De homoseksuele Syrische vluchteling Omar werd weggepest uit de noodopvang in Nederland

FYI.

This story is over 5 years old.

Identiteit

De homoseksuele Syrische vluchteling Omar werd weggepest uit de noodopvang in Nederland

"Ik dacht dat Nederland één van de homovriendelijkste landen ter wereld was, maar ik werd hier eigenlijk precies hetzelfde behandeld als in Syrië."
9.11.15

Eind oktober liet het COC weten dat het meerdere meldingen had gekregen van homoseksuele vluchtelingen die gepest werden in Nederlandse asielzoekerscentra. De homobelangenvereniging pleitte dan ook voor een speciale noodopvang voor LGBT-vluchtelingen. Een van deze vluchtelingen was Omar, een twintigjarige student uit Syrië die sinds september in Nederland is. Hij vluchtte in zijn eentje voor de oorlog, maar ook voor een land waar zijn homoseksualiteit verre van geaccepteerd werd. "Ik zag op Wikipedia dat Nederland één van de homovriendelijkste landen ter wereld is, maar toen ik hier eenmaal was, werd ik eigenlijk precies hetzelfde behandeld als in Syrië," vertelt Omar. "Ik vond het schokkend dat mensen die een zware reis achter de rug hebben en hier een nieuw leven willen beginnen, alsnog in staat zijn om anderen te bedreigen en te beledigen."

Advertentie

Nadat Omar voor de zoveelste keer bedreigd werd in het opvangcentrum, besloot hij tijdelijk in te trekken bij de Nederlandse Lianda, die hij via social media had ontmoet. Zij bood hem tijdelijk onderdak aan in haar appartement in Aalsmeer. Ik zocht hem daar op om met hem te praten over Syrië, de oorlog, zijn homoseksualiteit en zijn leven in Nederland.

Alle foto's door de auteur

"Toen ik een jaar of veertien was keek ik naar Batman, en dacht ik: ik zou willen dat er een jongen was die mij zo vasthield. Maar ik wist niet wat die gevoelens betekenden. Op internet ontdekte ik later dat je je aangetrokken kan voelen tot dezelfde sekse. Ik ontmoette een jongen via Grindr, maar na een jaar ontdekte ik dat hij vreemdging. Zoals dat gaat bij tieners was mijn hart gebroken. Ik huilde iedere avond, en mijn moeder kwam op een gegeven moment naar me toe. 'Omar, wat is er nou?' vroeg ze. 'Ik vraag het je al zo lang, je moet het me vertellen.' Dus ik zei: 'Oké, ik ga het je vertellen. Ik voel me aangetrokken tot jongens.'"

Geen reactie – geen tranen en geen acceptatie. Na een aantal weken nam ze me mee naar de imam en de psychiater. De imam zei dat er demonen in me schuilden, en volgens de dokter was ik ziek."

Omar werd geboren in Damascus, maar woonde zijn laatste drie jaar in Syrië in de stad Zabadani bij zijn vader. Hij studeerde Engelse literatuur en deed een jaar rechten aan de universiteit van Damascus. Normaal gesproken was dat een uur rijden vanaf Zabadani, maar door de checkpoints van zowel het regime van Assad als IS kostte het hem elke keer vier uur om de universiteit te bereiken. Daarnaast werd het steeds gevaarlijker om naar college te gaan, omdat IS het gemunt had op studenten rechten en religie. In de ogen van IS bestudeerden die studenten het verkeerde wetboek en de verkeerde religie. Omar bleef uiteindelijk maar thuis, ook vanwege de bedreigingen en andere vormen van discriminatie waar hij vanwege zijn homoseksualiteit dankzij zijn medestudenten mee te maken kreeg.

