Stuff

Deze Nederlandse kunstenaar maakte Berlijnse homo’s kwaad met zijn installatie

Dries Verhoeven nodigde Berlijnse gebruikers van seksapps als Grindr uit om in zijn glazen huis langs te komen. "Het internet is de nieuwe openbare ruimte, maar toch doen we alsof het een darkroom is."

door Pete Wu
22 oktober 2014, 9:43am

Dries, in een glazen kamer, nog zonder shit over zich heen. Foto: Sascha Weidner.

Je kent kunstenaar Dries Verhoeven (38) misschien wel van die glazen hokken waarin hij een sexy lilliputter, een tienermoeder, en een als Zwarte Piet verkleedde Senegalees tentoonstelde. Allemaal redelijk controversiële werken, maar de Amsterdamse Brabander had begin oktober pas echt een stevige rel te pakken.

Voor zijn nieuwste project Wanna Play? zat hij zelf dagenlang in een glazen huis op een plein in Berlijn, terwijl hij alleen met de buitenwereld communiceerde via homocruisingapps als Grindr. Dries projecteerde de chatgesprekken live op de muren terwijl hij zijn gesprekpartners uitnodigde om hem non-seksueel te komen bevredigen (lees: met een potje schaken of karaoke zingen). Bij één uitnodiging vergat Dries te zeggen dat het om een kunstproject ging. Het gevolg: een boze travestiet. Daarna kwam een menigte demonstreren tegen zijn project, dat homo's in gevaar zou brengen. Na vijf dagen zette Dries - zelf overigens ook van de mannen - Wanna Play? stop.

Ik belde Dries op na de storm en vroeg hem naar het grote waaromachter zijn provocatieve kunst.

VICE: Waarom heb je die ene keer niet gezegd dat je bezig was met een kunstproject?

Dries Verhoeven: Het was geen bewuste keuze. Het was een enorm grappig gesprek waardoor ik onvoorzichtig werd en allerlei privéfeiten in de projecties liet staan, zoals dat hij een travestiet is en de naam van zijn hond. Bij andere mensen dekte ik die juist af. Het feit dat hij zich positioneerde als kunstenaar en heel vrij en open sprak, gaf mij het gevoel dat hij daarin op mij leek. Maar hij voelde zich betrapt.

Is deze rel niet juist een uiting van wat jij met het project voor ogen had? Of wat wilde je eigenlijk met het project?

Die jongens die gingen demonstreren hebben dat veel meer getoond: ze zeiden dat het om hun privacy ging, maar ik kreeg het gevoel dat ze überhaupt niet wilden dat ik het fenomeen van apps als Grindr liet zien. Daar zag ik een gevecht voor onzichtbaarheid, terwijl de homowereld dertig jaar geleden juist streed voor zichtbaarheid. Nu willen ze toch een platform dat op het internet voor alles en iedereen zichtbaar is afschermen.

Foto: Sascha Weidner.

Openheid dus. Ik vind het spannend dat er juist in het in mijn ogen vrije Berlijn zo werd gereageerd. Heb je erover nagedacht om dit project ook in andere landen te doen? In Amsterdam, bijvoorbeeld?

Er is een verschil tussen Amsterdam en Berlijn: hier hebben dergelijke datingapps nog concurrentie van een levendig Berlijns nachtleven. Als ik in Amsterdam doordeweeks zin heb om mensen te ontmoeten, is dat in het Amsterdamse uitgaansleven steeds moeilijker. Er is nauwelijks iets te beleven omdat het via die apps veel eenvoudiger is.

Het internet is een soort vuilnisvat geworden voor onze extreme, excentrieke en pornografische kanten, waardoor de openbare ruimte steeds preutser wordt. Die ruimte is nu een plek waar we het moeilijker vinden om met elkaar te flirten, waar het ingewikkelder wordt om een blauwtje te lopen - want dat voelt zo kwetsbaar en het is veel makkelijker op een telefoon. Wat die ophef toonde is dat mensen het niet zichtbaar willen maken. Dat vind ik schokkend. Iedereen kan Grindr downloaden en binnen dertig seconden zie je alle homo's in de buurt en hoe ze zichzelf presenteren. En toch passen we met z'n allen een zekere censuur toe. Het internet is de nieuwe openbare ruimte, maar toch doen we alsof het een darkroom is.

