FYI.

This story is over 5 years old.

De jaarlijkse jacht op elanden is de enige bron van vermaak in dit Zweedse dorp

Dalsland is het Oost-Groningen van Zweden. De traditionele elandjacht start hier op de eerste maandag na het tweede weekend in oktober en gaat volgens strikte regels. Want het aantal elanden daalt sinds de jaren '80.
28.10.15

"Whuuuuuuaaa!" roept de jachtleider. De gesprekken tussen de jagers vallen stil. Met deze kreet is de jaarlijkse elandjacht in het Zweedse Dalsland geopend. Het is zeven uur 's ochtends. Dertig mannen staan klaar, gehuld in groene camouflagekleding met feloranje accenten. Een vreemde combinatie van onzichtbaar en opvallend. Een eland ziet geen kleur, dus de outfit beschermt zowel tegen het zicht van de eland als tegen een schietgrage collega. In het dichte dennenbos is een kogel, die met duizend meter per seconde de loop van een geweer verlaat en vier kilometer ver kan reizen, zo gevangen.

Naaldbos elandenjacht

Er wonen niet zoveel mensen in Dalsland maar natuur is er des te meer. Alle foto's door de auteur. Jagen is wachten.

De jachtleider is Morgan Magnusson. In het dagelijks leven is hij rector op de lokale dorpsschool. Hij spreekt de groep toe. Zijn stem verheffen is niet nodig, hij heeft een natuurlijk overwicht. De regels zijn precies hetzelfde als vorig jaar en het jaar daarvoor, maar worden toch minutieus uitgelegd: een veilige omgang met geweer en munitie, respect voor de natuur en het dier.

Dalsland is het Oost-Groningen van Zweden, legt Johan Postma uit. Het leven is er simpel en rustig. De meeste jongeren trekken weg naar een van de drie grote steden. Bosbouw is de belangrijkste bron van inkomsten. Door het gebrek aan steden is er weinig werk. Voor de vergrijzende bevolking is de jacht in het najaar de voornaamste bron van vermaak.

Natuur is er des te meer: eindeloze naaldbossen en duizenden meren. Dat was voor Johan de reden om in 2008 vanuit Nederland met vrouw en kinderen naar Zweden te verhuizen, waar ze nu een herberg runnen in Edsleskog, een plaatsje met 325 inwoners. Hij gaat al jaren mee op de jacht, maar alleen als drijver. Hij blijft toch een import-Zweed.

De jaarlijkse elandjacht wordt streng gereguleerd, legt Bengt Wallin uit. Hij jaagt al sinds zijn vijftiende. Het aantal elanden neemt namelijk, na een piek in de jaren tachtig, al jaren af. In 1982 werden er zestigduizend geschoten, nu zijn dat er jaarlijks nog ongeveer drieduizend. Op basis van een telling per helikopter krijgt elke jachtvereniging een quotum. Wie zich daar niet aan houdt, wordt bestraft.

Het aantal elanden dat onze jagers voor dit jaar toebedeeld krijgen bestaat uit twee stieren, drie koeien en vijf kalveren. Grote dieren mogen niet geschoten worden; maximaal honderdvijftig kilogram en niet meer dan 'vierpunters', het aantal vertakkingen aan het gewei van een stier. De jachtleider vertelt over de wolven, die in een noordelijke provincie drieduizend elanden per jaar eten. Een afkeurend gemompel gaat door de groep.

"Whuuuuuuaaa!" Als de jagers weer luisteren wenst de jachtleider hen een 'schijtjacht' toe. Succes wensen brengt ongeluk. "De mensen uit de grote stad zijn dol op wolven, maar op het platteland moeten we er niks van hebben," vertelt Bengt. "Ze eten net zo veel elanden als wij mogen schieten en een heleboel schapen bovendien."

De traditionele elandjacht start op de eerste maandag na het tweede weekend in oktober. Drie dagen lang trekken de jagers er in alle vroegte op uit. In principe duurt de jacht tot januari, maar de meeste mannen hebben een gewone baan en daarom proberen ze in deze drie dagen het quotum vol te schieten.