Advertentie

"Uiteindelijk wist iedereen dat ik homoseksueel was. 'Omar, draag je nou mascara?' en 'Omar, ik heb altijd al geweten dat je homo was' kreeg ik dagelijks te horen. Grotere jongens daagden me uit om te vechten. De beveiligers op school interesseerde het ook niet, die dachten waarschijnlijk: hij heeft het verdiend. Ik moest altijd liegen, ik had geen vrienden met wie ik het kon hebben over wat ik echt leuk vond. Ik was in gevecht met mezelf. De psychiater waar mijn moeder me heen had gestuurd gaf me pillen zodat mijn seksuele verlangens zouden verdwijnen. Van alle medicatie die ik uiteindelijk kreeg – want ik slikte ook antidepressiva en pillen om mijn nervositeit te temmen – werd ik lui en slaperig."

De oorlog die sinds 2011 in Syrië woedt maakte het leven van Omar onmogelijk. In Zabadani was er al snel geen stromend water, elektriciteit, of internetverbinding meer en bombardementen waren aan de orde van de dag. Als ik hem vraag of hij Syrië mist, moet hij toch even nadenken voordat hij zegt: "Nee. Maar ik mis wel mijn moeder en mijn zussen, en het eten."

Omar had online een jongen uit Egypte leren kennen, die hem na vijf jaar digitale vriendschap een ticket naar Istanbul stuurde voor zijn verjaardag. "Dat ticket veranderde mijn leven," zegt hij. Hij had geen geld voor overnachtingen, dus probeerde hij couchsurfend een slaapplek te vinden. Zo ontmoette hij Nikolaj en Meryem, een koppel van in de dertig dat Omar in huis nam.

Advertentie

"Maar ik besloot dat mijn toekomst niet in Turkije lag. Er was geen werk en Syriërs worden erg gediscrimineerd in Turkije. Ik deed veel research en keek naar het land waar je je het beste kan uiten, ongeacht je seksuele voorkeur of politieke standpunten. Een vrij land. Ik koos Nederland. Dankzij een vriendin uit Frankrijk en mijn ouders kon ik de reis van 2800 euro betalen. Die begon in Marmaris in Turkije."

"Ik betaalde 2200 euro aan een smokkelaar die me naar Rhodos bracht. Ik zat op een boot met twaalf anderen. Meestal zouden ze vijftig mensen op zo'n bootje proppen; het maakt de meeste smokkelaars niet uit of mensen doodgaan. Ik had geluk, ik had een goeie smokkelaar. Het was middenin de nacht en ijskoud. De overtocht hoorde maar een uur te duren, maar door de wilde zee duurde het vier uur. Ik was doorweekt. Ik had een kleine tas met een tandenborstel, een pincet, een pen, twee boxers, een trui en een broek. Mijn paspoort had ik in plastic verpakt en samen met het geld dat ik nog had in een condoom in mijn schoen verstopt, anders zou alles nat worden."

"In Athene ontmoette ik een jongen die identiteitsbewijzen vervalste. Hij verkocht me een Spaanse identiteitskaart voor driehonderd euro. Van Athene ging ik naar Santorini, omdat de paspoortcontrole op dat vliegveld minder streng zou zijn. Vanaf daar vloog ik naar Amsterdam. Ik kon het bijna niet geloven toen ik aankwam in Amsterdam – de hele vlucht dacht ik dat ze me zouden pakken. Ik ging naar de politie op Schiphol toe, en de mond van de vrouw die ik aansprak viel open toen ik zei: 'Ik kom uit Syrië en ik ben hier gekomen met een nepidentiteit.' Ze begon te lachen: 'Welkom in Holland.' Ik voelde me zo veilig."

Omar kreeg een treinkaartje naar Ter Apel. Hij verbleef daar twee weken, en werd toen overgeplaatst naar Zaandam.

"Je wordt wakker, je gaat eten, je gaat naar buiten, je rookt en je gaat terug naar bed. Dat is wat ik deed. De sfeer is niet fijn, alle nationaliteiten zitten daar gemengd en dat is volgens mij niet echt een goed idee. Irakezen, Syriërs, Eritreeërs, Nigerianen, Albanezen en zelfs vluchtelingen uit Oekraïne. Dat zijn erg verschillende culturele achtergronden, en volgens mij heeft niet iedereen een slecht verleden gehad. Het beeld dat iedere vluchteling vies, moe en hongerig is, is niet waar. Maar dat er wordt geroepen dat vluchtelingen alleen maar meisjes willen aanranden is ook belachelijk. Veel van hen zijn heel goed opgeleid en hebben een heel goed leven in de steek moeten laten."

