laat een gemeenschap zien die dagelijks te maken heeft met armoede, geweld, drugs en gentrificatie. Omdat Rodriguez zelf Puerto Ricaanse roots heeft in New York, en geen onbekende was van drugs en het criminele circuit, was hij extra gedreven om dit project zoveel mogelijk diepte en balans mee te geven. Hij vond namelijk dat die diepte en balans destijds ontbrak in fotoseries over stedelijke gemeenschappen.

Advertentie

VICE sprak hem over het ontstaan van het fotoboek, de voortdurende relevantie van de diepgewortelde problemen die hij onderzoekt en het belang van ‘een kind kunnen zijn’.

VICE: Hoe komt een jongen uit Brooklyn op het idee om foto’s te gaan maken in Oost-Harlem in de jaren tachtig?
Joseph Rodriguez: Als tieners gingen we daarheen om stoned te worden. Als je daar op straat rondhing, was er overal muziek. Die buurt had een bijzonder plekje in het hart van veel mensen. Dat kwam ook door het nummer Spanish Harlem van Ben E. King. We luisterden naar geweldige salsamuzikanten op straat: Tito Puente, Willie Colón enzovoorts. Het leek soms haast de hoofdstad van Latijns-Amerika. We hingen daar wat rond, dronken bier, rookten wiet, keken naar alle mooie meisjes. Het was een beetje een West Side Story-achtig ding, zonder dat ik het te veel wil romantiseren.

Wanneer begon fotografie een rol te spelen?
Het duurde nog wel even voordat ik me bezighield met serieuze fotografie in die buurt. Toen ik via een studiebeurs op het International Centre of Photography zat in 1984, begon het wat serieuzer te worden. Ik was erg gestrest, ik had geen geld en geen fotorolletjes. Bruce Davidson had destijds een heel beroemd boek gemaakt — East 100th Street — en iedereen uit die buurt wilde dat hij terugkwam om nog meer foto’s te maken, omdat de buurt zo erg veranderde. Het gebied werd opgeknapt, maar er leefden ook nog steeds veel mensen in armoede. Bruce had het druk, daarom nam hij contact op met Fred Ritchin - dat was mijn leraar en degene die het nawoord van het boek heeft geschreven. Hij zei tegen Fred: “Waarom stuur je niet jouw studenten daarheen om de gentrificatie fotograferen?” En zo geschiedde. Leerlingen uit Iran, Frankrijk en Canada deden allemaal mee aan het groepsproject in Oost-Harlem. We maakten daar ons eerste multimediaproject met zwart-witfoto’s en geluidsopnames.

Advertentie

Hoe vond je het werk dat je daar deed?
Ik was nog erg onervaren en maakte niet de foto’s die ik wilde maken. Toen ik eenmaal was afgestudeerd, ging ik werken voor Black Star - een fotografiebedrijf. Ik werkte daar als een foto-onderzoeker en ging de archieven in om het werk te bekijken van geweldige fotografen. James Nachtwey was er één van. Ik was gretig! Gretig op de manier zoals een kunstenaar is als hij voelt dat hij niet goed genoeg is. Daardoor begon ik ook in mijn weekenden te werken. Nadat ik een jaar lang fulltime had gewerkt, taxichauffeur was geweest in de weekenden, en ook nog in mijn vrije tijd twee rolletjes per week vol schoot, nam ik ontslag bij Black Star. Toen ze me vroegen waarom, liet ik ze mijn werk zien. De uitgever, Howard Chapnick, drukte mijn foto’s af en begon ze te verkopen. Hij nam ze overal mee naartoe en uiteindelijk was National Geographic geïnteresseerd. Ik zag National Geographic niet als een opdracht, maar als een soort beurs. Ik dacht, prima, ik wil jullie Kodachrome-rolletjes wel!

Het werk in El Barrio duurde vijf jaar. Was het een bewuste keuze om niet even langs te gaan, een paar foto’s te nemen, en weer weg te gaan?
Het is eigenlijk heel simpel. Het enige dat je hoorde over mensen die daar woonden is dat ze aan de rand van de maatschappij stonden. We hoorden over baby’s die van daken werden gegooid, drugsoverdoses en geweld tegen de politie. Ik kwam er al heel vroeg achter dat deze plek veel meer te bieden heeft dan criminaliteit en drugsgebruik. Daar kwam mijn motivatie vooral vandaan.

Advertentie

Heeft je beslissing om de gemeenschap genuanceerder af te beelden het moeilijker gemaakt om het werk te verkopen?
Iedereen wilde dat ik de donkere kant zou fotograferen, en in die tijd waren er natuurlijk ook wel serieuze problemen met drugs en hiv. Er staan daar twee foto’s van in het boek. De sterkste foto vind ik een foto van een Afro-Amerikaanse man die op een bed zit met dokters om hem heen. Er is ook een foto van een baby die naar Gilligan’s Island op televisie kijkt, op een ziekenhuisbed. Hij stierf vlak nadat zijn vader, die een verdieping boven hem lag, overleed. Dit waren echt heftige dingen.

