De Nederlandse politie heeft de wraakpornosite Anon-IB offline gehaald

Anonieme wraakpornojongetjes zijn hun plekje kwijt, maar er zijn al alternatieven die veel moeilijker te controleren zijn.
26.4.18

Het lijkt erop dat de Nederlandse politie Anon-IB offline heeft gehaald. Anon-IB is misschien wel de meest beruchte wraakpornowebsite. Met wraakporno worden expliciete of intieme beelden van mensen die zonder hun toestemming gedeeld worden bedoeld. Hoewel het onduidelijk is of de Anon-IB-leden hun heil op een andere site gaan zoeken, is het offline halen van de site wel een grote klap in het gezicht van wraakporno.

Advertentie

Als je gisteren verbinding met het domein van Anon-IB probeerde te maken, werd je omgeleid naar een afbeelding die op de officiële website van de politie werd gehost. “Het Anon-IB forum is door cybercrime teams van de Nederlandse politie voor nader onderzoek in beslag genomen, in verband met een onderzoek naar gepleegde feiten,” viel op de site te lezen. “Meer informatie hierover is vanaf donderdag 26 april 2018 te raadplegen.” De site was later op woensdag volledig offline gehaald.

Een screenshot van de omgeleide pagina.

Slachtoffers van wraakporno waren er al gauw bij om deze actie toe te juichen.

“Bij BADASS zijn we ontzettend blij dat er een politiedienst is die luistert naar onze verzoeken en dat er eindelijk wat gedaan is tegen deze website,” vertelt Katelyn Bowden in een e-mail aan Motherboard. Bowden is de oprichter van de anti-wraakpornogroep BADASS. Haar foto’s werden op Anon-IB gedeeld. “Anon-IB was een tumor die van het internet verwijderd moest worden. We zijn de Nederlandse politie en alle andere mensen die hebben geholpen om Anon-IB offline te halen onwijs dankbaar.”

Er is geen land waar wraakpornowebsites zo actief bestreden worden als in Nederland. In 2015 besliste de rechtbank in Amsterdam dat Facebook gebruikersgegevens moest verstrekken van iemand die een seksfilmpje op de website had geplaatst. Dit bleek een man te zijn die een naaktvideo van zijn ex had gedeeld. Er is ook een Nederlandse startup, Leakserv, die mensen helpt om wraakporno te vinden en te verwijderen.

Advertentie

Anon-IB vervult al jaren de rol als epicentrum voor de wraakporno, met categorieën voor verschillende landen en staten, en threads over bepaalde scholen of universiteiten. Veel gebruikers van de site proberen ‘wins’ te scoren – naakte of expliciete afbeeldingen van vrouwen – en ze op Anon-IB te posten.

The Daily Beast kwam er laatst achter dat de IP-adressen van een groot aantal Amerikaanse overheidscomputers en -instellingen waren gelinkt aan berichten op Anon-IB. In maart 2017 werd een besloten Facebook-groep ontdekt waarin actieve en gepensioneerde militairen naaktfoto’s van vrouwelijke soldaten ruilden. Dit heette het Marines United Scandal. Facebook pakte de groep en het Amerikaanse Korps Mariniers vervolgde individuele mariniers, maar Anon-IB bleef tot gisteren actief.

Screenshot via Twitter-gebruiker @danielverlaan

Andere leden van BADASS waren ook dolblij met het offline halen van Anon-IB. “Wat een geweldig nieuws om mee wakker te worden. Het voelt alsof ik makkelijker kan ademen en minder aan mijn hoofd heb,” vertelt BADASS-lid Rachel aan Motherboard.

Maar Rachel, die wegens privacy-overwegingen alleen met haar voornaam in het stuk wil, benadrukt dat het grotere probleem rond wraakporno niet is opgelost. “Door alles wat er rondom Anon-IB gebeurt, vraag ik me af wat de volgende stap is waarmee we ze voor kunnen blijven,” zegt ze. “Het is echt iets waar we al lang op hoopten en voor streden. Het is goed om te weten dat – zelfs al is het tijdelijk – er cruciale uren zijn waarop slachtoffers niet kunnen worden bekeken of verhandeld op het platform.”

De wraakpornogemeenschap is al overgestapt naar andere sites, zoals het chatplatform Discord en de communicatieservice Slack. Het dichtgooien van de website is een overwinning, maar de strijd tegen wraakporno is nog lang niet voorbij.

De Nederlandse politie en de FBI reageerden niet direct op het verzoek om commentaar.

Volg Motherboard op Facebook en Twitter.