Hoe het is om je hele leven een doodswens te hebben
Illustration by Aparna Sarkur
Identiteit

Hoe het is om je hele leven een doodswens te hebben

We spraken de New Yorkse schrijver Daphne Merkin over haar nieuwe memoires, die ze heeft geschreven na zestig jaar met een depressie geleefd te hebben.
24 februari 2017, 1:41pm

Daphne Merkin begint haar nieuwe memoires over haar leven met depressie, This Close to Happy, met een fantasie over zelfmoord. Hoe zou het zijn om aan te kondigen dat je, nadat je zó hard je best hebt gedaan, toch besluit om het op te geven?

"Geen woede meer om de omstandigheden die ervoor gezorgd hebben dat je het niet meer ziet zitten. Geen angst meer. Niet meer schijnleven van dag tot dag, terwijl je ogen bijna dichtvallen. Geen oppervlakkige gesprekken meer, hopend dat niemand door zal hebben wat er met je aan de hand is," schrijft Merkin. "Geen angst, of pijn in je hoofd die eigenlijk niet eens fysiek is en niet te behandelen is met een pleister of zalfje. En het belangrijkste; geen vermomming meer, het is niet meer nodig om een masker te dragen…"

Merkin groeide op aan Park Avenue, in New York, en maakte deel uit van een rijke familie. Ze werd een succesvolle schrijver, die vaak aan zelfmoord dacht – maar meer op een manier om zichzelf te sussen, dan dat ze werkelijk plannen maakte. Op sommige momenten zag ze het echt niet meer zitten, maar ze heeft zichzelf er altijd van weerhouden om daadwerkelijk zelfmoord te plegen. ("Ik beloofde mezelf zelfmoord zoals anderen mensen zichzelf een nieuwe auto beloofden," schrijft ze. "Het is iets waarvan ik vind dat ik het verdien…")

Ze is nu in de zestig en haar boek gaat over haar aanhoudende wanhoop en het opgroeien in een orthodox-joods gezin onder het "fascistische regime" (de woorden van haar broer) van haar rijke maar gemene ouders. This Close to Happy is niet erg behulpzaam, en al helemaal niet geruststellend, voor de depressieve lezer die zijn of haar hoop gevestigd heeft op een betere toekomst.

Maar ik neem aan dat als de meeste depressieve lezers zoals ik zijn; hoop op iets beters is niet de reden dat we het boek willen lezen. Ik weet niet eens zeker of we überhaupt op zoiets durven te hopen. Zien hoe er zo vaak aan psychische aandoeningen getwijfeld wordt en hoe anderen de kracht kunnen vinden om het te doorstaan, is genoeg. (Merkin zelf quotet veel depressieve, vrouwelijke schrijvers, wiens woorden hetzelfde deden voor haar; van Virginia Woolf tot Jean Rhys en het personage van Joan Didion in Play It As It Lays.)

Voor degenen die nog nooit aan een diepe, persoonlijke afgrond hebben gestaan, is het boek van Merkin leerzaam: ze trekt je mee in het constant piekeren over je verleden – van vormende gebeurtenissen in je verleden naar aanwijzingen in je huidige ziektebeeld –, de pijn die je voelt wanneer je betekenis probeert te halen uit de puzzelstukjes die nog over zijn van je leven, de klus van het onder controle moeten houden van je stemming met behulp van pillen en therapeuten – nooit helemaal zeker wetend of die überhaupt wel werken –, en de druk van met andere mensen om moeten blijven gaan, ongeacht hoe jij je voelt.

Ik vermoed dat we depressies nogal verdacht vinden, omdat mensen die eraan lijden er niet gek uitzien.

Dat laatste is nog moeilijker, schrijft Merkin, omdat depressie een saai onderwerp is om over te praten. Vertellen dat je de afgelopen dagen alleen maar in bed hebt gelegen en je vreselijk voelde is amper het vertellen waard, in tegenstelling tot de destructieve maar tegelijkertijd vermakelijke verhalen die kunnen worden verteld door een drugsverslaafde. Ik heb hier geen bewijs voor, maar de grootste markt voor boeken over depressie bestaat waarschijnlijk uit andere, depressieve mensen.

