Hoe Vincent Riebeek de grenzen van het lichaam opzoekt in zijn performances

Hij kan op commando plassen en zijn kotsen controleren, en staat nu voor zijn eerste Europese solotournee.

|
17 december 2018, 12:27pm

Kein Applaus für Scheisse. Beeld met dank aan Vincent Riebeek.

Na zijn afstuderen aan de School for New Dance Development in Amsterdam vormde Vincent Riebeek samen met Florentina Holzinger een paar jaar een van de meest controversiële performanceduo’s van Europa. In hun performances pisten en kotsten ze rijkelijk over elkaar heen, werd hij gepenetreerd met voorbinddildo’s en toverde hij zelfs een enkele keer een kippenei uit een vagina. Ondanks dat het misschien vooral deze handelingen waren die het publiek zijn bijgebleven, vormden ze in feite slechts kleine elementen van performances die vol zaten met humoristische sketches, acrobatiek en culturele referenties – van de Scheherazade-dans van Les Ballets Russes tot Lana Del Rey.

Vorige maand ging One of a kind in première in Frascati in Amsterdam. Een performance waarin een viertal performers met pruiken en maskers elkaar onder andere ‘baren’, luidkeels The theatre is not just for gays anymore van Neil Patrick Harris zingen, bezoekers stukjes tekst laten voordragen en als een naakte kluwen aan touwen hangen. Het is de eerste voorstelling die Riebeek na het beëindigen van de samenwerking met Florentina maakte. Voorafgaand aan de Europese tournee van One of a kind sprak ik Vincent over het ontstaan van deze performance, de keuze om solo verder te gaan en de transgressieve manier waarop hij zijn lichaam gebruikt.

Kein Applaus für Scheisse
Kein Applaus für Scheisse. Foto: Ian Douglas.

Creators: Hoe zijn jij en Florentina zo vrij geworden in het gebruik van jullie lichamen?
Vincent Riebeek: Florentina en ik voelden ons vanaf het begin op ons gemak bij elkaar. Dat we bijvoorbeeld samen in bad zaten en de ander dan in het water plaste, en je het wel vies vindt, maar toch blijft zitten – dat je eigenlijk bijna te comfortabel met elkaar bent. We hadden het er al vaker over gehad hoe mooi het zou zijn om een ‘menselijke fontein’ in een performance te gebruiken. Toen we voor het eerst een performance in Arti et Amici deden zei ik: “Ik moet nu plassen, ga zitten en dan plas ik in je mond.” We hadden het niet gepland, maar we waren er beiden klaar voor. Het voorstel om tijdens de performance Kein Applaus für Scheisse over haar heen te kotsen was hierna niet eens zo gek meer.

Voor mij was het wel belangrijk dat die kots mooi zou zijn. Aan het begin van de dag dronk ik altijd minstens vijf liter water, zodat mijn plas helemaal helder zou zijn, en vijf minuten voor de show nog twee liter rijstmelk met fluoriserend blauwe kleurstof. Daardoor zag het er ook een stuk minder ongezond uit. Eerst zong en danste ik nog zeker een kwartier, dan kotste ik, en vijfenveertig minuten in de show plaste ik over Flo. Het was een verrassing dat het lichaam dit soort dingen kan, maar het is ook een beetje de draak steken met wat virtuositeit eigenlijk is. De een kan bepaalde dansbewegingen maken, maar ik kan plassen op commando en mijn kotsen controleren. Het lichaam is eigenlijk een soort vat dat geheimen vasthoudt, een zoektocht naar wat je daarbinnen allemaal onder controle kan krijgen.

