FYI.

This story is over 5 years old.

Deze asielzoekers wonen hoog in de Zwitserse Alpen

Dat is minder rustiek dan het klinkt.
26.11.13

Asielzoekerscentrum Lukmanier in de Zwitserse Alpen.

In een verlaten militaire bunker, hoog in de Zwitserse Alpen, ligt sinds juli het meest afgelegen asielzoekerscentrum van Zwitserland. Wie buiten het gebouw staat, bovenaan de Lukmanierpas, ziet niets dan eindeloze rotsen en een ijskoud, pikzwart waterreservoir. Het enige geluid in de omgeving komt van de hoogspanningskabels die voor de ingang van asielzoekerscentrum Lukmanier lopen.

Hier wachten vijftig tot tachtig man hoog in de bergen af of ze het recht krijgen op een leven in Europa. De bewoners slapen noodgedwongen in groepen van vijf in de schuilkelders en volgen een zwaar gecontroleerde dagelijkse routine: drie maaltijden per dag, het licht gaat om tien uur ’s avonds uit en als ze weg willen van het kamp moeten ze wachten tot het weekend.

Het geïsoleerde centrum is er een van velen, en dat zullen er nog veel meer worden nu er deze zomer een wet is aangenomen die het mogelijk maakt om lege militaire faciliteiten om te bouwen tot ‘integratiezones’. Door de slechte weersomstandigheden deze maand zijn veel bewoners van Lukmanier inmiddels verhuisd naar andere detentiecentra door het hele land, maar toen we afgelopen oktober de bergen ingingen om een bezoek te brengen aan dit centrum, zat het er nog goed vol.

De achttienjarige Narsi uit Afghanistan was de eerste bewoner die we ontmoetten. Narsi heeft een goed gevoel voor humor, haat alle producten uit China en houdt van auto’s. Hij denkt dat het landschap en de wegen in de bergen perfect zouden zijn voor een goede rally. Zijn Facebook staat vol met foto’s waarop hij thuis voor zijn zwarte Lexus poseert. Hij claimt dat hij echt achttien is, maar de autoriteiten twijfelen daaraan omdat veel asielzoekers zeggen dat ze minderjarig zijn om op die manier hun procedure te versnellen.

Narsi groeide net als veel andere Afghaanse vluchtelingen op in Iran, maar vertrok naar Turkije toen de situatie in het land verslechterde. Op de drempel naar het Westen, vlak voor de oversteek naar Griekenland, gooide hij samen met anderen zijn paspoort in zee. Vanaf dat punt ging ieder zijn eigen weg. Ondanks dat hij had verwacht dat Europa iets hartelijker zou zijn, klaagt hij niet al te veel over de leefomstandigheden in het centrum – op de verveling en het saaie eten na dan.

Deze man noemt zichzelf ‘Bierwolf’ omdat zijn Ethiopische naam onmogelijk uit te spreken is voor Europeanen. Bierwolf is niet zo optimistisch als Narsi – hij haat de bergen en bergwandelingen, maar hij houdt wel van neergeschoten rappers, zoals 50 Cent en Tupac. Zijn vrouw en kinderen wonen op een uur rijden – in Buchs, St. Gallen – en hij mist ze verschrikkelijk. Als zijn asielaanvraag niet gehonoreerd wordt, gaat hij terug naar Griekenland, waar hij de Europese Unie voor het eerst binnenkwam. Hij heeft gehoord dat het veel makkelijker is om in Griekenland asiel te krijgen, maar tot dan zit hij nog vast in de Zwitserse bergen.

Ook spraken we met Joseph, een Franssprekende bloemist uit Eritrea. De andere gedetineerden in asielzoekerscentrum Lukmanier noemen hem ‘De Maffioso’ en als ze er wedstrijden zouden houden voor wie het best gekleed gaat, zou Joseph die allemaal winnen. We zagen hem woedend in zijn telefoon schreeuwen, en bij navraag bleek hij dezelfde dag nog uitgezet te worden, wegens slecht gedrag. Wat dat slechte gedrag precies inhield, wilde hij ons niet zeggen. Hij had ook geen idee waar hij naartoe afgevoerd zou worden.

Joseph kon zich ook kwaad maken om het feit dat de gedetineerden naast hun werkkleding – die ze alleen onder het werk aan mogen – geen geschikte kleding voor dit klimaat kregen. Voor de asielzoekers in Lukmanier bestaat hun werk uit verschillende maatschappelijke baantjes, zoals troep opruimen van wandelpaden of het uitvoeren van wegwerkzaamheden. Als Joseph niet druk is met zijn werk steekt hij een sigaret op en dwaalt hij op zijn krokodillenleren schoenen door de bergen.

De situatie in Lukmanier is zeker niet uniek: het is een symptoom van het nieuwe Zwitserse immigratiebeleid, dat haaks lijkt te staan op de humanitaire traditie van het land. In augustus demonstreerden tien asielzoekers in het dorp Solothurn, omdat ze gedwongen werden in een schuilkelder zonder zonlicht of frisse lucht te slapen. Je zou zeggen dat het niet onredelijk van ze was om humane leefomstandigheden te eisen, maar de demonstratie liep uit op een klein drama: een omstander gooide bier en melk over de demonstranten heen en de Zwitserse autoriteiten hielden zowel hun loon – waar ze wettelijk recht op hadden – als hun eten in. Na vier dagen van protest vond de politie het welletjes en werden de asielzoekers uit elkaar gehaald en afgevoerd.

Ook hoorden we verhalen over migranten die geweerd werden uit zwembaden, sportverenigingen, scholen en kerken. Wie gedragsproblemen heeft vertoond in andere asielzoekerscentra komt terecht in Waldau, een kolonie containers in het district Landquart. De 32-jarige Libanees-Palestijnse Feras Motaleeb overleed daar in januari onder mysterieuze omstandigheden. Hij was naar Waldau gebracht vanwege een gevecht in zijn vorig tehuis – en omdat hij had geweigerd om zijn sigaret uit te maken in een doorvoerkantoor in Cazis.

Kan dit het begin zijn van een nieuw, duister tijdperk in de Europese grenscontrole? Toen het Schengenbeleid werd omgezet naar een Europese wet, werd het mogelijk om mensen die illegaal het Schenengebied binnenkomen meteen terug naar huis te sturen. Om dat te voorkomen vernietigen talloze migranten hun paspoorten, wat een bureaucratische nachtmerrie tot gevolg had.

Ondanks de reputatie van Zwitserland als het land waar de koeien volvette stracciatellayoghurt poepen en de bergen vol met goud zitten, lijkt het toch een raar moment om zoveel geld uit te geven aan het ombouwen van militaire centra naar haast mensonterende isolatietanks. De bevolkingsgroei daalt, de werkloosheidcijfers hebben net de relatief hoge drie procent bereikt en je zou zeggen dat de overheid beter in andere zaken kan investeren. Raarder dan dat was misschien wel het beeld van een groepje bergwandelaars – de gezichten vol zonnebrandcrème – die langs een groep keienhakkende migranten liepen, en geen idee hadden wie deze mensen waren, of wat er met hen aan de hand was.