"Er is iets aan het hebben van een depressie dat op een bepaalde manier zowel beschamend als implicerend is, terwijl dat voor andere ziektes niet op dezelfde manier geldt. Het sluit bijvoorbeeld niet goed aan bij de literatuur over verslaving en herstel, en biedt de lezer een weinig realistische ervaring van hoe het is om een depressie te hebben, meestal omdat de symptomen niet kleurrijk genoeg zijn om iemands fantasie te prikkelen. Veel mensen vinden dat psychische aandoeningen sowieso al iets ongrijpbaars hebben, en een depressie is nog moeilijker te definiëren; een depressie neemt geleidelijk aan je leven over, kondigt zichzelf niet van tevoren aan. Depressies manifesteren zich vaak in bepaalde gebreken – een gebrek aan eetlust, energie, gezelligheid…" schrijft ze. "Ik vermoed dat we depressies nogal verdacht vinden, omdat mensen die eraan lijden er niet gek uitzien." Het is inderdaad zo dat depressies, die enorm slopend kunnen zijn, er van de buitenkant uit kunnen zien als periodes van intense luiheid, en dat is iets waar veel mensen geen sympathie voor op kunnen brengen.

Om die reden houdt Merkin in haar memoires een nogal voorzichtige toon aan: ze noemt zichzelf op een nogal denigrerende manier een "zielig, klein, rijk meisje" – voordat de lezer de kans krijgt dat te doen – en benadrukt dat ze absoluut de antwoorden niet heeft, zelfs niet op de vragen die haar eigen geschiedenis oproept.

Merkin is na al die jaren nog steeds depressief, maar ze is ook nog steeds in leven en heeft haar inmiddels volwassen dochter weten op te voeden. Als ik haar bel voor een interview, beschrijft ze haar huidige toestand als "gedempt." Aan de telefoon is het meteen duidelijk dat ze een New Yorker is. Daarbij klinkt ze moe en een beetje chagrijnig; ik vraag me af of dat te wijten is aan het feit dat ze geboren en getogen is in een stad die dat effect op wel meer van haar inwoners heeft, of aan het feit dat ze zich gewoon niet zo goed voelt.

Maar op dit punt in haar leven is ze zodanig hersteld, dat ze de afgelopen acht jaar niet meer in het ziekenhuis is opgenomen. Toen ze voor de eerste keer in een psychiatrische instelling belandde, was ze jong en bang. Haar ouders hadden haar zomaar afgezet bij het Columbian Presbyterian's Babies' Hospital, zonder uit te leggen waarom. Dat is gewoon wie haar ouders waren, zegt ze: ze waren koud, egocentrisch, autoritair en mishandelden haar. Ze werd meestal overgelaten aan de zorg van de oppas Jane, die door Merkin beschreven wordt als een "rechterhand van haar moeder." Ook Jane mishandelde haar. (Merkin vertelt over een incident waarbij Jane haar hoofd meerdere malen tegen de muur van de badkamer sloeg.)

In het boek besteedt ze veel aandacht aan haar moeder – het ouderlijk figuur dat meestal geassocieerd wordt met troost en zorg, al was dat bij Merkin niet aan de orde. Haar vader was afstandelijk en leek geen moeite te willen doen. Het grootste probleem was dat Merkin van haar moeder hield en bleef hopen – door onder andere de "zeldzame knuffels" die ze kreeg – dat er ook van haar werd gehouden. Merkin wijt haar problemen, waaronder haar disfunctionele gedrag, relaties en seksleven, aan haar moeder. Ze schrijft dat ze vaak het gevoel had dat ze "niet gemaakt was voor heteroseksualiteit," maar in werkelijkheid kon ze helemaal niemand vinden die ze leuker vond dan het gevoel van alleen zijn.

Haar moeder had als jong meisje op financieel vlak een redelijk goed leven, totdat ze in 1936 Nazi-Duitsland moest ontvluchten. Ze emigreerde naar Palestina. Merkin herinnert zich de fascinatie die haar moeder voor de Nazi's had nog goed. "Toen ik een jaar of 11 was, begon ze met een balpen kleine swastika's op de binnenkant van mijn arm te tekenen." En ondanks het feit dat haar moeder met een rijke Wall Street-investeerder trouwde, werd er thuis een strikt beleid gehandhaafd. Merkin zegt dat er nooit iets te eten in huis was, ondanks de ingehuurde chefs. "Ik zie mijn jeugd als een soort slavernij – of in elk geval een soort gevangenis – maar ik weet niet zeker of ik na al die jaren ooit ontsnapt ben, en inmiddels weet wat vrijheid is."

