De seksistische geschiedenis van vrouwen die zichzelf verwonden
FOTO DOOR CHELSEA VICTORIA VIA STOCKSY
Identiteit

De seksistische geschiedenis van vrouwen die zichzelf verwonden

Al eeuwenlang doen zowel mannen als vrouwen aan zelfverwonding, maar onze kennis over dit gedrag wordt overschaduwd door seksistische stereotypes.
20 maart 2017, 10:43am

Ergens rond 1580 weet een jonge non in een Italiaans klooster een zweep te bemachtigen, die ze vervolgens gebruikt om haar lichaam volledig mee te verminken. Er zitten demonen in haar lichaam en om de liefde van God te verdienen, moet ze die verdrijven. Na haar dood wordt ze geëerd als een heilige.

Eeuwen later prikt een jonge vrouw in Victoriaans Engeland de naald van haar borduurwerkje niet in het borduursel, maar in haar pols. Als haar familie haar gewoonte ontdekt, sturen ze haar naar de dokter, die haar de diagnose 'hysterie' geeft.

In 2007 zit een Amerikaanse student ingezakt op haar stoel, ze werpt een zijdelingse blik op haar psychiater. "Wil je weten waarom ik mezelf snijd?" vraagt ze. "Het is de makkelijkste manier om me minder angstig te voelen."

Al eeuwenlang doen zowel mannen als vrouwen aan zelfverwonding, maar de fascinatie is er vooral voor vrouwen die dit doen.

Voorbeelden van mannen die zichzelf pijn doen komen vaak voor in de literatuur. Het wordt meestal gepresenteerd als een manier om jezelf reinigen van kwaadaardige erotische verlangens. Een paar belangrijke voorbeelden zijn The Scarlet Letter (1850), Brave New World (1931), de musical Sweeney Todd (1973) en sommige versies van De Klokkenluider van de Notre Dame (1831). In deze voorbeelden is masochisme een wrede kracht die de superioriteit van mannen over seksuele vrouwelijke krachten bevestigt.

Verhalen over vrouwen die zichzelf verwonden gaan juist vaak over zelfopoffering en zelfvernietiging. Tijdens de middeleeuwen verminkten vrouwelijke martelaren zichzelf om ervoor te zorgen dat ze hun onschuld konden behouden. Sint-Ontkommer (of Wilgefortis of 'de vrouw met de baard') werd tegen haar wil uitgehuwelijkt en geplaagd door de seksuele avances van haar vader. Daarom stopte ze met eten en bad ze ervoor om minder aantrekkelijk te worden. Terwijl ze vermagerde, groeide er over haar lichaam een laagje haar en er verschenen haren op haar kin. Haar verloofde reageerde geschokt en wees haar af. Haar wrede en boze vader liet haar kruisigen. Vlak voor haar dood aan het kruis sprak Wilgefortis over "de passie die bestaat in alle vrouwen" en smeekte ze vrouwen om tot haar te bidden zodat ze hun ijdelheid en erotische verlangens kwijt zouden raken.

Wilgefortis aan het kruis. Plaatje via Wikipedia

Halverwege de zestiende eeuw droeg de heilige Maria Magdalena de' Pazzi volgens sommige verhalen stiekem een kroon van doornen en gaf ze zichzelf al op haar tiende zweepslagen. Dit deed ze als religieuze zelfopoffering. Tien jaar later zat ze in een klooster en at ze alleen nog brood en water – een dieet dat God zelf haar had opgedragen. Ze bleef doorgaan met zichzelf pijnigen, soms zelfs in het openbaar, om de demonen die haar dwars zaten tegen te werken. Toen ze op haar 37ste zwaar gehavend en gezwollen op haar doodsbed lag, zei ze tegen haar zussen dat ze haar niet mochten aanraken. Als ze dat deden zouden ze net zulke slechte, seksuele verlangens krijgen als zij.

De verhalen van Wilgefortis en Maria Magdalena de' Pazzi zijn extreme voorbeelden, maar het zijn zeker niet de enige. 88 procent van de vrouwen die zichzelf verwondden, geloofden volgens onderzoeker Robert Mullen dat ze in contact stonden met Christus. "Het overheersende idee onder christenen was dat het bloed de vrouwen niet alleen van hun zonden zou verhelpen, maar dat het ook andere christenen zou helpen. De vrouwen die aan zelfpijniging deden zouden door hun boetedoening compenseren voor de zonden van de andere christenen," schrijft hij.

Ook eeuwen later werden vrouwen die aan zelfverwonding deden nog steeds gezien als voorbeelden van seksuele buitensporigheid. In de Victoriaanse tijd – die bekend staat als een tijd waarin er sprake was van zowel extreme onderdrukking als een grote fascinatie voor seks – werd er in veel medische tijdschriften gespeculeerd over het fenomeen van de 'naaldmeisjes'. Het werd gezien als "een vreemde manier van zelfverwonding, die vooral voorkomt bij hysterische mensen." Het hield in dat vrouwen zichzelf begonnen te prikken met hun naalden, soms regen ze de naalden zelfs door hun huid.

