spionnenrestaurant-brussel-europese-unie-meet-meat-review

Ik ging eten in het Brusselse restaurant dat volgens de EU vol spionnen zit

De bedrijfsleider vertelde me dat hij nog geen geheim agenten heeft opgemerkt. Met al mijn vakkennis informeer ik hem dat dit typisch spionnengedrag is.

Echte spionnen gaan niet zomaar joyriden in hun gepersonaliseerde Aston Martin. Echte spionnen praten geen zeven femmes fatales hun bed in. Echte spionnen pokeren niet met Jeff Bezos-karikaturen om een paar miljoen. Nee, echte spionnen gaan ‘s middags een biefstukje eten in de Stevinstraat in Brussel. Hoe ik dit weet? Omdat ik het met mijn eigen ogen heb gezien. Denk ik.

Vroeger gingen we met het gezin jaarlijks naar de Samson en Gert Kerstshow, maar toen ik mezelf daar eenmaal te oud voor vond, stelde ik als alternatief familie-uitstapje voor om naar de Bond-film Tomorrow Never Dies te gaan. Een levensveranderende ervaring. Sindsdien word ik sentimenteler van krantenartikelen over spionnen dan van geboortekaartjes of huwelijksuitnodigingen - tenzij 007 ooit met Jason Bourne gaat trouwen, natuurlijk.

Advertentie

Zo las ik begin vorige maand bij het haardvuur met een goed glas cognac in Die Welt dat Brussel vol met spionnen zit. Volgens een nieuw rapport van de Europese dienst voor extern optreden (EEAS) zouden er zo’n 200 Russische en 250 Chinese spionnen zijn. Een beetje kenner van de sector schrikt daar niet van; er werd in 2013 al afluisterapparatuur gevonden in gebouwen van de EU. Maar toen ik het volgende las verslikte ik me in mijn Grand Rayon: “Die Diplomaten wurden nach eigenen Angaben auch vor dem Betreten bestimmter Lokale im EU-Viertel gewarnt, darunter ein beliebtes Steakhouse in unmittelbarer Fußnähe zum Hauptgebäude der Europäischen Kommission (Berlaymont).”

Ik vertaal even voor zij die de taal van Goethe niet machtig zijn (Oostenrijkers bijvoorbeeld): er zitten spionnen in een steakhouse naast de Europese Commissie.

spionnenrestaurant-brussel-europese-unie-meet-meat-deur

Aan de ingang van het bewuste steakrestaurant.

Dat steakrestaurant op wandelafstand van het Berlaymont - door insiders het Berlaymonster genoemd - is makkelijk te vinden. Ten eerste omdat er niet zo belachelijk veel steakrestaurants zijn, ten tweede omdat bureaucraten niet graag ver wandelen. Het gaat om een etablissement genaamd de Meet Meat, waarvan ik de eigenaars ervan verdenk dat ze ook verantwoordelijk zijn voor Fly Fry, de Was Er Water? en de Waarom? Durum! openhouden. In werkelijkheid is de dagelijkse leiding in handen van bedrijfsleider Philippe Weiner, die zelf door het nieuws werd verrast door een pientere journalist van Het Nieuwsblad.

Advertentie

Hoewel ik vegetariër ben, kan mijn nieuwsgierigheid naar spionnen mijn afkeer van vlees makkelijk overwinnen. En zo sta ik op een mooie winterdag om vijf voor twaalf voor de deur van het ondertussen beruchte steakhouse aan de Rue Stevin. Binnen is de zaak nog leeg, op Weiner na. Verdacht is hij niet, al lijkt hij wel verdacht veel op Jeff Daniels in Dumb and Dumber. Hij vertelt me dat hij hier nog geen spionnen heeft opgemerkt. Met al mijn vakkennis informeer ik hem dat dit typisch spionnengedrag is.

Weiner zegt dat hij best schrok van het bericht. “Ik vind het surrealistisch dat die dienst tegen diplomaten en ambtenaren zegt dat ze niet naar een bepaalde plek mogen gaan, in plaats van dat ze hen gewoon aanraden oplettend te zijn.”