Advertentie

"In Ter Apel kreeg ik vaak dingen te horen als 'Oh, there she is' en 'Here comes the pussy'. Staren, uitschelden, beledigingen en op een vrouwelijke manier tegen me praten – het hield niet op. Op een dag was ik bij het IND voor een interview. Ik ging koffie halen, en een man in de gang gaf me een duw terwijl hij riep: 'Opzij, pussy. Laat me niet de vloer moeten poetsen met je bloed.' Ik was bang en in de war. Dat was de eerste keer dat zoiets recht in mijn gezicht werd gezegd."

"Een paar dagen later wilde ik met de bus van Ter Apel naar het centrum. Ik ging achterin de bus naast een meisje en haar man zitten. Iedereen wist wel dat ik homo was. Ik had de bedreigingen ondertussen gemeld bij het COA en een aparte kamer gekregen – wat natuurlijk ook verdacht was. Het meisje en haar man keken me vies aan en schoven opzij, alsof ik ze zou besmetten. Als ik in de rij stond om eten te halen, hoorde ik de nare dingen die mannen, vrouwen maar ook kinderen over me zeiden. Ze zijn op die manier opgevoed. Ik vond het schokkend dat mensen die een zware reis achter de rug hebben en hier een nieuw leven willen beginnen, in staat zijn om anderen zo te bedreigen en te beledigen."

Omar werd overgeplaatst naar Zaandam, waar de situatie alleen nog maar erger werd. De blikken en bedreigingen bleven doorgaan, en nadat het brandalarm ook nog nachten achter elkaar afging in het opvangcentrum, belde hij Lianda, die hij via Facebook had leren kennen na zijn aankomst in Nederland. Zij haalde hem op uit Zaandam, en Omar logeert sindsdien bij haar.

Het COC pleit nu voor een speciale opvang voor LGBT-vluchtelingen. "Het stomste wat ze zouden kunnen doen," volgens de Tilburgse homobelangenvereniging Embrace Pink. Het zou de maatschappelijke acceptatie in de weg staan, maar daar denkt Omar anders over.

"Een aparte opvang voor LGBT-vluchtelingen zou heel fijn zijn; we hebben al zoveel meegemaakt. De andere vluchtelingen zullen homoseksualiteit nooit accepteren, tenzij ze zien dat de overheid het wel respecteert. In mijn land worden homoseksuelen in de gevangenis gegooid, in elkaar geslagen en bedreigd door overheid. Als ze zien dat de overheid in Nederland daar anders mee om gaat, zal ze dat aan het denken zetten. Ze weten nog niet dat homoseksuelen hier dezelfde rechten hebben als mensen die hetero zijn. Zolang ze dat niet weten, gaan ze het niet accepteren."

Omar wacht nu zijn gesprek met het IND af, waarbij hij te horen krijgt of hij in Nederland mag blijven. Hij wil studeren en als activist Syriërs gaan onderwijzen over homoseksualiteit. "Het zal me vast problemen gaan opleveren, maar ik wil ze laten zien dat we heus niet naar de hel gaan. Ik wil mijn leven zinvol invullen, als ik bang blijf kom ik nergens."

Via Grindr ontmoette Omar de Nederlandse Patrick, met wie hij nu een maand samen is. "Het is beter nu ik hier zit. Lianda heeft gister voor me gekookt, iets Hollands. Het was lekker. Ik ga binnenkort voor haar koken. Ik kan hier op straat lopen en het maakt niet uit hoe ik loop of hoe ik eruitzie, ik hoef niet bang te zijn voor de politie of iemand anders. Ik kan mezelf zijn."