Ze zoekt een verklaring voor haar moeders gedrag en vermoedt dat het mogelijk overlevingsschuld, als gevolg van de Holocaust, zou kunnen zijn. Ook denkt ze dat haar moeder misschien wel gewoon een narcist was, of dat de beperkingen van het orthodoxe jodendom haar te veel werden. De impliciete aanname is dat een onbekend en onverwerkt trauma zichzelf blijft herhalen. En het is overduidelijk dat we nooit precies zullen weten waarom onze ouders zijn wie ze zijn. Aan de telefoon vraag ik haar of het helpt om op deze manier naar het verleden te kijken.

"In sommige opzichten helpt het," zegt ze. "Een aantal jaar geleden schreef ik Enchantment, een autobiografische roman. Het ging over mijn familie, dus als je denkt dat ik nu al herinneringen aan het opgraven bent, moet je dat boek eens lezen. Ik denk dat mijn manier van in het reine komen [met mijn jeugd] is om de confrontatie met mijn herinneringen aan te gaan en, door de dingen uit te zoeken, tot bepaalde inzichten te komen. Ik weet niet of het helemaal werkt, maar ik voel me wel dat er een bepaalde afstand gecreëerd is, en dat is waar ik op uit was."

Als ik haar vraag of ze haar ouders überhaupt vergeven heeft, zegt ze dat ze die vraag graag met een ja had willen beantwoorden, maar dat niet kan. "Wel moet ik zeggen dat ik er best een beetje moe van word om over hen na te denken, dus dat is iets goeds," antwoordt ze.

Ze zegt dat moeder zijn haar in zekere maten geheeld heeft, ook al was ze in het begin angstig om een ander leven te creëren en vervolgens te moeten beïnvloeden. Ze leed aan een postnatale depressie, maar haar angsten bleken uiteindelijk geen werkelijkheid te worden. "Ik was bang, omdat ik wist dat mijn moeder zich niet al te moederlijk gedragen had – wat voor moeder zou ik dan zijn? Was ik niet veel te depressief voor die taak?", legt ze uit. "Ik hoop zo dat ik mijn dochter niet beschadigd heb – ik weet niet hoe zij daar zelf tegenover staat –, maar ik was zeker een 'apart' type moeder. Ik had zo mijn onaangename kanten, en ze heeft ook gezien hoe depressief ik was. Ik schreef ooit een stuk voor de Times dat Is Depression Inherited? heette, en daarin bespreek ik de angsten die mijn dochter en ik hadden dat ze zichzelf aan mij zou spiegelen, en op mij zou gaan lijken. Godzijdank is dat niet zo."

Er bestaan veel theorieën die de oorzaken van depressies proberen te verklaren. Merkin focust zich voornamelijk op het nature-nurturedebat: sommigen zeggen dat psychische aandoeningen voortkomen uit biologische 'storingen', terwijl anderen erop staan dat de schuld bij onze ouders ligt. Beide verklaringen kunnen in elk geval een opluchting zijn voor de individuen die aan een depressie lijden, want ze kunnen de oorzaak hierdoor buiten zichzelf zoeken. Merkin komt tot de conclusie dat een combinatie van beide theorieën het waarschijnlijkst is.

Het moment waarop ik mijn depressie als concrete, specifieke ziekte begon te zien, was een cruciaal keerpunt voor mij; je depressie zien als een soort aangeboren onvermogen om gemotiveerd te raken, is zowel gekmakend als vernietigend. Mijn diagnose legt de schuld ergens anders, maar zelfs die theorieën voelen op een gegeven moment niet toereikend genoeg. De realiteit van zowel psychotherapie als verschillende antidepressiva is dat er geen ultieme oplossingen zijn. Er zullen dagen zijn waarop je zorgvuldig uitgekozen behandelingen slechts als tijdelijke, gebrekkige oplossingen aan zullen voelen.

Merkin moet nog elektroconvulsietherapie proberen, maar momenteel gebruikt ze nog een handjevol antidepressiva en gaat ze naar een therapeut. Als ze goede dagen heeft helpt dit, maar ze kent ook zeker haar slechte dagen "waarop alles zinloos lijkt. Alles lijkt te zijn doordrongen met zinloosheid. Van vakkenvullers tot de tijdschriften die ik in de post binnen krijg," schrijft ze. Ze begrijpt de dingen die "vrouwen in de hogere middenklasse doen" om hun leven te onderhouden absoluut niet, zegt ze later in haar boek. Zelfs toen ze een mooi kantoor voor zichzelf zat in het gebouw waar ook de New Yorker zit, kon ze het amper opbrengen om naar haar werk te gaan.