Nog surrealistischer is dat die dienst om te beginnen al rapporten schrijft over spionnen in Brussel. Dat vertelde professor internationale politiek David Criekemans van de Universiteit Antwerpen me toen ik hem eerder opbelde. “Officieel heeft de EU geen inlichtingendienst die zich bijvoorbeeld bezighoudt met spionage. De EEAS dient om Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, te ondersteunen.” Deze zaak moet tot de bodem worden uitgezocht. De bodem van de frietpot.

meet-meat-steakrestaurant-brussel-europese-unie-philippe-weiner

Zo moeilijk als het is om spionnen te herkennen, zo gemakkelijk gaat dat bij Europese ambtenaren. Ze zijn stuk voor stuk vaal grijs, 41 en overwerkt. In groepjes van twee tot zes druppelen ze de Meet Meat binnen. Ze dragen officiële pasjes, kantoorkleren en opgeklopte verantwoordelijkheden. In tegenstelling tot het cliché betalen de Europese bezoekers hun etentjes gewoon zelf. “Ik stuur maar een keer of drie per jaar een factuur naar de Commissie”, zegt Weiner. “En bovendien mag een maaltijd daarvoor maar 30 euro kosten. Aan dat bedrag zit je hier best snel.”

Advertentie

Op basis van het gesprek aan het tafeltje naast me probeer ik op te maken of deze mannen geheime agenten kunnen zijn. Na vijf minuten is het echter zo druk in de zaak dat ik ze niet meer kan verstaan. Maar zoals een oud spionagegezegde luidt: wie niet kan afluisteren, moet afkijken. Ik haal mijn krant met onopvallend kleine kijkgaatjes tevoorschijn. Ik zie weinig.

Niemand leest hier op een laptop of smartphone gevoelige dossiers. Volgens Weiner wordt er tijdens de lunch nooit gewerkt, en enkel over werk gepraat. Hij vertelt dat alle ambtenaren vanwege veiligheidsmaatregelen op een desktopcomputer werken. Dan merk ik door mijn krant een sober geklede man op die voortdurend zenuwachtig mijn richting uitkijkt. Hij komt op me afgestapt. Mijn handen worden klam, en ik leg betrapt mijn spionnenkrant weg. “Excuseer,” zegt de man. Het blijkt de ober.

Als ik nog iets sappigs uit mijn bezoek wil halen, dan zal het een Argentijnse ribeye moeten zijn. Aangezien ik echter al twee keer heb meegelopen met een klimaatmars zou het hypocriet zijn om nu een dikke biefstuk te bestellen. Wanneer ik de ober zeg dat ik geen vlees eet, zie ik hem achter zijn professionele gelaat afvragen wat ik hier dan wél doe, in dit steakrestaurant. “Spionnen zoeken,” zou ik willen antwoorden, maar ik moet discreet blijven. Je weet nooit wie er probeert mee te luisteren. De ober stelt me als alternatief een pasta voor, waar ik - geÏnspireerd door Jean-Claude Juncker - een glas rode wijn bij bestel. Niettemin, vertelt Weiner me, drinken ambtenaren veel minder dan vroeger.

Advertentie
spionnenrestaurant-brussel-meet-meat-krant-met-gaten-voor-ogen

Ik vraag Weiner of zijn hooggeplaatst cliënteel sinds de geruchten over spionnen wegblijft. “Het verschilt hier heel erg van week tot week, maar de voorbije dagen kwamen er minder ambassadeurs. Al zat hier gisteren wel nog een eerste minister van een Scandinavisch land. Zonder bodyguards.”

Nu ik een schoon hemd aan heb, schoenen die ik normaal enkel voor trouwfeesten draag en lekker aan het lunchen ben, begin ik me meer en meer een gearriveerde EU-ambtenaar te voelen. Met wat inlevingsvermogen wordt die Brusselse bubbel heel erg tastbaar. Maar hoeveel fantasie ik ook gebruik, spionnen kan ik me hier niet voorstellen. Misschien heb ik te veel James Bond gezien en te weinig kurkdroge standaardwerken van de hand van academici als professor Criekemans.

“Ik heb eens gelezen”, vertelt Weiner me, “dat spionnen vaak journalisten, lobbyisten of diplomaten zijn die door onschuldige ontmoetingen en gesprekken informatie willen verzamelen. Wel, in dat geval heb ik hier al erg veel spionnen gezien. Maar eerlijk gezegd denk ik dat het in de snackbar makkelijker is om iemand te volgen en ernaast te gaan zitten dan bij ons.”

meet-meat-steakrestaurant-brussel-gastenlijst

Dit artikel verscheen eerder op VICE BE.

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.