Advertentie
geestelijke gezondheid

Maggy van Eijk heeft borderline en depressie, en schreef een boek voor je slechtste dagen

Omdat ze die zelf ook doormaakt, en niet langer bang is haar littekens te laten zien.

door Charlotte Simons
26 maart 2018, 1:49pm

Maggy van Eijk. Foto door Anne van Gelder

De Nederlandse Maggy van Eijk (28) woont sinds een aantal jaar in Londen, waar ze voor BuzzFeed werkte. Inmiddels is ze voor BBC Three werkzaam als socialmediaredacteur, en heeft ze haar eerste boek uitgebracht: Onthoud dit als je verdrietig bent: een boek voor leuke, nare en rare dagen. In januari verscheen haar boek ook al in het Verenigd Koninkrijk, en later dit jaar is-ie ook in de Verenigde Staten verkrijgbaar.

Ondanks het feit dat Maggy dus een stervensdruk werkleven leidt, worstelt ze op geestelijk vlak met allerlei demonen: van overmatig drinken tot borderline, en van paniekaanval tot automutilatie. Door de jaren heen heeft ze allerlei handvatten gecreëerd om zichzelf door de moeilijkste dagen heen te kunnen slepen. Al die tips heeft ze nu gebundeld in haar boek, om mensen met vergelijkbare problemen een steuntje in de rug te geven. Ik sprak haar over op hoog niveau functioneren terwijl je eigenlijk alleen maar in bed wil liggen janken, waar je op moet letten bij het zoeken naar een geschikte therapeut, en waarom ze weigert haar littekens te verstoppen.

Tonic: Ha Maggy. Hoe gaat het nu met je?
Maggy van Eijk: Goed, wel. Stukken beter dan in sommige delen van het boek. Dat is overigens lang niet altijd zo, hoor. Een paar weken terug heb ik nog last gehad van een soort depressieve episode. Ook heb ik borderline persoonlijkheidsstoornis, en dat gaat natuurlijk nooit helemaal weg. Ik heb die laatste diagnose pas vorig jaar gekregen; tot die tijd wist ik wel dat er iets niet helemaal goed zat, maar ik kon het niet plaatsen. Nu weet ik er veel meer over, beschik ik over de vocabulaire en durf ik er ook over te praten. Daardoor wordt het makkelijker om ermee om te gaan en verdwijnt de schaamte langzaamaan.

Ik heb je boek gelezen en je hebt je hoofd eigenlijk binnenstebuiten gekeerd en op papier gezet. Was dat eng?
Best wel – maar ik heb eerder online al veel geschreven over mijn psychische problemen, dus dat hielp. Ik wist dat ik het aan zou kunnen. Een groot verschil daarbij is wel dat je, wanneer je iets online publiceert, meteen reacties krijgt, ook negatieve. Bij een boek speelt dat veel minder, dus dat maakt het eigenlijk makkelijker.

"Er wordt steeds opener over psychische problemen gesproken, al merk ik dat veel mensen dingen als persoonlijkheidsstoornissen nog eng vinden."

Er wordt steeds opener over psychische problemen gesproken, al merk ik dat veel mensen dingen als persoonlijkheidsstoornissen – zoals borderline – nog eng vinden. Dan hoor je weer over zo’n high school shooting, en blijkt de dader ook een persoonlijkheidsstoornis te hebben gehad. Dat voedt het stigma, terwijl maar een klein deel van al het geweld wordt veroorzaakt door psychische aandoeningen. En daarbij: we kunnen er zoveel over praten als we willen, maar de wachtlijsten voor geestelijke gezondheidszorg zijn – zowel in Engeland als in Nederland – nog steeds enorm.

Een paar jaar geleden ben je van Nederland naar Engeland geëmigreerd. Ik kan me voorstellen dat in een heel nieuwe omgeving, zonder sociaal vangnet, de kans dat het slechter gaat weer veel groter wordt.
Ik ben naar Engeland verhuisd voor mijn studie, Engelse literatuur. In het begin was ik inderdaad heel eenzaam, ik heb jarenlang maximaal vijf mensen om me heen gehad. Ook wilde ik m’n ouders liever niet lastigvallen met mijn problemen, ik deed altijd alsof het allemaal prima ging. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader me een keer een kadobon gaf om met vijf anderen bij mijn favoriete restaurant te gaan eten, maar ik had helemaal niet genoeg vrienden om vijf mensen uit te kunnen nodigen. [Lacht.] Echt heel triest. Die voucher heb ik uiteindelijk niet eens gebruikt. Eén voordeel van geen vrienden hebben: ik haalde op de universiteit wel superhoge cijfers.

Foto door Anne van Gelder

Ondanks je psychische problemen functioneer je in een veeleisende situatie. Je hebt een fulltime baan en nu heb je ook nog een boek geschreven. Zorgt dat voor onbegrip?
Ja, soms schaam ik me daar ook een beetje voor. Dan denk ik: misschien moet ik me voortaan maar gaan kleden zoals ik me vaak voel. Slobberkleren dragen en niet douchen om ‘geloofwaardiger’ over te komen.

Je vertelt in het boek heel open over automutilatie. Het valt me nu ook op dat je de littekens op je armen niet verstopt. Is dat een bewuste keuze?
Deels. Maar als het warm is, heb ik ook gewoon geen zin om een trui aan te trekken. Ik heb geaccepteerd dat die littekens deel van me uitmaken, dus als mensen ernaar vragen vind ik het ook helemaal geen probleem om het erover te hebben. Het is weleens voorgekomen dat mensen er heel extreem op reageren, dat vind ik iets minder. Een oud-collega van mij zag m’n littekens een keer op werk; ze rende op me af, omhelsde me en bleef maar zeggen dat “alles goed zou komen.” Superlief bedoeld, maar ik voelde me zo ongemakkelijk dat ik naar huis ben gegaan.

