Advertentie
politiek

Waarom zijn rechtse politici vaak grappiger dan linkse?

Zelfs met Geert Wilders valt op z'n tijd best te lachen.

door Tony van der Giessen
24 september 2018, 2:48pm

Screenshot via YouTube

De politieke zaak is een ernstige zaak, maar er mag ook weleens gelachen worden. Wat opvalt, is dat als er dan gelachen wordt, dat vaak komt door politici van de rechtervleugel. Natuurlijk, Thierry Baudet gedraagt zich af en toe als een enorme lul, maar geef toe, het was wel lachen toen hij in militair ornaat naar de interruptiemicrofoon marcheerde, of toen hij naakt aan een infinity pool lag, of die ene keer toen hij aan lavendel rook op de locatie waar de belangrijkste intellectueel van het land “nadenkt over zinnen waar linkse mensen boos van worden.”

Zelfs Geert Wilders maakt af en toe een grap met scherpe oneliners, waar vaker wel dan niet “Penthouse” Pechtold het moet ontgelden. Rechtse politici bedienen zich vaker dan hun linkse metgezellen van gevatte, humoristische, maar ook hardere stijl waar linkse politici zich niet altijd tegen kunnen weren. Archetypisch voorbeeld van een linkse politicus is toch wel Job Cohen. Die arme, lieve, aaibare Cohen, die de boel bij elkaar wilde houden, maar zelf struikelend over zijn woorden uiteen viel. Linkse politici, ze bedoelen het allemaal zo lief, maar het komt er niet altijd even soepel uit.

In hun gedrag en opvattingen lijkt het alsof ze van andere planeten komen. Rechtse mensen van Mars en linkse mensen van Venus. Ligt er iets diepers aan ten grondslag? Kan het gedrag van linkse en rechtse mensen bijvoorbeeld vanuit de persoonlijkheid verklaard worden? Ja, dat kan.

Uit onderzoek onder studenten van de Amerikaanse universiteit Berkeley blijkt bijvoorbeeld dat je aan de hand van de rommel in iemands kamer kan voorspellen of diegene links of rechts stemt. Ben je niet vies van viezigheid en ligt je kamer vol met verbruikt ondergoed? Dan is de kans groter dat je in het stemhokje het vak van een progressieve partij rood kleurt. Houd je van orde, is je kamer smetvrezerig schoon en heb je altijd een flesje desinfecteermiddel bij de hand? Dan ligt het in de lijn der verwachting dat een conservatieve partij je beter ligt.

Om er beter achter te komen waarom rechtse politici grappige klootzakken lijken en linkse idealistische zuurpruimen besloot ik het iemand te vragen die er echt verstand van heeft.

“Uit onderzoek van collega’s uit Denemarken blijkt dat politici met rechtse voorkeuren onder andere lager op ‘instemmendheid’ scoren en minder instemmende mensen zoeken meer het conflict op”, zegt wetenschapper Bert Bakker aan de UvA, die onderzoek doet naar persoonlijkheidskenmerken en dat linkt aan politieke voorkeuren. ‘Instemmendheid’ is een psychologische term uit The Big Five, een theorie die karakter op basis van vijf persoonlijkheidsdimensies bekijkt. Bakker: “Uit mijn onderzoek blijkt ook dat populistische kiezers minder instemmend zijn en een wat meer cynisch wereldbeeld hebben. Martin Bosma vindt het bijvoorbeeld leuk om het conflict op te zoeken en op sarcastische toon grapjes te maken over andere politici. Hoewel ik dat niet direct heb getest, zou je kunnen denken dat die minachtende grapjes wat beter aansluiten bij zijn kiezers.”

Bakker benadrukt overigens dat het niet één op één gesteld kan worden dat het gedrag van politici daadwerkelijk authentiek is, of dat het slechts een spiegeling is van wat hun kiezers willen. “Daar is niet veel data over, maar het is bijna onvermijdelijk dat het een combinatie van die twee is.”

Conservatieven hebben ook de neiging een meer gesloten persoonlijkheid te hebben. “Dat is overigens niet goed of fout, hè,” zegt Bakker. “Het kan in veel gevallen goed werken als je van orde en structuur houdt en een wat meer gesloten persoonlijkheid hebt. Ik ben geen politiek econoom, maar ik weet niet of het aantrekkelijk is om meer landen bij de EU te hebben bijvoorbeeld. Dan kan het een hele gezonde reactie zijn, als je wat meer gesloten bent, om daar sceptischer op te reageren. En openheid is ook niet altijd productief, om constant met nieuwe ideeën te komen bijvoorbeeld. Het is ook handig om één idee te hebben en dat af te maken.”