Het klinkt als een gelukstreffer dat jij en Florentina elkaar ontmoet hebben.
Ja, het was liefde op het eerste gezicht – vanuit een breed begrip van wat liefde kan zijn. Ik weet nog toen ik voor het eerst op het SNDO over Florentina heen plaste. Er was een docent die echt boos werd en zei: “En wat is dan de volgende stap, gaan jullie straks seks op het podium hebben?” Ik dacht: ja, waarom eigenlijk niet, welke grens gaan we nu over waar we niet over mogen gaan? Florentina komt uit Wenen en is opgegroeid met de erfenis van het Weens Aktionisme, ikzelf kom uit een heel vrij gezin. Dus daarin leken we veel op elkaar. Maar ik begrijp nu beter wat die docente bedoelde: ze had een betere kijk op de consequenties die zulk intensief gebruik van je lichaam op de lange termijn kan hebben. Ze was zelf vroeger een danser, en moest vanwege haar gezondheid stoppen met touren. Binnen de belevingswereld van de performer is er misschien een verschil tussen het lichaam op het podium en het lichaam binnen de privésfeer, maar uiteindelijk moeten we alles met één lichaam doen.

Zelf was ik bereid om die lichamelijk zware dingen te doen, om ons werk aantrekkelijk te maken. Ik wilde de dingen die ik deed ook zelf graag zien. Daarvoor ervoer ik druk om als danser binnen een bepaalde vorm te passen. Door mijn eigen werk te maken en daarin het buitengewone op te zoeken voelde ik me minder gecensureerd. Ik denk ook dat het goed was om uit elkaar te gaan, omdat we zo meer onze eigen identiteit kunnen bepalen.

Schönheitsabend
Schönheitsabend. Foto: Karolina Wiernik.

Zijn er ook andere redenen waarom jullie zijn gestopt als duo?
In Schönheitsabend zit aan het einde een scène waarin Florentina mij met een dildo penetreert. Ik had daar niet altijd zin in, het deed soms pijn, maar voor de voorstelling moesten we dit moeiteloos over laten komen. Dat ik het gewoon zo deed als elk ander deel van de choreografie. Het gaat dan heel erg om vertrouwen, en op het einde was dat soms moeilijk. Ik denk dat zij niet precies wist wat ik deed – en hoe het voelt om door zo’n grote dildo anaal gepenetreerd te worden. De grenzen die ik aangaf leek ze daarom niet volledig te respecteren. Zij deed in die scène alsof ze, nadat ik al was gestorven, zelfmoord ging plegen, en ze wilde dat heel theatraal doen.

Ondertussen keken er 250 mensen en hoopte ik steeds maar dat het schoon bleef, want hoewel ik me grondig op de scène had voorbereid was het mijn nachtmerrie dat die dildo eruit zou floepen en er toch iets aan zou zitten. Het werd langzaamaan iets persoonlijks, en zij had iets van: wat zeur je nou, ik wil dat het er spectaculair uitziet. Soms hebben we daar ook een conflict over gehad op het podium, dat ik weer opstond uit de dood en “Stop!” schreeuwde.

Daarin stuitte je dus wel op een zekere grens van je lichaam.
Ik denk niet zozeer van mijn lichaam, maar eerder van mijn schaamteloosheid. Hoewel de shows misschien de suggestie van 'anything goes' wekken, is het voor mijzelf erg duidelijk wat ik wil bereiken en wat ik nodig heb om dat te kunnen doen. Je moet in iedere situatie het gevoel hebben dat je gerespecteerd wordt. Je kan niet van je publiek verwachten dat ze je zullen respecteren, maar met je medespelers moet dat er wel zijn. Ik denk dat ik ook veel kan doen als ik het gevoel heb dat ik genoeg controle heb.

Thomas Lenden
One of a kind. Foto: Thomas Lenden.