Is dit door te trekken naar buiten de homogemeenschap? Tinder is nu een mainstream datingapp.

Ja, maar het verschil is dat elke zichzelf respecterende homo met een smartphone heel duidelijk de keuze heeft gemaakt om zo'n app als Grindr al dan niet op zijn telefoon te zetten, en dat is in de heterowereld wel wat anders. Misschien zijn we ook wel voorlopers in wat er in de heterowereld gaat gebeuren. Ik heb niks tegen confrontatie.

Iets wat je ook niet in je andere werken schuwt. In Ceci N'est Pas stelden hermafrodieten en tienermoeders zich tentoon in een hok op straat, onder andere in Utrecht.

Ik wil de openbare ruimte gebruiken als een spiegel voor het leven in al haar facetten, niet alleen het perfecte reclameleven. Ik laat beelden zien die we liever niet zien, zoals iemand met een genetische afwijking - een vrouw van 1 meter 20 - te tonen als sexy. Ze zat in de vitrine, mooi opgemaakt, met een sexy haardos, cocktails drinkend, rokend en flirtend met de voorbijgangers. Voor de vrouw in kwestie was het een groot thema. Ze zei: "Als ik in een club ben, bieden mensen die op me afkomen me hulp aan, maar ze zullen nooit met me flirten. Ze projecteren hun medelijden of de onmogelijkheid van nageslacht op me."

De vrouw van 1 meter 20 uit Ceci N'est Pas. Foto: TAP.

Waar heb je deze mensen gevonden?

Het zijn voornamelijk mensen die de noodzaak voelden om zichzelf als de uitzondering op de regel te presenteren. Ik vond ze via belangengroepen of castingbureaus. De vrouw van 1 meter 20 meter studeerde op de academie in Berlijn als danseres - in een rolstoel. Hetzelfde gold voor de hermafrodiet, via wie ik wilde laten zien hoe onze blik wordt gestuurd door de vraag of de ander een man of een vrouw is.

Pas je dit werk aan aan nationale taboes?

Inderdaad. In Nederland heb ik een Senegalees gepresenteerd als een geketende Zwarte Piet die veel acrobatische trucs liet zien. De gedachte was in hoeverre ons slavernijverleden in het openbare leven tot uitdrukking komt, bijvoorbeeld in het Sinterklaasfeest. En in Finland is momenteel bijvoorbeeld een enorme discussie gaande over hoe oudere reclames van zwarte drop de Afrikaan als ondergeschikt en lachwekkend lieten zien. Daar had ik een zwarte man die de desbetreffende dropjes eet.

Bij werken die in de openbare ruimte staan zoals Wanna Play? en Ceci N'est Pas probeer ik iemand uit zijn comfortzone te halen en de voorbijganger medeplichtig te maken - dat hij moet bepalen of hij doorloopt of blijft stilstaan. Ik moet vechten voor de aandacht van de voorbijganger. Dat zorgt ervoor dat ik de strategie van de knuppel in het hoenderhok meer hanteer dan een paar jaar geleden.

Is dat een ontwikkeling die je fijn vindt? Of is het noodzaak?

Ik ben niet op zoek naar entertainment of geruststelling. Kunst moet een middel zijn om grenzen te bevragen en de alledaagse consensus te doorbreken. Wanneer de bezoeker onverschillig blijft bij je werk, dan heeft het weinig zin gehad. Ik maak zichtbaar wat er bij mensen in het hoofd zit maar wat ze niet zichtbaar willen zien. Dat zal ik tot in de lengte der jaren blijven doen: de zaklamp zetten op de plekken in de maatschappij waar we liever niet naar kijken.

De Senegalees verkleed als een zwarte piet uit Ceci N'est Pas. Foto: Willem Popelier.