Jagers slepen eland weg

Deze eland moet wel drie etmalen rijpen.

Nadat iedereen zijn jachtakte heeft laten zien, trekken de jagers een lootje. Die lootjes bepalen of je in de eerste ronde jager of drijver bent, en het cijfer op je lot bepaalt op welke schutterspost je staat. Sommige zijn, al dan niet terecht, populairder dan andere. Terwijl de jagers aan de bosrand hun positie innemen, rijden de drijvers ongeveer een kilometer verderop het bos in. Ze vormen een linie met steeds ongeveer honderd meter tussenruimte. Door het dichtbegroeide naaldbos zien ze elkaar nauwelijks. Hun rol is met veel lawaai de dieren richting de jagers te drijven. Als de jachtleider via de walkietalkie het signaal geeft, klinkt in de verte plots van alle kanten geroep. "Heeee-ho!"; het echoot spookachtig tussen de bomen, de bron is nog onzichtbaar in de ochtendmist.

De jagers staan stokstijf, het geweer in de aanslag; gespitst op elk geluid, op elke beweging. Drie kwartier blijven ze zo staan, terwijl het 'heee-ho' steeds dichter nadert. Maar het gekraak van het struikgewas blijft uit. Dan verschijnt de eerste drijver in zicht. Doorweekt van de moerassige bosbodem en het doorwaden van beekjes en vennetjes. De eerste jachtronde wordt beëindigd zonder dat er een enkel schot gelost is. De natuur laat zich niet sturen.

Na een pauze waarin boven een kampvuurtje met veel koffie en worstjes de jacht wordt doorgesproken herhaalt zich het patroon. De drijvers zijn nu jagers, en vice versa. Amper vijf minuten na de start klinkt er gekraak in het struikgewas. De drijvers zijn nog honderden meters verwijderd. Een elandkoe verschijnt vijftig meter verderop vanachter een heuvel. Ze staat stil en kijkt naar ons. De jager laat zijn geweer zakken. "Te groot," fluistert hij. "We laten haar gaan." De eland schudt met haar kop en verdwijnt achter de bomen.

eland op wagen - wateetons

Het lange wachten begint weer. Na een kwartier klinkt in de verte een schot. De jager luistert ingespannen. Binnen enkele seconden volgt er nog één. Dan blijft het stil. Hij knikt goedkeurend. De drijvers hebben het ook gehoord. Er valt een opgewonden stilte, waarna het geroep waar aanzwelt.

Als de jacht voorbij is, verzamelen de jagers zich bij de plek waar het schot is gevallen. Een eland ligt stil op haar zij aan de bosrand. Ze is nog warm en de ogen glanzen. Het is alsof het gigantische dier zo op zou kunnen staan. Maar de maag, lever en ingewanden liggen ernaast in het gras en er komt damp uit de buikopening. Het is de koe die eerder werd gespaard. De jager die de trekker overhaalde had niet op tijd gezien dat het dier eigenlijk te groot is, of raakte te opgewonden bij het zien van het dier. Sommige jagers schieten maar eens in de vijf of tien jaar een eland. Het eerste gevelde dier levert gemengde gevoelens op bij de rest van de jagers.

Uiteindelijk worden er die dag drie elanden geschoten. Een mooie score volgens de jagers. De dieren worden in een schuur gevild en opgehangen. Daar moeten ze 'veertig punten' lang rijpen voor ze versneden en verdeeld worden onder de jagers. Een etmaal waarbij de gemiddelde dagtemperatuur twintig graden is, en de nachttemperatuur tien graden geldt als 15 punten. Bij dergelijke temperaturen moet een eland dus drie etmalen hangen. De huid en poten gaan weg.

Een complete huid levert maar vijftig kronen op, vijf euro. Dat is de uren werk van het netjes villen niet waard. Honderd meter verderop worden ze terug aan de natuur gegeven. Voor de insecten, de vossen en de wolven. Na drie dagen herhaalt het drijven en wachten zich. Na afloop hangen er zeven dieren in de jachthut en is de elandjacht voorbij.

Op donderdagochtend zijn de jagers weer gewoon buschauffeur, herbergier en schoolmeester.