Vlak voor dit interview liet je vallen dat je geen privé-lichaam meer hebt. Wat bedoelde je daarmee?
Om binnen mijn werk te kunnen experimenteren met de grenzen van mijn lichaam, heb ik een soortgelijk process in mijn privéleven ondergaan. Ik heb nooit iets op het podium gedaan dat ik daarvoor niet al in mijn eigen leven heb gedaan. Ik wist bijvoorbeeld al dat ik in staat was om voor andere mensen op commando te plassen, dat ik in staat ben veel in mijn maag vast te houden en mijzelf makkelijk kan laten kotsen en dat ik in één keer op een 21 centimeter lange dildo kan gaan zitten, zonder dat alles daarna onder de poep zou zitten. Op het podium ben ik echter juist bezig om die acties niet de presenteren als enkel en alleen seks of porno, maar dat ze ook symbool kunnen staan voor iets anders – alhoewel het seksuele natuurlijk ook nog steeds aanwezig is. Ik heb ervoor gekozen om iets dat voor veel mensen behoort tot het meest intieme waarover ze beschikken, onderdeel te maken van het meest publieke onderdeel van mijn leven. Ik vind het belangrijk om de schaamte die eromheen hangt te doorbreken met een bepaalde schoonheid en een doses humor.

Hoe is One of a kind ontstaan?
De laatste twee jaar volgde ik de master Das Theater en heb ik geprobeerd om alle taboes en onzekerheden die ik in mijn werk zaten te onderzoeken. Met Florentina zocht ik bijna zes jaar mijn eigen grenzen op en gebruikten we elkaar om te experimenteren, maar het was soms ook getouwtrek over wie wij als duo wilden zijn. Ik raakte daardoor geïnteresseerd in wat mijn individuele stem is. Ik heb altijd geprobeerd om mezelf in dingen te plaatsen waarin ik me op een bepaalde manier herken, maar die me tegelijkertijd niet representeren. In One of a kind heb ik dit doorgevoerd door alleen gebruik te maken van andermans materiaal – zoals tekst uit het kunstenaarsmanifest van Marina Abramovic, het youtubekanaal van Brian Jordan Alvarez en Trapped in the Closet van R. Kelly. Doordat ik deze interpretatie vervolgens weer laat uitvoeren door performers, die ieder weer andere achtergronden, politieke identiteiten en referenties hebben, ontstaan er weer verschillende varianten op het origineel.

Thomas Lenden
One of a kind. Foto: Thomas Lenden.

Zit er een lijn in de dingen die je kiest om te gebruiken? Met Florentina en danseres Renée Copraij heb je eerder weleens elementen uit de dansvoorstellingen van Jan Fabre gebruikt, die meerdere keren is beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag – alsof jullie een laag feminisme en queerness wilden toevoegen.
Ik heb bij One of a kind materiaal uit veel verschillende hoeken gehaald. Ik probeer altijd als een toeschouwer naar mijn eigen show te kijken en vraag me af: als ik hier niets mee te maken had, wat zou ik dan nodig hebben om hier toch geïnteresseerd in te raken? Ik vind het ook belangrijk dat er een lichtheid in zit, en omdat ik weinig geduld heb wil ik ook dat dingen snel veranderen. Vanuit de scènes die ik al had ben ik gaan kijken naar dingen die ertussen passen.

Ik vind het wel belangrijk dat er niet altijd sprake is van culturele toe-eigening of whitewashing bij zo’n herinterpretatie. Zelf heb ik namelijk de intentie om een soort queer appropriation uit te voeren. Ik heb een achtergrond in hiphop en streetdance, en hield me later ook bezig met musical, klassiek ballet en hedendaagse dans, waarbij je specifieke technieken moest leren om aan een norm te voldoen en jouw persoonlijkheid als performer niet de choreografie mag overstijgen. Voor mij was het erg confronterend om als jonge danser dan vaak een 'geloofwaardige' en ‘mannelijke’ partner te moeten spelen in hetero-duetten. In queer kunst kun je zo’n 'tekortkoming' denk ik juist omkeren tot iets positiefs. Dan plaats ik mezelf binnen een normatieve context waarin ik mezelf niet, of negatief, gerepresenteerd voel, om daarmee van binnenuit stereotypes te doorbreken.