Maar ik vond de balans tussen goed en slecht. Ik begreep hoe het is om in zo’n wereld te leven. Ik was namelijk heroïneverslaafde en heb ook een paar keer in de gevangenis gezeten. Als je in armoede geboren wordt, ben je alles al gewend. Dan wil je die heftigheid niet zo snel in beeld brengen. Ik heb studenten over de hele wereld die waarschijnlijk een betere jeugd hebben gehad dan ik en zij zetten alles wel in een 'heftig' perspectief. Niet omdat het slechte mensen zijn, maar omdat fotografen dat nu eenmaal vaak doen - ze zoeken naar de heftige dingen. Ik heb weleens ruzie gehad met fotografen omdat ze fotoboeken maakten over drugs en vervolgens niet één vader of moeder in beeld brachten. Man, ik weet wat drugsverslaving betekent. Niet alle drugsverslaafden slaan hun kinderen. Ik zag in die foto's nooit de andere kant van het verhaal. Met dit project wilde ik die balans brengen.

Advertentie

Draagt de boek bij aan de manier waarop we New York in 2017 begrijpen?
Het werk is nog steeds relevant. Ja, het zijn de jaren tachtig. En misschien is de mode dan wel veranderd, alle andere problemen zijn nog steeds hetzelfde. Bijvoorbeeld gentrificatie, dat gebeurt nog steeds. We zitten nu in de hoogtijdagen daarvan. Er is een foto in mijn boek van de feestdag Goede Vrijdag. Gepassioneerde katholieken kwamen de straten op om te bidden. Maar dit was geen typische Goede Vrijdag, ze gingen van kerk naar kerk en ze gebruikten elke kerk als een platform om te praten over zaken die van belang waren: tienerzwangerschap, crack, huizen.

Dit had in Baltimore of op heel veel andere plaatsen kunnen zijn. Het is gewoon toevallig Harlem. Dat maakt het relevant. Ik wil laten zien hoe mensen werden vertegenwoordigd in de media. Maar ook hoe ik me vertegenwoordigd voelde en hoe ik destijds omging met het strafrechtelijke systeem.

Kijk eens naar deze foto van Johnny Colón’s East Harlem School of Music. Deze jongen kwam uit de Bronx en ging naar The School of Music om muziek te leren maken. Het was prachtig. Het gaf kinderen het gevoel dat ze iets konden doen dat misschien niet paste in het typische Noord-Europese schoolmodel. Ik wilde laten zien dat we meer waren dan ze ons vertelden.

Dat lijkt een universeel aspect van je werk: je wil een tegengeluid laten horen ten opzichte van het dominante beeld dat via het nieuws wordt geschetst. Je legt de nadruk op jonge, authentieke mensen.
Ik ben nooit vergeten hoe het is om jong te zijn. Ik ben 66, en ik kan nog steeds chillen met iemand van 15. Dingen zijn veranderd op het gebied van muziek, of telefoons, of wat dan ook. Maar ik blijf jong van geest. Het helpt me om een connectie te maken met (jonge) mensen.

Advertentie

Ik ga binnenkort terug naar LA om mijn werk daar opnieuw te bekijken. Het is een soort trilogie geworden. Eerst was er East Side Stories, daarna kwam Juvenile. Daarin keek ik naar wat er gebeurde als deze kinderen uit Harlem in de gevangenis terecht kwamen. En nu kijken we naar diezelfde mensen. Zij zijn nu ouders. Mijn werk is geen fotojournalistiek meer. Het werk is meer sociaal-antropologisch. Ik vraag me af: wat vinden mensen belangrijk, waarom doen ze dit soort dingen? Als ik mijn camera pak, gaat het niet om: “Wow, jij ziet er cool uit in je nieuwe sneakers.”

Mensen kijken wel naar, bijvoorbeeld, de foto’s van een paar jongens uit LA die in hun wijde broeken poseren, maar ze weten niet wat het inhoudt. Dat is drie uur werk! Ik maakte die foto's op een vrijdagnacht. Ik heb me drie uur lang voorbereid, terwijl een jongen z’n onderbroeken aan het strijken was. Ik vroeg hem waarom hij dat deed en hij zei: “Als ik gepakt word, ga ik de bak in. Ik wil dat ik er goed uitzie in mijn ondergoed als ze mijn kleren pakken.” En weet je wat? Ik respecteer dat. Het feit dat ik weet hoe het is om zo op te groeien en dat ik jongeren goed begrijp, heeft me geholpen bij mijn werk in LA. Het heeft me ook geholpen in New York, en in Malmö, toen ik werkte met jonge moslims.

Het is belangrijk om naar mensen luisteren. Als je leert om tijd met mensen door te brengen, kun je echt iets bijzonders vastleggen.