Cognitieve gedragstherapie bepleit dat de sleutel tot geluk heel makkelijk is; het enige dat je hoeft te doen, is al je slechte en nutteloze gewoontes vervangen door goede. Ik ben ongeveer een maand geleden begonnen met deze behandeling en sindsdien is elke dag een oefening om een beter persoon te zijn dan ik eigenlijk ben. Het is moeilijk en vermoeiend. Ik maak sprongen vooruit, maar maak ook tegenslagen door. Het gevolg daarvan is dat het voelt alsof ik stapje voor stapje vooruit ga, maar ik weet het nooit zeker. Op mijn slechtste dagen praat ik mezelf aan dat het allemaal zinloos is. De constante bron van pijn waar een depressief iemand mee te maken heeft, is het knagende gevoel dat de wereld gewoon geen goede plek is; een plek waar je niet tussen zal gaan passen, hoezeer je je best ook doet. In This Close to Happy wordt dit gevoel ook beschreven, al neemt Merkin het niet erg serieus. (En het is voor depressieve mensen inderdaad ook bijna gevaarlijk om hier echt in te geloven.)

Maar er zijn therapeutische kaders die suggereren dat dit meer zou kunnen zijn dan alleen het schadelijke denken van een depressief persoon. Op ongeveer hetzelfde moment dat ik Merkins boek ontving om te recenseren, vond ik ook het werk van de in 2014 overleden klinisch psycholoog David Smail. Zijn kijk op depressies ging een stap verder dan enkel een gebrekkige jeugd als oorzaak. "We moeten kijken naar de samenleving waarin mensen zich bevinden, want dat is waar het mis gaat," legt hij in een interview met een Britse tv-zender uit. Waarom zijn vaders afstandelijk? Waarom zijn moeders gemeen? Waarom zijn sommige mensen wanhopig, ondanks dat ze deel uitmaken van een gelukkige familie? "Het is een politieke kwestie waar iedereen zich mee bezig zou moeten houden; denk na over wat voor samenleving je wil, denk na over wat voor soort relaties tussen mensen je wil aanmoedigen, en ga zo maar door."

Wanneer Merkin en ik het hier over hebben, zijn we het erover eens dat het leven gewoon geen bron van geluk is. Ze heeft zelf ervaren dat je met geld geen gelukt koopt – je kunt er alleen een plek op een psychiatrische afdeling mee kopen, of therapiesessies, of andere, dergelijke behandelingen. Een doodswens hebben terwijl je tussen de rijken leeft, en zelf ook deel uitmaakt van die groep, legt de leegheid van ons bestaan en onze normen en waarden nog verder bloot.

"Het leven heeft veel verschrikkelijke aspecten. Ik denk dat sommige mensen daar een soort schild voor hebben opgetrokken, waardoor ze er geen zicht meer op hebben," vertelt ze. "Ik denk dat mensen die aan een depressie lijden veel toegankelijker zijn voor die ellende. Ergens in mijn boek schrijf ik dat depressie het verlies van de nodige illusies is. Je hebt een zekere hoeveelheid illusies nodig om te kunnen leven. Een depressie kan heel humaniserend zijn. Ik heb wel eens gedacht dat als Donald Trump een depressie zou hebben, hij een heel ander mens zou zijn," voegt ze toe.

Hoe dan ook, totdat we de wereld veranderen, moeten we voor onszelf blijven zorgen en doorgaan met leven. Merkin erkent dat het leven alles is wat ze heeft: "Ik denk dat zelfmoord – en dit klinkt waarschijnlijk nogal vreemd – een soort paradoxale opluchting is voor heel depressieve mensen; om te weten dat er een manier is om eruit te stappen," vertelt ze me aan de telefoon. "Soms denk ik wel eens dat ik een gelukkiger mens zou zijn als ik zelfmoord zou plegen, maar wie garandeert me dat?"

Uiteindelijk vraag ik Merkin hoe ze haar leven zin geeft. Sinds ze het orthodoxe jodendom achter zich heeft gelaten, is ze op zoek naar een nieuwe religie, een nieuwe illusie. Ze zegt dat ze die illusie soms vindt in haar schrijfwerk, en voegt daaraan toe dat ze momenteel een poging doet om een nieuw boek te schrijven. "Jezelf helemaal verliezen in het denken en doen, dat geeft een soort betekenis," zegt ze. "Ik heb een briefje uit een gelukskoekje aan mijn computer vast geplakt, waarop staat: 'Een doel in het leven is de enige schat die het waard is om gevonden te worden.'"

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.