In meerdere van je werken komt de anus terug naast de performance met Florentina penetreerde je jezelf met een dildo op een op afstand bestuurbare auto, maakte je onderdeel uit van The Young Boy Dancing Group (die met lasers in hun anussen dansen) en in deze voorstelling rim je kort de anus van een mededanser. Wat betekent de anus voor jou?
Ja, de anus. Voor mij hing er lange tijd toch een soort schaamte omheen. Ik groeide op in Hoofddorp en het ergste waar mensen je daar mee konden beledigen, was dat je gay was en dat je je zou willen laten neuken. Er waren heterojongens die dan zeiden: “Je wil zeker dat ik jou in je kont neuk.” Wat als ik dan had geantwoord: “Ja eigenlijk wel, so what?” The Young Boy Dancing Group is opgericht met Manuel Scheiwiller, die hetero is. Ik denk dat hij queer performers nodig had om die schaamte te overwinnen – omdat wij zijn idee om de lasers in onze billen te stoppen niet raar zouden vinden. Zelf wil ik dat ik mijn hele lichaam vol trots op het podium kan staan. In de eerste show dat ik naakt danste, schreven mannen me achteraf via Facebook dat ze alleen maar naar mijn kont hadden zitten kijken. Ik dacht: als ze daarvoor komen, laat ik het dan ook bewust inzetten in mijn werk. Bovendien heb ik nou eenmaal geen vagina en het is een goede plek om dingen in te verstoppen als ik naakt ben.

Young Boy Dancing Group
Vincent in de Young Boy Dancing Group.

Je ouders zaten bij deze voorstelling op de eerste rij. Hoe is dat voor hen?
In het begin vertelde ik ze wel van tevoren wat ik in de performances zou gaan doen, maar ze vinden het helemaal niet schaamtevol. Mijn moeder neemt inmiddels ook collega's mee, of andere familieleden. Ze vindt het belangrijk om betrokken te zijn bij haar kinderen, ze wilde ook altijd naar de Club Church komen om te zien waar ik werkte. En van mijn vader kan ik me herinneren dat hij – nadat ik op het ritme van de muziek over Florentina heen had geplast – achteraf heel trots zat te kijken: mijn zoon kan op commando plassen! Het zijn gewoon trotse ouders die zien dat ik doe wat ik graag doe.

Hoe zie jij die functie van shock in deze tijdsperiode?
Het gaat mij er meer om dat het iets is dat shockerend kan klinken wanneer je het omschrijft, maar in een bepaalde situatie toch aanvaardbaar of zelfs normaal kan zijn. Dat is juist de kracht van theater, dat je dingen kan omdraaien. De bepaling wat goed is en wat slecht is wordt opgeheven, niet om een nieuwe norm te geven, maar om te verwarren. Voor mij zijn dingen die heel stereotyperend of bekrompen zijn bijvoorbeeld eerder shockerend, of lichamen die juist seksueler worden omdat ze bedekt worden. Bij ballet, waarbij de kostuums de lichamen vaak compleet bedekken, zit ik uiteindelijk toch telkens naar de extra aangezette bulges van de mannelijke dansers te kijken.

Vind je het jammer dat je werk soms wel als shockerend getypeerd wordt door anderen?
Nee, ik vind dat juist interessant, dat mensen op het verkeerde been worden gezet. Dat ze misschien naar mijn performance komen en denken dat het heel shockerend zal worden, maar dat het een soort opluchting wordt. Het is oké dat er perverse mannen op afkomen, want die hebben dan misschien een paar minuten waarin ik iets opwindends voor ze doe, maar de rest van de tijd moeten ze dan uitzitten. Het beste publiek zijn echter mensen die bijvoorbeeld niet voor de naaktheid kwamen, die achteraf zeggen: “Ik had niet gedacht dat ik zoiets zou willen zien.” En als mensen dan een beetje opgewonden raken, ben ik soms misschien ook wel een beetje blij. Dat voelt dan toch als een soort overwinning.

Dankjewel!

‘One of a kind’ is onder andere te zien op de volgende data:
8 en 9 maart 2019, Sophiensaele, Berlijn
8 tot 14 april 2019, Zürich Moves Festival , Tanzhaus Zürich, Zürich
16 tot 25 mei 2019, Spring Festival, Utrecht

One of a kind. Foto: Thomas Lenden
One of a kind. Foto: Thomas Lenden.