"Mijn emotionele reacties kunnen heel extreem zijn. Als ik op werk een e-mail ontvang met een paar kritiekpuntjes, concludeer ik dat ik op zoek moet gaan naar een andere baan."

Je beschrijft verschillende problemen waar je mee kampt. Wat vind je het lastigst om mee om te gaan in het dagelijks leven?
Ik denk mijn depressie. Depressies werken heel isolerend, en ik vind het moeilijk om in zo’n situatie om hulp te vragen. Als ik last heb van mijn depressie, wil ik het liefst alleen maar alleen in m’n kamer zitten – niet meer naar buiten, niet meer naar werk. Mijn borderline heeft vooral veel impact op mijn relatie en vriendschappen, want mijn emotionele reacties kunnen heel extreem zijn. Dat merk ik ook in mijn werk; als ik ook maar één e-mail ontvang met een paar kritiekpuntjes, concludeer ik dat ik op zoek moet gaan naar een andere baan. Op zulke momenten vind ik het altijd fijn om met lotgenoten te praten.

Ga je dan naar zelfhulpgroepen?
In het verleden wel, ja. De eerste zelfhulpgroep die ik bezocht werd door mijn universiteit georganiseerd, voor mensen met paniekaanvallen. [Lacht.] Daar was niet zo goed over nagedacht, want ze hadden het in een heel klein, zweterig kamertje georganiseerd. Iedereen die daarop afgekomen was wilde alleen maar zo snel mogelijk weg, omdat ze een paniekaanval voelden opkomen. Eén voor één renden mensen die kamer uit.

In zo’n zelfhulpgroep kan het best helpend zijn om iemand te horen vertellen hoeveel hij of zij zichzelf haat, omdat ik op zo’n moment alleen maar kan denken: maar dat is helemaal niet nodig, wat doe je jezelf aan?! En dan probeer ik die gedachte ook op mezelf toe te passen. Momenteel ben ik op zoek naar een zelfhulpgroep voor mensen met borderline, al speelt veel van die zelfhulp zich nu op internet af – en dat heeft ook zo z’n voordelen. Je hoeft je huis niet uit, bijvoorbeeld. En als je er behoefte aan hebt kan het volledig anoniem.

En hoe doe je dat met werkgevers, speel je altijd direct open kaart over wat zich allemaal in je hoofd afspeelt?
Vroeger niet, dan deed ik altijd nogal geheimzinnig over mijn stoornissen. Ik dacht dat dat moest, dat het van me verwacht werd. Gelukkig zit ik nu op een werkplek waar ze bereid zijn er rekening mee te houden. Bij de BBC lopen mensen rond die een eerstehulptraining hebben gedaan, met een badge op hun kleding, en sinds kort worden er ook mensen getraind bij wie je terecht kunt als je psychische problemen hebt. Daar heb ik nog geen gebruik van gemaakt, maar misschien gebeurt dat in de toekomst nog. Op sommige dagen móet ik gewoon thuis werken, en mijn werkgever is daar helemaal oké mee. Ik zou ook eigenlijk niet voor een bedrijf willen werken dat geen rekening houdt met de psychische gezondheid van haar werknemers.

In je boek schrijf je dat je door de jaren heen verschillende therapeuten hebt gehad. Wat raad je aan bij het zoeken naar een therapeut die bij jou past?
Ik zou mensen aanraden sowieso eerst onderzoek te doen naar welke therapievorm hen aanspreekt. Lijkt het je bijvoorbeeld iets om thuis met werkboeken aan de slag te gaan, of juist helemaal niet? Daarna kun je op zoek gaan naar een therapeut die daarbij aansluit. Niet elke psycholoog gaat bij je passen, en dat is ook helemaal oké. Neem het ook serieus wanneer het niet klikt, en zoek dan weer verder.

Zelf voel ik me prettiger bij vrouwelijke therapeuten die mijn zwarte humor kunnen waarderen. In het verleden heb ik wel één mannelijke therapeut gehad, maar als ik met hem over seks probeerde te praten, werd hij heel ongemakkelijk. Hij durfde het woord ‘seks’ niet eens in de mond te nemen, en had het consequent over ‘sexy time’. Toen dacht ik: als híj er al niet over kan praten, hoe moet ík het er dan in vredesnaam over hebben? Bij vrouwen gaat dat op de een of andere manier makkelijker. Toevallig zijn de therapeuten waar ik de grootste klik mee had ook allebei vrouwen, en beiden waren ze vanuit het buitenland naar Engeland geëmigreerd. Dat hielp ook, dat ze begrepen hoe het was om er niet helemaal bij te passen.

Welk advies geef je mensen die in hun omgeving iemand hebben die ook last heeft van psychische problemen?
Veel luisteren. Ik heb in mijn vriendenkring eigenlijk weinig mensen zitten die ook psychische stoornissen hebben, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Je hoeft namelijk helemaal niet met allemaal adviezen op de proppen te komen. Het is al heel fijn wanneer iemand zegt: “Wat superkut voor je, dat jou dit overkomt.” Het is zó simpel, want luisteren kan iedereen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor die zelfhulpgroepen: het helpt al zo wanneer iemand je verhaal gewoon wil aanhoren.

Bedankt, Maggy.

'Onthoud dit als je verdrietig bent: een boek voor leuke, nare en rare dagen' is nu overal verkrijgbaar.