Quantcast
Elke maand doet correspondent Joris Mikkelsen verslag van een muziekfestival in Managuay, de laatste militaire dictatuur van Zuid-Amerika.

Een recensie van het Festival del Mundo in het dictatoriale Managuay.

Festival: Festival del Mundo

Beoordeling: *****

Serge

Het gekreun van ‘Je t’aime... moi non plus’ galmt door de tent. Het is plakkerig heet en de slowende stelletjes kruipen nog dichter tegen elkaar. Op het podium, onder het rood-wit-blauw van de Franse vlag, steekt de legendarische Serge Gainsbourg een lange, donkerrode tong in de mond van Jane Birkin. ‘Wat heeft Serge Gainsbourg een grote snor,’ fluister ik tegen Jens. 'Dat is Serge Gainsbourg niet,’ fluistert hij terug. ‘Dat is Conchita Sánchez, een actrice, en die is juist beroemd om haar snor.’

Welkom in Managuay, een vergeten uithoek van Zuid-Amerika waar niets is wat het lijkt, al was het maar omdat er geen geld is om het te betalen. Ik ben op het Festival del Mundo met mijn neef Jens, die hier als freelance correspondent werkt en die ik mag helpen met festivalverslagen voor VICE. Het Festival del Mundo biedt de Managuayanen een blik op de wereld, zo heet het, en dat is een goede zaak. Van Latijns-Amerikaanse gastvrijheid heb ik bij de ingangscontroles namelijk weinig gemerkt – waarschijnlijk omdat ze door militairen werden uitgevoerd. Het beeld van Jens, in buikligging op een tafel terwijl zo’n soldado hem met een wapenstok examineert, zal ik niet licht vergeten. ‘Een rectale controle is hier niks bijzonders,’ riep Jens nog, de moed erin houdend. ‘Maar rubberen wapenstokken in plaats van houten, dat is echt luxe.’ Hij stak zowaar zijn duim op.

Eenmaal op het terrein is er muziek, er is drank, mensen liggen chillend op de grond – wat dat betreft onderscheidt het Festival del Mundo zich niet van een doodgewone Managuayaanse straat. Maar die landenpaviljoens! Als eerste betreden we dat van Duitsland. Eén gigantisch Oktoberfest. Alleen: circa 1935. Alle mannen zijn blond en geüniformeerd. ‘Jens!’ sis ik aan de tap. ‘Het lijken goddomme wel nazi’s!’ Jens slaat snel een wijsvinger voor zijn mond. ‘Zeg dat woord niet.’ Hij schuift me een stenen kruik met bier toe. ‘Het zijn hun nakomelingen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Managuay tienduizenden foute Duitsers met open armen ontvangen. Dit is hun... cultuur.’ Opeens barsten de drie Oberscharführer naast ons uit in een brullend gelach. Ze slaan hun bierpullen tegen elkaar. ‘Ha-ha-ha-Hitler!’

Nepfransen, nepnazi’s: het mag duidelijk dat het Festival del Mundo meer over  Managuay zegt dan over de rest van de wereld. De ‘Franse baguette’ in de snackbar? Een uitgerekte burrito. Engelbert Humperdinck in de Engelse tent? A guy namedJosémet bejaardenschmink. Afijn, alles went. Met vlag en wimpel slaag ik voor mijn inburgeringscursus als we het terrein verlaten. De soldaat die Jens fouilleerde, kijkt ons vragend aan en wijst op zijn wapenstok. ‘No gracias,’ zeg ik, en we lopen door. 

Vanwege de Managuayaanse totaalervaring krijgt het Festival del Mundo: vijf sterren.

Adios!