Natuurlijk gebruikten niet al deze 'hysterische mensen' naalden. In 1896 publiceerden de artsen George Gould en Walter Pyle bijvoorbeeld hun observaties over een dertigjarige vrouw in New York. Ze schreven dat zij, in september 1876, in haar handen en polsen had gesneden. Drie weken later, nadat ze geen opium mocht hebben, deed ze het nog eens. "Ze sneed zichzelf onder de ellebogen, haalde de huid er netjes vanaf en hakte vervolgens in op haar spieren." Ze bleef hiermee doorgaan met onderbrekingen van een paar weken. Soms stopte ze ook scherpe objecten in haar wonden, zoals glas of splinters. Volgens het artikel deed ze dit voor de laatste keer in juni 1877.

Vrouwen werden vaak gediagnosticeerd met hysterie. Beeld via Wikipedia

De moderne wetenschap van toen diagnosticeerde al deze vrouwen als hysterisch. Hun zelfverwonding werd toegeschreven aan hun vrouwelijkheid en dus hun overmaat aan emoties. Veel van hen werden onnodig weggestopt in tehuizen. Ze werden als onherstelbaar ziek gezien, mede omdat er niet werd geluisterd naar wat ze zeiden.

Lees verder: Jouw pijn is ingebeeld: hoe artsen vrouwen discrimineren

In het boek The Case of Miss A van L.E. Emerson uit 1914 probeert hij een drieëntwintigjarige patiënt – die Miss A wordt genoemd – te begrijpen. Volgens haar dokter heeft ze zich al achtentwintig tot dertig keer gesneden. Hij beschrijft haar geschiedenis, die overloopt met seksueel geweld en het stigma daaromheen. Ze werd jarenlang seksueel misbruikt door haar oom en later probeerde een neef datzelfde te doen. Tenslotte liet een geliefde haar achter toen hij erachter kwam dat ze geen maagd meer was. Hij noemde haar een hoer. Gepijnigd door de afwijzing sneed ze een 'W' in haar been.

Emerson beschrijft de "seksuele basis van haar acties" en vindt "de relatie met Hawthrone's Scarlett Letter interessant." Hij beschrijft dat er meerdere motieven konden zijn voor haar verminking. Ten eerste kon het snijden een soort vervanging zijn voor masturberen. Daarnaast wilde Miss A graag ontsnappen aan haar mentale problemen en wilde ze zichzelf straffen. Emerson schreef ook dat ze haar eigen bloed liet ontsnappen omdat ze graag een normale menstruatie wilde hebben.

Zijn interpretaties slaan niet volledig de plank mis, maar het zijn wel beperkende conclusies die komen uit een tijd waarin vrouwelijke problemen werden gezien als eigenaardigheden. De psychoanalytische wereld zag vrouwen vooral als onvolmaakt. Je vraagt je af wat vrouwen zelf hadden gezegd als de mannelijke dokters de moeite hadden genomen het ze te vragen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw was psychoanalyse nog steeds de belangrijkste manier van denken in de psychiatrie. Het was dan ook nog steeds even seksistisch. Dokters begonnen automutilatie te zien als een apart studieveld. Deze studies gingen voornamelijk over vrouwen en creëerden een gefetisjeerde versie van de 'snijder'. In de media werd de 'snijder' gepresenteerdals een "mooi, slim, blank meisje uit de middenklasse," schrijft Liz Frost in Young Women and the Body. Zij veroordeelt daarin de neiging in de psychiatrie om "problemen door klasse, geslacht en ras" te negeren. Maar de obsessieve focus op geslacht was ook beperkend.

Socioloog Chris Miljard schrijft dat onderzoekers in de jaren zeventig zelfverminkende mannen beschrijven als 'mooie jongens' en 'vrouwelijk'. Daarmee bevestigden ze stereotypes en schaadden ze hun eigen objectiviteit. Mannelijke patiënten kregen zo namelijk te maken met een dubbel stigma.

Pas in de jaren negentig gingen zelfverwondende vrouwen hun ervaringen delen, los van de beperkte denkwijze van de psychiatrie. Die mogelijkheid ontstond door de opkomst van het internet, en werd aangemoedigd door de populariteit van Prozac Nation, het boek van Elizabeth Wurtzel.

In de jaren zeventig werden mannen die aan zelfverwonding deden vaak omschreven als 'mooie jongens' en 'vrouwelijk', waarmee ze seksistische werden gestereotypeerd.

In Prozac Nation beschrijft Wurtzel zelfverminking als een uitlaatklep. "Als de wanhoop zo erg werd," schreef ze, "kon ik mijn lichaam verwonden." Twee jaar later vond er volgens sociologen een verandering plaats in de manier van denken van mensen die zichzelf pijn deden. Voor 1960 zagen veel patiënten hun gedrag als iets dat ze zelf hadden uitgevonden. Na 1960 hoorden veel mensen er via media en vrienden van en besloten ze het zelf ook te proberen.