Mensen van rechts allooi scoren gemiddeld ook hoger op wat heet consciëntieusheid. Dat is een heel mooi ingewikkeld lelijk naar het Nederlands vertaald woord voor: zorgvuldig, nauwkeurig of gewetensvol. “Het hangt samen met discipline”, zegt Bakker. “Ook zijn ze wat minder invoelend en minder neurotisch als het om sociaal-economische thema’s gaat. Laag neurotische mensen noemen we ook emotioneel stabiel. Dus die zijn minder makkelijk van hun stuk te brengen en zijn minder zelfbewust.” Het kan een verklaring zijn waarom Baudet geen ene fuck geeft en schaamteloos in vol militair ornaat naar de microfoon van de tweede kamer loopt. Persoonlijk wel lekker als het je geen reet uitmaakt wat anderen van je vinden, maar voor omstanders kan je dus zo nu en dan op een lul lijken.

Dan de linkervleugel. Hoewel ze in hun kamer lekker de boel de boel laten, willen ze, om weer met de woorden van Cohen te spreken “de boel bij elkaar houden.” Of natuurlijk de moderne Jessiaanse variant: “verbinden”. Is dat ook vanuit persoonlijkheid te verklaren? “Ja, dat denk ik wel”, zegt Bakker. “Mensen met linkse politieke voorkeuren zijn meer instemmend, inlevend, scoren hoger op compassie. De zorg voor de ander, dat is bijna tautologisch verbonden aan links. Die verbindende retoriek slaat meer bij die kiezers aan.” Onderzoek toonde aan dat de progressieve mens heel veel liefde had, ze had zelfs meer liefde voor vreemden dan voor de eigen familie.

Op de neurotische dimensie zitten progressieven ook wat hoger in de boom. “Hoog neurotische mensen zijn wat sneller geneigd om angst en boosheid te ervaren, meer negatieve gevoelens, meer zelfbewust van zijn omgeving. Ze voelen zich vaak ook kwetsbaarder. In Denemarken, Engeland en de Verenigde Staten vinden we consequent dat mensen die meer neurotisch zijn, voorkeur hebben voor wat linkser economisch beleid zoals een grotere welvaartsstaat, sociale zekerheid etcetera. Ik vind het wel logisch dat als je wat onzekerder bent, wat angstiger, dat je een grotere welvaartsstaat wenst die ervoor zorgt dat je niet in allerlei onzekerheden valt”, aldus Bakker.

Het kan een uitleg zijn waarom Job Cohen over zijn eigen woorden struikelt, dat Asscher op strenge tour niet overtuigt en dat Sharon Dijksma in debat altijd angstig kijkt alsof ze een natte wind heeft gelaten. De linkse mens zoekt toch minder het conflict op, zoekt die verbinding en is meer neurotisch. Bakker wil wel waken voor het psychologiseren van politici. “Naar kiezers is veel onderzoek gedaan, maar of politici zelf ook die persoonlijkheidskenmerken hebben is maar de vraag. Daar is te weinig data over. Het is een interessante puzzel”, zegt hij.

Het valt niet alleen maar te verklaren vanuit persoonlijkheid dat rechtse politici grappiger zijn. Want de progressieve medemens is meer open, wat gelinkt wordt aan een rijkere fantasie en betere humor. Het is ook politieke context. “Die wat hardere grapjes kan ook gewoon een anti-establishment strategie zijn, hè. Je ziet het nu met de reactie op Han ten Broeke en Stef Blok dat er weer woorden uit de hoge hoed worden getoverd als – ik ben niet zo goed in die woordgrapjes maken – maar zoiets van: kijk, weer een faal-VVD’er. Het is een manier om je tegen de status quo af te zetten”, zegt Bakker. Satire beukt altijd in tegen de zittende macht. Tijdens de jaren zestig waren dat de linkse provo’s, maar nu is de rechterflank het stoutste jongetje van de klas.

Linkse en rechtse politici vullen elkaar aan. Zoals chaos en orde, yin en yang, friet en mayo. Rechtse politici mogen dan wel klootzakjes zijn, en linkse naïeve zuurpruimen; ze hebben elkaar nodig. En als er over de grens wordt gegaan is er altijd kamervoorzitter Khadija Arib die de Tweede Kamer tot bezinning maant.