Tegenwoordig wordt zelfverwonding in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-V) 'zelfverminking zonder zelfmoordneiging' genoemd. Met een typische klinische toon wordt beschreven dat het gaat om bewust aangebrachte schade aan 'lichaamsweefsels'. Volgens het DSM-V is zelfverminking een poging om om te gaan met negatieve emoties, met name woede en depressie. Het zou zowel mannen en vrouwen overkomen – al snijden vrouwen zichzelf vaker dan mannen.

Lees verder: Een dagboek van een gemiddelde week in mijn leven met boulimia nervosa

Volgens psycholoog Janis Whitlock van Cornell Universiteit komt het verbazingwekkend vaak voor. Van de 5000 ondervraagden op Ivy League-universiteiten, zegt 20 procent van de vrouwen en 14 procent van de mannen wel eens aan zelfverwonding te hebben gedaan. Het gedrag heeft veel verschillende oorzaken. Sommige mensen hebben last van depressie, angsten of eetstoornissen. Ook stoornissen zoals borderline en autisme kunnen leiden tot zelfverwondingsneigingen. Andere onderzoeken laten zien dat er bij vrouwen vaak een connectie is tussen eetstoornissen en zelfverwonding.

Als Rebecca zich niet goed voelt kan ze terugvallen op haar verwondingsgereedschap. Voordat ze zichzelf snijdt, staat haar hoofd op ploffen – zodra de pijn voelt, is er een soort rust.

Professor Armando Farvazza, een vooraanstaande theoreticus over zelfverwonding, beschrijft het als een manier voor mensen om terug te keren tot het lichaam na een periode van dissociatie. "Een van de makkelijkste manieren om uit zo'n periode van dissociatie te komen, is jezelf snijden," vertelde hij NPR. "Mensen die dit doen, zien het bloed en denken: daar is mijn lichaam, want het bloed komt uit mijn huid en nu weet ik waar de grenzen van mijn lichaam liggen."

In datzelfde interview met NPR vertelt de negentienjarige Rebecca Raye dat het snijden voor haar juist een manier is om pijn uit te schakelen. "Alles wat me op dat moment pijn doet, verlaat mijn lichaam met het bloed," zegt ze. De manier waarop Raye haar ritueel beschrijft (ze heeft een speciale uitrusting met alles wat ze nodig heeft en snijdt alleen symmetrisch) laat zien dat ze erg haar best doet om haar negatieve emoties kwijt te raken via een bewuste en gecontroleerde actie. De journalist van NPR zegt het zo: "Als Rebecca zich niet goed voelt – door werk, door familie – kan ze terugvallen op haar verwondingsgereedschap. Voordat ze zichzelf snijdt, staat haar hoofd op ploffen. Maar als ze de pijn voelt, is er een soort rust."

Mijn eigen ervaringen met zelfverwonding lijken op die van Raye. Meer dan vijftien jaar lang zag ik het snijden als een uitvlucht. Door middel van pijn zocht ik naar rust. Mezelf snijden zorgde ervoor dat ik me minder melancholisch en angstig voelde, als een rustig leeglopende ballon. Alsof ik omlaag zweefde naar een diepe, duistere plek. Ik heb nu eindelijk – na veel behandelingen – de gewoonte doorbroken. Maar er was nooit een duidelijke oplossing. Het was meer een puzzel van verschillende behandelingen: van psychotherapie tot pillencocktails. Door mezelf te snijden kon ik even niks voelen. Toen ineens begon bij mij de neiging om erover te praten met een therapeut. Ik ben nu 31 jaar en ik weet niet zeker of de drang om mezelf te snijden ooit weg zal gaan. Ik weet alleen dat ik er met alle macht tegen heb gevochten.

Mijn ervaringen komen overeen met de ervaringen van een heleboel vrouwen die worstelen met zelfverminking. Mensen kijken naar ons, geven ons diagnoses en onze ervaringen krijgen allemaal andere namen, omdat ze met verschillende theoretische denkwijzen getoetst worden. Vrouwenlichamen lijken bijna nooit met medeleven bekeken te worden. In het verleden werden we steeds met verwondering beschouwd, als een door metaforen doordrongen spektakel. Al zolang er vrouwen zijn die zichzelf pijn doen, wordt 'de zelfverminkende vrouw' in een bepaald verhaaltje ingepast. Een verhaal dat klopt met het idee dat vrouwen altijd last zullen houden van hun eigen vrouwelijkheid en de zwaktes die daarbij horen. Misschien horen vrouwelijkheid en zelfverminking wel bij elkaar. De wereld is vaak zo'n akelige plek voor ons, dat het wellicht een logisch psychologisch gevolg is. Wij hebben de verhalen niet bedacht, maar we dragen de last wel met ons mee. Hopelijk kunnen we ze langzaam maar zeker terugdraaien.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.